Gustavo Dudamel en Los Angeles Philharmonic: Mahler 3
Wereldberoemde Symfonieorkesten 20.15 uur
Los Angeles Philharmonic Orchestra
Gustavo Dudamel dirigent
Tamara Mumford mezzosopraan
Dames van het Groot Omroepkoor
Benjamin Bayl instudering
Nationaal Kinderkoor
Wilma ten Wolde instudering
Gustav Mahler 1860-1911
Derde symfonie in d kl.t.
(1893-96, revisie 1906)
in zes delen voor groot orkest, alt solo,
jongenskoor en vrouwenkoor
Erste Abteilung:
Kräftig, entschieden
(Pan erwacht. Der Sommer marschiert ein)
Zweite Abteilung:
Tempo di menuetto. Sehr mässig
(Was mir die Blumen auf der Wiese erzählen)
Comodo. Scherzando. Ohne Hast
(Was mir die Tiere im Walde erzählen)
Sehr langsam. Misterioso. Durchaus ppp: ‘O Mensch! Gib Acht!’
(Was mir der Mensch erzählt)
Lustig im Tempo und keck im Ausdruck: ‘Es sungen drei Engel’
(Was mir die Engel erzählen)
Langsam. Ruhevoll. Empfunden
(Was mir die Liebe erzählt)
er is geen pauze
einde van het concert ca. 21.55 uur
teksten gratis verkrijgbaar aan zaal
Toelichting
Gustav Mahler 1860-1911
derde symfonie
- Gustav Mahler schreef zijn Derde symfonie omringd door de natuur van Steinbach am Attersee
- De symfonie heeft zes delen en is geschreven voor een groot orkest, waarin ook de menselijke stem een plaats krijgt
- Dankzij Willem Mengelberg klonk het werk binnen een jaar na de première in Amsterdam (1903)
Tekst: Dirk Luijmes
Het is bijna ondoenlijk, een Mahler-symfonie samenvatten in een beperkt aantal woorden. Je ontkomt er niet aan om tal van diepere lagen die in deze unieke muziekwereld latent aanwezig zijn, links te laten liggen. Dat geldt zeker ook voor de Derde symfonie in d klein. Voor een volledig begrip van dit reusachtige werk zou je wijdlopige verhandelingen kunnen schrijven over de ideeën van laatnegentiende-eeuwse filosofen die in deze symfonie doorklinken. Met name die van Friedrich Nietzsche, die onder meer zijn positieve denkbeelden over levenslust verwoordde in Die fröhliche Wissenschaft, een werk met dezelfde titel die Mahler aanvankelijk op zijn symfonie plakte.
Je zou het over Mahlers jeugd kunnen hebben: over de blazersmuziek die hij als knaapje hoorde bij een naburige kazerne. Over zijn religieuze gevoelens, zijn liefde voor de natuur, zijn ervaringen met leven en dood en zijn liefde voor volksliederen. Over de plaats van de Derde symfonie in zijn complete oeuvre, en de uniciteit ervan vergeleken met de werken in dit genre van zijn voorgangers. Over de commentaren van denkers en musicologen die hebben geprobeerd alles wat in Mahlers hoofd samenkwam te duiden. Over Wenen en Sigmund Freud. Over alle verklaringen die de componist ondubbelzinnig of terloops zelf over zijn symfonie aan vrienden en bekenden gaf. Over de betekenis van de buitenmuzikale programma’s die hij bij alle delen gaf, maar later weer introk omdat ze de verbeeldingskracht van de luisteraars te veel stuurden.
Alleen al het opvallend omvangrijke eerste deel is een wereld op zich. ‘Wat je in de inleiding van het eerste deel hoort is bijna geen muziek meer, het zijn alleen natuurgeluiden’, liet Mahler zelf weten. ‘De stemming die je hierin aantreft is van een broeierige zomermiddag waarop het doodstil is. Daar tussendoor horen we dan de jongeling, het geboeide leven dat bevrijd wil worden uit de levenloze afgrond tot het hem lukt en hij mfantelijk als overwinnaar uit de strijd komt.’
Mahler schreef zijn optimistische Derde symfonie grotendeels in zijn componeerhuisje te midden van de indrukwekkende en inspirerende natuur van Steinbach am Attersee in de zomers van 1895 en 1896. We horen de levenloze rotsen, oergeweld, blazers – waaronder acht s – die volksliedachtige ën aanheffen, en veel en: Pan en de saters ontwaken en de zomer doet zijn intrede. Alles komt tot leven. Existentiële vragen die Mahler bij zijn Tweede symfonie opwierp – wat is de zin van het leven, is er leven na de dood? – maken hier plaats voor ‘een stemming van een eeuwig stralende dag.’
De volgende delen vormden in Mahlers optiek gezamenlijk de ‘Zweite Abteilung’ van de symfonie. Ook in het (met als teruggetrokken subtitel ‘Wat de bloemen op de weide mij vertelden’) en het (‘Wat de dieren in het bos me vertelden’) is de natuur aan het woord. Toen Bruno Walter Mahler in zijn componeerhuisje bezocht, zei de componist dat hij niet om zich heen hoefde te kijken, omdat hij alles al ‘weggecomponeerd’ had. De bloemen lijken te praten over lichtvoetige salondansen en hoewel de wind ze af en toe laat schudden en steunen vertelde Mahler dat dit het onbekommerdste was dat hij ooit had geschreven. In het verhaal van de dieren (waaronder de vogels) horen we Mahlers Kuckuck hat sich zu Tode gefallen, volkse klanken en een opvallende posthoornsolo.
Net als in verschillende andere symfonieën introduceert Mahler in zijn Derde de menselijke stem. De mens vertelt hem bij monde van Nietzsche dat de nacht, het leed en de pijn niet het laatste woord hebben, maar het leven: ‘Alle Lust will Ewigkeit’. ’s uit het openingsdeel klinken opnieuw in dit dronkemanslied van Zarathustra. Wellicht zou Nietzsche zich in zijn graf omdraaien als hij wist dat deze tekst gebroederlijk naast het christelijke vijfde deel van de symfonie staat. De morgenklokken luiden, engelenzang weerklinkt: via de monden van vrouwen en kinderen ontstaat een speels licht geheel met een tekst uit Mahlers geliefde volksliedbundel Des Knaben Wunderhorn.
Het laatste deel is niet – zoals gebruikelijk – een bruisende, snelle finale, maar een hymnisch, lang uitgerekt . Van de oerkrachten van het begin zijn we bij de liefde gekomen, de goddelijke liefde wel te verstaan. Het motto van dit bruckneriaanse deel is, vertelde Mahler: ‘Vader zie mijn wonden aan, laat geen wezen verloren gaan. Het is de top, de hoogste trede van waaruit de wereld gezien kan worden. Ik kon het deel net zo goed “Wat God mij vertelt” noemen!’ Ook hier horen we materiaal uit het eerste deel. Na de ‘gesättigtem, edlem Ton’ van het slotakkoord dat dertien maten duurt, heeft Mahler alles doorgegeven wat hem door natuur, dier, mens en hogere wezens is gedicteerd. Het oorspronkelijke plan voor een zevende deel (‘Wat het kind mij vertelt’) stelde hij begrijpelijkerwijs bij: dit deel zou een paar jaar later het slot van zijn volgende symfonie worden.
Nadat sommige delen al los van andere waren uitgevoerd, vond de succesvolle première van de gehele Derde symfonie plaats te Krefeld, in 1902, onder leiding van Richard Strauss. Willem Mengelberg, die ontroerd in de zaal zat, zorgde ervoor dat het werk een jaar later al in Het Concertgebouw in Amsterdam te horen was. Mahlers eerste bezoek aan ons land werd een grote triomf. ‘Het donderende applaus had bijna iets beangstigends’, schreef Mahler. ‘Niemand kon zich een dergelijk enthousiasme van vorige gelegenheden herinneren. Ik heb [Richard] Strauss, die hier toonaangevend is, royaal verslagen.’
Biografie
Gustavo Dudamel, dirigent
Gustavo Dudamel is chef- van het Los Angeles Philharmonic Orchestra sinds 2009 en van het Simón Bolívar Symphony Orchestra in zijn geboorteland Venezuela.
In zijn jeugd had Gustavo Dudamel vioolles van José Luis Jiménez en Francisco Díaz. Orkestdirectie studeerde hij bij José Antonio Abreu, de grondlegger van El Sistema. In 2004 won Gustavo Dudamel het Gustav Mahler Concours van de Bamberger Symphoniker.
Van 2007 tot 2012 was hij chef- van het van Göteborg, waar hij momenteel eredirigent is. Bij het Los Angeles Philharmonic Orchestra leidde Gustavo Dudamel vele concerten in binnen- en buitenland. Daarnaast richt hij zich op de jeugd. Zo richtte hij – geïnspireerd door El Sistema - het Youth Orchestra Los Angeles (YOLA) op, dat uitgroeide tot een uitgebreid educatieproject met 1300 jonge musici verspreid over vier locaties.
Als gastdirigent staat hij voor alle belangrijke orkesten wereldwijd. In 2017 leidde hij het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Stockholm tijdens het Nobelprijsconcert in Zweden, waar hij ook een lezing gaf over de link tussen kunst en wetenschap. vormt een belangrijk deel van zijn agenda: hij werkt met de Berliner Staatsoper (Mozarts Le nozze di Figaro), de Scala in Milaan (Puccini’s La bohème) en de Wiener Staatsoper (Puccini’s Turandot).
Bij het Concertgebouworkest maakte Gustavo Dudamel in 2009 een overrompelend debuut, waarna hij met het orkest op tournee ging. In juni 2013 kwam hij terug met werken van Benzecry, Dvořák en Lieberson.
Tamara Mumford, mezzosopraan
Tamara Mumford genoot haar muzikale opleiding aan de Utah State University en won prijzen van onder meer de Index Singing Competition, de Palm Beach Opera Vocal Competition en de Joyce Dutka Arts Foundation Competition.
Ze maakte deel uit van het Lindemann Young Artist Development Program van de Metropolitan Opera in New York. Inmiddels was ze meer dan 140 maal te beluisteren bij dit gezelschap, en in het huidige seizoen vertolkt ze er de rol van Smeton in Donizetti’s Anna Bolena. Tamara Mumford was daarnaast te gast bij onder meer Opera Philadelphia, Dallas Opera, Palm Beach Opera, Glyndebourne Festival Opera en de BBC Proms.
De mezzosopraan geeft ook graag s en wordt geregeld als solist uitgenodigd door tal van orkesten. Zo werkt ze dit seizoen mee aan uitvoeringen van Mahlers Achtste symfonie bij het Utah Symphony Orchestra en maakt ze haar debuut bij het Radio Filharmonisch Orkest in John Adams’ The Gospel According to the Other Mary, een werk dat ze eerder uitvoerde en opnam met het Los Angeles Philharmonic Orchestra onder leiding van Gustavo Dudamel.
In Het Concertgebouw is Tamara Mumford vandaag voor het eerst te gast.
Los Angeles Philharmonic, orkest
Het Los Angeles Philharmonic Orchestra werd als eerste permanente symfonische gezelschap van de stad in 1919 opgericht door William Andrews Clark jr. en werd tot 1927 geleid door zijn eerste chef- Walter Henry Rothwell. Na hem volgden onder anderen Otto Klemperer (1933-1939), Eduard van Beinum (1956-1959), Zubin Mehta (1962-1978), Carlo Maria Giulini (1978-1984) en André Previn (1985-1989). Sinds 2009 is Gustavo Dudamel chef-dirigent.
Thuisbasis van het orkest is sinds 2003 de door Frank Gehry ontworpen Walt Disney Concert Hall. In de zomer treedt het vaak op in de Hollywood Bowl, een amfitheater in de heuvels van Hollywood.
Het Los Angeles Philharmonic Orchestra programmeert graag hedendaagse muziek en schrijft geregeld compositieopdrachten uit. In de series van het orkest vinden elk seizoen meer dan 250 concerten plaats: eigen concerten, maar ook gastoptredens van andere orkesten en ensembles, recitals, kamermuziekprogramma’s en optredens van jazz- en wereldmuziekartiesten.
De betrokkenheid van het orkest bij de stad Los Angeles reikt verder: het is actief in scholen, kerken en buurtcentra en initieerde Youth Orchestra LA (YOLA), een programma dat voor zo’n 700 kinderen voorziet in muziekinstrumenten en lessen.
Het Los Angeles Philharmonic Orchestra bouwde een omvangrijke discografie op; voor een opname van Brahms’ Vierde symfonie onder leiding van Gustavo Dudamel kreeg het in 2011 een Grammy Award.
Het vorige optreden van het orkest in Het Concertgebouw was in september 1994 onder leiding van Esa-Pekka Salonen, chef- van 1992 tot 2009.
Groot Omroepkoor, koor
Het Groot Omroepkoor, opgericht kort na de Tweede Wereldoorlog, is het enige professionele koor in Nederland dat het grote symfonische koorrepertoire uitvoert. Het koor is nauw verbonden met de Publieke Omroep en zingt veelvuldig in de omroepseries: de NTR ZaterdagMatinee, Het Zondagochtend Concert en het AVROTROS Vrijdagconcert.
Het repertoire beweegt zich tussen hedendaagse muziek (opdrachtwerken van zowel Nederlandse als buitenlandse componisten), oudere werken uit de negentiende en twintigste eeuw en . Het Groot Omroepkoor treedt op met orkesten van naam en faam, en werkt in de omroepseries doorgaans met het Radio Filharmonisch Orkest.
Ook met het Concertgebouworkest bestaat een lange, vruchtbare samenwerking. Bij de laatste gezamenlijke concerten in mei 2025 stond Mahlers Achtste symfonie op het programma onder leiding van Klaus Mäskelä. Samen met het Radio Filharmonisch Orkest ontving het Groot Omroepkoor in 2017 de Concertgebouw Prijs. Chef- sinds 2020 is Benjamin Goodson.
Nationaal Kinderkoor, koor
Het Nationaal Kinderkoor, het Nationaal Jongenskoor, het Nationaal Vrouwen Jeugdkoor en het Nationaal Gemengd Jeugdkoor worden georganiseerd door Vocaal Talent Nederland. In het Nationaal Kinderkoor zingen talentvolle kinderen van 10 tot en met 15 jaar uit heel Nederland.
Van 2001 tot 2023 was Wilma ten Wolde artistiek leider, sinds 2023 is de artistieke leiding van het Nationaal Kinderkoor en het Nationaal Jongenskoor in handen van Irene Verburg en László Norbert Nemes. Het Nationaal Kinderkoor wordt vaak uitgenodigd voor concerten met orkesten, in Nederland en daarbuiten.
Het zong onder leiding van onder anderen Bernard Haitink, Nikolaus Harnoncourt, Mariss Jansons, Simon Rattle, Jordi Savall, Markus Stenz en Jaap van Zweden. Bij het Concertgebouworkest zijn de koren van Vocaal Talent Nederland met grote regelmaat te gast; de laatste keer was in mei 2025, toen het Nationaal Kinderkoor en het Nationaal Jongenskoor samenwerkten met het orkest in Mahlers Achtste symfonie, onder leiding van Klaus Mäkelä.




