Hardenberger speelt Gruber bij het Concertgebouworkest

Koninklijk Concertgebouworkest
Andris Nelsons dirigent
Håkan Hardenberger trompet

Richard Wagner 1813-1883

Voorspel uit ‘Lohengrin’(1847) – op 12 oktober
Voorspel uit ‘Parsifal’ (1882) – op 13 oktober

HK Gruber 1943

Aerial (1998-99)
voor trompet en orkest
Done with the Compass – Done with the Chart
Gone Dancing
Nederlandse première

pauze

Richard Strauss 1864-1949

Tod und Verklärung, op. 24 (1888-89)
symfonisch gedicht
Largo (Vrolijke herinneringen uit de kindertijd)
Allegro molto agitato (Strijd van leven en dood)
Meno mosso, ma sempre alla breve (Dromen van de stervenden; de Dood)
Moderato (Transformatie)

Till Eulenspiegels lustige Streiche, op. 28 (1894-95)
symfonisch gedicht

begin van de pauze ca. 20.55 uur
einde van het concert ca. 22.10 uur

Toelichting

Introductie

Van Wagner tot Strauss

Tekst: Paul Janssen

Er loopt een vrij directe ontwikkelingslijn van Richard Wagner naar Richard Strauss, ondanks de weerzin die Strauss had tegen het werk van de man van Bayreuth. Beiden waren begenadigde orkestratoren en ze wisten ieder geschiedenis te schrijven.

Strauss stond daarbij, net als vele andere componisten na hem, stevig op de schouders van Wagner. Niet alleen adopteerde hij al in zijn symfonische gedichten Wagners idee van het leidmotief, ook leerde hij veel van de vernieuwende orkestraties van zijn voorganger.

Richard Wagner 1813-1883

Voorspel uit Lohengrin (1847)

Strauss trok vooral lering uit Wagners behandeling van het orkest en zijn symfonische visie op het verschijnsel . In die zin was Lohengrin ook voor Strauss een belangrijke opera, want in dit werk kwam Wagner voor het eerst echt los van de klassieke nummer­opera en dicht bij zijn ideaal van een doorlopend muzikaal drama.

Het voorspel tot de eerste acte is ook geen ouverture in klassieke zin, maar, hoewel het zonder problemen afzonderlijk uitgevoerd kan worden, een belangrijk element in de hele muziekdramatische opbouw. Het ingetogen werk zet niet alleen de sfeer neer, de muziek verraadt in feite ook direct dat Lohengrin een graalridder is, al wordt dat pas duidelijk als de muziek van het voorspel terugkeert wanneer Lohengrin in de derde acte zijn identiteit onthult.

Wagner zelf beschreef het voorspel als een groots visioen waarin de engelenschare met in het midden de Heilige Graal naar de aarde afdaalt, de Graal presenteert en een eenzame toeschouwer zegent en inwijdt ten dienste van de Graal. ‘Dan doven de vlammen langzaam uit en stijgt de engelenschare in tedere vreugde op naar etherische hoogten wetende dat ze de harten van de mensheid gereinigd hebben met de heilige zegening van de graal’, aldus Wagner over het slot van het voorspel.

Richard Wagner 1813-1883

wagner: voorspel uit parsifal (1882)

In Parsifal, ruim dertig jaar later, was het onderscheid tussen vocaal en instrumentaal geheel vervallen en bereikte Wagner naar eigen zeggen de ideale samensmelting van verschillende kunstvormen.

Het voorspel tot de eerste acte is een onmisbaar en integraal deel van de . Het introduceert niet alleen de sfeer van het werk, maar ook alle belangrijke muzikale ’s; de goede verstaander weet aan de hand van het voorspel al precies waar het over gaat.

Het verhaal over de ‘reine dwaas’ die de graalgemeenschap kan redden waarbij Wagner zich min of meer baseerde op Parzifal, de roman in versvorm van Wolfram von Eschenbach ­(ca. 1170-1220), begint met het Sacraments­. Hiermee zet Wagner ook meteen de religieus-filosofische toon die voor veel discussie heeft gezorgd.

Later volgen nog het Graalmotief en het Lotsmotief die beide een belangrijke rol spelen in de . Los van de opera is het voorspel een meesterlijk sensueel werk vol voorbeelden van Wagners verzadigde en krachtige orkestratie.

HK Gruber 1943

Aerial

Hoewel ook de Oostenrijkse , componist en ‘chansonnier’ HK (Heinz Karl) Gruber het nodige van Wagner meekreeg, is hij vooral een kind van de naoorlogse generatie. Gruber werd opgeleid in de sporen van de van Schönberg, Berg en Webern en de opkomende avant-garde, maar koos al snel zijn eigen weg.

Muziek moest begrijpelijk zijn voor de toehoorders vond hij, dus geheel tegen de tijdgeest in ging hij ook te rade bij jazz, popmuziek, stripfiguren, cabaret en wat er verder maar langs kwam. Het resulteerde in toegankelijke muziek met veel vaart, referentiekaders en humor waarvan het pandemonium Frankenstein!! uit 1978 zijn bekendste werk is.

Het concert Aerial schreef hij op verzoek van de BBC voor trompettist Håkan Hardenberger. Daarbij werkte Gruber nauw samen met de trompettist, wat resulteerde in een state of the art-trompetconcert waarbij de uitvoerder naar de grenzen van het mogelijke wordt gedwongen. Zo moet de solist meteen aan het begin van het werk al tegelijkertijd spelen en zingen.

Gruber laat hem drie verschillende instrumenten bespelen: de c-trompet, een trompet in bes en een koehoorn. Dat laatste instrument, een oude natuurhoorn van dierlijke , was door Wagner nieuw leven in geblazen; hij liet metalen ‘Stierhörner’ vervaardigen en gebruikte deze in Die Walküre, Götterdämmerung en Die Meistersinger von Nürnberg.

Verder schrijft Gruber een extreem groot orkest voor, maar hij weet alles transparant en in balans te houden. Het theatrale Aerial (dat zowel ‘lucht’ als ‘luchtig’ kan betekenen) neemt de luisteraar zo in twee delen mee naar twee ‘luchtperspectieven’. Het eerste is een imaginair landschap onder het noorderlicht, geïnspireerd door een regel uit het gedicht Wild Nights van Emily Dickinson, en lijkt vooral een mythologische referentie aan de oorsprong van de muziek. 

Het tweede, getiteld Gone Dancing, is een energiek contrast met het eerste deel en bevat veel ‘lichte muziek’, maar dan als een lege herinnering, als afkomstig van een andere planeet. Het begint als een tapdans waar Fred Astaire in de jaren veertig van de twintigste eeuw patent op had en transformeert tot een oosterse volksdans waarbij de solist zich ontpopt als leider van een dorpsband.

Richard Strauss 1864-1949

Tot und verklärung

Uitgekeken op de vorm van de symfonie en nog lang niet klaar met het . Dat was het dilemma van de jonge Richard Strauss. Met de programmatische symfonie Aus Italien (1886) lonkte hij in de richting van het symfonisch gedicht, en met Macbeth (1887-90) en Don Juan (1888-89) koos hij definitief voor het pad dat al door Franz Liszt geëffend was.

Met zijn derde symfonisch gedicht Tod und Verklärung (1888-89) gaf hij er blijk van een meer dan goede leerling te zijn en zette hij direct een van de hoogtepunten in het relatief nieuwe genre neer.

Strauss vroeg zijn vriend Alexander Ritter de dood van een kunstenaar te beschrijven (zie pagina 7,8), waarna hij Tod und Verklärung baseerde op die dichtregels. Het werk begint met een lange inleiding, een droomachtige passage waaruit een lijn zich losmaakt.

Dan doorkruisen en op brute wijze de quasi-vredigheid en schildert Strauss de angst en de pijn van de hoofdpersoon. Op het hoogtepunt van deze uitbarsting verschijnt plots het aan de inleidende lijn verwante hoofdthema dat het artistieke ideaal van de kunstenaar representeert.

De melodie wordt niet afgemaakt en maakt plaats voor lieflijke herinneringen aan de jeugd met prachtige - en strijkerspassages. Ook daar dringen de pauken en de koperblazers weer doorheen met heftige pijnscheuten. Pas in het laatste gedeelte verdwijnt de pijn naar de achtergrond en komt het nu complete hoofdthema te voorschijn in de hoorn. Na een laatste climax ebt de muziek weg in de rust van de voltooide transfiguratie.

Richard Strauss 1864-1949

Till Eulenspiegels lustige streiche

Hoewel Strauss tot op de drempel van de twintigste eeuw vooral symfonische gedichten bleef schrijven, ondernam hij in 1892 al een poging tot een met Guntram. Ook Till Eulenspiegels lustige Streiche begon als een opera.

In 1894 schreef Strauss een libretto voor een opera met de titel Till Eulenspiegel bei den Schildbürgern. De opera kwam er niet, maar een jaar later was een van zijn beknoptste en bekendste symfonische gedichten een feit.

Het verzoek van Franz Wüllner, de , om een geschreven programma legde de componist naast zich neer met de woorden dat hij ‘niet in staat was het werk in woorden te vangen’ en dat iedere poging daartoe de luisteraar ‘eerder zou afleiden dan het werk zou binnentrekken’.

Voor Strauss was het voldoende om te wijzen op het thema na de korte ‘er was eens’-­inleiding van het orkest en het beknopte klarinetthema dat daar weer op volgt. Beide staan als een leidmotief voor het personage Tijl Uilenspiegel en ze komen in verschillende hoedanigheden en variaties terug in het werk. Het symfonisch gedicht laat zich daarbij lezen als een vrije vorm waar de episodes verschillende ‘streken’ van de hoofdpersoon representeren. 

Strauss schreef na Till Eulenspiegel nog fameuze symfonische gedichten als Also sprach ZarathustraDon Quichote en Ein Heldenleben. Pas in 1905 sloeg hij met Salome definitief toe als componist.

Biografie

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest

Andris Nelsons, dirigent

Andris Nelsons was tist in het orkest van zijn geboortestad Riga ­voordat hij in 2001 naar Sint-Petersburg vertrok om directie te studeren bij ­Alexander Titov, gevolgd door privélessen bij Mariss Jansons. Hij werd achtereenvolgens chef-­ van de Letse Nationale Opera (2003-2007), de ­Nordwestdeutsche Philharmonie (2006-2009) en het City of ­Birmingham ­Symphony Orchestra (2008-2015).

Sinds seizoen 2014/2015 is Andris Nelsons ­music director van het Boston ­Symphony Orchestra en sinds februari 2018 ook Kapellmeister van het ­Gewandhausorchester Leipzig. Zijn twee orkesten werken verregaand samen, wat onder meer tot uiting komt in gezamenlijke cd-opnames.

producties leidde Andris Nelsons onder meer bij het Royal Opera House Covent Garden in Londen, de Wiener Staatsoper, de Metropolitan Opera in New York en de Bayreuther Festspiele. Als gastdirigent leidt hij gezelschappen als de Berliner en de Wiener Philharmoniker, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks en de New York Philharmonic.

Sinds augustus 2008 is Andris Nelsons bij het Concertgebouworkest een graag geziene gast: naast concerten in Amsterdam leidde hij het orkest veelvuldig op tournee. Bij de laatste samenwerking, in augustus 2020, stond Rachmaninoffs Tweede symfonie op de lessenaar.

Håkan Hardenberger, trompet

Håkan Hardenberger begon met spelen toen hij acht jaar was. Hij studeerde in Parijs en Los Angeles en geeft momenteel les aan het conservatorium van Malmö en aan het Royal Northern College of Music in Manchester.

De Zweedse trompettist soleert bij alle grote orkesten in de wereld, zoals de New York Philharmonic, de en van Chicago en Boston, de Wiener ­Philharmoniker en het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks in München. 

Onder leiding van en als Pierre Boulez, Alan Gilbert, Daniel Harding, Andris Nelsons en Esa-Pekka Salonen speelde hij de klassieke concerten, maar bracht hij ook veel nieuw solo­repertoire in première. Componisten als Harrison Birtwistle, Brett Dean, Hans Werner Henze, Olga Neuwirth, Arvo Pärt, Mark-Anthony Turnage en Jörg Widmann schreven werk voor hem.

Met er Colin Currie treedt hij regelmatig op in s. Håkan Hardenberger soleerde meermaals bij het Concertgebouworkest, steeds onder leiding van Andris Nelsons. In oktober 2012 debuteerde hij met Haydns Trompetconcert in Es groot en het voor hem geschreven From the Wreckage van Mark-Anthony Turnage. In oktober 2016 kwam hij terug met Aerial van HK Gruber en in januari 2020 soleerde hij in Brett Deans Dramatis personae.