Grote Pianisten: Yefim Bronfman speelt Mozart, Debussy en Tsjaikovski
Yefim Bronfman piano
Dit concert maakt deel uit van de serie Grote Pianisten.
Ook interessant:
- Interview met Yefim Bronfman (februari 2022)
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)
Sonate in F gr.t., KV 332 (1781-83)
Allegro
Adagio
Allegro assai
Robert Schumann (1810-1856)
Arabeske in C gr.t., op. 18 (1839)
Claude Debussy (1862-1918)
Images (Deuxième série) (1907)
Cloches à travers les feuilles (Lent)
Et la lune descend sur le temple qui fut (Lent)
Poissons d’or (Animé)
pauze ± 20.55 uur
Pjotr Tsjaikovski (1840-1893)
Sonate in G gr.t., op. 37 ‘Grande sonate’ (1878)
Moderato e risoluto
Andante non troppo, quasi moderato
Scherzo: Allegro giocoso
Finale: Allegro vivace
einde ± 22.10 uur
Toelichting
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)
Sonate
Door Christiane Schima
Daar Wolfgang Amadeus Mozart pianist was, nemen werken voor dit instrument een belangrijke plaats in zijn oeuvre in. Hij componeerde bijna vijftig klaviersonates, talrijke variatiereeksen, dertig pianoconcerten en honderden andere werken voor piano solo of waarin de piano een centrale rol speelt. Mozart was nog maar vier jaar oud toen hij een eerste voor dit instrument schreef, en negen toen hij in Londen zijn eerste pianosonate componeerde. Maar het klavier betekende nog meer voor hem: zijn optredens als pianist vormden sinds zijn jaren van reizen als wonderkind gedurende Mozarts hele leven een belangrijke bron van inkomsten. En tot slot is de piano een compositorisch ‘hulpmiddel’ – het meest geschikte instrument om complexe materie, een meerstemmige compositie, uit te proberen en in één samen te vatten.
Tijdens het componeren van de Pianosonate in F groot, KV 332 was Mozart nog steeds aan het rondreizen – in ieder geval had hij nog geen vaste baan en was hij nog niet in zijn definitieve bestemming Wenen aangekomen. Musicologen vermoeden dat de in Parijs, München of Salzburg is ontstaan. Het onschuldige begin is bedrieglijk, want onmiddellijk daarna wisselt de stemming. Op ongedwongen en speelse wijze rijgen invallen zich aaneen en komt het tot spannende dramatische episoden. Het dromerige en rijk versierde behoort tot de mooiste langzame delen die Mozart heeft geschreven. De sonate eindigt met een sprankelend assai waarvan de thematische vindingrijkheid naar het openingsdeel terugverwijst.
Claude Debussy (1862-1918)
Images
Door Christiane Schima
Eigenlijk zouden bijna alle composities van Claude Debussy ‘Images’ – voorstellingen, impressies – kunnen heten. De Fransman heeft met zijn magische stemmingsbeelden en sfeervolle klankschilderijen aan het eind van de negentiende eeuw een nieuwe stijl gecreëerd die berust op een schijnbaar vrije klankontwikkeling.
‘Ik ben voor de vrijheid, en die komt uit de natuur’
Door de bevrijding van het klassieke harmonische systeem werd Debussy een pionier van de moderne muziek. De componist zei hier zelf over: ‘Het beste wat je de Franse muziek kunt toewensen, is de studie van de klassieke zoals deze op het conservatorium beoefend wordt geheel af te schaffen.’ Debussy’s artistieke ontwikkeling raakte sinds de Parijse Wereldtentoonstelling in 1889 in een stroomversnelling. Hij ontdekte de Indonesische gamelanmuziek, verdiepte zich in de antieke culturen en de Chinese en Japanse schilderkunst. Geïnspireerd door zowel folkloristisch-exotische idiomen als de klankwereld van Renaissance en Middeleeuwen vond de componist zijn persoonlijke – al gauw bekend als impressionistische – stijl. Daarmee heeft Debussy – oftewel ‘Claude de France’, zoals hij zich weleens heeft genoemd – zijn muziek van de romantische Duitse kunnen afgrenzen: ‘Wagner verkondigt de wet van de harmonie. Ik ben voor de vrijheid, en die komt uit de natuur. Ik wil alleen weergeven wat ik hoor.’ Pierre Boulez schreef over zijn beroemde voorganger: ‘Debussy straalt verleidelijke krachten uit van geheimzinnig betoverende magie. Zijn positie op de drempel van de Nieuwe Muziek lijkt op een pijl die eenzaam de hoogte in schiet.’
Debussy schreef in totaal twaalf Images voor piano en drie voor orkest; de eerste zes voor piano solo zijn samengevat in een Première en een Deuxième Livre. De drie Images uit de tweede bundel zijn vandaag te horen. In Cloches à travers les feuilles bezingt de componist klokgelui dat door de bladeren van de bomen schemert. In Et la lune descend sur le temple qui fut stond hem het nachtelijke gezicht van de maan boven een oude Aziatische tempel voor ogen; exotische klanken spreken tot de verbeelding. In het laatste tafereel, Poisson d’or, heeft de klankvisionair Debussy de speelse bewegingen van een goudvis en de glinsterende spiegelingen van het water in zijn pianonoten gevangen. De componist schreef aan zijn uitgever: ‘Zonder valse trots – ik heb het gevoel dat deze drie stukken goed bij elkaar passen en hun plek zullen vinden in de pianoliteratuur, links van Schumann, rechts van Chopin...’
Pjotr Tsjaikovski (1840-1893)
Grande sonate
Door Christiane Schima
Grote toneelwerken, ’s als Jevgeni Onegin, balletten als Het zwanenmeer en Doornroosje, prachtige symfonieën, briljante soloconcerten en andere orkestwerken hebben Pjotr Tsjaikovski wereldberoemd gemaakt. Hij reisde veel in Europa rond, leek meer in het buitenland te vertoeven dan in zijn vaderland, hetgeen ook een stempel drukte op zijn door klassieke modellen geïnspireerde muziek – wat sommige Russische collega’s hem kwalijk namen. Vergeleken met Tsjaikovski’s toneel- en orkestmuziek nemen werken in kleinere bezetting een relatief kleine ruimte in zijn oeuvre in. Werken voor piano solo al helemaal. Slechts De jaargetijden en een Kinderalbum (geïnspireerd door Schumanns Kinderszenen) hebben bekendheid en zelfs een zekere populariteit gekregen.
De vandaag te horen ‘Grande ’, 37 wordt zelden gespeeld. Niet in de laatste plaats omdat ze overladen is met pianistische moeilijkheden en niet iedere pianist ertegen opgewassen is. In de ontstaanstijd van de sonate verkeerde de componist in een moeilijke levenssituatie: hij had problemen met zijn homoseksualiteit, hij had geldzorgen en liep rond met zelfmoordgedachten. Ofschoon zijn bewonderaarster, mecenas, vertrouweling en ‘vereerde vriendin’ Nadezjda von Meck hem met een jaargeld van 6.000 roebel uit de brand hielp – het componeren lukte niet. Tsjaikovski in een brief aan Nikolaj, zijn broer: ‘Het componeren gaat moeizaam, ik struikel over iedere maat, haal vervolgens alles weer door...’ Eind april 1878 kan hij aan Nadezjda von Meck melden dat de sonate – hij had haar zo’n anderhalf jaar lang steeds weer opzij gelegd – klaar is.
De Grande sonate is een zeer werk, door grillige sprongen en hoge tempi is ze voor iedere pianist een geweldige uitdaging – alsof de componist met zijn enige sonate alle tot dan toe geschreven pianosonates wilde overtroeven. De sonate opent met grootse allure, een
triomfantelijk achtig . Daartegenover staan verhalende, gepassioneerde, stormachtige episoden, waarbij menigeen aan Robert Schumann zal denken. Dit laatste, namelijk dat Schumann wat betreft het ‘Sturm-und-Drang’-karakter en de libertijnse romantische geest voor Tsjaikovski een voorbeeld is geweest, dringt zich in de gehele sonate op. Na het deels sombere, deels zonnige langzame tweede deel volgt een vurig, razendsnel . De sonate eindigt vol bravoure met een gedurfde Finale die aan het openingsdeel herinnert. Een bezoeker van de première, de componist Nikolaj Kasjkin, was door de compositie en het grandioze spel van Nikolaj Rubinstein dermate verpletterd dat hij meteen wegliep: ’De sonate was met zulk een onnavolgbare perfectie uitgevoerd dat ik naar niets anders meer kon luisteren. Zo heb ik de zaal helemaal in extase verlaten.’
Biografie
Yefim Bronfman, piano
Yefim Bronfman werd geboren in Tasjkent, Oezbekistan (destijds Sovjet-Unie), emigreerde in 1973 met zijn familie naar Israël en begon zijn studie bij Arie Vardi in Tel Aviv. Hij vervolgde zijn opleiding in de Verenigde Staten – aan The Juilliard School, de Marlboro School of Music en het Curtis Institute of Music in Philadelphia bij Rudolf Firkusny, Leon Fleisher en Rudolf Serkin – en werd Amerikaans staatsburger. De pianist deelde het podium met de meeste grote en.
Zo trad hij in seizoen 2007/2008 als ‘Perspective Artist’ in Carnegie Hall in New York op met zowel het Concertgebouworkest als de Wiener Philharmoniker. In seizoen 2013/2014 was Yefim Bronfman in residence bij de New York Philharmonic. In Europa was hij te gast bij bijvoorbeeld de Berliner en de Münchner Philharmoniker, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks en de Staatskapelle Dresden.
Bij het Concertgebouworkest soleerde Yefim Bronfman sinds zijn debuut in 1999 in pianoconcerten van onder anderen Brahms, Liszt en Prokofjev en trad hij in 2021/2022 als artist in residence op in het Derde pianoconcert van zowel Beethoven als Rachmaninoff en de wereldpremière van het Pianoconcert, 175 van Firsova. In 2023 vergezelde hij het orkest op tournee naar Japan en Zuid-Korea.
Ook met het WDR Sinfonieorchester Köln en de Wiener Philharmoniker was Yefim Bronfman te horen in de . Solorecitals in Het Concertgebouw gaf hij in maart 2003, november 2011 en februari 2025. Yefim Bronfman werd gelauwerd met onder meer de Avery Fisher Prize en met een eredoctoraat van de Manhattan School of Music.
