Herbert Blomstedt, Dvořák en Beethoven bij het Concertgebouworkest
Serie B 20.15 uur
Koninklijk Concertgebouworkest
Herbert Blomstedt dirigent
Tatjana Vassiljeva cello
Antonín Dvořák 1841-1904
Celloconcert in b kl.t. op. 104 (1894-95)
Allegro
Adagio ma non troppo
Finale: Allegro moderato
pauze
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Zevende symfonie in A gr.t., op. 92 (1811-12)
Poco sostenuto – Vivace
Allegretto
Presto – Assai meno presto
Allegro con brio
begin van de pauze ca. 20.55 uur
einde van het concert ca. 22.05 uur
Toelichting
Antonín Dvořák 1841-1904
celloconcert
tekst: Paul Janssen
Waar Ludwig van Beethoven de vorm van de klassieke symfonie definieerde aan het begin van de en meteen ook de speelruimte aangaf, was het vooral Antonín Dvořák die vriend en vijand leerde dat het raamwerk van de symfonie en in het verlengde daarvan het soloconcert zeer geschikt waren voor uitingen van nationalistische aard. Al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat er een verblijf in de Verenigde Staten voor nodig was om Dvořáks visie op nationale muziek tot volle wasdom te laten komen.
In 1892 accepteerde de componist na lang aarzelen een aanstelling als directeur van het National Conservatory of Music in New York. Hij zou er tot 1895 blijven. In die periode leerde hij niet alleen zijn Amerikaanse muziekstudenten waardering op te brengen voor de Amerikaanse volksmuziek, hij schreef ook een aantal belangwekkende waarlijk Tsjechische werken zoals het ‘Amerikaanse’ strijkkwartet, de Negende symfonie ‘Uit de Nieuwe Wereld’ en het concert.
In de jaren zestig van de negentiende eeuw had de componist al eens een poging tot een concert gewaagd. Die strandde op de overtuiging dat de cello geen geschikt solo-instrument was. Pas toen Dvořák het Celloconcert van zijn collega Victor Herbert aan het New Yorkse conservatorium hoorde, vond hij de moed om een oude belofte aan zijn goede vriend en cellist van het Boheems Strijkkwartet Hanus Wihan in te lossen. Dankzij de invloed van Herbert vond Dvořák ook het lef om een veel groter orkestapparaat te gebruiken dan voorheen in zijn concerten en ook veel symfonischer te schrijven.
Dit enigszins tot teleurstelling van Wihan. De cellist stelde zelfs voor om het laatste deel te wijzigen en er een lijvige aan toe te voegen. Dvořák veranderde de finale inderdaad, maar dat had meer te maken met een emotionele reden dan met het verzoek van Wihan. Bij terugkeer in zijn vaderland vond hij zijn jeugdliefde en schoonzuster Josefina Kounicovà stervende. Nadat zij overleden was voegde Dvořák aan de finale een citaat toe uit zijn Lasst mich allein, 82 nr. 1 dat ook al in het tweede deel langskomt. Het was het lievelingslied van Kounicovà.
Los van dit citaat zijn het vooral de e ’s waarmee Dvořák zijn afkomst verraadt. Zonder de Tsjechische folklore letterlijk te citeren, gloeit de Boheemse nostalgie door de noten, vooral in het prachtige thema van het eerste deel en in het langzame tweede deel.
Hoewel Wihan niet zo gelukkig was met zijn solistische aandeel, bleven de beide heren op goede voet. Het had ook louter met conflicterende agenda’s te maken dat niet Wihan maar Leo Stern in maart 1896 de première van het Celloconcert in Londen verzorgde. Wihan gaf de eerste van zijn vele uitvoeringen van dit concert pas in 1899 in Amsterdam. Willem Mengelberg was bij die gelegenheid de die het Concertgebouworkest door de noten leidde.
Ludwig van Beethoven 1770-1827
zevende symfonie
tekst: Paul Janssen
Voor Ludwig van Beethoven was componeren niet alleen een passie, het was ook vaak een kwelling. Wat dat aangaat zijn de schetsboeken van de componist inmiddels beroemd en berucht. In veel van zijn werken was hij letterlijk op zoek naar de juiste voortgang, het krachtigste en tegenthema, de beste harmonische verrassing en de meest aansprekende oplossing.
De ontstaansgeschiedenis van zijn symfonieën is er doorlopend een van schrijven, schrappen, veranderen en weer verwerpen. Alleen met de uitzonderlijke Zevende symfonie viel dit wel mee. De componist noemde het werk zelf ‘een van de gelukkigste producten van mijn matige talenten’.
Beethoven begon aan de symfonie in de zomer van 1811 en voltooide deze bijna een jaar later. Ze beleefde haar eerste uitvoering tijdens een benefietconcert op 8 december 1813 in Wenen voor de Oostenrijkse soldaten die in de Slag bij Hanau tegen Napoleon gewond waren geraakt. Ook de première van Beethovens mfantelijke orkestwerk Wellingtons Sieg stond op het programma.
De Zevende symfonie bleek vooral voor de violisten van het gelegenheidsorkest met veel beroemde musici, waaronder componist en violist Ludwig Spohr, een lastig werk. Men klaagde zelfs dat gedeelten onuitvoerbaar zouden zijn. Beethoven, die zelf dirigeerde – zijn laatste officiële optreden in het openbaar; daarna maakte zijn doofheid het dirigeren onmogelijk – verzocht de violisten de mee naar huis te nemen en flink te oefenen. Een ongehoord advies voor die tijd.
Het hielp in elk geval wel. Want hoewel Wellingtons Sieg, mede ingegeven door politieke sentimenten, het meeste enthousiasme genereerde, bleef de Zevende symfonie niet veel achter. Het wonderschone tweede deel moest zelfs gebisseerd worden om het publiek tevreden te stellen.
Dit tweede deel, Allegretto, is inderdaad een hoogstandje van variatiekunst op melodisch en vooral ritmisch gebied. Want het is met name het waarmee Beethoven in deze symfonie speelt. ‘Een apotheose van de dans’, noemde Richard Wagner de symfonie treffend.
Vooral in het en de finale betreedt de componist ritmisch en harmonisch verafgelegen terreinen, wat de bezoeker in 1813 zal hebben doen duizelen. In antwoord op het beklag van diverse critici dat Beethoven dronken moet zijn geweest toen hij de bij vlagen bacchantische finale van de Zevende symfonie schreef, meldde Beethoven-biograaf Romain-Rolland: ‘Het is inderdaad het werk van een vergiftigd man, maar wel van een man vergiftigd met genie en poëzie.’
Biografie
Herbert Blomstedt, dirigent
Herbert Blomstedt, geboren in de Verenigde Staten, studeerde in Stockholm en Uppsala en volgde lessen orkestdirectie aan de Juilliard School of Music in New York. In Darmstadt bekwaamde hij zich in de moderne muziek en aan de Schola Cantorum Basiliensis in de oude muziek.
Ook werkte hij met Igor Markevich in Salzburg en met Leonard Bernstein in Tanglewood. In 1954 debuteerde Herbert Blomstedt bij het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Stockholm. Hij stond aan het roer van verschillende Scandinavische orkesten, de Staatskapelle Dresden, het NDR Sinfonieorchester en de San Francisco Symphony.
Van 1998 tot 2005 was hij chef- van het Gewandhausorchester Leipzig. Onder zijn vele cd-opnamen worden die van de volledige symfonieën van Sibelius en Nielsen in het bijzonder geroemd. Ook wordt hij als een van de belangrijkste interpreten van de muziek van Mendelssohn, Brahms en Bruckner beschouwd. In januari 2018 ontving hij de International Classical Music Award voor zijn cd-opnamen van alle Beethoven-symfonieën.
Herbert Blomstedt kreeg verschillende eredoctoraten en is lid van de Koninklijke Zweedse Muziekacademie. In 2003 ontving hij in Duitsland het Grosses Bundesverdienstkreuz. Zijn negentigste verjaardag in juli 2017 werd gevierd met een boek, diverse cd- en dvd-uitgaven en een internationale tournee met 90 concerten. Al sinds 1983 staat Herbert Blomstedt zeer geregeld voor het Concertgebouworkest, de laatste keer in januari 2019 met werken van Brahms en Mendelssohn.
Tatjana Vassiljeva-Monnier, cello
Tatjana Vassiljeva-Monnier is eerste solocelliste bij het Concertgebouworkest sinds augustus 2014. Ze studeerde in haar geboortestad Novosibirsk en in Moskou, waarna ze in 1994 naar München verhuisde om aan de Musikhochschule bij Walter Nothas te studeren. Ze vervolgde haar studie aan de Musikhochschule Berlin bij David Geringas.
Tatjana Vassiljeva-Monnier won onder meer het Rostropovitsj-concours in 2001 en soleerde met orkesten als het London Symphony Orchestra, het NHK Symphony Orchestra, de Münchner Philharmoniker, het Orchestre de Paris, het Sint-Petersburg Filharmonisch Orkest, het Tonhalle-Orchester Zürich, het Orchestre de la Suisse Romande en het New Japan Philharmonic Orchestra.
De celliste bracht talloze nieuwe werken in première. Met Krzysztof Penderecki werkte ze meerdere malen samen; ze bracht de gereviseerde versie van zijn Largo in première en nam zijn Tweede celloconcert op met het Filharmonisch Orkest van Warschau. Voor haar discografie won Tatjana Vassiljeva-Monnier diverse prijzen, zoals een Diapason d’Or voor een cd met hedendaagse werken en een CHOC voor haar opname van Bachs s.
Met enkele strijkers van de Berliner Philharmoniker richtte ze in 2007 het Philharmonisches Streichquintett Berlin op, waarmee ze tournees door Europa en Azië ondernam. Sinds 2023 geeft ze les aan de Hochschule für Musik Karlsruhe. Tatjana Vassiljeva-Monnier bespeelt een cello van Matteo Goffriller uit 1690, die door de Willem Mengelberg Stiftung aan haar in bruikleen is verstrekt via de Foundation Concertgebouworkest.
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest


