Hagen Kwartet speelt Schubert en Schumann

Hagen Kwartet: 
Lukas Hagen viool
Rainer Schmidt viool
Veronika Hagen altviool
Clemens Hagen cello 

Lees het interview met het Hagen Kwartet

Joseph Haydn (1732-1809)

Strijkkwartet in A gr.t., op. 55 nr. 1, Hob. III: 60 (1788)
Allegro
Adagio cantabile
Menuet – Trio
Finale 

Franz Schubert (1797-1828)

Strijkkwartet in Bes gr.t., D 112 (1814)
Allegro ma non troppo
Andante sostenuto
Menuetto – Allegretto
Presto 

pauze (± 21.00 uur)

Robert Schumann (1810-1856)

Strijkkwartet in A gr.t., op. 41 nr. 3 (1842)
Andante espressivo – Allegro molto moderato
Assai agitato
Adagio molto
Finale: Allegro molto vivace

einde (± 22.00 uur)

Toelichting

Joseph Haydn 1732-1809

Haydn: Strijkkwartet

Door Anneloes Brand

Dit programma koppelt de ‘vader van het strijkkwartet’, Joseph Haydn, aan twee kopstukken van de : Franz Schubert en Robert Schumann. Haydn had een grote invloed op componisten na hem. Dat is vandaag te horen in het Strijkkwartet in Bes groot dat Schubert componeerde toen hij zeventien jaar jong was.

Ook Schumann bestudeerde werken van zijn voorgangers en bewonderde Haydns kwartetten in het bijzonder om hun ‘Reinheit des Satzes’, ‘künstliche Verflechtungen’ en ‘originelles Gepräge der melodischen Führung’. Schubert en Schumann wisten evenwel hun eigen stempel op het genre te drukken.

Haydn: Strijkkwartet

Als Kapellmeister van prins Nikolaus Esterházy was Joseph Haydn jarenlang verantwoordelijk voor het muziekleven in paleis Eszterháza (bij het huidige Eisenstadt in Oostenrijk). Daar componeerde en leidde hij een rijk oeuvre aan symfonieën, kamermuziek en ’s, maar ook kerkmuziek.

Onder Haydns handen groeide het strijkkwartet uit van een (zoals het eerst heette) tot een serieus genre, dat sindsdien inhoudelijk en compositorisch in hoog aanzien staat. De kwartetten van Haydns 54, 55 en 64 dateren uit 1788-90 en worden over het algemeen aangeduid als de ‘Tost’-kwartetten. Die van opus 64 zijn inderdaad gewijd aan violist Johann Tost. Hij leidde de tweede violen in Haydns orkest in Eszterháza van 1783 tot zijn vertrek naar Parijs in 1788.

Haydns set van zes kwartetten uit 1788 ging met Tost mee naar Parijs voor publicatie: de eerste drie daarvan werden in 1789 gedrukt als 54 en de resterende drie werden in 1790 gepubliceerd als opus 55. Met deze werken tilde Haydn de expressieve mogelijkheden van het genre naar een hoger niveau; vooral de langzame delen zijn dramatischer van karakter dan voorheen.

In het geval van het Strijkkwartet in A groot dat vandaag klinkt is het langzame deel, cantabile, ook compositorisch opmerkelijk, omdat de verwerking van het pas aan het eind, in de , plaatsvindt. Daarnaast deed Haydn iets uitzonderlijks in de Finale: het vrolijke krijgt een serieuze toon als het hoofdthema bij de eerste herhaling verandert in een tische passage. Aan het eind keert het rondothema echter in zijn oorspronkelijke gedaante terug.

Franz Schubert 1797-1828

Schubert: Strijkkwartet

Franz Schubert componeerde zijn eerste strijkkwartet op zijn dertiende, ongetwijfeld gegroeid uit het verlangen zelf muziek bij te dragen aan het familiekwartet: zijn broers Ignaz en Ferdinand bekwaamden zich op de viool, vader Franz Theodor Schubert speelde en de jonge Franz nam de partijen voor zijn rekening.

Het spelplezier en het experimenteren met het genre zorgden ervoor dat Schubert zich met elke nieuwe compositie verder ontwikkelde. Tegen de tijd dat hij zijn achtste strijkkwartet neerpende, was hij er aardig bedreven in. ‘Voltooid in vierenhalf uur’, schreef Schubert op 5 september 1814 trots aan het slot van het eerste deel van zijn Strijkkwartet in Bes groot.

Het sostenuto kostte hem nog de meeste tijd – vijf dagen – maar op 13 september stond het hele werk op papier. Niet alleen de snelheid is wonderbaarlijk, ook de kwaliteit. De jonge componist toont de ‘lessen’ van Haydn en Mozart goed te hebben begrepen (let bijvoorbeeld op het ). Wat echter vooral opvalt zijn de momenten, met name in het Andante, waarop Schubert het pad van de inslaat en zijn eigen weg gaat.  

Robert Schumann 1810-1856

Schumann: Strijkkwartet

Robert Schumann schreef in 1842 koortsachtig zoveel kamermuziek, dat het vaak zijn ‘jaar van de kamermuziek’ wordt genoemd: in dat jaar ontstonden de drie Strijkkwartetten, op. 41, het Pianokwintet, op. 44, het Pianokwartet, op. 47 en de Phantasiestücke, op. 88.

Schumanns enthousiasme om voor strijkkwartet te schrijven werd aangewakkerd door de bestudering van werken van Haydn, Mozart en Beethoven. De stijl van Schumanns strijkkwartetten lijkt echter meer op die van zijn vriend Felix Mendelssohn, aan wie hij ze opdroeg.

De drie kwartetten gingen op 13 september 1842, Clara’s 23ste verjaardag, in première. Clara Schumann prees de werken als ‘nieuw en tegelijkertijd helder, mooi uitgewerkt en steeds in kwartetidioom’. Het succes van de strijkkwartetten is echter altijd achtergebleven bij dat van Schumanns werken met piano en de veelgehoorde kritiek op de kwartetten was juist dat ze vanuit een pianistische manier van denken zijn geschreven in plaats van werkelijk voor vier strijkers. Anderen menen weer dat de werken wel degelijk een eigen plaats in de kwartetliteratuur verdienen.

Het Strijkkwartet in A groot, dat te boek staat als het populairste van de drie, opent met een opmerkelijke introductie: de ‘zuchtende’ dalende en roepen een dromerige sfeer op. Het eerste deel laat zien hoe inventief Schumann in het bouwen van ’s vanuit één is, in dit geval de dalende kwint.

Het Assai agitato is een thema met variaties, waarin het thema verrassend genoeg pas in het vierde gedeelte voluit lijkt te worden gepresenteerd. In het molto komt de intens dichterlijke Schumann om de hoek kijken en de ritmisch gedreven Finale besluit het kwartet levendig en met veel elan.  

Biografie

Hagen Kwartet

Het Hagen Quartett kreeg in 2019 de Concertgebouw Prijs en maakte zijn -debuut in januari 1984. In seizoen 2020/2021 vierde het ensemble – twee broers en een zus uit Salzburg, sinds 1987 aangevuld met de Duitse violist Rainer Schmidt – zijn veertigjarig jubileum.

Het Hagen ­Quartett is sinds 2012 erelid van het Wiener Konzerthaus en is vaste gast van de bekende zalen van Berlijn, Hamburg, Londen, Barcelona, Madrid, Parijs en Brussel, en van onder meer de Salzburger Festspiele, het Lucerne Festival en de Schubertiade Schwarzenberg.

De musici tourden in Azië en treden geregeld op in de Verenigde Staten. Ze musiceerden met tal van bekende collega’s, onder wie de pianisten Maurizio Pollini, ­Mitsuko Uchida en Krystian Zimerman, en componisten onder wie György Kurtág droegen nieuwe muziek aan hen op.

In het lopende seizoen ligt de focus op Haydn, Robert Schumann, Janáček en Brahms, en staan klarinetkwintetten van Mozart en Brahms met Sabine Meyer en Jörg Widmann in de agenda alsmede Schubert­programma’s met de cellisten Julia Hagen (dochter van kwartetlid ­Clemens Hagen) en Gautier Capuçon.

Het Hagen Quartett verzorgt internationale masterclasses, geeft les aan de ­Musikhochschule in Basel en het Mozarteum in Salzburg en bouwde een discografie op van meer dan vijftig titels. In 2020 verscheen een album met de ­klarinetkwintetten van Mozart en Jörg Widmann met deze laatste als solist, en met pianist Kirill Gerstein maakte het kwartet recentelijk een Brahms-album.

In oktober 2020 speelde het Hagen ­Quartett voor een klein publiek in de , en in april 2023 keerde het terug in de met werken van Sjostakovitsj en Mozart.