Haitink dirigeert Bruckner 7
Serie D, E en Z 20.15 uur | zondag 19 februari 14.15 uur
Koninklijk Concertgebouworkest
Bernard Haitink dirigent
dames Nederlands Kamerkoor
In november jl. was het 60 jaar geleden dat Bernard Haitink voor het eerst het Concertgebouworkest leidde. Op 7 en 8. november 1956 viel hij in voor Carlo Maria Giulini. Enkele jaren later zou hij chef-dirigent zijn. Tijdens de 27 jaar van zijn chef-dirigentschap was bezorgde hij het orkest grote internationale roem. In 1988 benoemde het Concertgebouworkest Bernard Haitink tot eredirigent. Met regel-maat kwam hij terug, zoals in het jubileum-jaar 2013 met de Achtste symfonie van Bruckner. Het Koninklijk Concertgebouw-orkest is verheugd de samenwerking vanavond te continueren met Bruckners Zevende, voorafgegaan door werken van Debussy.
Claude Debussy 1862-1918
Prélude à l’après-midi d’un faune (1891-94)
Trois nocturnes (1897-99)
Nuages
Fêtes
Sirènes
pauze
Anton Bruckner 1824-1896
Zevende symfonie in E gr.t. (1881-83/1885)
editie Nowak 1954
Allegro moderato
Adagio: Sehr feierlich und sehr langsam
Scherzo: Sehr schnell – Trio: Etwas langsamer
Finale: Bewegt, doch nicht schnell
begin van de pauze ca. 20.55 uur
einde van het concert ca. 22.30 uur
zondag 19 februari:
begin van de pauze ca. 14.55 uur
einde van het concert ca. 16.30 uur
Toelichting
Claude Debussy 1862-1918
prélude à l’après-midi d’un faune
Tekst: Aad van der Ven
In de hiërarchie van goden en halfgoden die de oude Grieken en Romeinen in ere hielden nemen de faunen een zeer bescheiden plaats in. Deze afstammelingen van een bosgod deden niet veel meer dan fluitspelen en achter bevallige nimfen aanrennen.
In het gedicht L’après-midi d’un faune beschrijft Stéphane Mallarmé (1842-1898) hoe zo’n mythisch wezen, dat gewoonlijk wordt afgebeeld met de benen van een paard, uit een diepe slaap ontwaakt, zich koestert in de mediterrane zon en vervolgens inderdaad enkele nimfen lastigvalt.
Zijn toenaderingspogingen vallen niet in goede aarde, waarna de faun zich verveeld terugtrekt.
Claude Debussy werd getroffen door de poëtische beelden van de symbolistische Franse dichter en componeerde een dromerige orkestpartituur die wel wordt beschreven als het eerste voorbeeld van impressionistische muziek.
Claude Debussy 1862-1918
Trois nocturnes
Behalve voor de symbolistische literatuur van auteurs als Stéphane Mallarmé en Maurice Maeterlinck was Debussy ook zeer gevoelig voor sommige vormen van beeldende kunst. Naast de Japanse graficus Hokusai behoorde de Engelse schilder William Turner en diens Amerikaanse collega James Whistler tot de kunstenaars die hem fascineerden.
Debussy beschouwde Turner als de ‘belangrijkste schepper van mysterieuze effecten in de kunst’. Al luisterend naar Debussy’s triptiek Trois s is het mogelijk zich een zekere verwantschap tussen beiden voor te stellen. Dit geldt vooral voor de diffuse vormen en de coloristische schoonheid van deze rond 1900 ontstane muziek.
Het werk illustreert ook hoezeer Debussy zich als componist openstelde voor de natuur.
Over Nuages, het openingsstuk van Trois s, schreef hij: ‘Het geeft het onveranderlijke beeld van de lucht weer en de langzame, plechtige beweging van de wolken, wegvloeiend in grijze tinten, vermengd met wit.’ Het gaat hier om de organische ontwikkeling van een opeenvolging van toonschreden, vier maten lang, van twee klarinetten en twee ten. De toevoeging van korte motieven biedt een vluchtige verlevendiging.
Fêtes beeldt een feestelijke volksscène uit als bij een carnaval. Boven huppelende n ontvouwen zich snelle lijnen van uitbundige . De aandacht verplaatst zich plotseling naar een uit de verte naderende optocht die langzaamaan betrokken raakt bij de drukte van een feestende menigte.
Voor Sirènes wordt gebruik gemaakt van een vrouwenkoor, dat slechts op vocalen, dus woordloos, zingt. Het beeldt de onweerstaanbare lokroep uit van de verleidelijke zangeressen die in de oud-Griekse mythologie elk passerend schip naar een wisse ondergang voeren. Maanlicht, een glanzend wateroppervlak, een volkomen lege ruimte, zo moeten we ons het hier uitgebeelde tafereel voorstellen.
Anton Bruckner 1824-1896
Zevende symfonie
Door Aad van der Ven
Anton Bruckner wist niet wat hem overkwam. Ovaties klonken na de eerste uitvoeringen van zijn Zevende symfonie in zowel Leipzig (1884) als München (1885). Zelfs zijn grootste vijand, de criticus Eduard Hanslick, was enthousiast. Dit overkwam dus een componist, die zich voortdurend had afgevraagd of hij wel in staat was het talent waarmee Onze Lieve Heer hem had verwend – daarvan was hij in elk geval overtuigd – voldoende te benutten. De Zevende is een symfonie die meteen voor zich inneemt.
Het hoofdthema aan het begin, dat Bruckner aan de ’s heeft toevertrouwd, spreekt duidelijke taal. Welke andere componist was in staat een te schrijven die uit maar liefst 21 maten bestaat, een melodie ook die zowel vastberaden als verheven klinkt en die door de wijde len, voornamelijk in opwaartse richting, een en al ruimtelijkheid suggereert. Het is een dat zich naarmate dit moderato vordert op diverse manieren zal vertakken. Bruckners muziek klinkt niet alleen, zij groeit ook tijdens het klinken.
De Zevende symfonie is een werk waarin wellicht meer dan in Bruckners andere instrumentale partituren religieuze overtuiging doorklinkt. Zo ontleende hij een aan een fragment uit zijn ongeveer in dezelfde periode geschreven Te Deum, namelijk waar aan het slot ‘Non confundar in aeternam’ wordt gezongen. Ook melodieën die zoveel muziek van zijn hand een gewijd karakter geven ontbreken niet.
Bruckners vrome gemoedstoestand tijdens het ontstaan van zijn Zevende, waaraan hij in de periode 1881-1883 werkte (en waarvan in 1885 een revisie volgde), hing ook samen met de arbeid aan zijn drie grote missen die hij na twintig jaar weer onder handen had genomen. Bovendien was hij diep onder de indruk van Wagners Parsifal, het verheven ‘Bühnenweihfestspiel’ dat hij tijdens een bezoek aan Bayreuth had leren kennen.
Al had hij als componist geen affiniteit met de combinatie muziek/theater, Wagner was zijn grote held. Toen hij in februari 1883 van diens overlijden hoorde had Bruckner het van de Zevende op zijn werktafel liggen. Het verhaal gaat dat hij onmiddellijk besloot de van dit langzame deel als treurmuziek te concipiëren.
Eerder al was hij er toe overgegaan in dit deel de Wagner-tuba te introduceren. Vier van deze instrumenten, die de warme klank van de combineren met de duisterheid van de trombone, dragen vanaf het begin bij aan het luisterrijke en troostrijke karakter van dit Adagio.
Waarna dankzij het de luisteraar spoedig weer met beide benen op de grond staat. Het vormt een wonderlijk contrast met het voorafgaande, dit onbekommerde deel met zijn galopperende strijkers plus het ‘hanengekraai’, zoals het wel genoemd is, van een .
Het centrale , rustiger en dunner geïnstrumenteerd, heeft een enigszins pastoraal karakter. De Finale is rijk aan zeer uiteenlopende ideeën, te beginnen met het hoofdthema in de vorm van een variant van het openingsthema van het eerste deel. Via talrijke omwegen, waarbij melodieën een belangrijke rol spelen, klimt de muziek op naar een majestueuze climax met een herhaling van het grootse beginthema als bekroning.
Biografie
Bernard Haitink, dirigent
Bernard Haitink werd geboren en opgeleid in Amsterdam. Zijn carrière begon bij zijn deelname aan de intensieve encursus van de Nederlandse Radio Unie, waarna hij in 1957 chef-dirigent werd van het Radio Filharmonisch Orkest. Het Concertgebouworkest leidde hij voor het eerst in 1956. Van 1961 tot 1988 was Bernard Haitink er chef-dirigent, en in 1999 benoemde het orkest hem tot eredirigent.
Na het beëindigen van zijn chefschap in Amsterdam leidde hij ruim veertien jaar lang de Royal in Londen. Hij was ook music director van de Glyndebourne Festival Opera en chef-dirigent van het London Philharmonic Orchestra, de Sächsische Staatskapelle Dresden en het Chicago Symphony Orchestra. Hij is beschermheer van het Radio Filharmonisch Orkest en erelid van de Berliner Philharmoniker en het Chamber Orchestra of Europe. Als gastdirigent werkt Bernard Haitink met de meest vooraanstaande orkesten wereldwijd.
In seizoen 2018/2019 leidde Bernard Haitink meerdere programma’s bij het Koninklijk Concertgebouworkest en keerde hij terug bij het de Wiener en Berliner Philharmoniker, het Sinfonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Radio Filharmonisch Orkest, het Chicago Symphony Orchestra, het Chamber Orchestra of Europe en Orchestra Mozart. Het Londen Symphony Orchestra vierde zijn verjaardag in maart 2019 met een reeks concerten.
Voor zijn grote verdiensten in de muziek ontving Bernard Haitink vele onderscheidingen, waaronder de Musician of the Year Award van Musical America en de Gramophone Lifetime Achievement Award. Bernard Haitink was Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw en – in het Verenigd Koninkrijk – honorary Companion of Honour en ontving eredoctoraten van de University of Oxford en het Royal College of Music.
Bernhard Haitink leidde het Concertgebouworkest voor het laatst in januari 2019. Op donderdag 21 oktober 2021 overleed hij in zijn woonplaats Londen. Zijn In memoriam is hier te lezen.
Nederlands Kamerkoor, koor
Het Nederlands Kamerkoor voert repertoire uit van de vroege Middeleeuwen tot de muziek van morgen. Het werkt samen met acteurs, dansers, dj’s en vj’s, componisten, dichters en wetenschappers. Het koor won in 2017 De Ovatie van de VSCD voor het programma Via Crucis onder leiding van Reinbert de Leeuw, en in 2019 won het de Rotterdamse dagen Award.
Vanuit zijn thuisbasis in Utrecht zet het Nederlands Kamerkoor zich in voor een bloeiende koorwereld met onder meer het traineeship NKK NXT voor jonge professionals en de Zingdagen voor amateurkoren. Oprichter Felix de Nobel was chef- van 1937 tot 1972; hij gaf opdrachten aan componisten als Francis Poulenc en Frank Martin.
Opvolgers waren Hans van de Hombergh (1972-1976), Kerry Woodward (1977-1980), Uwe Gronostay (1988-1997), Tõnu Kaljuste (1998-2000), Stephen Layton (2002-2005) en Risto Joost (2011-2015). Sinds 2015 is Peter Dijkstra chef-dirigent. De laatste decennia werden compositieopdrachten verleend aan onder anderen David Lang, Michel van der Aa, Sofia Goebaidoelina, James MacMillan en Caroline Shaw. De vorige samenwerking met het Concertgebouworkest betrof Bachs Matthäus-Passion onder Riccardo Minasi in april 2025.
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest


