Gustavo Dudamel en de Wiener Philharmoniker

Wereldberoemde Symfonieorkesten 20.15 uur

Wiener Philharmoniker
Gustavo Dudamel dirigent

Serge Rachmaninoff 1873-1943

Het dodeneiland, op. 29 (1909)

Max Reger 1873-1916

Vier Tondichtungen nach Arnold Böcklin, op. 128 (1913)
Der geigende Eremit: Molto sostenuto
Im Spiel der Wellen: Vivace 
Die Toteninsel: Molto sostenuto 
Bacchanal: Vivace

pauze

Modest Moesorgski 1839-1881

Schilderijen van een tentoonstelling (1868; orkestratie Maurice Ravel, 1874)
Promenade
Gnomus
Promenade
Het oude kasteel 
Promenade 
Tuilerieën 
Bydlo (Ossenkar) 
Promenade 
Ballet van de kuikens in hun eierschalen 
Samuel Goldenberg en Schmuyle 
Limoges, de markt 
Catacomben, Cum mortuis in lingua mortua (Met de doden in een dode taal) 
De hut op kippenpoten 
De grote poort van Kiev

begin van de pauze ca. 21.00 uur 
einde van het concert ca. 22.00 uur

Toelichting

introductie

De mysterieuze aantrekkingskracht van Die Toteninsel

Tekst: Olga de Kort

Schilderkunst en muziek. Twee kunst­werelden die zodanig verbonden zijn, dat we geneigd zijn muziek in beeldentaal te beschrijven en bij schilderijen aan bijpassende muziek te denken.

Kleurenpalet, kleurschakeringen, contrasterende kleuren, lichte en donkere beelden: musicologen en muziekcritici rekenen diverse begrippen uit het domein van de schilderkunst tot hun vaste vocabulaire. Ook componisten laten zich graag inspireren door de beeldende kunst. 

kent talloze voorbeelden van een geslaagde verbintenis tussen een schilderij en een muzikale toonschildering. Zoals Die Toteninsel van Arnold Böcklin en de tekeningen en schetsen van Viktor Hartmann, twee kunstenaars die dankzij respectievelijk Serge Rachmaninoff en Modest Moesorgski tot zowel de wereld van kleuren als klanken behoren.

Die Toteninsel 
De Zwitserse schilder, graficus en beeldhouwer Arnold Böcklin (1827-1901) behoorde al tijdens zijn leven tot de onbetwistbare meesters van de schilderkunst. Hij schilderde landschappen, bestudeerde de oude meesters in Rome en Nederland en gaf les aan de kunstacademies van Weimar en Basel.

Böcklins schilderijen verbaasden vriend en vijand door zijn uitgesproken voorliefde voor scherpe en contrasterende kleuren. Ook de keuze van onderwerpen was voor zijn tijd nogal opvallend: mythologische bacchanalen en centaurengevechten, badende nimfen en vioolspelende monniken, alle geplaatst in mysterieuze landschappen en voorzien van naturalistische details. Deze veelbesproken kunstschilder was aan het begin van de twintigste eeuw op de top van zijn roem en was een van de meest invloedrijke kunstenaars van zijn tijd.

De eerste componisten die zodanig onder de indruk van Böcklin raakten dat ze besloten zijn schilderijen te verklanken waren An­­dreas Hallén met Die Toteninsel (1898), Felix Weingartner met het symfonische gedicht Das Gefilde der Seligen (1900) en Hans Huber, die de naam van de schilder aan zijn Böcklin Sinfonie (1897/1900) gaf.

Gezien het aantal muzikale toonschilderingen bleek Die Toteninsel, waarvan de schilder zelfs vijf varianten maakte, het meest tot de verbeelding te spreken. Zes componisten, onder wie Serge Rachmaninoff, raakten geïnspireerd door de onbeweeglijke vlakte van Böcklins ‘zee der eeuwigheid’. 

Serge Rachmaninoff 1873-1943

het dodeneiland

Rachmaninoff kwam Die Toteninsel tegen op een tentoonstelling in Leipzig en vond het een uitdaging om de donkere en grimmige sfeer in muziek weer te geven. Wat hem in het schilderij het meest fascineerde, was niet de boot van Charon met het lichaam van een gestorvene, maar de geconcentreerde stilte van de dichttrekkende mist m het dodeneiland.

Verklanking van ­onverstoorbare stilte: deze paradox heeft Rachmaninoff opgelost door een sfeer van serene rust en kalmte te creëren. Contrasterende ’s herinneren aan de kleurensamenstelling van Böcklins schilderij, waar alle luchtige dromen van weleer oplossen in ondoorzichtige wateren en donkere schaduwen van bomen.

Het symfonische gedicht van Rachmaninoff maakte van de Zwitserse schilder een cultfiguur. Reproducties van Die Toteninsel kwamen op de muren van menig Europese studeerkamer te hangen, en vormden zelfs een voorbeeld voor graftomben op Russische kerkhoven. Decennia later vonden zowel de symbolisten en surrealisten als de realisten hun inspiratie in dit mysterieuze schilderij en zijn sombere sfeer.

Max Reger 1873-1916

vier tondichtungen nach arnold böcklin

Vier jaar na Rachmaninoff raakte Max Reger gefascineerd door Böcklin. Opmerkelijk genoeg was deze Duitse organist, pianist, en componist juist een bekend voorstander van , vrij van buitenmuzikale invloeden en inspiratiebronnen.

Voor Arnold Böcklin maakte hij echter een uitzondering: hij koos niet één maar vier schilderijen als uitgangspunt voor zijn Tondichtungen. Behalve Die Toteninsel bestaat Regers vierluik uit Der geigende Eremit, Im Spiel der Wellen en Bacchanal. Der geigende Eremit verwijst naar het schilderij Der Einsiedler (de kluizenaar) met een volledig in zijn spel verzonken monnik, die bewonderend beluisterd wordt door nieuwsgierige engeltjes.

De overige drie delen van Regers cyclus dragen dezelfde titels als de schilderijen van Böcklin die de componist inspireerden. In Im Spiel der Wellen kolken de golven van het springen en duiken van lachende centauren die de verschrikte najaden achtervolgen.In het uitbundige Bacchanal danst een groepje feestgangers ten ere van Dionysos.

In al deze werken toont de Zwitserse schilder opmerkelijke contrasten tussen het bruin van het monnikenhabijt, de eilandrotsen of de gebruinde huid van centauren met de witte gewaden van Charon en de melkwitte huid van waternimfen en engelen.

Weer dit indrukwekkende spel van licht en donker, dat Rachmaninoff fascineerde en dat door Reger werd weergegeven in zijn - en tempokeuzes.

Modest Moesorgski 1839-1881

Schilderijen van een tentoonstelling

Door Olga de Kort

De Russische kunstschilder en architect Viktor Hartmann (1834-1873) was tijdens zijn leven slechts bij een kleine kring van collega’s en vrienden bekend. De belangstelling voor zijn genrestukken, ontwerpen en tekeningen groeide echter na een grote postume tentoonstelling, die ook door Modest Moesorgski werd bezocht. Diens pianosuite Schilderijen van een tentoonstelling verbond Hartmanns naam aan een van de meest gespeelde pianocomposities uit de negentiende eeuw. De bekendheid van de tien schetsen is toegenomen door de orkestversie van de Franse componist Maurice Ravel. De werd lange tijd beschouwd als ‘onvertaalbaar’ naar andere instrumentale bezettingen.

  • Modest Moesorgski

Volgens Nikolaj Rimski-Korsakov, een expert op het gebied van orkestratie en de redacteur van de eerste uitgave in 1868, kon geen enkel ander instrument dan de piano de kinderlach van de Tuileries, de opwinding van de markt in Limoges of de geladenheid van de en van Catacomben weergeven. Maurice Ravel durfde het wel. Net als Rimski-Korsakov zelf mengde hij naar hartenlust kleuren en timbres om tot de meest feeërieke symfonische klanken te komen. Als geen ander zou hij het motto van zijn oudere Russische collega – geen ‘uitstekend georkestreerd stuk’ maar ‘een briljante orkestcompositie’ – van zijn eigen handtekening kunnen voorzien. In Schilderijen van een tentoonstelling bereikte Ravel het bijna onmogelijke: de korte genrestukken behielden hun oorspronkelijkheid en de nuances van Moesorgski’s werden door instrumentale vondsten nog sprankelender. Ravels voorbeeld inspireerde meer dan twintig componisten en en tot een eigen orkestrale ‘Schilderijententoonstelling’, maar de ‘orkestcompositie’ van de Fransman blijft tot nu toe de meest gespeelde en geliefde. Ze zorgt er nog steeds voor dat luisteraars nieuwsgierig worden naar de pianoversie van Moesorgski met haar energieke Promenade, explosieve Baba Yaga, groteske Gnomus, het verlaten oude kasteel en het speelse ballet van de kuikentjes. En via hem ook naar de schilderijen van Viktor Hartmann, die de beide componisten de nodige kleuren, s en verhalen verschafte.

Biografie

Gustavo Dudamel, dirigent

Gustavo Dudamel is chef- van het Los Angeles Philharmonic Orchestra sinds 2009 en van het Simón Bolívar Symphony Orchestra in zijn geboorteland Venezuela.

In zijn jeugd had Gustavo Dudamel vioolles van José Luis Jiménez en Francisco Díaz. Orkestdirectie studeerde hij bij José Antonio Abreu, de grondlegger van El Sistema. In 2004 won Gustavo Dudamel het Gustav Mahler Concours van de Bamberger Symphoniker.

Van 2007 tot 2012 was hij chef-­ van het  van Göteborg, waar hij momenteel eredirigent is. Bij het Los Angeles Philharmonic Orchestra leidde Gustavo Dudamel vele concerten in binnen- en buitenland. Daarnaast richt hij zich op de jeugd. Zo richtte hij – geïnspireerd door El Sistema - het Youth Orchestra Los Angeles (YOLA) op, dat uitgroeide tot een uitgebreid educatieproject met 1300 jonge musici verspreid over vier locaties.

Als gastdirigent staat hij voor alle belangrijke orkesten wereldwijd. In 2017 leidde hij het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Stockholm tijdens het Nobelprijsconcert in Zweden, waar hij ook een lezing gaf over de link tussen kunst en wetenschap. vormt een belangrijk deel van zijn agenda: hij werkt met de Berliner Staatsoper (Mozarts Le nozze di Figaro), de Scala in Milaan (Puccini’s La bohème) en de Wiener Staatsoper (Puccini’s Turandot).

Bij het Concertgebouworkest maakte Gustavo Dudamel in 2009 een overrompelend debuut, waarna hij met het orkest op tournee ging. In juni 2013 kwam hij terug met werken van Benzecry, Dvořák en Lieberson.

Wiener Philharmoniker, orkest

De Wiener Philharmoniker speelt al meer dan 180 jaar een hoofdrol in de westerse klassieke muziek; mede vanwege zijn uitgesproken ‘Wiener Klang‘ en de wereldwijd uitgezonden Nieuwjaarsconcerten en Sommernachtskonzerte op Schönbrunn behoort het tot de beroemdste orkesten ter wereld.

In 2018 ging de eigen Orchesterakademie van start. 

De Wiener Philharmoniker werd in 1842 opgericht door Otto Nicolai als een vereniging van musici uit de hofopera, en de leden van de Wiener Philharmoniker worden vandaag de dag nog steeds gerekruteerd uit het orkest van de Wiener Staatsoper. Sinds 1860 verzorgt het orkest zijn eigen concertseries, sinds 1870 in de Goldener Saal van thuisbasis de Wiener Musikverein.

Het gezelschap trad voor het eerst buiten Wenen op bij de eerste Salzburger Festspiele in 1877 en is daar sinds 1922 jaarlijks te horen. Richard Strauss stond geregeld op de bok, en Gustav Mahler leidde het eerste buitenlandse concert: in 1900 op de Wereldtentoonstelling in Parijs. Internationale tournees werden steeds belangrijker en de betrekkingen met Japan zijn zó hecht dat daar zelfs in de pandemiejaren 2020 en 2021 onder speciale maatregelen opgetreden kon worden.

De eerste concerten van de Wiener Philharmoniker in Het Concertgebouw vonden plaats in oktober 1940, als onderdeel van een Weense week. Het laatste optreden, op 12 mei 2023, bestond uit werken van Janáček, Prokofjev en Sjostakovitsj onder leiding van Jakub Hrůša. Rolex is sinds 2008 sponsor van het orkest.