Haitink, Ibragimova en Chamber Orchestra of Europe

Wereldberoemde Symfonieorkesten 20.15 uur

Chamber Orchestra of Europe
Bernard Haitink dirigent
Alina Ibragimova viool

Franz Schubert 1797-1828

Achtste symfonie in b kl.t., D 759 (1822) ‘Unvollendete’
Allegro moderato
Andante con moto

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Derde vioolconcert in G gr.t., KV 216 (1775)
Allegro
Adagio

Rondeau: Allegro

cadensen gebaseerd op die van Robert Levin

pauze 

Wolfgang Amadeus Mozart

Symfonie nr. 41 in C gr.t., KV 551 (1788) ‘Jupiter’
Allegro vivace
Andante cantabile
Menuetto: Allegretto
Molto allegro
 

begin van de pauze ca. 21.15 uur
einde van het concert ca. 22.15 uur

Toelichting

Franz Schubert 1797-1828

'Unvollendete' symfonie

Tekst: Clemens Romijn

Symfonieën van Franz Schubert? Dat brengt onmiddellijk twee werken in herinnering. Allereerst de monumentale Negende symfonie in C groot, bijgenaamd ‘Grote’, uit het jaar van Schuberts dood en door Robert Schumann ontdekt en geprezen om haar ‘hemelse lengte’.

En dan is er die meest gespeelde en bekendste symfonie, de ‘Unvollendete’ uit 1822 met maar twee delen. Beide behoren tot het ijzeren repertoire van en. 

Schubert was vijfentwintig toen hij aan zijn Achtste symfonie in b klein begon en na twee voltooide delen zijn pen neerlegde. Het handschrift kwam terecht bij Schuberts vriend Anselm Hüttenbrenner in Graz, die het meer dan veertig jaar lang liet liggen in een la volgepropt met paperassen.

Pas in 1865 overhandigde hij de aan de Johann Herbeck, die in december van dat jaar in Wenen de eerste uitvoering verzorgde, 37 jaar na Schuberts dood. Was de symfonie met zijn twee in plaats van de gebruikelijke vier delen nu incompleet?

Waren er delen kwijtgeraakt? Of vond Schubert het werk zelf zo compleet? Dat laatste lijkt het geval. In het eerste deel houden dramatische spanning en e rust elkaar in evenwicht. En het tweede deel is sereen maar tegelijk vervuld van een rusteloze drang, die in een haast bovenaards blije tot rust komt. Onvoltooid? Een symfonische meesterworp zonder weerga!

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

vioolconcert KV 216

Wie denkt aan Wolfgang Amadeus Mozart als uitvoerend musicus, ziet hem waarschijnlijk achter een klavecimbel of forte­piano zitten. En dat beeld klopt. Mozart was een begenadigd klavierspeler, maar geen klavierleeuw. Hij had een broertje dood aan holle virtuositeit.

Maar Wolfgang was door zijn vader Leopold van jongs af aan opgeleid als dubbeltalent. Het was zelfs als violist dat hij zijn eerste baan kreeg. Al op zijn dertiende werd hij benoemd tot onbezoldigd concertmeester van de hofkapel van de aartsbisschop van Salzburg, waar ook zijn vader meespeelde als vice-kapelmeester.

Mozart schijnt jarenlang met enige tegenzin het orkest geleid te hebben, en Leopold mopperde over zijn geringe animo voor de viool: ‘Je schijnt geen viool gestudeerd te hebben. Dat doet me veel verdriet. Je weet zelf niet hoe goed je viool speelt, als je er tenminste eer inlegt en elegant, kernachtig en intelligent wilt spelen, ja, alsof je inderdaad de beste violist van Europa bent.’

Maar Mozart kon al sinds zijn kinderjaren de schelle vioolklank zo dicht bij zijn oren moeilijk verdragen en verzocht de hofkapel voortaan vanaf het klavecimbel te mogen dirigeren. Vergeefs. 

Niettemin hield Mozart zich in de jaren 1773 tot 1777 intensief met de viool bezig. Hij trad in Salzburg vaak op als violist in concerten, daartoe natuurlijk aangespoord door zijn vader.

Het Derde vioolconcert in G groot, KV 216 geeft een goede indruk van Mozart als achttienjarige violist-componist. Het weerspiegelt de destijds bij de aristocratie heersende smaak van élégance, beminnelijkheid en bevattelijkheid. Qua stijl sluit Mozart aan bij Johann Christian Bach, Carl Ditters von Dittersdorf, Johann Baptist Vanhal, de vroege Joseph Haydn, Giovanni Battista Viotti en Luigi Boccherini.

De vaak nog ke speeltechniek en violistische figuraties in de snelle delen herinneren aan Pietro Locatelli en Francesco Geminiani. Maar vanaf de eerste maten is duidelijk dat het geleerde barokke begraven is en dat hier een nieuwe bevallige tijdgeest heerst.

Mozart heeft in de stijl van de Mannheimers gezorgd voor plotselinge dynamische en, met name in de snelle delen. Daarnaast ­maakte hij kwistig gebruik van een nieuw soort , de zogenaamde ‘Mannheimer Rakete’, een melodie die als een muzikale vuurpijl plotseling omhoog of omlaag kan schieten.

En natuurlijk de ‘Mannheimer Seufzer’ (zuchtende figuur) die in alle delen te horen is en de melodie iets smachtends geeft. Het e middendeel lijkt geïnspireerd door een - van Christoph Willibald Gluck. Dan volgt de uitbundige finale, waarin de componist gebruik maakt van een destijds populaire Straatsburgse melodie.

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

'Jupiter'-symfonie

‘Hier beleefde ik de gelukkigste muzikale uren van mijn leven. Deze kleine man en grote meester gaf twee s ten gehore op een pianoforte met pedaal, zo prachtig! zo prachtig! dat ik helemaal buiten mezelf was.

Hij vervlocht de moeilijkste passages met de mooiste ’s. Zijn vrouw sneed ganzenveren bij voor de kopiïst, een leerling was aan het componeren, een vier­jarig jongetje liep in de tuin en zong recitatieven, kortom, alles m deze schitterende man was muziek!’ 

Dat schreef de Deense acteur Joachim Preisler na een zondagse visite aan Mozart in Wenen in augustus 1788. Twee weken eerder, op 10 augustus, had Mozart de laatste hand gelegd aan een symfonie waarin hij ‘de moeilijkste passages had vervlochten met de mooiste thema’s’.

Het was de laatste en meest complexe symfonie die hij ooit schreef, de Symfonie nr. 41 in C groot, KV 551, de laatste van het grote drietal uit die zomer. Mozart beleefde kommervolle tijden. Hij ging gebukt onder grote financiële misère en een sterk teruglopende interesse voor zijn muziek in de kringen van adellijke geldschieters.

Zijn Don Giovanni was wel warm onthaald in Praag maar sloeg niet aan in Wenen, en het Weense publiek stond niet langer te trappelen bij zijn concerten. Bijna alle culturele activiteiten waren stilgelegd vanwege de nieuwe oorlog tussen Oostenrijk en Turkije. Mozart was gedwongen voor zijn gezin een goedkoper onderkomen te zoeken buiten het centrum van Wenen.

In brieven probeerde hij de verhuizing nog als een zegen te brengen: ‘Ik heb hier meer vrije tijd om te werken nu ik niet meer zo wordt opgehouden door het vele bezoek.’ Maar een beetje afleiding had Mozart wel kunnen gebruiken, want hij kreeg nauwelijks opdrachten en had net zijn zes maanden oude dochtertje Theresia verloren.

In een brief aan een vrijmetselaarslogebroeder repte hij in die tijd over ‘donkere gedachten die ik met geweld moet verdrijven’. In die zomer van 1788 voltooide Mozart wel zijn drie laatste symfonieën, in zo’n zeven weken tijd. Was dit het geweld geweest waarmee hij zijn donkerste gedachten verdreef?

Symfonie nr. 41 in C groot is sinds de vroege negentiende eeuw bekend als de ‘Jupiter’, naar de Romeinse oppergod, vanwege het verheven, goddelijke, stralende en optimistische karakter van de muziek.

Het was niet Mozart die het opschrift ‘Jupiter’ bedacht, maar de Engelse impresario Johann Peter Salomon, die Haydn naar Engeland had uitgenodigd en ook geprobeerd had Mozart zover te krijgen. Het is tevens de meest gespeelde, beschreven, geanalyseerde en bejubelde symfonie van Mozart.

Schumann schreef in 1835: ‘Over veel dingen in deze wereld kan men eigenlijk niets zeggen, zoals over Mozarts Symfonie in C groot, over veel van Shakespeare en sommige werken van Beethoven.’  

Biografie

Bernard Haitink, dirigent

Bernard Haitink werd geboren en opgeleid in Amsterdam. Zijn carrière begon bij zijn deelname aan de intensieve encursus van de Nederlandse Radio Unie, waarna hij in 1957 chef-dirigent werd van het Radio Filharmonisch Orkest. Het Concertgebouworkest leidde hij voor het eerst in 1956. Van 1961 tot 1988 was Bernard Haitink er chef-dirigent, en in 1999 benoemde het orkest hem tot eredirigent.

Na het beëindigen van zijn chefschap in Amsterdam leidde hij ruim veertien jaar lang de Royal in Londen. Hij was ook music director van de Glyndebourne Festival Opera en chef-dirigent van het London Philharmonic Orchestra, de Sächsische Staatskapelle Dresden en het Chicago Symphony Orchestra. Hij is beschermheer van het Radio Filharmonisch Orkest en erelid van de Berliner Philharmoniker en het Chamber Orchestra of Europe. Als gastdirigent werkt Bernard Haitink met de meest vooraanstaande orkesten wereldwijd.

In seizoen 2018/2019 leidde Bernard Haitink meerdere programma’s bij het Koninklijk Concertgebouworkest en keerde hij terug bij het de Wiener en Berliner Philharmoniker, het Sinfonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Radio Filharmonisch Orkest, het Chicago Symphony Orchestra, het Chamber Orchestra of Europe en Orchestra Mozart. Het Londen Symphony Orchestra vierde zijn verjaardag in maart 2019 met een reeks concerten.

Voor zijn grote verdiensten in de muziek ontving Bernard Haitink vele onderscheidingen, waaronder de Musician of the Year Award van Musical America en de Gramophone Lifetime Achievement Award. Bernard Haitink was Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw en – in het Verenigd Koninkrijk – honorary Companion of Honour en ontving eredoctoraten van de University of Oxford en het Royal College of Music.

Bernhard Haitink leidde het Concertgebouworkest voor het laatst in januari 2019. Op donderdag 21 oktober 2021 overleed hij in zijn woonplaats Londen. Zijn In memoriam is hier te lezen.

Chamber Orchestra of Europe, orkest

Het Chamber Orchestra of Europe werd in 1981 opgericht door musici die elkaar kenden van het European Union Youth Orchestra; dertien van hen maken tot op heden deel uit van het ongeveer zestig musici tellende ledenbestand. Wijlen de en Claudio Abbado en Nikolaus Harnoncourt drukten een stevig stempel op de ontwikkeling van het orkest.

Het gezelschap speelt tegenwoordig in zalen als de Philharmonie in Parijs, de Kölner Philharmonie, het Festspielhaus in Baden-Baden en de Philharmonie Luxemburg, op het festival van Luzern en incidenteel ook in de Verenigde Staten en het Verre Oosten.

Het Chamber Orchestra of Europe onderhoudt nauwe banden met de ereleden Bernard Haitink, Yannick Nézet-Séguin en András Schiff. In het lopende concertseizoen werkt het samen met musici als Pierre-Laurent Aimard, Janine Jansen, Leonidas Kavakos, Antonio Pappano, Nikolaj Szeps-Znaider en Robin Ticciati.

Het Chamber Orchestra of Europe nam meer dan 250 werken op en werd voor zijn discografie bekroond met onder meer twee Grammy Awards en drie Gramophone Record of the Year Awards. Een deel van de opnames komt uit op het eigen label COE Records. Als onderdeel van een uitgebreid educatief programma werd in 2009 de COE Academy opgericht. Het Chamber Orchestra of Europe wordt ondersteund door de Gatsby Charitable Foundation en door een aantal andere donateurs.

Het vorige optreden van het orkest in de Eigen Programmering van Het Concertgebouw was in juni 2018 met Leonidas Kavakos, die daarbij optrad als vioolsolist en als .

Alina Ibragimova, viool

Alina Ibragimova begon haar opleiding aan de Gnessin Muziekschool in Moskou. Nadat haar familie in 1995 naar Engeland was verhuisd, vervolgde ze haar studie daar aan de Yehudi Menuhin School en het Royal College of Music in Londen. Met repertoire van tot hedendaags, gespeeld op zowel moderne als historische instrumenten, bouwde de violiste een grote reputatie op.

Tijdens de BBC Proms in 2015 trad ze als solist op met zowel een als een ensemble én voerde ze in twee s alle ­solopartita’s en -s van Bach uit. Alina Ibragimova werd geëngageerd door onder meer het Boston Symphony Orchestra, de Wiener Symphoniker, het London Symphony Orchestra, het Chamber Orchestra of Europe, het Mahler Chamber Orchestra en Camerata Salzburg.

Bij het Concertgebouworkest debuteerde ze in maart 2019 met het Vioolconcert van Schumann onder leiding van John Eliot Gardiner. Hoogtepunten in het huidige seizoen zijn optredens met het Budapest Festival Orchestra, de Dresdner Philharmonie, het Scottish Chamber Orchestra en Camerata Bern.

Alina Ibragimova speelt ook graag kamermuziek: ze is de primarius van het Chiaroscuro Quartet, waarmee ze voor het laatst in mei 2025 in de optrad, en vormt al jaren een vast duo met de Franse pianist Cédric Tiberghien. De violiste bespeelt een instrument van Anselmo Bellosio uit circa 1775.