Haitink dirigeert Brahms bij het Concertgebouworkest

Koninklijk Concertgebouworkest 
Bernard Haitink dirigent

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

Symfonie nr. 40 in g kl.t., KV 550 (1788)
Molto allegro
Andante
Menuetto: Allegretto
Allegro assai

pauze (± 20.50 uur)

Johannes Brahms (1833-1897)

Vierde symfonie in e kl.t., opus 98 (1884-85)
Allegro non troppo
Andante moderato
Allegro giocoso
Allegro energico e passionato 

einde (± 22.10 uur)

Toelichting

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Mozart: Symfonie nr. 40

Door Aad van der Ven

Robert Schumann noemde Wolfgang Amadeus Mozarts Symfonie in g klein, KV 550 ‘gewichtloos’ en sprak van ‘Helleense sierlijkheid’. Zo niet de twintigste-eeuwse muziekhistoricus Robbins Landon, die er iets ‘neurotisch’ in hoorde, terwijl pianist en muziekpublicist Charles Rosen een combinatie van ‘tragiek en sensualiteit’ vaststelde.

Van weinig andere composities van Mozart is de inhoud door uiteenlopende mensen op een zo uiteenlopende manier geïnterpreteerd. En over weinig andere partituren van zijn hand bestaat zoveel onduidelijkheid. Het werk is een van de laatste drie symfonieën van Mozart en wordt geflankeerd door twee stralende partituren in .

De volgorde van het drietal, geschreven in de zomer van 1788, doet niet ter zake. Want deze drie symfonieën zijn vrijwel gelijktijdig, dat wil zeggen binnen ruim twee maanden, ontstaan. Dat laatste valt nauwelijks te bevatten, mede als we hun volstrekt uiteenlopende karakter en stijl in aanmerking nemen. 

Ze roepen trouwens meer vragen op. Zijn ze als cyclus bedoeld? Zijn ze met het oog op een geplande uitvoering geschreven? Zijn ze tijdens Mozarts leven ooit in hun geheel gespeeld?  
We weten het niet. Duidelijk is wel dat het met de carrière van de kort daarvoor nog zo succesvolle componist in 1788 bergafwaarts ging.

De ontvangst van de  Don Giovanni in Wenen was lauw en de verkoop van gepubliceerde composities liep terug. Bovendien stierf in augustus zijn dochtertje Theresia. Kortom, voor de overwegend sombere stemming van de Symfonie in g klein lijkt zonder meer aanleiding. Toch volgde daarop onmiddellijk de optimistische Symfonie nr. 41 in C groot, ‘Jupiter’. Het laat zien dat bij Mozart privéomstandigheden zich niet of nauwelijks in zijn muziek weerspiegelden. 

Het van KV 550 is trouwens, afgezien van enkele fragmenten in de doorwerking van het eerste deel (‘die storten ons door de vermetele s in de afgronden van de ziel’, aldus de musicoloog en Mozart-expert Alfred Einstein), minder tragisch dan wel ernstig en in zichzelf gekeerd. Van het werk bestaan twee versies. De eerste versie heeft alleen hobo’s; later voegde Mozart klarinetpartijen toe en paste hij de hobopartijen aan. Deze versie wordt in dit programma uitgevoerd.

Johannes Brahms 1833-1897

Brahms: Vierde symfonie

Wat betreft muzikale eruditie had Johannes Brahms onder de negentiende-­eeuwse componisten zijns gelijke niet. Muziekwetenschap was voor hem meer dan een hobby, zoals blijkt uit de door hem geredigeerde uitgave van klavierwerken van François Couperin. Als van het Gesellschaft der Musikfreunde in Wenen zette hij veel oude muziek op zijn programma’s. Hij had ook belangstelling voor de Duitse volksmuziek, waarvan sporen in zijn werk zijn terug te vinden. 

Bij dit alles was hij ontegenzeglijk behoudend, al hebben sommigen dat beeld later willen bijstellen, zoals Arnold Schönberg in het essay Brahms the Progressive (1947). In elk geval was hij tevreden met de traditionele muzikale vormen en wees hij als verdediger van de ‘’ de literair ge­oriënteerde stroming, waarvan Franz Liszt met zijn symfonische gedichten een prominent vertegenwoordiger was, gedecideerd af.  

Het verleden was voor Brahms niet alleen een bron van inspiratie, het vormde ook een intimiderende kracht (‘ik hoor de voetstappen van Beethoven achter me’). Was hij in staat zich daaraan te ontworstelen, dan vloeiden de diverse stijlelementen samen en bereikte de negentiende-eeuwse toonkunst een van haar pieken, zoals in zijn Vierde symfonie.  

Met onderbrekingen werkte Brahms gedurende 1884 en 1885 aan deze , maar er zijn aanwijzingen dat bepaalde ideeën hem al rond 1880 voor de geest stonden. Opgetekende gesprekken tussen hem en de ­dirigent en pianist Hans von Bülow tonen aan dat Brahms geïntrigeerd was door een bepaald van Johann Sebastian Bach, afkomstig uit het slotkoor van ‘Nach Dir, Herr, verlanget mich’, BWV 150.

Het werk was toen nog niet uitgegeven, maar Brahms, de gedreven muziekcollectioneur, was in het bezit van een handgeschreven kopie. Dat werd het uitgangspunt voor de finale: een reeks variaties in de vorm van een grootse ­passaca­glia (variaties boven een gelijkblijvende basfiguur, van oorsprong een plechtige dans in driekwartsmaat).  

De toont echter ook de invloed van enkele andere grote meesters, waardoor Brahms’ laatste symfonie het karakter van een samenvatting heeft gekregen. Want in welk ander openingsdeel van een symfonie na Ludwig van Beethoven ontstaat vanuit een klein, simpel , afwisselend dalend en stijgend, een zo hecht bouwwerk?

En is Franz Schubert niet dichtbij wanneer in het langzame deel, na het krachtige beginsignaal van twee s, boven een rustige cadans e ën uitwaaieren? Met de weemoedige gevoelens die daaruit spreken rekent Brahms in het nukkige ( giocoso) snel af. Dat deel behoort tot de meest grillige en verrassende van deze componist. Ten slotte volgt de magistrale passacaglia, waarvan het door Bach ingegeven thema, gevormd door de acht en die we aan het begin horen, in alle variaties als harmonische basisreeks voortdurend aanwezig is. 

Zo bracht Brahms een hommage aan de componist die voor hem boven alle andere stond, zoals ook Mozart (Symfonie nr. 41, ‘Jupiter’) en Anton Bruckner (Vijfde symfonie) dat gedaan hebben. Dat inmiddels betwijfeld wordt of het Bach is geweest die de bewuste heeft geschreven, doet daar niets aan af.

Tijdens het componeren vreesde Brahms dat juist de archaïsche vorm van het laatste deel het succes van de symfonie in de weg zou staan. Na een aantal zeer succesvolle uitvoeringen, waarvan de eerste op 25 oktober 1885 in Meiningen door Brahms zelf werd gedirigeerd, bleek dat die vrees ongegrond was geweest.

Biografie

Bernard Haitink, dirigent

Bernard Haitink werd geboren en opgeleid in Amsterdam. Zijn carrière begon bij zijn deelname aan de intensieve encursus van de Nederlandse Radio Unie, waarna hij in 1957 chef-dirigent werd van het Radio Filharmonisch Orkest. Het Concertgebouworkest leidde hij voor het eerst in 1956. Van 1961 tot 1988 was Bernard Haitink er chef-dirigent, en in 1999 benoemde het orkest hem tot eredirigent.

Na het beëindigen van zijn chefschap in Amsterdam leidde hij ruim veertien jaar lang de Royal in Londen. Hij was ook music director van de Glyndebourne Festival Opera en chef-dirigent van het London Philharmonic Orchestra, de Sächsische Staatskapelle Dresden en het Chicago Symphony Orchestra. Hij is beschermheer van het Radio Filharmonisch Orkest en erelid van de Berliner Philharmoniker en het Chamber Orchestra of Europe. Als gastdirigent werkt Bernard Haitink met de meest vooraanstaande orkesten wereldwijd.

In seizoen 2018/2019 leidde Bernard Haitink meerdere programma’s bij het Koninklijk Concertgebouworkest en keerde hij terug bij het de Wiener en Berliner Philharmoniker, het Sinfonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Radio Filharmonisch Orkest, het Chicago Symphony Orchestra, het Chamber Orchestra of Europe en Orchestra Mozart. Het Londen Symphony Orchestra vierde zijn verjaardag in maart 2019 met een reeks concerten.

Voor zijn grote verdiensten in de muziek ontving Bernard Haitink vele onderscheidingen, waaronder de Musician of the Year Award van Musical America en de Gramophone Lifetime Achievement Award. Bernard Haitink was Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw en – in het Verenigd Koninkrijk – honorary Companion of Honour en ontving eredoctoraten van de University of Oxford en het Royal College of Music.

Bernhard Haitink leidde het Concertgebouworkest voor het laatst in januari 2019. Op donderdag 21 oktober 2021 overleed hij in zijn woonplaats Londen. Zijn In memoriam is hier te lezen.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest