Grote Pianisten: Krystian Zimerman energiek en intens

Krystian Zimerman piano

Dit concert maakt deel uit van de serie Grote Pianisten.

Johann Sebastian Bach (1685-1750)

Partita nr. 1 in Bes gr.t., BWV 825 (1726)
Praeludium
Allemande
Courante
Sarabande
Menuet 1
Menuet 2
Gigue

Partita nr. 2 in c kl.t., BWV 826 (1726)
Sinfonia
Allemande
Courante
Sarabande
Rondeau
Capriccio

pauze ± 20.55 uur

Karol Szymanowski (1882-1937)

Prelude nr. 1 in b kl.t.
Prelude nr. 2 in d kl.t.
Prelude nr. 7 in c kl.t.
Prelude nr. 8 in es kl.t.
uit ‘Negen preludes’, op. 1 (1899-1900)

Mazurka nr. 13: Moderato
Mazurka nr. 14: Animato
Mazurka nr. 15: Allegretto dolce
Mazurka nr. 16: Allegramente – Vigoroso
uit ‘Twintig mazurkas’, op. 50 (1924-26)

einde ± 21.55 uur

Toelichting

Johann Sebastian Bach (1685-1750)

Bach: Partita nr. 1 en 2

Door Christiane Schima

  • Johann Sebastian Bach

De bewondering voor Johann Sebastian Bach is tot op heden unaniem. Ludwig van Beethoven zag al dat zijn ideeën onuitputtelijk leken, en zei over hem: ‘Nicht Ba­ch, sondern Meer sollte er heissen’ (Hij zou niet Beek, maar Zee moeten heten). Componist Max Reger sprak over de ‘eeuwige Bach’ en ‘de aanvang en het einde van alle muziek’. Componisten zijn gefascineerd door de ­soevereine logica van zijn werken, zoals terug te vinden in Die Kunst der Fuge. Voor musici, zangers en instrumentalisten zijn Bachs werken een soort bijbel en vormen ze de basis van hun technische kunnen. Daarnaast blinkt het oeuvre van de meester uit door zijn veelzijdigheid: zo was hij niet alleen de schepper van protestantse kerkmuziek, s en grote Passies, maar ook van glansrijke wereldlijke concerten en speelse s. Hij verenigde in zijn muziek Franse, Italiaanse en Engelse stijlen en schreef als eerste werken in alle 24 en – exemplarisch samengevat in Das wohltemperirte Clavier. Voor Bachs rationele denken speelde het toetseninstrument met zijn overzichtelijke klavier en de nieuwe getempereerde stemming daarvan een centrale rol. Bachs in totaal zes ’s voor een toetsenist zijn compositorische juweeltjes, al noemde de componist ze ‘Clavierübungen’.

De samenstelling van elke partita volgt het concept van de meerdelige suite met toentertijd populaire, maar voor de kunstige solistische voordracht aangepaste dansvormen. Bach verzorgde in 1731 zelf de eerste uitgave. De deels Franse benamingen van de delen (Allemande, Courante, Sarabande, Gigue, Rondeau) en de Italiaanse (, ) verwijzen naar Bachs inspiratiebronnen. Hij heeft de verschillende stijlen – de grillige en met versieringen overladen Franse stijl, en de eenvoudiger, meer uze Italiaanse stijl – in zijn eigen taal geïntegreerd.

We herkennen het handschrift van de componist al aan de achtige vervlechting van de stemmen in het Praeludium van de Partita nr. 1 in Bes groot. Verder heeft deze partita een licht, speels karakter. Als uitsmijter fungeert een sprankelende Gigue waarin Bach de virtuoze speeltechniek met kru­isende handen toepast die zijn tijdgenoot, componist, klavecinist en organist Domenico Scarlatti, had geïntroduceerd. De Partita nr. 2 in c klein is wat zwaarder van toon. Het werk begint met een ambitieuze driedelige Sinfonia, bestaande uit een plechtige introductie, een melodieus middengedeelte en als afsluiting een soort tweestemmige inventie [een vaak uit didactisch oogpunt gecomponeerd eendelig isch werk met een relatief lange doorwerking, red.]. Vervolgens horen we een ritmisch complexe Courante, een statige Sarabande en een opgewekt Rondeau, waarna het – op z’n Italiaans – besluit met een uitbundig Capriccio.

Karol Szymanowski (1882-1937)

Szymanowski: Preludes en Mazurka’s

Door Christiane Schima

  • Karol Szymanowski

Aan het begin van de twintigste eeuw is er nauwelijks een componist die de verschillende muzikale stromingen en wisselende modes van zijn tijd zo in zijn muziek wist te vangen als Karol Szymanowski. Deze telg uit een oud Pools adellijk geslacht met bezittingen in Oekraïne groeit op in een geprivilegieerde en kunstzinnige omgeving. In huisconcerten klinken hoofdzakelijk Duitse componisten (Brahms, Wagner, Strauss), maar ook Frédéric Chopin, die Szymanowski als pianist en Pool vereert. Tijdens reizen naar Parijs leert Szymanowski de Franse muziek kennen en ontdekt hij het werk van Igor Stravinsky en Aleksandr Skrjabin. Reizen naar Zuid-Europa en Noord-Afrika wekken zijn interesse voor antieke en oriëntaalse culturen. Net als Béla Bartók houdt hij zich bezig met de bestudering van volks­muziek. Samen met andere componerende landgenoten (hij is medeoprichter van de componistengroep ‘Jong Polen van de Muziek’ in 1905) spant hij zich in voor een specifieke Poolse klank.

Szymanowski’s preludes komen over als een terugblik, quasi vanuit vogelperspectief

Szymanowski’s Negen preludes, zijn eerste officiële , staan nog geheel in de traditie van zijn beroemde voorganger Frédéric Chopin. Alle eigenschappen die Chopins pianomuziek karakteriseren heeft Szymanowski zich eigen gemaakt en op de spits gedreven. Zoals de dromerige, speels over de maat verdeelde ornamenten in een vrij ‘tempo ’. Ook de opzwepende balladestijl en het virtuoze ­karakter heeft hij afgekeken bij Chopin. Szymanowski’s preludes komen over als een terugblik, quasi vanuit vogelperspectief, op de muziek van Chopin – net als Szymanowski een patriot. Chopin zou volgens biografen tot aan zijn dood in zijn huis in zijn nieuwe vaderstad Parijs een urn met Poolse aarde hebben bewaard.

De Twintig s, waarvan er vier te horen zijn, dateren uit een veel latere tijd. Daarin is van Szymanowski’s Chopin-nostalgie niet zo veel meer te bespeuren. Onder de indruk van het modernisme, de schokkende s en scherpe en in de muziek van bijvoorbeeld Stravinsky, Bartók, Prokofjev is zijn stijl in de jaren 1920 veranderd. Meer dan daarvoor hebben trekken van de Poolse volksmuziek in zijn mazurka’s – oorspronkelijk een Poolse volksdans – ingang gevonden. Eerder had Chopin de mazurka al omgevormd en in een klassiek jasje gestoken.

Szymanowski’s mazurka’s vertonen door het gebruik van atonale klanken en aan de volksdans herinnerende syncopische ritmes een modernistisch karakter. Niettemin is ook de voor hem nog niet helemaal passé. De Poolse musicoloog Tadeusz A. Zielinsky schrijft: ‘Szymanowski heeft bewezen dat de vorm van de piano­mazurka geen ’historisch’ concept was en voor altijd gekoppeld aan Chopin. Nee, het was een levendige en dynamische vorm die zich verder ontwikkelde, net als andere muzikale vormen.’ En verder: ‘Szymanowski’s stijl is divers (…) Zijn muziek verenigt expressionisme, kleurrijk impressionisme vergezeld van traditionele romantische emotionaliteit.’

De eerste vier van de Twintig mazurka’s zijn opgedragen aan de grote Amerikaans-Poolse pianist Arthur Rubinstein (1887-1982). De in dit concert uitgevoerde mazurka’s zijn opgedragen aan het bevriende schrijversechtpaar Hania en Jaroslav Iwaszkiewiec. De dertiende en vijftiende mazurka betoveren door e ën, in de veertiende slaat de componist een brutale humorvolle toon aan. De zestiende met haar halsbrekende tempo is een bravourestuk en vormt het indrukwekkende slot van dit .

Biografie

Krystian Zimerman, piano

De Poolse pianist Krystian Zimerman vestigde zijn naam toen hij in 1975 op achttienjarige leeftijd het Chopin Concours in Warschau won. Sindsdien treedt hij met ’s werelds meest prestigieuze orkesten op en geeft hij jaarlijks een select aantal s in de internationale topconcertzalen.

In de van Het Concertgebouw was hij voor het laatst solo te beluisteren in mei 2023, met werken van Karol Szymanowski en Johann Sebastian Bach.

Krystian Zimerman nam Witold Lutosławski’s speciaal voor hem gecomponeerde Pianoconcert in 1992 op met de componist zelf als en in 2015 nogmaals – live – met de Berliner Philharmoniker en Simon Rattle. Ter herdenking van het 150ste sterfjaar van Frédéric Chopin in 1999 formeerde de pianist het Polish Festival Orchestra, waarmee hij uitgebreid op tournee ging, en in 2013 markeerde hij Lutosławski’s 100ste geboortedag met uitvoeringen van het ­Pianoconcert wereldwijd.

De afgelopen decennia werkte Krystian Zimerman samen met vele legendarische musici als Gidon Kremer en Yehudi Menuhin en dirigenten als Claudio Abbado, Leonard Bernstein, Pierre Boulez, Herbert von Karajan, Lorin Maazel, Riccardo Muti, Seiji Ozawa en André Previn. De pianist is sinds 1977 een aantal keren te gast geweest bij het Concertgebouworkest, met op de bok onder anderen Kirill Kondrashin, Bernard Haitink, Colin Davis en Mariss Jansons.

De laatste samenwerking was in oktober 2020, toen onder leiding van Gustavo Gimeno alle vijf pianoconcerten van Beethoven op het programma stonden. Datzelfde jaar, Beethovens 250ste geboortejaar, bracht de pianist die cyclus ook uit op cd met het London Symphony Orchestra onder leiding van Simon Rattle. In 2022 verscheen een soloalbum met werken van Szymanowski, en afgelopen april kwamen opnames uit van het Tweede en Derde pianokwartet van Brahms met violiste Maria Nowak, altvioliste Katarzyna Budnik en cellist Yuya Okamoto.