Het Middagconcert: Dudok Quartet Amsterdam

Dudok Quartet Amsterdam
Judith van Driel viool
Marleen Wester viool
Marie-Louise de Jong altviool
David Faber cello

Dit concert maakt deel uit van de serie Het Middagconcert.

Johannes Brahms (1833-1897)

Eerste strijkkwartet in c kl.t., op. 51 (1865-73)
Allegro
Romanza: Poco adagio
Allegretto molto moderato e comodo
Allegro

Joseph Haydn (1732-1809)

Strijkkwartet in g kl.t., op. 20 nr. 3 (1771-72)
Allegro con spirito
Menuet: Allegretto & Trio
Poco adagio
Allegro molto

er is geen pauze
einde ± 15.15 uur

Toelichting

Johannes Brahms 1833-1897

Brahms: Eerste strijkkwartet

Door Henriëtte Sanders

Aan Brahms’ strijkkwartetten 51 waren intensieve studies in en zo’n twintig pogingen tot het componeren van een geslaagd strijkkwartet voorafgegaan. Johannes Brahms voltooide de twee kwartetten in Tutzing (bij München) tijdens zijn gebruikelijke zomerse afwezigheid uit Wenen.

Hij droeg ze op aan de vermaarde chirurg Theodor Billroth, met wie hij sinds 1866 nauw bevriend was. Billroth was een zeer begaafd amateurviolist aan wie Brahms geregeld composities ter beoordeling voorlegde.

In de controverse tussen de progressieve richting (Liszt en Wagner), en de klassiek georiënteerde richting in de was Billroth aanhanger van de klassieke, die te vinden was in de genres van de : symfonieën en kamermuziek.

Als componist van deze genres gold Brahms – weliswaar – als grote representant van de traditionele muzikale vormen, maar hij was geen anti-Wagneriaan, zoals Billroth.

Het Eerste strijkkwartet in c klein vertoont invloeden van Beethovens Razoemovski-kwartetten ( 59 uit 1806). Het eerste deel, , heeft een wijd uitwaaierend beginmotief, dat gevolgd wordt door een contrasterend antwoord. In het beginmotief speelt toonherhaling een opvallende rol. Naarmate het Allegro zich ontwikkelt, treden uit begeleidende en verbindingsfiguren snellere motieven steeds meer op de voorgrond, die zich met toonherhalingen in voornamelijk secunden voortbewegen.

Overeenkomstig de negentiende-eeuwse neiging om de verschillende delen van een compositie motivisch met elkaar te verbinden, blijven voor de volgende delen van het kwartet varianten van deze toonherhalingsfiguren als voornaamste bouwstenen fungeren. Zo ook in het tweede deel, Romanza, dat enerzijds het voor de romance typerende ­achtige karakter heeft, maar anderzijds een somber middendeel (in ).

Het traditioneel luchthartiger derde deel van het Eerste strijkkwartet krijgt gestalte in een ietwat melancholiek Alle­gretto molto moderato e comodo, opgebouwd uit – alweer – varianten van de toonherhalingsfiguren. Van dit Allegretto is het , ‘un poco piú animato’, zoals gebruikelijk, anders van aard, hier door en een folkloristisch aandoende met grote len en begeleiding. Het slotgedeelte ervan bezit, verrassend, getokkelde ’s.

Zeer bewogen is het laatste deel van het strijkkwartet, Allegro, waarvan de ’s afgeleid zijn van die van het eerste deel.

Joseph Haydn 1732-1809

Haydn: Strijkkwartet

Door Lies Wiersema

De zes kwartetten van 20 overtroffen alle exemplaren die Joseph Haydn tot dan toe geschreven had. In deze meesterwerken, een mijlpaal in de vroege geschiedenis van het strijkkwartet, had hij een rijpere kwartetstijl gevonden met meer gelijkwaardigheid tussen de stemmen. En hij ging experimenteren.

De lichtvoetige rococostijl uit voorgaande jaren beviel niet meer, en misschien aangestoken door de literaire Sturm und Drang-beweging waagde Haydn zich aan een meer emotionele muzikale taal met meer dramatische expressie, meer vrijheden, veel contrasten binnen de delen en een belangrijker rol voor de .

Nummer drie geldt als het meest opmerkelijke van de zes kwartetten.

Tegendraadsheid kleurt het excentrieke eerste deel. Dit con spirito is een verhaal met interrupties. Het openingsthema heeft een onregel­matige zinsbouw. Er zijn abrupte pauzes. Plotselinge unisono’s onderbreken nogal eens de motieven. De toon is soms overhaast en de dynamische contrasten zijn nu en dan zo extreem dat het hilarisch wordt.

In plaats van een langzaam deel laat Haydn een volgen, geen vrolijke dans, zelfs helemaal geen dansmuziek, maar met zijn uitdrukkelijke karakter een melancholisch intermezzo.

Het langzame derde deel begint met een lange hymneachtige van de eerste viool en mondt uit in een e conversatie tussen eerste viool en .

Ook de finale heeft Sturm und Drang-elementen: een met veel temperament ingezette melodie wordt opgebroken en over verschillende stemmen verdeeld. Er vallen regelmatig plotselinge stiltes, soms geestig, soms dramatisch. Het einde verdampt verrassend in een pianissimo.

Biografie

Dudok Quartet Amsterdam, kwartet

Het Dudok Quartet Amsterdam studeerde bij het Alban Berg Quartett aan de Musikhoch­schule in Keulen en bij Marc Danel aan de Nederlandse Strijkkwartet Academie. In 2014 kreeg het de Kersjes­prijs en in 2018 een Borletti-Buitoni Trust Award, en het was prijswinnaar van de concoursen van Weimar en Bordeaux.

In de debuteerde het kwartet in juni 2008 in een Lunchconcert en was het op 28 december 2025 voor het laatst te gast samen met pianist Hannes ­Minnaar in Het Zondagochtend Concert.

De nieuwsgierigheid van de musici reikt zowel naar het verleden als de toekomst; ze spelen muziek van vóór 1900 met historisch verantwoorde instrumenten en strijkstokken, arrangeren jazz, folk, vocale werken en klaviermuziek en werken samen met componisten als Joey ­Roukens, Bushra El-Turk, Celia Swart, Peter Vigh, Max Knigge en Theo Loevendie (Tweede strijkkwartet, 2022).

Onder meer bij de wereldpremière van Only the Sound Remains (De Nationale Op­era, 2016) werkte het Dudok Quartet Amsterdam met Kaija Saariaho, en muziek van haar en Sjostakovitsj staat op de nieuwste cd Terra Memoria.

De strijkers hebben hun eigen podcast Muziek­verhalen, richtten in 2024 met de Dudok Muziekdagen hun eigen festival op in Kampen en tourden eerder dit seizoen door het Verenigd Koninkrijk, de ­Verenigde Staten en Schotland. Ze spelen op violen van Francesco Goffriller (1725) en Vincenzo Panormo (1810), een van Jean Baptiste Lefèbvre (1767) en een van Hendrik Jacobs (1700). Naamgever van het ensemble is architect en muziekliefhebber Willem Marinus Dudok (1884-1974): ‘Ik voel diep de gemeenschappelijke basis van de muziek en de architectuur: ze ontlenen immers beide haar waarde aan de juiste maatverhoudingen.’