Haitink en Chamber Orchestra of Europe: Schumann

Chamber Orchestra of Europe
Bernard Haitink dirigent
Isabelle Faust viool

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dit concert wordt mede mogelijk gemaakt door Corporate Partner Deutsche Bank

Robert Schumann 1810-1856

Ouverture, Scherzo en Finale, op. 52 (1841-45)

Vioolconcert in d kl.t., WoO 23 (1853)

In kräftigem, nicht zu schnellem Tempo
Langsam
Lebhaft, doch nicht schnell
 

pauze
 

Derde symfonie in Es gr.t., op. 97 (1850) ‘Rheinische’

Lebhaft
Scherzo: Sehr mässig
Nicht schell
Feierlich
Lebhaft

Toelichting

Robert Schumann 1810-1856

ouverture, scherzo en finale

Robert Schumann onderscheidde zich met piano- en composities eer hij zich aan orkeststukken waagde – precies zoals het zijn voorloper Franz Schubert was vergaan. Het horen van Schuberts imposante, ‘zangerige’ Symfonie in C groot was voor Schumann het bewijs dat je je met melodisch talent niet tot liederen hoeft te beperken. Wel moest hij nog leren hoe je pakkende ’s kon uitwerken in een grootschalige vorm – en hoe je die moest instrumenteren. Tot op de dag van vandaag wordt (onterecht) beweerd dat hij die vaardigheden nooit helemaal onder de knie kreeg en zelf bleef hij er altijd onzeker over. Toch schreef zijn toekomstige vrouw Clara al in 1839: ‘Het zou het beste zijn als hij voor orkest componeerde: dáár ligt zijn terrein. Een piano kan niet volop recht doen aan zijn verbeelding. Qua gevoel is zijn muziek puur orkestraal.’
En zie, na hun huwelijk een jaar later gutsten de orkestwerken eruit. Alleen al in 1841 voltooide hij twee symfonieën, het begindeel van het latere Pianoconcert en Ouverture, en Finale – eigenlijk een symfonietje (zonder langzaam deel) dat Schumann aanvankelijk als ‘’ betitelde. Schumanns vaak wat impulsieve en fragmentarische componeerstijl zat hem bij het schrijven van een symfonie soms in de weg, maar in dit werk paste hij die even effectief toe als in zijn pianomuziek.

De beginmelodie – een ‘tedere sirenenzang’, aldus de componist zelf – schept een sprookjesachtige sfeer die Schumann in stand houdt door steeds nieuwe jes te introduceren. De Ouverture en het (korte) , beide beweeglijk en feeëriek, zijn duidelijk verwant. De mfantelijke Finale is aardser, maar is tisch met de voorafgaande delen verbonden door echo’s van diverse thema’s daaruit. In drie weken had Schumann het drieluik af. Hij droeg het op aan de Nederlandse /componist Johannes Verhulst en herzag de Finale in 1845, kort voor publicatie.

Robert Schumann 1810-1856

Vioolconcert

De Duits-Hongaarse violist Joseph Joachim inspireerde diverse componisten tot nieuwe werken die tot op de dag van vandaag worden gespeeld. Maar behalve een aanjager van nieuw repertoire was hij óók degene die het Vioolconcert van Schumann zó nadrukkelijk onder het tapijt veegde dat tot ver in de twintigste eeuw maar een handvol mensen wisten dat het überhaupt bestond. Schumann componeerde het toen hij op het randje balanceerde van de zenuwinzinking die hem definitief zou vellen. Om de componist niet te kwetsen stelde Joachim de verhoopte première herhaaldelijk uit, met overtuigende smoezen, en Schumann stierf zonder ooit een degelijke uitvoering van het concert te hebben gehoord. Triest is de anekdote dat Schumann in het krankzinnigengesticht een ‘openbaring’ had van een die hem ‘door engelen voorgezongen’ was; toen hij het noteerde zagen anderen dat het een uit dat recent voltooide Vioolconcert was.
Naderhand kwamen Joachim, Schumanns vrouw Clara en de jonge Johannes Brahms (bevriend met beiden) tot de conclusie dat Schumanns reputatie niet gebaat was bij een uitgave van het werk, of zelfs een enkele uitvoering. Het manuscript belandde in de Pruisische Staatsbibliotheek en verstofte daar – totdat decennia later de violiste Jelly d’Aranyi (Joachims achternicht) zich erover ontfermde, naar verluidt omdat ze in een spiritistische seance daartoe was aan­gespoord door Schumann zelf. En wederom werd de première uitgesteld: haar joodse afkomst maakte optredens in nazi­Duitsland onmogelijk. Uiteindelijk hield Yehudi Menuhin het werk in 1937 ten doop, in New York.

Wordt Schumanns Vioolconcert mooier van dit schatgraversverhaal? Nee en ja, in die volgorde. Een paar minuten googelen leert al hoe verdeeld de meningen zijn. Schumann schreef betere stukken, zeggen velen. Het stuk is traditioneel van vorm (snel­langzaam-snel) en bevat niets wat je niet elders in Schumanns oeuvre kunt vinden. Maar tegelijkertijd heeft die vormvastheid iets gekwelds. Vooral de partij van de vioolsolist is eerder bezwerend dan ambachtelijk. Schumann schreef in zijn nadagen strenge ’s om dreigende psychoses in te tomen; hetzelfde mechanisme lijkt bij vlagen het Vioolconcert geïnspireerd te hebben. In dat geval is het misschien geen meesterwerk, maar wel een document humain dat je niet onberoerd laat.

Robert Schumann 1810-1856

Derde symfonie

Dat in Schumann wel degelijk een origineel orkestman schuilde bewijst zijn Derde symfonie. De overrompelende zeggingskracht ervan diende Brahms en Mahler tot voorbeeld en oogstte zelfs lof van de extreem kritische Tsjaikovski. Het is de laatste symfonie die Schumann schreef – de Vierde ontstond negen jaar eerder, maar werd later uitgegeven – en in zekere zin is het ook een muzikaal testament: na de voltooiing ervan verslechterde zijn geestelijke gezondheid razendsnel en zaten artistieke voltreffers er niet meer in.
Dat juist deze symfonie zo aanspreekt heeft alles te maken met de spontaniteit van de ’s: die moesten ‘klinken als volksmuziek’, zoals Schumann zei. Het duidelijkst hoor je dat in het tweede deel, een volksdansachtig . Maar ook de andere delen zitten vol pakkende, ‘folkloristische’ ën met markante contouren en s.

Schumann voltooide het werk binnen een paar weken in Düsseldorf, waar hij zojuist een nieuwe baan als had aangenomen. Het omliggende landschap en een boottocht over de Rijn werkten inspirerend – al was het niet Schumann zelf die deze symfonie de bijnaam ‘Rheinische’ gaf. Anekdotisch is wél de ‘kathedraalmuziek’ in het Feierlich-deel: tijdens hun Rijntrip bezochten de Schumanns een mis in de gloednieuwe Dom van Keulen, en dit wonderlijke deel (waarin de tot dan toe zwijgende trombones klinken) getuigt daarvan.
Eigenlijk heeft de hele symfonie een spiritueel karakter: na het uitbundige openingsdeel wordt de sfeer geleidelijk ingetogener, de tempi worden trager, de expressie geconcentreerder – totdat in de finale de volksliedjes en -dansjes weer losbarsten. Schumanns streven was om mensen door kunst met het hogere te verbinden; in deze symfonie reikte hij hoog, en stond hij nog nét met beide benen op de grond.

Michiel Cleij

Biografie

Chamber Orchestra of Europe, orkest

Het Chamber Orchestra of Europe werd in 1981 opgericht door musici die elkaar kenden van het European Union Youth Orchestra; dertien van hen maken tot op heden deel uit van het ongeveer zestig musici tellende ledenbestand. Wijlen de en Claudio Abbado en Nikolaus Harnoncourt drukten een stevig stempel op de ontwikkeling van het orkest.

Het gezelschap speelt tegenwoordig in zalen als de Philharmonie in Parijs, de Kölner Philharmonie, het Festspielhaus in Baden-Baden en de Philharmonie Luxemburg, op het festival van Luzern en incidenteel ook in de Verenigde Staten en het Verre Oosten.

Het Chamber Orchestra of Europe onderhoudt nauwe banden met de ereleden Bernard Haitink, Yannick Nézet-Séguin en András Schiff. In het lopende concertseizoen werkt het samen met musici als Pierre-Laurent Aimard, Janine Jansen, Leonidas Kavakos, Antonio Pappano, Nikolaj Szeps-Znaider en Robin Ticciati.

Het Chamber Orchestra of Europe nam meer dan 250 werken op en werd voor zijn discografie bekroond met onder meer twee Grammy Awards en drie Gramophone Record of the Year Awards. Een deel van de opnames komt uit op het eigen label COE Records. Als onderdeel van een uitgebreid educatief programma werd in 2009 de COE Academy opgericht. Het Chamber Orchestra of Europe wordt ondersteund door de Gatsby Charitable Foundation en door een aantal andere donateurs.

Het vorige optreden van het orkest in de Eigen Programmering van Het Concertgebouw was in juni 2018 met Leonidas Kavakos, die daarbij optrad als vioolsolist en als .

Bernard Haitink, dirigent

Bernard Haitink werd geboren en opgeleid in Amsterdam. Zijn carrière begon bij zijn deelname aan de intensieve encursus van de Nederlandse Radio Unie, waarna hij in 1957 chef-dirigent werd van het Radio Filharmonisch Orkest. Het Concertgebouworkest leidde hij voor het eerst in 1956. Van 1961 tot 1988 was Bernard Haitink er chef-dirigent, en in 1999 benoemde het orkest hem tot eredirigent.

Na het beëindigen van zijn chefschap in Amsterdam leidde hij ruim veertien jaar lang de Royal in Londen. Hij was ook music director van de Glyndebourne Festival Opera en chef-dirigent van het London Philharmonic Orchestra, de Sächsische Staatskapelle Dresden en het Chicago Symphony Orchestra. Hij is beschermheer van het Radio Filharmonisch Orkest en erelid van de Berliner Philharmoniker en het Chamber Orchestra of Europe. Als gastdirigent werkt Bernard Haitink met de meest vooraanstaande orkesten wereldwijd.

In seizoen 2018/2019 leidde Bernard Haitink meerdere programma’s bij het Koninklijk Concertgebouworkest en keerde hij terug bij het de Wiener en Berliner Philharmoniker, het Sinfonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Radio Filharmonisch Orkest, het Chicago Symphony Orchestra, het Chamber Orchestra of Europe en Orchestra Mozart. Het Londen Symphony Orchestra vierde zijn verjaardag in maart 2019 met een reeks concerten.

Voor zijn grote verdiensten in de muziek ontving Bernard Haitink vele onderscheidingen, waaronder de Musician of the Year Award van Musical America en de Gramophone Lifetime Achievement Award. Bernard Haitink was Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw en – in het Verenigd Koninkrijk – honorary Companion of Honour en ontving eredoctoraten van de University of Oxford en het Royal College of Music.

Bernhard Haitink leidde het Concertgebouworkest voor het laatst in januari 2019. Op donderdag 21 oktober 2021 overleed hij in zijn woonplaats Londen. Zijn In memoriam is hier te lezen.

Isabelle Faust, viool

Isabelle Faust won op jonge leeftijd het Leopold Mozart Concours in Augsburg en het Italiaanse Paganini ­Concours en werd al snel uitgenodigd door belangrijke gezelschappen wereldwijd waaronder de Berliner Philharmoniker, het Boston Symphony Orchestra, het NHK Symphony Orchestra, Tokyo, het Chamber Orchestra of Europe en het Freiburger Barockorchester.

Bij het ­Concertgebouworkest debuteerde ze in 2015, en bij Concertgebouworkest Young 2022 soleerde ze in Beethovens Viool­concert onder leiding van ­Gustavo Gimeno.

De Duitse violiste beheerst een repertoire dat reikt van de tot wereldpremières, en is zich daarbij altijd bewust van de tijdeigen context en speelwijze. Onder leiding van wijlen Claudio Abbado maakte Isabelle Faust prijswinnende opnames van de viool­concerten van Berg en Beethoven, en ze was een aantal jaar vaste partner van het door hem opgerichte Mahler Chamber Orchestra.

In het seizoen 2023/2024 was ze artist in residence bij het SWR Symphonie­orchester, in 2024 bij het Beethovenfest Bonn, en in datzelfde jaar won ze twee Gramophone Awards: voor een Schumann-album en voor Brittens Vioolconcert met het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks onder leiding van Jakub Hrůša. Kamermuziek speelt Isabelle Faust met onder anderen haar vaste pianist Alexander Melnikov, cellist Jean-Guihen Queyras, klavecinist/pianist Kristian Bezuidenhout, ­altviolist Antoine Tamestit en zangeres Anna Prohaska.

In seizoen 2019/2020 had ze een Spotlight-serie in de . Op dat podium was ze voor het laatst te beluisteren op 17 maart 2023, in Brahms en Ligeti met ist Teunis van der Zwart en pianist Alexander Melnikov.