Hemelbestormers: An Evening with the Benjamin Britten Fellows
Nikola Avramovic piano
Martin James Bartlett piano
Dinara Klinton piano
Arina Lazgiian piano
Alexander Ullman piano
Dit concert wordt mede mogelijk gemaakt door de Philip Loubser Foundation.
Met dank aan de begunstigers van het Fonds Hemelbestormers.
Sergej Prokofjev (1891-1953)
Sonate nr. 3 in a kl.t., op. 28 (1917)
Allegro tempestuoso – Moderato – Allegro tempestuoso – Più animato – Allegro
Dinara Klinton
Joseph Haydn (1732-1809)
Sonate in G gr.t., Hob. XVI: 40 (1784)
Allegretto e innocente
Presto
Alexander Ullman
Johannes Brahms (1833-1897)
Hongaarse dans nr. 11 in d kl.t.: Poco andante
uit ‘21 Hongaarse dansen’, WoO 1 (1858-79)
Nikola Avramovic
Béla Bartók (1881-1945)
Roemeense dans nr. 1: Allegro vivace
uit ‘Twee Roemeense dansen’, op. 8a (1909-10)
Nikola Avramovic
Serge Rachmaninoff (1873-1943)
Prelude nr. 10 in b kl.t.: Lento
uit ‘Dertien preludes’, op. 32 (1910)
Arina Lazgiian
Georges Bizet 1838-1875/Vladimir Horowitz 1903-1989
Carmen Variations (1926)
Arina Lazgiian
Robert Schumann 1810-1856/ Franz Liszt 1811-1886
Widmung (Liebeslied), S. 566 (1840-45)
Martin James Bartlett
Franz Schubert 1797-1828
Impromptu in Ges gr.t.
uit ‘Vier impromptu’s’, D 899 (1827)
pauze ± 21.05 uur
Benjamin Britten (1913-1976)
Five Waltzes, op. 3 (1925)
Rather Fast and Nervous
Quick, with Wit
Dramatic
Rhythmic; not Fast
Variations. Quiet and Simple
Arina Lazgiian
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)
Sonate in D gr.t., KV 381 (1772)
voor piano vierhandig
Allegro
Andante
Allegro molto
Dinara Klinton en Nikola Avramovic
Franz Schubert (1797-1828)
Fantasie in f kl.t., D 940 (1828)
voor piano vierhandig
Allegro molto moderato – Largo –
Allegro vivace – Tempo I
Alexander Ullman en Martin James Bartlett
einde ± 22.15 uur
Toelichting
Hemelbestormers: Pianofeest
Door Mienke Knipscheer
Prokofjev: Derde sonate
Het revolutiejaar 1917, dat Rusland zoveel veranderingen bracht, was voor Sergej Prokofjev een van de meest productieve in zijn leven. Met zijn melodische inventiviteit, kruidige en en elementaire motoriek had hij de Russische muziek een eigentijdse impuls gegeven. Vanaf 1907 had hij zich beziggehouden met een paar pianosonates die onvoltooid waren gebleven. Nu zag hij dat er veel goeds in zijn schetsen school en werkte hij ze verder uit. Boven zijn derde en vierde pianosonate die hij in een recordtijd vervaardigde schreef de componist: ‘Uit oude notitieboekjes’.
De Derde in a klein bestaat slechts uit één deel, maar daarin wordt wel het schema snel-langzaam-snel afgewerkt – met een hamerende toccata in het hart van het eerste segment en een daarop aansluitend langzaam segment boordevol nostalgie.
Haydn: Sonate in G groot
Onder de handen van Joseph Haydn was de pianosonate uitgegroeid tot een volwassen genre. Zijn eerste proeven in die richting noemde hij nog : deze doen hun naam eer aan en zijn licht, open en opgewekt van toon. Die lichtheid laat Haydn, die zijn muziek in de loop der tijd steeds meer in de richting van de dramatische Sturm und Drang stuurde, terugkeren in de drie sonates die hij opdroeg aan Marie Esterházy. Deze prinses Von Liechtenstein was op 15 september 1784 getrouwd met de latere Nikolaus II Esterházy, Haydns broodheer. Uit de dynamische tekens die Haydn aan de sonates meegaf, blijkt dat Marie het Hammerklavier bespeelde en niet het aloude klavecimbel. ‘Allegretto e innocente’ schreef Haydn boven het eerste deel van de tweedelige Sonate in G groot. Dat had hij nog nooit eerder gedaan en zegt wellicht ook iets over de prinses zelf: ze was pas vijftien toen ze met Nikolaus trouwde.
Brahms: Elfde Hongaarse dans
De revoluties die in 1848 door West-Europa raasden, verdreven veel mensen van hun geboortegrond. Zo trok een stroom politieke vluchtelingen uit de Habsburgse dubbelmonarchie naar Hamburg, de havenstad van waaruit ze naar Amerika hoopten te gaan. Soms bleven ze daar hangen, zoals de Hongaarse violist Eduard Remény die een duo-verband aanging met de in Hamburg wonende Johannes Brahms. Via Remény leerde Brahms de Hongaarse zigeunermuziek kennen en er ontstond een passie die een leven lang zou duren.
In 1869 kwam Brahms’ eerste bundel Hongaarse dansen uit. Deze werden in korte tijd zo populair dat uitgever Simrock smeekte om een vervolg: in zijn geheel werden er vier delen gepubliceerd met in totaal 21 dansen. De meeste zijn arrangementen van bestaande muziek, maar de elfde is van Brahms zelf. Deze is atypisch, want hier is geen sprake van twee tegengestelde, elkaar afwisselende ideeën. Dit Poco is in één sfeer gehouden en ademt een en al melancholie. Je hoort de voor de zigeunermuziek zo karakteristieke parallelle tertsen en sexten, de vele voorslagen en die zo languissante lang-kort-ritmiek.
Bartók: Eerste Roemeense dans
Voor Béla Bartók, die heel goed wist wat authentieke boerenmuziek inhield, was het vanaf het begin duidelijk dat je Hongaarse muziek alleen kunt doorgronden als je ook bekend bent met de muziek uit de buurlanden. Daarom breidde hij al vrij snel zijn actieradius uit; allereerst naar Roemenië.
Zijn Twee Roemeense dansen zijn volgens Bartók compleet Roemeens qua karakter, hoewel ze niet teruggaan op bestaande volkswijsjes. Het materiaal van de eerste dans is van Bartók zelf: hij verrijkte zijn idioom hier met een specifieke Roemeense toonladderkern die zich beperkt tot het overmatige kwartinterval. Bovendien hanteert hij de techniek van de oneindige variatie. Aan het begin lijkt de aarde de muziek op te hoesten; even later zet Bartók riedels in - eigenlijk een zigeunerelement.
Rachmaninoff: Tiende prelude
In 1892 componeerde Serge Rachmaninoff zijn Prelude in cis klein, 3 nr. 2 die in minimum van tijd uitgroeide tot een wereldhit. In navolging van Frédéric Chopin besloot de laat-romanticus Rachmaninoff het aantal preludes uit te breiden tot 24; één in iedere toonaard. Zijn in 1903 gepubliceerde opus 23 bevat tien preludes en het zeven jaar later uitgegeven opus 32 telt er dertien.
Volgens zijn vriend Benno Moiseiwitsch hield Rachmaninoff zelf het meest van zijn Prelude nr. 10. Deze zou geïnspireerd zijn door een schilderij van Arnold Böcklin, De terugkeer. Het was ook Moiseiwitsch die beweerde dat het hier Rachmaninoffs heimwee naar Rusland betrof - hetgeen door de componist, die zijn vaderland in 1917 ontvluchtte, later werd bevestigd.
Bizet/Horowitz: Carmen Variations
De Parijse première (1875) van Georges Bizets Carmen was geen onverdeeld succes; het publiek had moeite met het indecente scenario. Maar in andere Europese steden raakten de toeschouwers meteen verliefd op Carmen. Begrippen als goed of kwaad leken op deze temperamentvolle dame niet van toepassing; ze is een natuurkracht. En nog een pre: het drama speelt zich af in Sevilla, binnen een Andalusische setting met een levendig straatleven en aangezwengeld door zigeunermuziek vol ritmische schwung.
De pianist Vladimir Horowitz nam voor zijn Carmen Variations, die hij vaak als toegift speelde, de zigeunerdans aan het begin van het tweede bedrijf als uitgangspunt. Hij vervaardigde verschillende versies, de ene nog briljanter dan de andere - net zoals Franz Liszt dat in het verleden had gedaan.
Schumann/Liszt: Widmung
Franz Liszt koesterde een grote bewondering voor de muziek van Robert Schumann, niet alleen voor zijn pianomuziek maar voor diens hele oeuvre. Hij bewerkte een stel van Schumanns eren voor piano, waaronder Widmung, het eerste nummer uit Schumanns zangcyclus Myrthen, 25. Widmung, naar een gedicht van Friedrich Rückert, was bedoeld voor Clara Wieck, de geliefde waarop Schumann zo lang had moeten wachten.
Schumann deed Clara zijn opus 25 cadeau op hun trouwdag. Volgens de overlevering zou de mirte, een groenblijvende plant met kleine witte bloemen, als geluksbrenger fungeren bij huwelijk en vruchtbaarheid. Liszt maakte geen , maar een vrij arrangement van Widmung. Hij breidde het lied uit van 44 naar 73 maten. De eerste zin wordt door de linkerhand herhaald en tegen het einde leefde Liszt zich uit in een virtuoze .
Britten: Five Waltzes
In het voorwoord bij zijn Five Waltzes schrijft Benjamin Britten dat hij als kind als een waanzinnige componeerde - in alle mogelijke genres. Tussen de jaren 1923 en 1925 vervaardigde hij tien en waaruit blijkt ‘dat hij maar een heel gewoon klein jongetje was; ze zijn allemaal behoorlijk kinderlijk’. Britten dacht echter wel dat ze van nut konden zijn voor de jonge of onervaren speler.
De Five Waltzes die Britten in 1970 selecteerde en waarvan de toonaarden op elkaar zijn afgestemd, tonen wel degelijk zijn talent. Ze bevatten alle een contrasterend middendeel en Britten boort vaak het lage register aan waardoor er een weldadige resonans ontstaat. De walsen zijn totaal verschillend van karakter; aan het begin van de derde wals laat Britten de muziek in een grote boog naar beneden tuimelen en nummer vier doet denken aan een kleine .
Mozart: Sonate in D groot
Wolfgang Amadeus Mozart was niet zo dol op muziek voor vier handen; hij beoefende het genre omdat het nu eenmaal moest: als (wonder)kind vormde hij immers samen met zijn zuster Nannerl een pianoduo. Deze Nannerl schreef in een uit 1800 daterende brief aan Breitkopf & Härtel dat haar broer veel muziek voor quatre mains had geschreven en dat die stukken nog allemaal in haar bezit waren. Helaas zijn deze alsnog verloren gegaan; dat geldt niet voor de in D groot, KV 381 die in 1783 door de Weense uitgeverij Artaria werd gepubliceerd. Deze relatief eenvoudige en transparante sonate doet eigenlijk denken aan een Italiaanse symfonie met afgebakende blazers- en strijkerssecties en solo’s die tegen een vol orkest worden afgezet. In het is er sprake van orkestrale effecten: de in de primo wordt twee octaven lager verdubbeld in de secundo, zodat de piano even verandert in een danwel .
Schubert: Fantasie in f klein
In zijn laatste levensjaar componeerde Franz Schubert de Fantasie in f klein, D 940, die tot het fraaiste behoort van wat er ooit voor piano vierhandig is geschreven. Het stuk wordt niet alleen gekenmerkt door een melodische en harmonische inventie van de hoogste orde, maar ook door een hechte constructie: de vier delen - zo verschillende qua concept en sfeer - lopen in elkaar over en worden aan elkaar geklonken via een continue, uniforme, langzame basispuls die onder het hele werk doorloopt.
Schubert zet in met een onnavolgbaar weemoedig dat meteen een hoger herhaald wordt - een bekend Schubertprocédé waarmee zowel lichtheid als intensiteit worden gegenereerd. Er klinkt een verrassende variant van dit hartbrekende thema, maar meteen daarna duikt er in de diepte een tweede gegeven op dat in het verlengde van dat hoofdthema ligt, maar duisterder is.
In het slotdeel van zijn Fantasie zal Schubert dit tweede gegeven aan een behandeling onderwerpen, waarmee hij D 940 boven zijn tijd uittilt. Datzelfde gebeurt in het Largo, dat Schubert optrekt in de stijl van de Franse ouverture met zijn grandeur en plechtige lang-kort-ritmiek. De pompeuze en wijken even voor een volkse frase, die al in het eerste deel opdook. Daarmee neemt Schubert een voorschot op het derde deel, een dat lang en lichtvoetig is; volks en van Hongaarse origine.
Schubert droeg zijn Fantasie op aan Karoline Esterházy, de kleine gravin die hij twee zomers lang muziekles had gegeven op het Hongaarse buitenverblijf van de familie. Het verhaal gaat dat, toen deze Karoline haar vroegere leraar later eens in Wenen tegenkwam, zij hem vroeg waarom hij niets aan haar had opgedragen. ‘Alles is sowieso voor u bedoeld’, zou Schubert geantwoord hebben.
De jonge topsolisten van vanavond worden alle vijf ondersteund vanuit het Royal College of Music Benjamin Britten Piano Fellowship. Deze hemelbestormers uit alle windstreken brengen muziek mee uit Wenen, Rusland, Hongarije en Frankrijk – én natuurlijk een werk van de naamgever van hun studiebeurs.
Biografie
Nikola Avramovic, piano
De Serviër Nikola Avramovic studeerde af aan de Academie der Kunsten in Belgrado en het Royal College of Music in Londen en volgde lessen en masterclasses bij Ninoslav Zivkovic, Ian Jones, Ashley Wass, Eliso Virsaladze, Wei-Yi Yang, Aleksandar Madzar, Janina Fialkowska en Sophia Gulyak.
Hij kreeg verschillende studiebeurzen, onder meer van Yamaha, en won eerste prijzen van onder meer de EPTA Competition en de Serbia Republic Competition.
Aan het Royal College of Music werd hij tweede op de Joan Chissell Schumann Piano Competition, en in zijn studietijd in Belgrado had hij ook al twee academieprijzen voor jong talent op zijn naam gezet. Nikola Avramovic trad op tijdens festivals in zijn vaderland, maar werd ook uitgenodigd door podia in Estland, Rusland, Portugal, Spanje, Polen, Duitsland, Italië, Slovenië, Macedonië, Tsjechië, Singapore, Japan en China.
In Londen was hij te beluisteren in Wigmore Hall, St John’s Smith Square en Steinway Hall.
De pianist geeft geregeld masterclasses in Europa en Azië en was juryvoorzitter van de Steinway Piano Competition in Changsha (China).
Martin James Bartlett, piano
Vorig seizoen heeft Martin James Bartlett zijn debuut gemaakt in de , in de serie Het Zondagochtend Concert. Hij was toen nog maar net afgestudeerd bij Vanessa Latarche aan het Royal College of Music.
In 2020 was hij de allereerste winnaar van de Virtu(al)oso Global Piano Competition in Cleveland en in 2018 won hij de tweede prijs en de publieksprijs van de Kissinger KlavierOlymp.
De pianist was in 2014 BBC Young Musician of the Year, wat onder meer leidde tot een uitnodiging van de BBC Proms 2015 voor Gershwins Rhapsody in Blue met het Royal Philharmonic Orchestra. Afgelopen voorjaar kreeg de Brit de Prix Serdang, een Zwitserse prijs voor een veelbelovend musicus op de springplank naar een internationale solocarrière.
Recente hoogtepunten waren het Tirol Concerto van Philip Glass in het Berliner Konzerthaus, de Wiener Musikverein en de Elbphilharmonie in Hamburg, debuten op La Roque d’Anthéron en het Internationaal Chopin Pianofestival in Duszniki Zdrój en een Amerikaanse tournee langs onder andere New York en Washington DC.
De nieuwste cd van Martin James Bartlett bevat concerten van Rachmaninoff en Gershwin met het London Philharmonic Orchestra.
Dinara Klinton, piano
Nadat ze in 2006 op haar achttiende hoge ogen had gegooid bij de Busoni Piano Competition had de in Charkov (Oekraïne) geboren Dinara Klinton al snel een druk internationaal concertschema, met optredens tijdens onder meer het Progetto Martha Argerich in Lugano, het Cheltenham Music Festival, de Aldeburgh Proms en het festival van La Roque d’Anthéron.
Ze werd uitgenodigd door zalen als de Royal Festival Hall en Wigmore Hall in Londen, de Berliner Philharmonie, de Elbphilharmonie Hamburg, het Gewandhaus in Leipzig, New York 92Y, de Cleveland Severance Hall en de Tokyo Sumida Triphony Hall. Verschillende pianoconcerten speelde ze met Philharmonia, het Royal Philharmonic Orchestra en het Sint-Petersburg Philharmonisch Orkest.
Tot nog toe maakte Dinara Klinton vier cd’s, met muziek van Liszt, Chopin en Prokofjev. Naast haar podiumcarrière geeft de pianiste les aan het Royal College of Music en aan de Yehudi Menuhin School. Zelf studeerde ze onder meer in Moskou bij Eliso Virsaladze, in Londen bij Dina Parakhina en in Imola bij Boris Petrushansky.
Arina Lazgiian, piano
Arina Lazgiian werd geboren in Krasnoyarsk (Rusland) en behaalde in 2019, op haar achttiende, haar Artist Diploma aan het Royal College of Music in Londen bij Vanessa Latarche. Eerder had ze aan datzelfde instituut, met ondersteuning van een Future of Russia Scholarship, haar masteropleiding voltooid. In 2017 was ze in Wigmore Hall finalist in de Jaques Samuel Intercollegiate Piano Competition, en in 2019 bereikte ze in Bolzano de laatste ronde van de Ferruccio Busoni International Piano Competition.
Van 2010 tot 2015 studeerde Arina Lazgiian aan het Moskous Conservatorium bij Vera Gornostayeva, en van 2005 tot 2010 bij Yelena Plyashkevich aan de Gnessin Muziekschool in dezelfde stad.
Al in 2005 had de jonge pianiste een onderscheiding gekregen van de burgemeester van Sint-Petersburg; in die stad trad ze onder meer op in de Grote Zaal van het Philharmonisch Genootschap en in de Glazoenovzaal. In Parijs betrad Arina Lazgiian het podium van de Salle Cortot en van het Centre Spirituel et Culturel Russe, en voor de nationale omroep France Musique speelde ze live in het radio-programma Générations.
Recentelijk nam ze de Dante- van Liszt op als basis voor een nieuwe balletfilm.
Alexander Ullman, piano
De internationale doorbraak van Alexander Ullman werd aangejaagd door het winnen van de Franz Liszt International Piano Competition 2011 in Boedapest en de International Franz Liszt Piano Competition 2017 in Utrecht. Hij soleerde bij het Radio Filharmonisch Orkest (tijdens Het Zondagochtend Concert van 22 oktober 2017), The Philadelphia Orchestra, het Royal Philharmonic Orchestra, de radio-orkesten van Boedapest en Noorwegen en het NCPA Orchestra in Beijing.
Hij debuteerde op het Lucerne Piano Festival, het Klavierfestival Ruhr en het Montreal Chamber Music Festival en voerde Rachmaninoffs Derde pianoconcert uit met de Münchner Symphoniker en Hong Kong Sinfonietta. Solorecitals gaf Alexander Ullman in zijn geboorteplaats Londen, München, Bayreuth, Weimar, Berlijn, Wenen, Boedapest, Philadelphia, Washington DC, Seoul, Shanghai en Hong Kong.
Zijn tweede cd, met de beide pianoconcerten van Liszt met het BBC Symphony Orchestra plus de Pianosonate in b klein, werd editor’s choice in Gramophone Magazine en cd van de week in BBC Music Magazine.
De pianist studeerde aan het Royal College of Music in Londen en het Curtis Institute in Philadelphia; onder zijn leraren waren William Fong, Leon Fleisher, Dmitri Alexeev, Ian Jones en Eliso Virsaladze.







