Gustavo Nuñez speelt Weber bij Concertgebouworkest
Koninklijk Concertgebouworkest
Cornelius Meister dirigent
Gustavo Núñez fagot
Joseph Haydn 1732-1809
Symfonie nr. 6 in D gr. t., Hob. I: 6 (ca. 1761)
Adagio – allegro
Adagio – Andante – Adagio
Menuet e Trio
Finale – Allegro
Carl Maria von Weber 1786-1826
Fagotconcert in F gr.t., op. 75 (1811)
Allegro ma non troppo
Adagio
Rondo. Allegro
cadens: Carl Maria von Weber
pauze
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Symfonie nr. 39 in Es gr.t., KV 543 (1788)
Adagio – Allegro
Andante con moto
Menuetto: Allegretto
Finale: Allegro
begin van de pauze ca. 21.00 uur
einde van het concert ca. 22.00 uur
Het concert van 10 november wordt opgenomen door AVROTROS voor uitzending op zondag 13 november om 14.00 uur via NPO Radio 4.
Toelichting
Zesde symfonie
Tekst: Anne Stuart
Joseph Haydn tekende op 1 mei 1761 zijn contract bij de regentenfamilie Eszterházy. Het was de start van een roemrijke carrière, en hij zelf zal dat ook hebben beseft. Voor een negenentwintigjarige, onervaren componist kreeg hij een riant salaris, en waren zijn arbeidsvoorwaarden bijzonder goed. Hiertegenover stond een torenhoge werkdruk, en de vorst van Eszterházy had alleenrecht op alle door Haydn gecomponeerde muziek.
De Zesde symfonie in D groot is de eerste symfonie die in dit dienstverband verscheen. Het stuk is bijgenaamd ‘De ochtend’ en maakt deel uit van een trilogie: ‘De ochtend’, ‘De middag’ en ‘De avond’.
Haydn-biograaf Albert Christoph Dies suggereert dat deze ’s door de vorst zelf werden aangedragen, maar het kan ook zijn dat de namen pas later zijn toegevoegd. Het is in ieder geval niet moeilijk om in de openingsmaten van de Zesde een zonsopkomst te horen.
Het ensemble waarover Haydn de leiding had was in die tijd aan de kleine kant: het bestond uit dertien tot vijftien befaamde solisten. Om deze musici tot hun recht te laten komen staat de symfonie bol van de virtuoze solopassages, zoals voor en contrabas in het derde deel.
In de Zesde symfonie klinken een hoop elementen uit de voor de familie Eszterházy vertrouwde hofmuziek, maar Haydn laat ook onmiskenbaar zijn eigen handtekening achter.
Fagotconcert
Van Haydns gefronste wenkbrauwen is het een grote stap naar het vrolijke, ja bijna clowneske van Carl Maria von Weber in zijn concert in F groot, 75. Eén en al dartelheid en zonnigheid hier, geen wolkje te bespeuren. Ofschoon Weber vermoedelijk gekrenkt zou zijn geweest als iemand hem had gezegd dat een van de ’s uit zijn concert voor fagot veel wegheeft van een thema uit Beethovens jeugdige sonates.
Onbewuste beïnvloeding? Kort voorafgaand aan het componeren van het Fagotconcert in 1811 had Weber nog aan zijn uitgever geschreven: ‘U vindt dat ik mij een imitator van Beethoven toon? Zo vleiend als dat voor deze of gene ook mag zijn, mij doet u met zo’n uitspraak geen plezier. Ik heb gruwelijk het land aan alles wat naar imitatie riekt.’
Een cadeautje was het, dit concert, voor een bevriende fagottist uit München. Het instrument had tot dan toe voornamelijk dienst gedaan als orkestkleuring en -versterking, solistisch optreden deed een fagottist zelden.
Wat solowerken betreft was de spoeling dan ook dun. Weber, die altijd oog had voor een gat in de markt, speelde daarop in. Zowat alles wat een getalenteerd musicus op de fagot aankan, wordt hier gevraagd: alle registers zijn vertegenwoordigd, van zeer hoog tot zeer laag.
Verder snelle brekingen, trillers, e ën in het middenregister, grappige dialogen met andere instrumenten (fluit, hobo), dan weer enkel begeleidingsnootjes bescheiden op de achtergrond. In de koddige finale wordt het bijna , ofschoon in 1811 zulke romantische tendensen nog geen gemeengoed waren.
symfonie nr. 39
In juni 1788, toen hij zijn laatste drie symfonieën schreef, stond Wolfgang Amadeus Mozart het water tot de lippen. In arren moede moest hij zelfs verhuizen omdat hij de huur niet kon betalen.
‘Ik zou niet de moed hebben voor u te verschijnen,’ schreef hij collega-vrijmetselaar graaf Puchberg, ‘want ik moet eerlijk bekennen dat ik het bedrag dat u me heeft geleend onmogelijk kan terugbetalen. Werd ik maar niet zo gekweld door sombere gedachten.’
Een subscriptieconcert – dat was het enige wat hem uit de nood kon helpen. Snel drie symfonieën geschreven dus. Binnen drie maanden ontstonden de meesterwerken die nu tot de van het classicisme behoren.
Dat wil niet zeggen dat van de treurnis een echo doorklinkt. De tijd dat een kunstwerk het voertuig was van persoonlijke emoties, was nog niet aangebroken. Bovendien stond Mozarts karakter een vermenging van kunst en gemoedsleven niet toe.
KV 543, de eerste van het drietal, is wat sfeer betreft zeer afwisselend. Weliswaar klinkt de krachtige -inleiding dramatisch, maar die vormt alleen maar een opmaat: zodra het doek opgaat voor het is elk spoor van tragiek verdwenen.
Een helder, regelmatig gefraseerd hoofdthema in Es groot maakt het openingsdeel zelfs zonnig en sprankelend, ook al vanwege het pregnante aandeel van de blazers.
Duistere episoden treffen we weer aan in het tweede deel ( con moto), wanneer een dromerige pastorale ambiance, opgeroepen door een fluwelen in de strijkers, ruw wordt onderbroken door tutti uitbarstingen in .
Het to is rustiek, met een Ländler-achtig waarin de klarinet op de voorgrond treedt. In de pittige Finale trekt het hoofdmotief van de twee openingsmaten als een wervelwind door het monothematische deel. Het fungeert zelfs als slotakkoord.
Biografie
Cornelius Meister, dirigent
Cornelius Meister is chef- en artistiek leider van het ÖRF Radio-Symphonieorchester Wien sinds 2010. Recent is hij benoemd tot eerste gastdirigent van het Yomiuri Nippon Symphony Orchestra in Tokio met ingang van 2017, en tot Generalmusikdirektor van de Staatsoper en het Staatsorchester Stuttgart.
Meister werd geboren in Hannover. Hij studeerde piano en directie bij Konrad Meister, Martin Brauss en Eiji Ōue en aan het Mozarteum Salzburg bij Dennis Russell Davies, Jorge Rotter en Karl Kamper. Van 2005 tot 2012 was hij Generalmusikdirektor van de stad Heidelberg. Als pianist trad hij veelvuldig op in Europa en de Verenigde Staten.
Op zijn eenentwintigste maakte Meister zijn debuut bij de Staatsoper Hamburg, waarna hij wird uitgenodigd voor producties bij onder andere de Bayerische Staatsoper in München, Semperoper Dresden en de Wiener Staatsoper. In 2014 debuteerde hij in het Royal Opera House in Londen en in 2015 in het Teatro alla Scala in Milaan.
In 2016 won hij de International Opera Award voor zijn productie van Brittens Peter Grimes. Cornelius Meister dirigeerde onder meer het Orchestre National de Paris, het Orchestra di Santa Cecilia in Rome en het NDR Rundfunk-Sinfonieorchester. In januari 2012 debuteerde hij bij het Koninklijk Concertgebouworkest met werken van Mozart en Walton.
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest
Gustavo Núñez, fagot
Gustavo Núñez, geboren in Montevideo, Uruguay, is solofagottist van het Concertgebouworkest sinds 1995.
Gustavo Núñez kreeg zijn eerste lessen van zijn vader in Caracas en werd op zijn dertiende lid van het Simón BolÍvar jeugdorkest. Op zestienjarige leeftijd verwierf hij een beurs voor een studie aan het Royal College of Music in Londen bij Kerrison Camden. Later studeerde hij bij Klaus Thunemann in Hannover. Tijdens zijn studie, in 1987, won hij zowel de Prix Suisse van het Concours International d’Exécution Musicale de Genève als de eerste prijs van het Carl Maria von Weber Concours in München.
In 1988 was Gustavo Núñez solofagottist in het orkest van het Staatstheater Darmstadt; van 1989 tot 1995 bekleedde hij dezelfde functie bij de Bamberger Symphoniker. Hij maakte deel uit van de Deutsche Bläser Solisten, het Viotta Ensemble en de Ebony Band. Gustavo Núñez trad als solist op in heel Europa, de Verenigde Staten, Canada, verschillende landen in Zuid-Amerika, Australië, Korea en Japan. Hij geeft regelmatig masterclasses en is docent aan de Robert Schumann Hochschule in Düsseldorf en de Escuela Superior de Música Reina Sofía in Madrid.


