Hannes Minnaar en Heath Kwartet spelen Fauré
Spotlight op Hannes Minnaar / Kamermuziek 20.15 uur
Hannes Minnaar piano
Heath Kwartet:
Oliver Heath viool
Tristan Gurney viool
Gary Pomeroy altviool
Christopher Murray cello
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Strijkkwartet in D gr.t., op. 18 nr. 3 (1798-1800)
Allegro
Andante con moto
Allegro
Presto
Maurice Ravel 1875-1937
Le tombeau de Couperin (1914-17)
voor piano solo
Prélude: Vif
Fugue: Allegro moderato
Forlane: Allegretto
Rigaudon: Assez vif
Menuet: Allegro moderato
Toccata: Vif
pauze
Gabriel Fauré 1845-1924
Tweede pianokwintet in c kl.t., op. 115 (1919-21)
Allegro moderato
Allegro vico
Andante moderato
Allegro molto
begin van de pauze ca. 21.00 uur
einde van het concert ca. 21.50 uur
Toelichting
Ludwig van Beethoven 1770-1827
strijkkwartet, opus 18 nr. 3
Tekst: Floris Don
Arme Joseph Haydn. Toen Wolfgang Amadeus Mozart zich in de jaren 1780 eenmaal had bewezen als superieur componist van pianoconcerten en ’s, schreef Haydn niet of nauwelijks meer nieuwe werken in die genres. En toen Ludwig van Beethoven zich voor het eerst liet horen als geniaal strijkkwartetcomponist, hield de grote strijkkwartetmeester Haydn het daarna snel voor gezien met muziek voor vier strijkers.
De angst om overschaduwd te worden was naar verluidt zo groot, dat Haydn ervan afzag zijn eigen muziek te programmeren in het paleis van de prins en mecenas Franz Joseph Lobkowitz, die avond in 1800 waarop Beethoven zijn 18 presenteerde. Deze reeks van zes strijkkwartetten werd door gravin Josephine van Deym immers ‘de beste in hun soort’ genoemd, en bleek achteraf nog maar een voorproefje van wat Beethoven verder zou presteren.
Uit Beethovens schetsboeken blijkt dat hij in de herfst van 1798 aan het Strijkkwartet in D groot begon, dat later als nummer 3 werd gepubliceerd. Beethovens eersteling is meteen een bewijs van beheerst zelfvertrouwen: Beethoven gooit geen glazen in, maar kiest juist voor elegantie, introspectie en understatement. De viool begint solo met een septiemsprong, waarna het D groot ferm wordt bevestigd en meteen weer in twijfel wordt getrokken.
Verderop wordt een noot vijf maal herhaald: zou dit verwijzen naar Haydns Die Schöpfung waarin eenzelfde motief de tekst ‘een nieuw geschapen wereld’ bevat? Let in het con moto op de tweede viool: na het schrijven van enkele strijktrio’s maakt Beethoven nu dankbaar gebruik van de extra stem, die een complexere en textuur mogelijk maakt.
Het veelvuldige gebruik van toonladders helpt herinneren dat Beethoven nog vanuit de klassieke traditie werkt, maar hij combineert die loopjes in het met ongebruikelijke s (waarbij bijvoorbeeld de voor de hand liggende e A groot volledig wordt genegeerd). In de finale heerst de vrolijke opwinding van een Mozart-.
Maurice Ravel 1875-1937
Le tombeau de couperin
Toen Maurice Ravel in juli 1914 begon aan de Forlanevan wat toen nog de werktitel française droeg, kon hij onmogelijk vermoeden dat er weldra een wereldoorlog uit zou barsten. Toen hij in november 1917 de laatste hand aan het manuscript legde, waren miljoenen doden gevallen en was het einde van de oorlog niet in zicht.
De suite was inmiddels omgedoopt in Le de Couperin, volgens Ravel niet zozeer ‘een eerbetoon aan de individuele figuur van François Couperin als wel aan de gehele Franse muziek van de achttiende eeuw’. Bovendien droeg hij elk deel op aan een gesneuvelde vriend, zodat de suite niet alleen een in memoriam werd voor een verloren beschaving maar ook een diep doorleefd portret van persoonlijk verlies.
Natuurlijk behield Ravel in zijn muziek meestal een zekere distantie en dat geldt voor Le de Couperin net zo goed: de achttiende-eeuwse dansen vormen een masker waarachter Ravel zijn grootste verdriet kan verbergen. De Préludeis opgedragen aan Jacques Charlot; de muziek is geschreven in een vloeiend doorgaande beweging vol ke trillers.
De pianist Alfred Cortot omschreef de muziek als ‘de timide stemmen van biddende nonnen, de lieflijke sfeer van het klooster, een ordening van het hart en een vredige ziel’. Een slotglissando zet de harmonische voortgang zeer modern op het verkeerde been. Na een , opgebouwd uit een springerig en opgedragen aan de zoon van een minister, volgt het meer experimentele Forlane.
Dit deel, als enige vóór de oorlog geschreven, toont dat Ravel een e stijl had ontwikkeld, maar in de oorlogsjaren naar een simpeler taal was teruggekeerd. Eén maat bevat zelfs alle twaalf noten van de schaal. Het laatste deel, Toccata,zou mitrailleurvuur imiteren.
Oorlogservaringen deed Ravel op aan het front bij Verdun, waar de veertigjarige componist na vrijwillige aanmelding dienst deed als vrachtwagenbestuurder. In een bos verloor zijn wagen een wiel, ‘waarna ik tien dagen lang een Robinson Crusoe deed totdat iemand me kwam redden’. In 1919 bracht Marguerite Long Le tombeau de Couperin in première.
Gabriel Fauré 1845-1924
Tweede Pianokwintet
Door Floris Don
Net als Ludwig van Beethoven verloor Gabriel Fauré op latere leeftijd in toenemende mate zijn gehoor. Het is een voor de hand liggende, wellicht ook wat al te makkelijke verklaring voor de toenemende complexiteit van Fauré’s late werken.
Feit is dat het Tweede pianokwintet in c klein, 115 mijlen ver af staat van de soms mierzoete salonstukken waarmee Fauré aanvankelijk furore maakte, en die nog steeds tot zijn populairste composities behoren: de Siciliènne, de Elégie, de direct aansprekende Eerste in A groot voor viool en het Eerste pianokwartet in c klein.
Daarbij vergeleken vertegenwoordigt het Tweede pianokwintet in c klein een veel vreemdere klankwereld vol tonale, modale en ingevingen, die zich moeilijker in kaart laat brengen. Totdat de eventuele scepsis opzij wordt gezet, en het alsmaar modulerende eerste deel een bedwelmende invloed heeft, het tweede deel klinkt als een speelse achtervolging door de straten van Parijs en het pijnlijk mooie moderato een moeizaam tot stand gekomen biecht lijkt.
Fauré componeerde het et tussen 1919 en 1921 tijdens enkele verblijven buiten Parijs. Bij de première in het Parijse conservatorium gaf het enthousiaste publiek een staande ovatie aan de componist die bijna niets van het concert had kunnen horen.
Biografie
Hannes Minnaar, piano
Hannes Minnaar werd internationaal bekend door zijn tweede prijs op het Concours de Genève (2008) en de derde prijs van het Koningin Elisabeth Concours (2010). In 2011 werd hij Borletti-Buitoni Trust Fellow, in 2012 won hij een Edison voor zijn debuut-cd (Rachmaninoff en Ravel) en in 2016 ontving hij de Nederlandse Muziekprijs.
Naast zijn pianostudie bij Jan Wijn en Ferenc Rados en masterclasses van Menahem Pressler was zijn studie bij Jacques van Oortmerssen van bepalende invloed.
Hannes Minnaar soleerde bij welhaast alle Nederlandse orkesten. In mei 2013 debuteerde hij bij het Concertgebouworkest met het Vierde pianoconcert van Beethoven onder leiding van Herbert Blomstedt.
In de coronaperiode bracht de pianist Nox uit, met de gelijknamige nieuwe cyclus van Rob Zuidam en werken van Schumann en Ravel. Ook ging hij op tournee met Bachs Goldberg-variaties; de opname daarvan kreeg onder meer een Diapason d’Or. Onder de hoogtepunten van seizoen 2022/2023 waren uitvoeringen en cd-opnames van de 24 Preludes en ’s van Sjostakovitsj, en van seizoen 2023/2024 de wereldpremière van het Concert voor luthéal en orkest van Jan-Peter de Graaff in de NTR ZaterdagMatinee.
Solorecitals verzorgt Hannes Minnaar wereldwijd en in 2019 deed hij dat voor het eerst in de . Zijn vorige solo-optreden in de was een Chopin op 13 juli 2023. Het Van Baerle Trio – in 2004 opgericht met violiste Maria Milstein en cellist Gideon den Herder – is voor de pianist een wezenlijk onderdeel van zijn muzikale bestaan.
Heath Kwartet, ensemble
Het Heath Kwartet, vernoemd naar primarius Oliver Heath, werd geformeerd in 2002 aan het Royal Northern College of Music in Manchester en maakte snel carrière, zowel in binnen- als buitenland. Het viertal was te gast in bijvoorbeeld de Londense Wigmore Hall, Carnegie Hall in New York, het Konzerthaus en de Musikverein in Wenen en het Auditorium van het Louvre in Parijs.
In 2012 won het Heath Kwartet de Ensemble Prize tijdens de Festspiele Mecklenburg-Vorpommern, een jaar later gevolgd door een prestigieuze onderscheiding van de Royal Philharmonic Society.
Afgelopen jaar won het kwartet de Gramophone Chamber Award voor zijn opname van de complete strijkkwartetten van Michael Tippett. Het Heath Kwartet werkt ook graag samen met hedendaagse componisten, onder wie Hans Abrahamsen, Steven Mackey, Sofia Goebaidoelina en Louis Andriessen. Naast een volle concertagenda geeft het ensemble les aan de Guildhall School of Music and Drama in Londen.
In de van Het Concertgebouw was het Heath Kwartet al meerdere malen te gast, voor het laatst in januari 2017.

