Grote pianisten: Krystian Zimerman speelt Chopin en Debussy
Krystian Zimerman piano
Dit concert maakt deel uit van de serie Grote Pianisten.
Frédéric Chopin (1810-1849)
Nocturne in Fis gr.t.
uit ‘Trois nocturnes’, op. 15 (1830-33)
Nocturne in Es gr.t.
uit ‘Deux nocturnes’, op. 55 (1842-44)
Nocturne in E gr.t.
uit ‘Deux nocturnes’, op. 62 (1846)
Johannes Brahms 1833-1897
Tweede sonate in fis kl.t., op. 2 (1852)
Allegro non troppo ma energico
Andante con espressione
Scherzo & Trio. Allegro – Poco più moderato
Finale. Introduzione – Allegro non troppo e rubato
pauze ± 20.55 uur
Claude Debussy (1862-1918)
Estampes (1903)
Pagodes. Modérément animé
La soirée dans Grenade. Mouvement de Habañera
Jardins sous la pluie. Net et vif
Karol Szymanowski (1882-1937)
Variaties op een Pools thema in
b kl.t., op. 10 (1900-04)
Introduction. Andante doloroso
rubato
Tema. Andantino semplice
Meno mosso
Agitato
Lento mesto ma poco agitato
Allegro molto agitato
Andantino
Andante dolcissimo
Più mosso
Marcia funèbre
Più mosso – Allegro
Finale. Allegro vivo – Maestoso
einde ± 22.10 uur
Toelichting
Frédéric Chopin (1810-1849)
Nocturnes
Door Lonneke Tausch
In 1832 werden de eerste s (‘nachtstukken’) van Frédéric Chopin gepubliceerd, te weten het driedelige 9. Uit zijn volgende nocturnecyclus, opus 15, is de tweede, de Nocturne in Fis groot, de bekendste. De heeft maar liefst zes en, de vorm is ABA, en de vloeiende openingsmelodie met zijn parelende en ritmisch virtuoze loopjes klinkt bij vlagen als een . Het contrast met het middengedeelte (‘doppio movimento’, wat staat voor dubbel tempo) is flink, en na deze korte vurige climax is de terugkeer van het bedachtzame openingsthema een weldaad.
De Nocturne in Es groot, opus 55 nr. 2 van zo’n tien jaar later, heeft geen contrasterende middensectie, maar de stroomt lento sostenuto van begin tot eind in één lange lijn voort: een associatieve muzikale ontwikkeling gaat hier boven vorm. De twaalf maten voor het einde valt op door een expressieve , en een paar plots ferme slotakkoorden in lage ligging brengen dit dromerige karakterstuk verrassend ten einde.
Opus 62 bevat Chopins laatst gecomponeerde nocturnes, al zijn het niet de laatste die in druk uitkwamen: drie van zijn in totaal 21 nocturnes verschenen postuum. De Nocturne in E groot, opus 62 nr. 2 heeft een boeiende structuur, samen te vatten als ABCAB. Een gedragen voortschrijdend eerste in E groot wordt gevolgd door een sneller melodietje vergezeld van stijgende basloopjes. De twee komen samen in een opgewonden middenstuk in cis , maar na allerlei ische verwikkelingen keren rust en hoofdtoonsoort weer.
Claude Debussy (1862-1918)
Estampes
Door Lonneke Tausch
‘Als je geen geld hebt om op vakantie te gaan, dan moet je maar reizen door je fantasie te gebruiken.’ Iets in die geest schreef Claude Debussy eens aan een vriend. In zijn pianotriptiek Estampes paste hij dit credo zelf toe. Het woord ‘estampes’ betekent ‘afdrukken’, en de eerste twee delen kun je dan ook zien als muzikale prentbriefkaarten uit exotische oorden waar de componist zelf nooit was geweest.
Het openingsdeel schetst indrukken van het Verre Oosten. De basis van ‘Pagodes’ zijn pentatonische toonladders, kenmerkend voor veel Aziatische muziek. Op de wereldtentoonstelling van 1899 in Parijs had Debussy Indonesische gamelan gehoord, en die toontaal probeerde hij te benaderen door de zich vooral te laten afspelen op de zwarte toetsen van de piano. Collega Maurice Ravel zou een paar jaar later iets soortgelijks doen in ‘Laideronette, keizerin van de pagodes’ uit zijn kindercyclus Ma mère l’Oye.
Exotiek was destijds in de mode in het Franse componeren. Zo zou Georges Bizet al in 1875 de habanera – een in Spanje populaire dans met een oorsprong in Cuba – een plek geven in zijn Carmen (‘L’amour est un oiseau rebelle’). Debussy’s zwoele ‘Avond in Granada’ heeft vooral een ritmische verwantschap met Spaanse muziek. Op twee korte uitbarstingen tegen het einde na, worden voor de hand liggende flamenco-effecten vermeden. De Spaanse componist Manuel de Falla, die van 1907 tot 1914 in Parijs verbleef, was zo te spreken over Debussy’s werk dat hij het zou citeren in zijn gitaarstuk Hommage aan Debussy, en hij roemde diens kunst om ‘uit geschapen (en dus niet geïmiteerd) materiaal het karakter van iets authentieks, in dit geval uit Andalusië, te scheppen’.
Het slotdeel van Estampes, ‘Tuinen in de regen’, is in tegenstelling tot het voorgaande muziek van een thuisblijver: Debussy verklankt een druilerige dag in een park. Hij doet dat in de improvisatorische vorm van een toccata, en gezien de snelheid van de noten valt er een flinke plensbui. De muziek citeert de kinderliedjes Do, do, l’enfant do en Nous n’irons plus au bois. Alsof een kind vanachter het raam naar de regendruppels kijkt en wacht tot het kan gaan buitenspelen.
Karol Szymanowski (1882-1937)
Variaties
Door Piet de Loof
Karol Szymanowski was nog student aan het conservatorium van Warschau toen hij de Variaties op een Poolse volksthema in b klein schreef. Hij droeg ze op aan zijn leraar Zygmunt Noskowski en dat was meer dan beleefdheid of vleierij: de band tussen de twee was hecht. Noskowski verwees naar zijn student zelfs als zijn ‘geestelijke zoon’. In tien variaties toont Szymanowski zijn ontluikend meesterschap, geënt op Skrjabin, Chopin (een Marcia funebre als achtste variatie) en ook Liszt (die grandioze Finale!).
De variaties vormen een van de werken waarmee Szymanowski zijn studietijd afrondde. Kort daarna zou hij mee Młoda Polska (‘Jong Polen’) oprichten, een groep kunstenaars die vanaf 1905 Europa rondreisde om hedendaagse Poolse kunst te promoten.
Karol Szymanowski, jaartal onbekend
Johannes Brahms (1833-1897)
Tweede sonate
Door Daniël Steneker
Hoewel Johannes Brahms door sommige tijdgenoten als conservatief werd bestempeld, was hij ook een kind van zijn tijd en in de ban van het romantisch nationalisme. Dit komt duidelijk tot uiting in later werk als Ein deutsches Requiem, met Duitse bijbelteksten in plaats van de gebruikelijke Latijnse misteksten, maar ook zijn vroege werk kent nationalistische trekjes. Als tiener verzamelde Brahms Duitse volksliedjes en hoofse gedichten, die hij voor piano bewerkte. Dit is te horen in zijn Tweede in fis klein, geschreven op negentienjarige leeftijd. Het werk dateert van vóór zijn eerste pianosonate, maar werd pas later gepubliceerd. Het eerste deel heeft een traditionele : Brahms exposeert twee contrasterende 's, gaat vervolgens met dit materiaal aan de haal in de doorwerking en sluit af met een recapitulatie, waarin de thema's in één en dezelfde terugkomen. Het is een serie variaties op het Mir ist leide. Oorspronkelijk een minnelied uit de late Middeleeuwen. Ook het neemt deze als uitgangspunt, dit keer voor een levendig . De serene introductie van de Finale leidt tot een onstuimige doorwerking en een betoverend slot.
Biografie
Krystian Zimerman, piano
De Poolse pianist Krystian Zimerman vestigde zijn naam toen hij in 1975 op achttienjarige leeftijd het Chopin Concours in Warschau won. Sindsdien treedt hij met ’s werelds meest prestigieuze orkesten op en geeft hij jaarlijks een select aantal s in de internationale topconcertzalen.
In de van Het Concertgebouw was hij voor het laatst solo te beluisteren in mei 2023, met werken van Karol Szymanowski en Johann Sebastian Bach.
Krystian Zimerman nam Witold Lutosławski’s speciaal voor hem gecomponeerde Pianoconcert in 1992 op met de componist zelf als en in 2015 nogmaals – live – met de Berliner Philharmoniker en Simon Rattle. Ter herdenking van het 150ste sterfjaar van Frédéric Chopin in 1999 formeerde de pianist het Polish Festival Orchestra, waarmee hij uitgebreid op tournee ging, en in 2013 markeerde hij Lutosławski’s 100ste geboortedag met uitvoeringen van het Pianoconcert wereldwijd.
De afgelopen decennia werkte Krystian Zimerman samen met vele legendarische musici als Gidon Kremer en Yehudi Menuhin en dirigenten als Claudio Abbado, Leonard Bernstein, Pierre Boulez, Herbert von Karajan, Lorin Maazel, Riccardo Muti, Seiji Ozawa en André Previn. De pianist is sinds 1977 een aantal keren te gast geweest bij het Concertgebouworkest, met op de bok onder anderen Kirill Kondrashin, Bernard Haitink, Colin Davis en Mariss Jansons.
De laatste samenwerking was in oktober 2020, toen onder leiding van Gustavo Gimeno alle vijf pianoconcerten van Beethoven op het programma stonden. Datzelfde jaar, Beethovens 250ste geboortejaar, bracht de pianist die cyclus ook uit op cd met het London Symphony Orchestra onder leiding van Simon Rattle. In 2022 verscheen een soloalbum met werken van Szymanowski, en afgelopen april kwamen opnames uit van het Tweede en Derde pianokwartet van Brahms met violiste Maria Nowak, altvioliste Katarzyna Budnik en cellist Yuya Okamoto.




