Hemelbestormers: Feride Büyükdenktas en Julius Drake
Feride Büyükdenktas mezzosopraan
Julius Drake piano
Dit concert maakt deel uit van de serie Hemelbestormers.
Met dank aan de begunstigers van het Fonds Hemelbestormers.
Zangteksten zijn verkrijgbaar aan de zaal.
Franz Schubert (1797-1828)
Willkommen und Abschied,
D 767 (1822)
Der Wanderer an den Mond,
D 870 (1826)
Suleika I, D 720 (1821)
Dass sie hier gewesen,
D 775 (1823)
Der Tod und das Mädchen,
D 531 (1817)
Nazife Güran (1921-1993)
Trap (Merdiven)
Mijn droomtuin (Hayalimdeki bahçe)
Nachtzee (Gece deniz)
Franz Schubert
Abendstern, D 806 (1824)
Drang in die Ferne, D 770 (1823)
pauze ± 20.55 uur
Robert Schumann (1810-1856)
Dichterliebe, op. 48 (1840)
Im wunderschönen Monat Mai
Aus meinen Tränen spriessen
Die Rose, die Lilie, die Taube,
die Sonne
Wenn ich in deine Augen seh’
Ich will meine Seele tauchen
Im Rhein, im heiligen Strome
Ich grolle nicht
Und wüssten’s die Blumen
Das ist ein Flöten und Geigen
Hör ich das Liedchen klingen
Ein Jüngling liebt ein Mädchen
Am leuchtenden Sommermorgen
Ich hab’ im Traum geweinet
Allnächtlich im Traume seh’ ich
dich
Aus alten Märchen
Die alten bösen Lieder
einde ± 21.55 uur
Toelichting
Franz Schubert (1797-1828)
Liederen
Door Paul Janssen
Het leek er in eerste instantie niet op dat Schubert de grote man achter het Duitstalige zou worden. Het merendeel van zijn ruim zeshonderd liederen werd pas na zijn dood ontdekt en uitgegeven. Toen werd duidelijk dat het werk van deze muzikale chroniqueur van de vroege negentiende eeuw briljant en over de hele linie opmerkelijk constant van kwaliteit is.
Dat blijkt ook uit Wilkommen und Abschied, naar een gedicht dat Johann Wolfgang von Goethe schreef naar aanleiding van zijn kortstondige relatie met de domineesdochter Friederike Brion. Waar het gedicht een enkel nachtelijk bezoek en het afscheid in de ochtend beschrijft, weet Schubert dankzij de galopbegeleiding het idee te geven van een doorgaande reis, alsof de geliefde slechts een van de veroveringen op het pad van de reiziger is.
Ook Der Wanderer an den Mond, waarin een ‘zwerver’ – een reiziger – zijn bestaan vergelijkt met de maan, zit vol harmonische en melodische subtiliteiten. Neem alleen al de eerste twee nagenoeg identieke strofes. De eerste eindigt met een vraag, waarbij de omhoog gaat, de tweede strofe met een soort antwoord: daar gaat de melodie aan het eind omlaag.
Schubert weet meesterlijk met , melodie en sfeer te spelen. Neem de tegenstelling tussen de jachtige melodie van het meisje en de statige rust van de dood in Der Tod und das Mädchen. Of de overgangen van naar in Suleika I en Drang in die Ferne, de zoekende harmonieën in Abendstern en Dass sie hier gewesen. Mini-’s zijn het, waarin de emotie achter de tekst een muzikaal equivalent krijgt.
Nazife Güran (1921-1993)
Liederen
Door Paul Janssen
De Turkse componiste en pianiste Nazife Güran groeide op in de tijd dat het Ottomaanse rijk ten einde liep en de Republiek Turkije gevestigd werd. De positie van de vrouw werd steeds verder gereduceerd tot de rol van huisvrouw en dienares van haar echtgenoot. Ruimte voor een eigen carrière was er nauwelijks. Dankzij het feit dat haar vader als diplomaat de wereld over reisde kon Nazife Güran toch een goede muziekopleiding volgen: ze studeerde piano en compositie aan de Hochschüle für Musik in Berlijn.
‘Het debussiaanse Gece deniz sluit mooi aan bij het thema van Schuberts Abendstern’
Hoewel ze na haar huwelijk ook nog enige tijd in Keulen studeerde, werden de huishoudelijke taken en het moederschap, gecombineerd met het geven van muzieklessen in het basis- en middelbaar onderwijs, zo’n grote last dat ze naar eigen zeggen nauwelijks aan componeren toekwam. En dat is jammer. Want haar overgeleverde werken tonen een groot begrip voor het romantische . In haar liederen vermengt ze haar kennis van de Duits-Oostenrijkse en de Franse liedtraditie met invloeden uit de Turkse muziek.
Net als Schubert speelt ze in haar liederen met sfeer en . Zo is in Hayalimdeki bahce het contrast tussen het eerste couplet, waarin de kale bergketens symbool staan voor de huidige levenssituatie, en de sfeer van de ‘droomtuin’, het verlangen naar een betere plek of zelfs de dood, opmerkelijk. En het debussiaanse Gece deniz, met als ultieme boodschap dat we allemaal mensen onder dezelfde sterrenhemel zijn, sluit mooi aan bij het thema van Schuberts Abendstern.
Robert Schumann (1810-1856)
Dichterliebe
Door Paul Janssen
Robert Schumann is ongetwijfeld de belangrijkste pleitbezorger geweest van Heinrich Heine (1797-1856) en diens Buch der er. Niet alleen componeerde hij vele afzonderlijke liederen op teksten uit deze publicatie, ook bundelde hij zestien liederen in de cyclus Dichterliebe waarvan de teksten afkomstig zijn uit het es Intermezzo, een cyclus van 66 gedichten binnen het Buch der Lieder die op alle mogelijke wijzen de emoties belicht van iemand die door zijn geliefde in de steek gelaten is.
Hoewel Heine in deze gedichten al zijn ironische natuur boven laat komen en wraak en pijn minstens zo belangrijk acht als liefde en vergeving, weet Schumann door een herschikking van de gekozen gedichten een compleet verhaal te vertellen van angst, afschuw, woede en uiteindelijk, ondanks de nog steeds aanwezige bitterheid, berusting en vergeving.
Schumann schreef deze eerste cyclus met een impliciet verhaal in zijn ‘liederenjaar’ 1840, het jaar van zijn huwelijk met Clara Wieck. In het begin van dat jaar schreef hij al Myrthen en Liederkreis op teksten van Heine en in mei voltooide hij in negen dagen tijd de oorspronkelijk twintig liederen die Dichterliebe vormen. Bij de eerste publicatie in 1844 verwijderde hij er vier die hij als afzonderlijke liederen uitbracht. De zestien die overbleven zijn door melodische en harmonische ’s met elkaar verbonden. De piano-epiloog van Die alten bösen Lieder, een vondst van de hoogste orde, geeft een krachtige vorm van finaliteit aan deze cyclus waarin Schumann zich niet alleen laat kennen als een briljant miniaturist, maar ook als een groot interpreet van de gelaagde teksten van Heine.
Franz Schubert, de belangrijkste grondlegger van het romantische Duitstalige , is een grote inspiratiebron geweest voor Feride Büyükdenktas. De ontdekking van Schuberts werk bracht haar niet alleen dichter bij het vinden van haar stem en de klassieke zangtechniek, het ‘gaf ook vervulling. Technisch, maar ook emotioneel.’ In dit programma mogen Schuberts liederen daarom niet ontbreken.
Robert Schumann, die de fakkel van Schubert overnam, is vertegenwoordigd met zijn meesterlijke Dichterliebe, een cyclus over ‘de puurheid van liefde, maar ook de duistere kanten ervan’. De Turkse achtergrond van Büyükdenktas wordt vertegenwoordigd door de zelfs in eigen land nauwelijks bekende Nazife Güran. Zij ging voor haar liederen, waarin ook de Turkse volksmuziek een rol speelt, te rade bij de klassieke liedvormen van Schubert en Schumann.
Biografie
Feride Büyükdenktas, mezzosopraan
De Turkse mezzosopraan Feride Büyükdenktas won de belangrijkste zangconcoursen in haar geboorteland. Om haar carrière ook internationaal te ontwikkelen nam ze les aan de Kunstuniversität Graz bij Ulf Bästlein en Holger Falk.
Ze stond op de podia van Stuttgart, Klagenfurt en Graz; ook werd ze geëngageerd door de Staatsopera van Istanbul.
Ze vertolkte rollen als Cherubino in Mozarts Le nozze di Figaro, Annio in Mozarts La clemenza di Tito en Bradamante in Händels Alcina. Daarbij werkte ze samen met en als Keri-Lynn Wilson, Andrés Orozco-Estrada, Christoph Eschenbach en Helmuth Rilling. Feride Büyükdenktas heeft een grote liefde voor het Duitse .
Ze nam deel aan masterclasses bij gerenommeerde liedzangers als Brigitte Fassbaender , Roberta Alexander en Christoph Prégardien. Haar vaste partners zijn Julius Drake en Charles Spencer. Ze trad onder meer op in het Konzerthaus Wien; in Schleswig-Holstein won ze de Nordfriesische Liedpreis.
Met Julius Drake debuteerde ze in december 2022 in de .
Julius Drake, piano
Julius Drake geniet een internationale reputatie als een van de beste begeleiders. De Britse pianist werkt samen met vele vooraanstaande zangers, zowel op het podium als in de opnamestudio.
Zijn passie voor het lied leidde tot diverse uitnodigingen om liedseries samen te stellen, onder andere voor Het Concertgebouw, de Londense Wigmore Hall en de BBC.
In de historische Middle Temple Hall in Londen organiseert hij een jaarlijkse reeks, Julius Drake and Friends. Daaraan werken uitstekende vocalisten mee, onder wie Sir Thomas Allen, Véronique Gens, Simon Keenlyside en Felicity Lott.
Julius Drake maakte vele opnamen, onder anderen met Gerard Finley, Ian Bostridge en Christianne Stotijn. Hij werd opgeleid aan de Purcell School en het Royal College of Music in Londen.
Tegenwoordig doceert hij zelf piano/zangbegeleiding aan de Kunstuniversität Graz in Oostenrijk. In december 2022 kreeg Julius Drake de Concertgebouwpenning.

