Händels Messiah door Britten Sinfonia

Britten Sinfonia 
Britten Sinfonia Voices 
Jacqueline Shave viool/leiding
Sophie Bevan sopraan
Iestyn Davies countertenor
Allan Clayton tenor
Roderick Williams bariton

Zangteksten zijn gratis verkrijgbaar aan de zaal.

Georg Friedrich Händel (1685-1759)

Messiah, HWV 56 (1741)
voor solisten, koor en orkest

Eerste deel - The Birth
The Prophecy of Salvation
The Prophecy of the Coming of
     the Messiah and the Portends
     to the World at Large
The Prophecy of the Virgin Birth
The Appearance of the Angel to the Shepherds
Christ’s Miracles

Tweede deel - The Passion
The Sacrifice, the Scourging and Agony on the Cross
His Death, His Passing through Hell, and His Resurrection
His Ascension
God Discloses His Identity in Heaven
The Beginning of Evangelism
The World and its Rulers Reject the Gospel
God’s Triumph 

Derde deel - The Aftermath
The Promise of Redemption from Adam’s Fall
Judgement Day
The Victory over Death and Sin
The Glorification of Christ 

pauze (± 20.25 uur)
einde (± 22.15 uur)

Toelichting

Georg Friedrich Händel 1685-1759

Händel: Messiah

Door Chris Engeler

Voor de Britten is Händels Messiah wat Bachs Matthäus-Passion is voor Nederlanders: een ‘nationaal’ . Bij ons begon de Mattheus-‘passie’ in 1899 met de eerste uitvoering door Willem Mengelberg en het Concertgebouworkest, maar in Engeland is Messiah al sinds 1750 niet meer uit de concertzalen te weren.

Landeigenaar, auteur en kunstverzamelaar Charles Jennens (1700-1773) gaf zijn Messiah-libretto vermoedelijk in december 1739 aan componist Georg Friedrich Händel. Die deed er aanvankelijk niets mee, tot hij het tussen 22 augustus en 14 september 1741 in 24 dagen op muziek zette.

Kort ervoor schreef Jennens aan een vriend: ‘Ik hoop dat hij er zijn volledige talent en vaardigheid op inzet, dat de compositie al zijn eerdere composities moge overtreffen nu het onderwerp elk ander onderwerp overtreft.’ Jennens had een persoonlijk belang: hij hoopte met zijn tekstboek op eeuwige roem.

Onverwachts ging Händel echter naar Dublin, waar Messiah op 13 april 1742 in première ging. Deze eerste uitvoering werd in plaatselijke kranten aangekondigd als een fundraisingconcert voor hulp aan gedetineerden in diverse gevangenissen, tot steun van Mercer’s Ziekenhuis en het liefdadigheidsgasthuis.

Alleen op deze voorwaarde kreeg Händel de beschikking over de jongens en mannen van de koren van de St. Patrick- en Christ Church-kathedralen. De Dubliners waren nieuwsgierig, maar de concertzaal had slechts zo’n zevenhonderd zitplaatsen. Om toch zoveel mogelijk mensen toe te laten, werd de heren gevraagd hun sabels thuis te laten, en de dames om vooral geen hoepelrokken te dragen.

In Händels woonplaats Londen klonk Messiah voor het eerst op 23 maart 1743. Ook hier was de belangstelling groot en er werden op 25 en 29 maart extra uitvoeringen gegeven. Librettist Jennens was aanvankelijk kritisch en verweet Händel dat zijn ‘geesteskind’ in Dublin in première was gebracht en dat hij voorafgaand aan de Londense première eerst nog het  Samson (HWV 57) liet uitvoeren. Maar na afloop van de Londense première schreef Jennens: ‘’t Is grotendeels een prachtige compositie.’

Messiah bestaat uit drie delen met elk een onderverdeling in scènes. Deel 1 meldt de komst van de Messias (1.1 en 1.2), geboorte van Christus (1.3), en de verkondiging aan de herders (1.4) en sluit af met de verlossing die Christus biedt (1.5). Hier bestaan de scènes doorgaans uit een (on)begeleid , en koor, en vormen afgeronde eenheden. 

Deel 2 vertelt het lijdensverhaal van Christus (2.1 – met de geliefde aria ‘He was despised and rejected’), Zijn dood en opstanding (2.2), hemelvaart (2.3), opneming in de hemel (2.4), gevolgd door de verkondiging van Zijn Woord (2.5), maar ook de ontkenning ervan (2.6) en sluit af met de uiteindelijke glorie van God (2.7 – ‘Hallelujah’-koor). In dit deel is de opbouw per scène vrijer en heeft het koor een grotere inbreng.

Deel 3 opent met de belofte van verlossing (3.1), kondigt daarna het Laatste Oordeel en de algehele opstanding der doden aan (3.2) en sluit af met de uiteindelijke victorie over zonde en dood (3.3) en de acclamatie van Christus (3.4). Hier overheersen aria’s en koorpassages en komen slechts twee begeleide recitatieven voor.

Oorspronkelijk gecomponeerd voor vier zangsolisten en jongens/mannenkoor, bracht Händel bij volgende uitvoeringen revisies aan: afhankelijk van de beschikbare solisten verdeelde hij aria’s over andere stemmen of componeerde extra aria’s, bijvoorbeeld ‘Their sound is gone out’ (slot 2.5), dat voor de première in Dublin niet op muziek was gezet, later eerst als aria werd gecomponeerd en uiteindelijk aan het koor is toebedeeld. 

Händel was 56 jaar toen hij zijn Messiah componeerde en had al 44 ’s, tien Italiaanse en Engelse oratoria en zeven s en maskerades achter de rug. Van zijn expertise en muzikale inventiviteit horen we in Messiah veel terug. Maar anders dan bij eerdere oratoria heeft het orkest hier een bescheiden inbreng.

worden spaarzaam ingezet, hoewel destijds zeer geliefd en vaak benut voor spektakel. Als ze dan in Messiah klinken, heeft dat een bijzonder effect, vooral in het ‘Hallelujah’-koor. Het werk is niet in een specifieke gecomponeerd, wisselingen vinden plaats, maar D groot overheerst in zekere zin, mede doordat die toonsoort traditioneel wordt geassocieerd met openbaring en eerbetoon; het werk eindigt ook jubelend in D groot.

De aanzet voor de latere populariteit van Messiah vormde een liefdadigheidsconcert op 27 mei 1749 in Londen ten gunste van het gasthuis voor in de steek gelaten jonge kinderen: het Vondelingen Gasthuis. Händel wilde geld ophalen voor de voltooiing van de kapel en componeerde de anthem ‘Blessed are they that considereth the poor’ (HWV 268), die afsloot met het toen nog niet erg bekende ‘Hallelujah’-koor. Dit concert was zo succesvol, dat Händel voortaan elk jaar een benefietconcert gaf, en zo klonk het werk al op 1 mei 1750 in de nieuwe kapel.

De uitvoering was overboekt en op 15 mei volgde een tweede uitvoering. Vervolgens werd uit liefdadigheid voor het Vondelingen Gasthuis Messiah jaarlijks, eerst nog onder auspiciën van Händel zelf, zo’n veertien dagen voor Pasen uitgevoerd – het moment in het kerkelijk jaar waarvoor librettist Jennens het werk bedoeld had. Ruim tweeënhalve eeuw later is het stuk uitgegroeid tot Engelands favoriete oratorium. 

Biografie

Sophie Bevan, sopraan

Sophie Bevan volgde haar muzikale opleiding aan onder meer het Royal College of Music in Londen en won een reeks onderscheidingen.

In 2012 nam ze de South Bank Sky Arts Award in ontvangst en tijdens de International Awards in 2013 de Young Singer of the Year Award. Datzelfde jaar maakte de sopraan haar debuut in het Londense Royal Opera House Covent Garden, met de rol van Waldvogel in Wagners Siegfried.

Ze keerde sindsdien herhaaldelijk terug naar dit theater, in ’s van onder anderen Händel, Mozart en Richard Strauss. Ook werd ze geëngageerd door English National Opera, de Salzburger Festspiele, het Glyndebourne Festival, de Metropolitan Opera in New York, de Semperoper in Dresden en het Teatro Real in Madrid.

Met het Orchestra of the Age of Enlightenment zong ze in 2015 Bachs ­Matthäus-Passion in de , in mei 2019 maakte ze haar debuut in de . Ze werkte met orkesten als het City of Birmingham Symphony Orchestra en het BBC Philharmonic Orchestra, en debuteert nu bij het Concertgebouworkest.

Allan Clayton, tenor

Allan Clayton studeerde aan St John’s College in Cambridge en vervolgde zijn opleiding aan de Royal Academy of Music in Londen. Als concertzanger trad hij onder meer op met het BBC Symphony Orchestra, het London Symphony Orchestra en de Wiener Philharmoniker.

Daarnaast werd hij uitgenodigd door toonaangevende huizen zoals het Royal Opera House Covent Garden in Londen, de Metropolitan Opera in New York, de Komische Oper in Berlijn en de Opéra Comique in Parijs. In februari 2025 keerde hij terug naar het Royal Opera House voor de nieuwe opera Festen van Mark-Anthony Turnage; voor zijn vertollking van Christian won hij de Olivier Award 2025 voor Outstanding Achievement in Opera.

Afgelopen najaar had de Britse tenor bij De Nationale Opera een hoofdrol in De maagd van Orléans van Tsjaikovski. Allan Clayton geeft wereldwijd recitals en is regelmatig te gast in de Wigmore Hall in Londen. Naast de grote cycli van Schubert zingt hij onder meer Vaughan Williams’ On Wenlock Edge en liederen van Richard Strauss, Wolf en Duparc. Verschillende componisten hebben speciaal voor zijn stem nieuwe liedcycli geschreven, onder wie Mark-Anthony Turnage, Josephine Stephenson en Tom Coult.

In de was Allan Clayton één keer eerder te beluisteren, in oktober 2019 met liederen van Beethoven, Tippett en Britten met pianist James Baillieu. Het Concertgebouwdebuut van de tenor was op 17 december 2018 in de in Händels Messiah door Britten Sinf­onia.

Iestyn Davies, countertenor

Iestyn Davies zong in het koor van St. John’s College, Cambridge. Nadat hij daar was afgestudeerd als archeoloog en antropoloog begon hij alsnog een zangstudie aan de Royal Academy of Music in Londen, waar hij inmiddels fellow is.

In 2010 won hij de Young Artist Prize van de Royal Philharmonic Society, zijn opnames kregen twee Gramo­phone Awards en een Grammy, en zijn vertolking van Farinelli in Farinelli & the King op West End – waarmee de zanger ook naar Broadway zal gaan – is genomineerd voor een Olivier Award.

De werd voor ’s van de tot nu uitgenodigd door het Glyndebourne Festival en de opera­huizen van Londen, Milaan, Parijs, Bordeaux, Zürich, Houston, Chicago en New York. In George Benjamins Written on Skin stond Iestyn Davies in de Opéra Comique in Parijs en op de festivals van München en Wenen. ­s gaf hij recentelijk in Carnegie Hall in New York, op het Edinburgh Festival en in Wigmore Hall in Londen.

Bij het Concertgebouworkest zong hij in 2016 in Bachs Magnificat met Iván Fischer en in 2019 in de Johannes-­Passion met William Christie, en in de was hij eerder ook te horen met Britten Sin­fonia (2011, 2014, 2018) en The English Concert (2016).

Roderick Williams, bariton

Roderick Williams ontving in 2016 de Singer of the Year Award van de Royal Philharmonic Society en in 2017 de Most Excellent Order of the British Empire.

Voordat hij in Londen zijn ­zangstudie aan de Guildhall School of Music begon, was hij muziekleraar. De zanger is tevens componist; zijn werk klonk onder meer in Barbican Hall en Wigmore Hall in Londen.

Roderick Williams geniet bekendheid door zijn Mozart- en Britten-vertolkingen, maar stond ook in de premières van nieuwe ’s van onder anderen Sally Beamish, Alexander ­Knaifel en Michel van der Aa. Hij trad op met alle BBC-orkesten en met uiteenlopende gezelschappen als de Academy of Ancient Music, London Sinfonietta, de Berliner Philharmoniker, het RIAS Kammerchor, het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin, het Russisch Nationaal Orkest, de New York Philharmonic, het Bach Collegium Japan en De Nationale Opera.

In de van Het Concertgebouw was Roderick Williams onder meer te beluisteren in maart 2018 in Bachs Matthäus-Passion met het Orchestra of the Age of Enlighten­ment en in december 2018 in Händels Messiah met Britten . In de gaf hij s in april 2017 (Brits repertoire) en in april 2019 (Schubert en Finzi). In maart 2021 nam Roderick Williams met pianist Daan Boertien in de Kleine Zaal een Empty Concertgebouw Session op met de Songs of Travel van Vaughan Williams.