Het Middagconcert: LUDWIG speelt Vivaldi
Lucie Horsch in het klooster
Lucie Horsch blokfluit
LUDWIG:
Cecilia Bernardini concertmeester
Matthea de Muynck viool
Femke Huizenga viool
Lili Maijala altviool
Marcus van den Munckhof cello
Margaret Urquhart violone
David Mackor theorbe
Emmanuel Frankenberg klavecimbel
Dit concert maakt deel uit van de serie Het Middagconcert.
Georg Philipp Telemann (1681-1767)
Ouverture
Réjouissance: Viste
uit ‘Suite in a kl.t.’, TWV 55:a2
Luciano Berio (1925-2003)
Igor
uit ‘Duetti per due violini’ (1979-83)
Jean-Baptiste Quentin (1718-1750)
Largo in a kl.t.
uit ‘Concert in A gr.t., op. 12 nr. 1’
Luciano Berio
Henri
uit ‘Duetti per due violini’
Pierre Prowo (1697-1757)
Triosonate in d kl.t.
Allegro
Adagio
Allegro
Presto
Antonio Vivaldi (1678-1741)
Concert in E gr.t., RV 270
‘Il riposo, concerto per il Santissimo Natale’
Allegro
Adagio
Allegro
Luciano Berio
Aldo
uit ‘Duetti per due violini’
Antonio Vivaldi
Cum dederit
uit ‘Nisi Dominus’, RV 608 (1713-17)
Concert in C gr.t., RV 444
Allegro non molto
Largo
Allegro molto
er is geen pauze
einde ± 15.15 uur
Toelichting
Een pastoraal geluid
Door Marcel Bijlo
Dit afwisselende programma brengt ons al enigszins in de kerstsfeer. Het merendeel van de werken die we vanmiddag horen is niet speciaal voor kerstmis geschreven, maar de blokfluit werd in de geassocieerd met het pastorale en dat past natuurlijk uitstekend bij de kersttijd. We zien die associatie bijvoorbeeld heel duidelijk bij Johann Sebastian Bach. Als in een sprake is van herders, zowel in letterlijke als in figuurlijke zin, klinken er naast hobo’s vaak ook blokfluiten. De blokfluit was in de barokmuziek typisch een sfeermaker. Zowel in Duitsland, Frankrijk, Italië als in Engeland komen we het instrument in die hoedanigheid tegen. Maar er zijn ook componisten die de blokfluit solistisch hebben laten stralen.
Telemann
Georg Philipp Telemann is dé blokfluitcomponist bij uitstek en zijn muziek voor dat instrument wordt, sinds Frans Brüggen er zo’n zestig jaar geleden mee doorbrak, door iedere blokfluitist graag gespeeld. Telemann streefde ernaar ieder instrument waarvoor hij componeerde volledig tot zijn recht te laten komen. Hij had niet zo veel op met de Italiaanse manier van soloconcerten schrijven waarbij het solo-instrument, meestal de viool, altijd de hoofdrol speelt en het orkest niet echt een inbreng heeft. Telemann liet solist en orkest juist een dialoog aangaan en daarbij maakte het hem niet uit welk instrument de solorol vervulde. Hij bracht geen rangorde aan, alle instrumenten waren hem even lief. Veel van die instrumenten kende hij uit eigen ervaring want hij bekwaamde zich al vroeg op hobo, blokfluit, gamba, en klavecimbel.
De in a klein voor blokfluit en strijkers is een van zijn bekendste stukken. Hij schreef het al op jonge leeftijd, toen hij kapelmeester was in Frankfurt. Het is eigenlijk een blokfluitconcert in suitevorm. Een statige ouverture in Franse stijl wordt gevolgd door een aantal dansen waarvan we er vanmiddag één horen. De Ouverture, met langzaam begin, snel tussendeel en langzaam einde, is verreweg het langste deel van de suite. Vooral in Duitsland was deze compositievorm populair, mede omdat men daar de beschikking had over heel veel goede orkesten. Van Bach kennen we vier van deze orkestsuites, maar Telemann schreef er honderden, voor allerlei bezettingen en met steeds weer andere solo-instrumenten. De blokfluit gebruikte hij daarbij meestal in paren van twee of drie, die dan bijvoorbeeld in dialoog gaan met twee of drie hobo’s.
Berio
Als twintigste-eeuws op dit programma klinken twee van de 34 duetten voor twee violen die Luciano Berio tussen 1979 en 1983 componeerde. De Italiaanse componist was bekend van onder meer zijn Sequenza’s, solostukken waarin op inventieve muzikale wijze allerlei speeltechnieken voor een bepaald instrument aan de orde komen. De violist en docent Leonardo Pinzauti vroeg hem om iets dergelijks te componeren voor twee violen, ‘omdat er tegenwoordig niet genoeg vioolduetten zijn, behalve die van Bartók’.
Berio voldeed graag aan dit verzoek. Net als Béla Bartóks 44 vioolduo’s zijn deze duetten geen pure studiestukjes. Alle speciale technieken komen aan de orde, maar worden door de componist altijd op speelse wijze ingezet. In ieder duet worden een of twee typische speeltechnieken gebruikt als basis voor muzikale motieven, expressie en de structurele ontwikkeling van de muziek. Het speelplezier van leraar en leerling staat bij Berio voorop, maar ondertussen vragen deze composities wel degelijk het nodige van de musici.
Quentin
Van Jean-Baptiste Quentin klinkt een langzaam deel uit een van zijn Concertos à quatre parties, muziek die door verschillende instrumentcombinaties kan worden gespeeld. Quentin was violist aan het Franse hof en daar was het de praktijk dat kamermuziek flexibel bezet werd, afhankelijk van welke instrumenten er beschikbaar waren. Het concert à quatre parties was een vorm waarbinnen zowel Franse dansdelen als Italiaanse delen met aanduidingen als en Largo een plaats hadden. Als violist en componist stond Quentin sterk onder invloed van Arcangelo Corelli.
Prowo
Pierre Prowo was organist in Hamburg en goed bevriend met Georg Philipp Telemann. De sonate in d klein werd tot voor kort aan Telemann toegeschreven, maar blijkt te zijn gecomponeerd door Pierre Prowo, een componist die zich wat betreft originaliteit met Telemann kon meten. Vierdelige s beginnen in de regel met een langzaam deel, maar in dit stuk stuift de componist er vanaf de eerste maat vandoor in een razend tempo. Blokfluit en viool nemen om de beurt het voortouw en pakken elkaars ’s op, om in het laatste deel samen te komen in een jubelend .
Vivaldi
Het Concert in E groot, ‘Il riposo, concerto per il Santissimo Natale’ van Antonio Vivaldi is speciaal voor Kerstmis geschreven. Het beschrijft de rust van het slapende Christuskind. Vandaar dat Vivaldi de strijkers hier allemaal de sordino, een , laat gebruiken. Vivaldi gebruikte dit effect vaker, in zijn vele ’s, maar bijvoorbeeld ook in het Concert in F groot voor fluit en strijkorkest, RV 434, waaruit hij in het eerste deel van ‘Il riposo’ een paar maten citeert. Het middendeel is heel mysterieus en doet denken aan het langzame deel van de Herfst uit De vier jaargetijden. Hier is het kerstkind vast in slaap. In het derde deel ontwaakt het vredig. Het tempo in de drie delen is vrij kalm. Het stormachtige dat we in Vivaldi’s vioolconcerten zo vaak horen is hier compleet afwezig.
In het blokfluitconcert in C groot echter gaat het er zeer aan toe. Vivaldi schreef concerten die zowel op blokfluit als op (traverso) gespeeld kunnen worden, maar ook enkele waarbij hij een voorkeur voor de blokfluit aangaf. Hij duidt het instrument in dit concert bijvoorbeeld aan als ‘flautino’, fluitje. Tussen de virtuoze snelle delen staat een prachtig dromerig Largo in een bij uitstek bij de kersttijd passend wiegend .
Datzelfde wiegende ritme horen we in Cum dederit, dat afkomstig is uit Vivaldi’s zetting van Nisi Dominus. Dit deel uit Vivaldi’s psalmzetting leent zich uitstekend voor uitvoering op blokfluit en had zomaar een langzaam deel uit een van zijn fluitconcerten kunnen zijn.
Biografie
Lucie Horsch, blokfluit
Vanaf haar elfde studeerde Lucie Horsch blokfluit bij Walter van Hauwe aan het conservatorium van haar geboorteplaats Amsterdam. Na een pianostudie bij Marjes Benoist en Jan Wijn behaalde ze in 2023 haar master fortepiano bij Olga Pashchenko.
Haar liefde voor zang – ze zong zeven jaar in het Nationaal Kinderkoor – resulteerde in een tweede masterstudie in de klas van Xenia Meijer, en als mezzosopraan kreeg ze masterclasses van Elly Ameling en Margreet Honig.
Lucie Horsch tourde in Europa met de Academy of Ancient Music, Amsterdam Sinfonietta en het Orkest van de Achttiende Eeuw en in Japan met het B’Rock Orchestra. Ook werkte ze met de Hong Kong Philharmonic en het Los Angeles Chamber Orchestra. Voor kamermuziek ging ze naar de Sommets Musicaux de Gstaad, het Solsberg Festival, de Thüringer Bachwochen, de Dresdner Musikfestspiele, het paasfestival in Aix-en-Provence, Wigmore Hall in Londen, KKL Luzern en het Wiener Konzerthaus.
Met haar debuut-cd gewijd aan Vivaldi won Lucie Horsch in 2017 een Edison; de opvolger, Baroque Journey, kreeg in 2019 een Opus Klassik. Edison Klassiek Publieksprijzen won ze met Origins (2023) en The Frans Brüggen Project (2025). Lucie Horsch won in 2009 de allereerste editie van het Koninklijk Concertgebouw Concours en kreeg in 2016 de Concertgebouw Young Talent Award, waarna Het Concertgebouw haar voordroeg voor het ECHO Rising Stars-programma (2021/2022).
In 2020 kreeg ze de Nederlandse Muziekprijs en in 2022 een Borletti-Buitoni Trust Fellowship. Haar blokfluiten zijn gebouwd door Seiji Hirao, Frederick Morgan, Stephan Blezinger en anderen. Het vorige optreden in de was in oktober 2025 in de serie Close-up, in de week waarin ze ook met het Concertgebouworkest en Maxim Emelyanychev het voor haar gecomponeerde Vents et lyres van Lotta Wennäkoski in wereldpremière bracht.
Cecilia Bernardini, viool
Cecilia Bernardini studeerde aan het Conservatorium van Amsterdam bij Jan Repko, Vesko Eschkenazy en Ilya Grubert en vervolgde haar opleiding aan de Guildhall School of Music and Drama in Londen bij David Takeno.
Lessen bij Rachel Podger en Lucy van Dael wekten haar interesse in de historische uitvoeringspraktijk, en de Nederlands-Italiaanse bespeelt dan ook zowel de moderne viool als de viool. Ze was in de afgelopen jaren in verschillende constellaties te gast in tal van bekende Europese concertzalen, waaronder het Konzerthaus Berlin, de Londense Wigmore Hall, de Musikverein in Wenen en Het Concertgebouw.
Naast het spelen van werk uit het verleden wijdt de violiste zich graag aan hedendaags repertoire. Zo verzorgde ze in 2010 de wereldpremière van Philip Glass’ Dubbelconcert, samen met celliste Maartje-Maria den Herder bij het Residentie Orkest. Naast haar engagementen als soliste is Cecilia Bernardini ook veelgevraagd als concertmeester, bijvoorbeeld bij Holland Baroque, de Nederlandse Bachvereniging, Camerata Salzburg, The King’s Consort en het Bach Collegium Japan.
Sinds 2012 geeft Cecilia Bernardini bovendien leiding aan het Dunedin Consort. Met dit ensemble, dat is gevestigd in Edinburgh, treedt ze ook op als solist. Op het kamermuziekpodium speelt Cecilia Bernardini regelmatig samen met haar vader, de hoboïst Alfredo Bernardini.
LUDWIG, ensemble
LUDWIG is een in 2012 opgericht collectief dat zich kan manifesteren van instrumentaal solist via klein ensemble tot groot orkest. Kenmerkend zijn een ondernemende geest en een brede maatschappelijke blik. LUDWIG ontleent inspiratie aan zijn artistieke geestesvader Ludwig van Beethoven, cultureel entrepeneur avant la lettre.
Artistiek leider Peppie Wiersma koppelt componisten uit verschillende periodes, stijlen en achtergronden aan elkaar en legt graag connecties met andere muziek- en kunstgenres. LUDWIG heeft een nauwe samenwerking met /sopraan Barbara Hannigan. Hun eerste gezamenlijke album Crazy Girl Crazy werd in 2018 bekroond met een Grammy en in 2020 opgevolgd door La Passione (met werken van Nono, Haydn en Grisey), dat een Record Academy Award won in de categorie Contemporary Music.
Met ‘LUDWIG and the Brain’ sluiten de musici aan op actueel wetenschappelijk onderzoek naar het effect van muziek op het welzijn van bijvoorbeeld dementen en mensen met chronische pijn. In ‘LUDWIG and the World’ gebruikt het ensemble zijn creatieve krachten om verbinding te maken met de wereld waarin we leven. Dit resulteerde in een aantal WaterWalks, programma’s over de staat van onze rivieren.
In Het Concertgebouw maakte LUDWIG zijn debuut in Het Zondagochtend Concert van 6 oktober 2013 en keerde het in de Eigen Programmering onder meer terug in mei 2019 met een concertante The Rake’s Progress van Stravinsky onder leiding van Barbara Hannigan en in december 2019 met een -programma m blokfluitiste Lucie Horsch.





