Grote Pianisten: Kristian Bezuidenhouts historische klavierreis

Kristian Bezuidenhout fortepiano

Dit concert maakt deel uit van de serie Grote Pianisten.

Kristian Bezuidenhout speelt op drie verschillende instrumenten uit de Collectie Edwin Beunk.
Leer meer over de geschiedenis van de piano in de periode 1750-1850 via de videoserie Piano ­Tales op het YouTube-­kanaal ‘Edwin Beunk Fortepiano Collection’.

Lees ook De werkdag van Kristian Bezuidenhout.

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

Fantasie in c kl.t., KV 475 (1785)

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Sonate nr. 8 in c kl.t., op. 13 (1797-98) ‘Pathétique’
Grave – Allegro di molto e
con brio
Adagio cantabile
Rondo. Allegro

Franz Schubert (1797-1828)

Moment musical in As gr.t.
uit ‘Six moments musicaux’, D 780 (1823-26)

Allegretto quasi andantino
uit ‘Sonate in a kl.t.’, D 537 (1817)

Clara Schumann (1819-1896)

Romanze in a kl.t.
uit ‘Drei Romanzen’, op. 21 (1853-55)

Felix Mendelssohn (1809-1847)

Moderato in A gr.t.
Andante espressivo in a kl.t.
Andante con moto in E gr.t.
uit ‘Lieder ohne Worte’, op. 19b (1833)

Moderato in b kl.t.
Andante tranquillo in Bes gr.t.
uit ‘Lieder ohne Worte’, op. 67 (1839)

Andante con moto in As gr.t., ‘Duetto’
uit ‘Lieder ohne Worte’, op. 38 (1835)

Drei Phantasien oder Capricen, op. 16 (1829)
Phantaisie in a kl.t.
Caprice in e kl.t.
Phantaisie in E gr.t.

er is geen pauze
einde ± 21.30 uur

Toelichting

Kristian Bezuidenhouts historische klavierreis

Door Axel Meijer

Mozart en Beethoven

Kristian Bezuidenhout heeft ze liever niet allemaal op een rijtje – en hij kan uitleggen waarom. ‘Ik hou niet zo van de ­bibliografische benadering’, zegt de pianist ter toelichting van zijn concert met de titel ‘Historische klavierreis’. Een blik op het programma maakt duidelijk wat hij bedoelt: Bezuidenhout opent met Wolfgang Amadeus Mozarts Fantasie in c klein, KV 475. Dat stuk vormt traditioneel een vaste combinatie met de pianosonate KV 457, in dezelfde . Maar Bezuidenhout laat de Fantasie, uit 1785, volgen door Ludwig van Beethovens Pianosonate in c klein, de ‘Grande Pathétique’, geschreven in 1798.

‘Het was indertijd bij concerten heel gebruikelijk om te beginnen met een ’, vertelt de pianist. ‘En Mozarts Fantasie heeft een passend geïmproviseerd karakter.’ Bezuidenhout rechtvaardigt zijn programmering verder door erop te wijzen dat Beethoven zich bij het componeren van de ‘Pathétique’ hoorbaar heeft laten inspireren door Mozarts sonate KV 457. Zo bestaat de hoofdmelodie in de openingsdelen van beide sonates uit een gepuncteerde stijgende lijn, een zogeheten Mannheimer Rakete. In het tweede, langzame deel van zijn werk citeert Beethoven bijna letterlijk uit het van KV 457. Zo bezien is de ‘Pathétique’ dus een volstrekt verdedigbare vervanger. ‘En hoewel ik vermoed dat c voor Mozart iets anders betekende dan voor Beethoven, denk ik ook dat juist Mozarts gebruik ervan iets ontketende in Beethoven, een besef van wat er allemaal mogelijk was in die toonsoort.’

‘Brechen soll das Klavier’, zei Beethoven

Bezuidenhout, specialist op historische instrumenten, verbindt de twee stukken nog op een andere manier met elkaar: hij speelt ze allebei op dezelfde historische vleugel. Voor de heeft hij er eentje gekozen van Salvatore Lagrassa (Wenen, circa 1815). De enige piano die Mozart ooit bezat, was er een van de Weense vleugelbouwer Anton Walter. Voor de vaak stormachtige ‘Pathétique’ is zo’n Walter-instrument iets te licht geconstrueerd: ‘Beethoven vraagt dingen die voor een Walter eigenlijk net te ver gaan. ‘Brechen soll das Klavier’, zei hij, en hij meende het!’

Schubert

Misschien is het dan ook maar goed om na al dat geweld van instrument te wisselen. Bezuidenhout speelt de volgende twee stukken, van Franz Schubert, op een kopie naar Conrad Graf, vanaf 1824 keizerlijk hofleverancier te Wenen. Ook hier streeft Bezuidenhout niet naar ‘bibliografische’ (‘Ik gebruik dat woord vaak’) volledigheid. Waar veel pianisten de Six moments musicaux in hun geheel programmeren, licht Bezuidenhout het tweede nummer uit de serie – een weldadig contrast met Beethovens voorafgaande hemelbestorming.

Dan volgt opnieuw iets ongebruikelijks: het Allegretto quasi uit Schuberts Piano­sonate in a klein. Een los sonatedeel dus, zomaar, zonder de rest van het werk. ‘Ja,’ zegt Bezuidenhout, ‘maar als Schubert een muziekavond hield met zijn vrienden, dan speelde hij natuurlijk simpelweg wat hij op dat moment tot zijn beschikking had. Bovendien vond ik het gewoon een mooie combinatie met het tweede Moment musical.’ En eerlijk is eerlijk: het is verfrissend om deze noten eens buiten hun vaste context te horen. Schubert was twintig toen hij het werk schreef, en hij zocht nog naar een grotere samenhang tussen sonatedelen. Ook daardoor kan dit stuk op zichzelf staan.

Daar komt nog bij dat het tot diep in de negentiende eeuw heel gebruikelijk was om losse onderdelen uit grotere werken ten gehore te brengen. Welwillende amateurpianisten speelden wat ze nu eenmaal konden spelen, en stelden zo een programma samen, voor een al even welwillend publiek.

Schumann en Mendelssohn

Het is de tijd van het intieme thuismusiceren, de tijd waarin Felix Mendelssohn en Clara Schumann opgroeiden, en het is het milieu waarvoor zij stukken componeerden die voor de betere amateur nog technisch bereikbaar waren. Ook hier doet Bezuidenhout de titel van het concert recht: met de Romanze in a klein van Clara Schumann neemt hij ons mee op klavierreis naar de salons van de negentiende eeuw. Schumann schrijft de Romanze in 1853 voor haar terminaal zieke echtgenoot Robert. Ze maakt ook een afschrift voor de jonge Johannes Brahms, naar wiens late pianowerk het stuk in al zijn eenzame droefenis vooruitwijst.

Voor Schumanns Romanze schakelt Kristian Bezuidenhout over op weer een ander instrument, ditmaal een vleugel van Sébastien Érard, een van Frédéric Chopins favoriete bouwers.

Daarop speelt de pianist ook een selectie van Mendelssohns er ohne Worte – de ultieme salonmuziek, in de beste zin van het woord. De korte karakterstukken (er zijn er zo’n vijftig) verschijnen vanaf 1832 in bundels van zes in druk, tot ver na Mendelssohns overlijden. Generaties van pianisten, zowel amateur als professioneel, groeien op met deze werken, die nu eens fris, dan weer ernstig zijn, maar altijd direct aanspreken.

Volgens Mendelssohn was muziek een veel preciezer uitdrukkingsmiddel dan taal

Bezuidenhout: ‘Het moet aanvoelen als een soort proeverij, een verrassingsmenu, waarbij je je niet te zeer gebonden voelt aan een vaste volgorde.’ Een van de bekendste Lieder ohne Worte is het zesde stuk uit de bundel 38. Mendelssohn schreef het in de vorm van een Duetto, een liefdeslied voor bas en sopraan, kort nadat hij zijn latere vrouw had ontmoet. Ondanks de betiteling zit er geen letterlijk dichterlijk programma achter deze stukken. Integendeel: volgens Mendelssohn was muziek een veel preciezer uitdrukkingsmiddel dan taal. Bezuidenhout: ‘Een prachtige opvatting. En zo ontzettend waar. So true!’

Mendelssohns Drei Phantasien oder Capricen krijgen aanvankelijk de titel Erinnerungen. Hij schrijft ze als aandenken voor drie zusjes die hij in 1829 in Wales leert kennen. Ieder krijgt een stuk. De componist: ‘De jongste kwam langs met gele bloemen in haar haar, die net waren ontloken. Ze zei dat het ten waren en ze vroeg of ik ze misschien kon gebruiken in mijn orkest. Ik schreef ter plekke een dans voor haar waarin de gele trompetbloemen klinken. De middelste dochter deed ik de beek cadeau die we tijdens het paardrijden waren tegengekomen en die we zo mooi vonden dat we afstegen en er gingen zitten… En het laatste stuk is volgens mij het beste wat ik in dit genre tot nu toe geschreven heb.’

Mozarts nalatenschap

Zo ver in de lijken we een eind te zijn afgedwaald van ons achttiende-eeuwse vertrekpunt. ‘Maar’, zegt Mozart-specialist Bezuidenhout, ‘die oudere muziek is natuurlijk toch waar mijn oorsprong als pianist ligt, dus ik probeer ook in later geschreven werk de invloed te laten doorklinken van een componist als Mozart. Die precisie en helderheid van korte frasen, dat is zijn blijvende nalatenschap, die ook door negentiende-­eeuwse componisten nooit vergeten werd. En die invloed probeer ik mee te nemen in alles wat ik speel.’

En zo wijst gids Bezuidenhout, met een helder verhaal, de meanderende weg op deze ‘Historische klavierreis’.

Biografie

Kristian Bezuidenhout, piano

Kristian Bezuidenhout werd geboren in Zuid-Afrika, studeerde in Australië en New York, en woont nu in Londen. Hij studeerde piano bij ­Rebecca Penneys, fortepiano bij ­Malcolm Bilson, klavecimbel bij Arthur Haas en bij Paul O’Dette. Op 21-jarige leeftijd won hij het fortepiano­concours van het Festival Musica Antiqua in Brugge (2001), wat het begin markeerde van een indrukwekkende internationale carrière.

Kristian Bezuidenhout excelleert op een breed scala aan klavierinstrumenten, zowel historische als moderne, en werkt met vooraanstaande ensembles, orkesten, en en solisten wereldwijd. Als solist trad hij op met onder andere het Chamber Orchestra of Europe, Les Arts Florissants, het Orchestre des Champs-Élysées, het Chicago Symphony Orchestra en het Gewandhausorchester Leipzig.

Als dirigent vanaf het klavier leidde hij onder meer het Orkest van de Achttiende Eeuw, Collegium Vocale Gent, het Dunedin Consort en het Concertgebouworkest (januari 2018). Hij is vaste gastdirigent van het Freiburger Barockorchester en The English Concert. Dit seizoen debuteert Kristian Bezuidenhout bij het Noors Radio Orkest, Tampere Filharmonia en het SWR Symphonie-orchester, en speelt hij kamermuziek met violiste Isabelle Faust, tenor Julian Prégardien en het Consone Quartet – dit laatste ook als onderdeel van een residency in Bourgie Hall (Montreal).

Zijn vorige optreden in de was op 20 januari jongstleden een Schubertiade met mezzosopraan Anne Sofie von Otter. In de was Kristian Bezuidenhout voor het laatst te beluisteren in een solorecital in de serie Grote Pianisten op 9 januari 2023.