Het Middagconcert: Daniel Rowland en vrienden in Brahms’ Pianokwartet nr. 3
Nino Gvetadze piano
Daniel Rowland viool
Rachel Roberts altviool
Maja Bogdanović cello
Dit concert maakt deel uit van de serie Het Middagconcert.
Lees ook: De koffer van violist Daniel Rowland
Joseph Haydn (1732-1809)
Pianotrio in G gr.t., Hob. XV: 25 (1795)
Andante
Poco adagio: Cantabile
Rondo all’ongarese: Presto
Gustav Mahler (1860-1911)
Pianokwartet in a kl.t. (1876)
Johannes Brahms (1833-1897)
Pianokwartet nr. 3 in c kl.t., op. 60 (1855-75)
Allegro ma non troppo
Scherzo: Allegro
Andante
Finale: Allegro comodo
er is geen pauze
het concert duurt ongeveer een uur
Toelichting
Joseph Haydn (1732-1809)
Haydn: Pianotrio in G groot
Door Lies Wiersema
Ultieme kamermuziek, even verfijnd als het strijkkwartet maar later tot ontwikkeling gekomen: zo wordt het wel getypeerd. Sinds Wolfgang Amadeus Mozart het oude model, waarin een e pianopartij wordt begeleid door twee strijkers, wist om te toveren tot het ons bekende genre waarin alle partijen even belangrijk zijn, steeg de populariteit ervan. Haydn hield zich lang aan het oude type pianotrio – met de piano in de hoofdrol – maar in zijn laatste creatieve periode worden zijn ’s mede onder invloed van Mozart complexer; zij het dat de piano blijft domineren en de vaak de linkerhand van de piano verdubbelt. Tot die laatste periode behoort ook een van Haydns meest geliefde exemplaren, het Pianotrio in G groot. Het werd geschreven aan het eind van zijn tweede bezoek aan Londen en kreeg de bijnaam ‘Zigeunertrio’. In het openingsdeel, bestaande uit een tweedelig met vier variaties, wisselen piano en viool van rol. Zo is in de derde variatie de viool de prima donna en de piano de begeleider. Ook in het tweede deel treedt de viool meer naar voren, nu met een fraaie , overgenomen van de piano. Het all’ongarese dankt zijn bijnaam aan de zigeunermuziek in het middendeel. Haydn was speciaal geïnteresseerd in Hongaarse zigeunermuziek, wat ongetwijfeld te maken had met zijn functie als kapelmeester aan het Eszterháza-slot in Hongarije, waar af en toe een zigeunergroep speelde. Haydn droeg dit pianotrio op aan zijn vriendin de amateurpianiste Rebecca Schroeter, die een behoorlijke vaardigheid gehad moet hebben om het zigeunerrondo met zijn briljante passages tot een goed einde te brengen.
Gustav Mahler (1860-1911)
Mahler: Pianokwartet
Door Lies Wiersema
Een pianokwartet van Gustav Mahler… het klinkt als een onverwachte combinatie. Toch schreef de componist tijdens zijn studie aan het Weens conservatorium vooral kamermuziek, zoals een pianokwartet waarvan hij alleen een eerste deel, Nicht zu schnell, voltooide en nog 24 maten schreef van een tweede deel, . Hij moet zestien of zeventien jaar geweest zijn. Behalve het pianokwartet is al zijn kamermuziek verloren gegaan of door de componist zelf vernietigd. Veel is raadselachtig m het kwartet, zoals de precieze compositiedatum, eerste uitvoering, mogelijke prijswinning en het ermee verbonden scherzo. Gezien de aanduiding 1. Satz boven het werk was een volledig kwartet hoogstwaarschijnlijk de bedoeling. Steeds weer op zoek naar een andere stijl maakte Mahler veel niet af in die tijd. Het pianokwartet vond hij het beste dat hij ‘aan het einde van de vier jaar aan het conservatorium had geschreven en dat veel bijval kreeg’, zo merkt hij twintig jaar later op in een gesprek met altviolist en vriendin Natalie BauerLechner. De a klein heeft voor Mahler een speciale betekenis: ‘het onbewuste anticiperen op dingen die komen gaan’. En dat zijn in deze toonsoort geen vrolijke gebeurtenissen. In de benadrukt Mahler de passie waarmee hij deze noten gespeeld wil hebben: ‘mit leidenschaft, sehr leidenschaftlich’ en ‘ungemein und leidenschaftlich’. De muziek is vervuld van gepassioneerde weemoed. Het kwartet begint rustig, met inleidende piano-en en een terugkerend brahmsachtig in de bas dat afwisselend door de verschillende strijkers wordt overgenomen. In allerlei varianten is het motief in de rest van het deel te horen, terwijl de stemming hartstochtelijker en orkestraler wordt met veel contrasten en tempowisselingen, naar een climax voerend. Na een ingetogen intermezzo en een reprise van het volgt onverwacht een ‘ungemein rubato und leidenschaftliche’ van de violist om ten slotte met melancholische berusting in bijna toonloze ’s (getokkelde tonen) te eindigen.
Johannes Brahms (1833-1897)
Brahms: Derde pianokwartet
Door Lies Wiersema
Ook Johannes Brahms was nog jong toen hij de eerste noten van zijn Pianokwartet in c klein schreef, maar hij voltooide het uiteindelijk pas twintig jaar later, in 1875, kort voordat Mahler aan het zijne begon. Een bescheiden jonge Brahms had in september 1853 de grote Robert Schumann bezocht en hem zijn composities getoond. Schumann was onder de indruk, schreef meteen een beroemd geworden artikel over het jonge genie en zo werd de ontmoeting met zijn artistieke idool voor Brahms een hoogtepunt. Vijf maanden later deed Schumann een zelfmoordpoging. Hij werd opgenomen en Brahms reisde naar Düsseldorf om het gezin te helpen, en… werd wanhopig verliefd op de veertien jaar oudere Clara Schumann. In die jaren van emotionele crisis begon hij aan het Pianokwartet in c klein. Dat het zo lang zou duren voor het af was, had onder meer te maken met de diepere persoonlijke betekenis van het werk, een betekenis die de componist pas veel later onthulde. In een brief over publicatie van de deed hij zijn uitgever een suggestie: ‘Op de titelpagina zou u een afbeelding kunnen zetten. Namelijk een hoofd – met daarop een pistool gericht. Nu kunt u zich een idee van de muziek vormen! Ik zal u daarvoor mijn foto toezenden!’ Brahms verwees hiermee naar Goethes Werther, die zelfmoord pleegt vanwege een onbeantwoorde liefde voor de vrouw van een vriend. Vooral de dramatische opening van het eerste deel zou goed passen bij de noodlottige afloop van Goethes roman. Het dalende heeft een tragische werking. In het woeste en hartstochtelijke vervolg overheerst een sombere sfeer. Evenveel onrust spreekt uit het met zijn geagiteerde stemming. Het met het prachtige door de gezongen is wel gezien als een liefdesverklaring, zij het met een onmiskenbaar tragische ondertoon. De sfeer in de Finale lijkt even wat hoopvoller te worden, zeker waar de piano tegen het einde een krachtige melodie inzet, maar tenslotte keert de oorspronkelijke donkere stemming terug. Voor Clara Schumann was dit het werk van een genie: ‘Steeds intenser wordend naar het einde toe beneemt het je de adem.’
Biografie
Nino Gvetadze, piano
Nino Gvetadze begon haar studie in haar geboorteplaats Tbilisi (Georgië) en studeerde in Nederland bij Paul Komen en Jan Wijn. Ze won in 2004 het YPF Pianoconcours en behaalde in 2008 de tweede prijs, de persprijs en de publieksprijs van de International Franz Liszt Piano Competition in Utrecht. Twee jaar later ontving ze een Borletti-Buitoni Trust Award.
s geeft de pianiste over de hele wereld en ze maakte diverse solo-cd’s. In december 2025 verscheen haar nieuwste album As You Like It, een ode aan de Georgische componisten Nodar Gabunia en Giya Kancheli. Nino Gvetadze werd uitgenodigd door onder meer het Mahler Chamber Orchestra, het Seoul Filharmonisch Orkest, Amsterdam Sinfonietta en vele Nederlandse en, en ze werkte met en als Yannick Nézet-Séguin en Klaus Mäkelä.
Naast haar podiumcarrière is Nino Gvetadze mede-oprichter en artistiek leider van het Naarden International Piano Festival en is ze sinds 2021 ook artistiek leider van het Delft Chamber Music Festival. Bovendien geeft ze les aan het conservatorium van Rotterdam. Haar vorige optredens in Het Concertgebouw waren in de een programma met het Groot Omroepkoor op zondagochtend 6 oktober 2024 en in diezelfde week in de een kamermuziekprogramma rondom celliste Harriet Krijgh.
Daniel Rowland, viool
Daniel Rowland werd geboren in Londen en kreeg op zijn vijfde verjaardag een viool. Hij groeide op tegenover de Stiftskerk in Weerselo, waar het door hem opgerichte Stiftfestival deze zomer voor de zeventiende keer plaatsvond.
Twaalf jaar lang was de violist primarius van het Brodsky Quartet, waarmee hij talloze optredens en opnamen verzorgde. Op de internationale concertpodia heeft hij zich gevestigd als avontuurlijke speler met een breed repertoire, en de afgelopen seizoenen speelde hij soloconcerten (Schumann, Korngold, Berg, Elgar, Glass, Lindberg) met en als Heinz Holliger, Jaap van Zweden, François-Xavier Roth, Lawrence Foster en Antony Hermus.
Daniel Rowland vormt duo’s met pianiste Natacha Kudritskaya en met celliste Maja Bogdanović.
Hij geeft les aan het Royal College of Music in Londen. Zelf had hij les van Davina van Wely, Herman Krebbers, Viktor Liberman, Igor Oistrakh en Ivry Gitlis en hij behaalde verschillende belangrijke prijzen waaronder de eerste prijs van het Oskar Back Concours 1995.
Zijn viool werd in 1796 in Cremona gebouwd door Lorenzo Storioni en zijn Maline-strijkstok heeft hij in bruikleen van het Nationaal Muziekinstrumentenfonds.
In Het Concertgebouw was Daniel Rowland geregeld te gast en afgelopen februari nam hij samen met Maja Bogdanović een Empty Concertgebouw Session op in een lege .
Rachel Roberts, altviool
Als solist en als kamermusicus reist Rachel Roberts langs de belangrijkste podia wereldwijd, waaronder Carnegie Hall in New York, de Toppan Hall in Tokio, de Wiener Musikverein en de Berliner Philharmonie. Ook op internationale festivals als de Wiener Festwochen en de Salzburger Festspiele was ze te gast.
Haar cd-opnames werden bekroond met onder meer een Diapason d’Or en een vermelding als ‘Chamber Choice’ in BBC Music Magazine. De altvioliste trad op met het Tetzlaff Quartett, het Dante String Quartet, het Fitzwilliam String Quartet en het Nash Ensemble, en nam twee albums op met pianist Lars Vogt.
Na een succesvolle samenwerking in 2018 in Wigmore Hall in Londen voegde Rachel Roberts zich recentelijk bij Christian Tetzlaff, Florian Donderer, Marie-Elisabeth Hecker en Tanja Tetzlaff voor opnames en concerten van Schuberts Strijkkwintet in C groot, D 956, in combinatie met Schuberts Schwanengesang door tenor Julian Prégardien en pianist Martin Helmchen.
Rachel Roberts geeft les aan de Guildhall School of Music and Drama in Londen, en geeft bovendien geregeld masterclasses door heel Europa en Azië.
In de van Het Concertgebouw was ze één keer eerder te beluisteren, in de zomerprogrammering van 2010.
Maja Bogdanović, cello
s en kamermuziek brachten Maja Bogdanović in Carnegie Hall in New York, de Tonhalle in Düsseldorf, de Salle Pleyel en de Salle Gaveau in Parijs en het Prinzregententheater in München en op festivals van Annecy tot Zeist.
Speciale aandacht heeft de celliste voor hedendaagse muziek: haar recente duo-album Pas de deux met violist Daniel Rowland bevat vijf wereldpremières en eerder bracht ze muziek in première van Sofia Goebaidoelina, Philip Sawyers, Nicolas Bacri, Eric Tanguy en anderen.
Haar samenwerking met Krzysztof Penderecki begon bij het Orchestre National des Pays de la Loire en werd vervolgd bij het Belgrado Philharmonisch Orkest, het Sloveens Philharmonisch Orkest en het Tonhalle Orchester Zürich.
Bij Penderecki’s tachtigste verjaardag trad ze op in Warschau met onder anderen Yuri Bashmet en Julian Rachlin. Maja Bogdanović was laureaat van onder meer de Aldo Parisot Competition, de Gaspar Cassado International Competition, het Rostropovich Concours in Paris en de International Jeunesses Musicales Competition in Belgrado.
Haar opleiding volgde ze aan het Conservatoire National Supérieur de Musique de Paris bij Michel Strauss, Itamar Golan en Pierre-Laurent Aimard en daarna in Berlijn bij Jens Peter Maintz, Bernard Greenhouse, Alban Gerhardt, YoungChang Cho en Heinrich Schiff.
Haar cello is voor haar gebouwd door Frank Ravatin.






