Grote Pianisten: Khatia Buniatishvili

Khatia Buniatishvili piano

Dit concert maakt deel uit van de serie Grote Pianisten.

LABYRINTH

Erik Satie (1866-1925)

Gymnopédie nr. 1 (1888)

Frédéric Chopin (1810-1849)

Prélude in e kl.t.: Largo
uit ‘24 Préludes’, op. 28 (1835-39)

Scherzo nr. 3 in cis kl.t., op. 39 (1839)

Johann Sebastian Bach (1685-1750)

Air
uit ‘Orkestsuite nr. 3 in D gr.t.’, BWV 1068 (1731)

Franz Schubert (1797-1828)

Impromptu in Ges gr.t.
uit ‘Vier impromptu’s’, D 899 (1827)

Franz Schubert (1797-1828) / Franz Liszt (1811-1886)

Ständchen
uit ‘Schwanengesang’, D 957 (1828/1838)

Frédéric Chopin

Polonaise in As gr.t., op. 53 (1842-43)

Mazurka in a kl.t.
uit ‘Vier mazurka’s’, op. 17 (1832-33)

François Couperin (1668-1733)

Les barricades mystérieuses
uit ‘Ordre 6ème de clavecin’ (1716-17)

Johann Sebastian Bach (1685-1750) / Franz Liszt

Prelude en fuga in a kl.t., BWV 543 (1708-13/1839-40)

Franz Liszt

Lento placido
uit ‘Consolations’, S. 172 (1849-50)

Franz Liszt / Vladimir Horowitz (1903-1989)

Hongaarse rapsodie nr. 2 in cis kl.t. (1851/1953)

er is geen pauze
einde ± 21.45 uur

Toelichting

Toelichting

Door Christo Lelie

Pianorecitals hebben doorgaans een vast stramien, vergelijkbaar met de opbouw van een diner. Ze beginnen vaak met toegankelijke stukken (het voorgerecht), gevolgd door grote meesterwerken (de hoofdgerechten) en eindigend met luchtiger pianistisch spektakel (het dessert). Doorgaans blijft het aantal verschillende componisten beperkt en vaak wordt gekozen voor een historisch chronologische volgorde. Het programma van Khatia Buniatish­vili wijkt sterk af van dit stramien: ze houdt geen historische volgorde aan en speelt ongewoon veel, overwegend kortere en veelal populaire stukken die door allerlei stijlen meanderen. 

De pianiste ziet haar programma als een muzikaal doolhof. Dat wordt weerspiegeld door de titel van haar nieuwste cd, Labyrinth, waaraan ze haar huidige zegt te linken: ‘Het labyrint is ons lot en onze schepping, onze impasse en bevrijding; de pol­yfonie van het leven, de zintuigen, opnieuw ontwaakte dromen en het verwaarloosde heden. Het labyrint verkent de ondoorgrondelijke zoektocht die het menselijk leven met zich meebrengt. Het stippelt een filmisch parcours uit langs aarzeling, weemoed, sensualiteit, plezier en pijn’. 

Satie

De pianiste opent haar recital met een overbekend werkje dat zelden of nooit in meester­series te horen is: de Eerste gymnopédie van de dit jaar een eeuw geleden overleden Erik Satie. Wie kent niet dat trage je als ontspanningsmuziek bij yoga of in de lift? De excentrieke, altijd provocerende Franse componist ontleende de titel naar men vermoedt aan het woord gymnopaedia uit het oude Griekenland, dat stond voor een mannendans in de stadstaat Sparta. 

Bach, Liszt en Couperin

A­ir on the G-String is de alom verspreide verengelste titel van deel 3 uit de Derde orkestsuite in D groot, BWV 1068 van Johann Sebastian Bach. Deze muziek is door de jaren heen onderhevig geweest aan talloze bewerkingen, van eenvoudige pianozettingen in verzamelalbums tot popnummers. 

Bachs muziek is zo sterk, dat het nauwelijks uitmaakt op welk instrumentarium zij wordt uitgevoerd. Vandaar dat pianisten graag Bach spelen. Franz Liszt bijvoorbeeld raakte dermate gefascineerd door Bachs monumentale werken, dat hij er zeven voor piano bewerkte. Omdat een vleugel nu eenmaal niet zoals het orgel een met de voeten te bespelen pedaalklavier heeft, moest hij deze partij aan de linkerhandpartij toevoegen. Liszt deed dat heel consciëntieus, zonder de essentie van het origineel aan te tasten. De Prelude en fu­ga in a klein, BWV 543 is de meest uitgevoerde van Liszts Bach-s, waarschijnlijk omdat de ’s het op piano zo goed doen.

In tegenstelling tot bij orgelcomposities is bij klavecimbelmuziek meestal geen bewerking nodig voor uitvoeringen op piano. Het klavecimbelwerk Les barricades mysterieuses (‘De geheimzinnige versperringen’) van François Couperin is een levendig waarin, bijna als minimal music, een over beide handen verdeelde beweging constant blijft doorlopen. Deze zogenaamde style brisé, karakteristiek voor de Franse klavecinisten als Couperin, is overgenomen van luitmuziek.

  • De muziekles

De muziekles; door Henri Matisse, 1917

Chopin

Frédéric Chopin, zoon van een Poolse moeder en een Franse vader, was in oktober 1831 vanuit Polen naar Parijs getrokken om daar zijn geluk als pianovirtuoos te beproeven. Een maand na zijn vertrek brak plotseling de opstand tegen de Russische onderdrukkers uit. Tot zijn dood in 1849 bleef het hierdoor voor Chopin te gevaarlijk om naar zijn familie en vrienden in Polen terug te keren. De volksmuziek uit zijn moederland nam hij echter in zijn hart mee en implementeerde hij in zijn vernieuwende, romantische pianostijl. Dat resulteerde in ruim vijftig ’s en zestien polonaises, genoemd naar de twee bekendste Poolse dansen in driekwartsmaat. De intieme Mazurka in a klein is een van de fraaiste miniaturen uit Chopins oeuvre; de Polonaise in As groot behoort tot zijn bekendste werken. Het monumentale werk, dat ook wel Polonaise héroïque wordt genoemd, wordt in verband gebracht met de heroïsch strijd van zijn landgenoten in Polen tegen de Russen.

Evenals Bach schreef Chopin preludes, met dat verschil dat ze bij hem niet gevolgd werden door ’s. Hij componeerde er 24 in evenveel verschillende en die hij bundelde in zijn 28. Chopin ordende de preludes qua toonsoorten en dramatische afwisseling dusdanig dat de cyclus integraal gespeeld een compositorische eenheid vormt. De preludes zijn stuk voor stuk zulke pareltjes, dat ze losgeweekt uit hun context ook alleszins bestaansrecht hebben.
Chopins pianowerken zijn muzikale verhalen, maar zijn abstracte titels zoals ballade, , of geven niets over eventuele buitenmuzikale inhoud prijs. Van de vier scherzo’s is het Derde scherzo in cis klein een van de meest zangerige: na een heftige opening in octaven volgen secties met verwachtingsvolle frasen die steeds overspoeld worden door pianistische watervalletjes, vanaf de hoogste tonen naar beneden klaterend.

Schubert en Liszt

Franz Schubert is evenals Chopin de schepper van een ­omvangrijk piano-oeuvre. Daarvan zijn de acht Impromptu’s, geschreven één jaar voor zijn dood, van meet af aan verreweg het bekendst. De aanduiding impromptu staat voor een uit de losse hand geschreven, geïmproviseerde, compositie. De Derde impromptu in Ges groot is een vloeiend, meditatief stuk, gekenmerkt door lange melodielijnen en een ononderbroken drieklankbegeleiding. Hierin is hoorbaar dat Schubert tevens de schepper van zeshonderd eren is. 

Zoals Liszt de composities van de door hem bewonderde Bach bewerkte, maakte hij ook pianotranscripties van zo’n zestig Schubert-liederen. In tegenstelling tot zijn Bach-bewerkingen ging hij met de Schubert-liederen vrijer om, door niet alleen de zangpartij met de pianobegeleiding te verweven, maar er een eigen, pianistische draai aan te geven om daarmee het ontbreken van de liedteksten te compenseren. In Ständchen klinken bijvoorbeeld toegevoegde echo’s van de melodie.

Naast technisch vrijwel onspeelbare pianowerken, componeerde Liszt intieme, zangerige stukken. Bijvoorbeeld zijn zes zo poëtische Consolations, vertroostende liederen zonder woorden.

Liszt en Horowitz

Zoals Chopin Poolse volksmuziek in zijn pianowerken integreerde, gebruikte Liszt de volksdansen en -liederen uit zijn geboortestreek. Aldus ontstonden zijn Hongaarse rapsodieën: spetterende, quasi-improvisatorische showstukken. Kenmerkend is de tweedelige structuur, bestaande uit de dramatische, langzame lassán en de snelle, vrolijke en springerige friska. De Tweede Hongaarse rapsodie in cis klein werd Liszts bekendste pianowerk, mede doordat het virtuoze stuk gebruikt werd in tv-programma’s en in tekenfilms als Tom and Jerry. De legendarische Oekraïens-Amerikaanse pianist Vladimir Horowitz maakte met vuurwerk Liszts rapsodie nog eens extra spectaculair.

Biografie

Khatia Buniatishvili, piano

Khatia Buniatishvili maakte op haar zesde haar debuut als solist met orkest. Tijdens haar studie aan het Staatsconservatorium in haar geboorteplaats Tbilisi (Georgië) won ze een speciale prijs van het Horowitz Concours in Kyiv en de eerste prijs van een concours voor Georgische musici dat was opgezet door Elisabeth ­Leonskaja. Op het Pianoconcours van Tbilisi van datzelfde jaar, 2003, maakte ze kennis met Oleg Maisenberg en ze zette haar studie voort bij hem in Wenen.

In 2008 behaalde ze op het Arthur Rubinstein Concours de bronzen medaille, de Chopinprijs en de publieksprijs en debuteerde ze in Carnegie Hall, New York met het Tweede pianoconcert van Chopin. In 2010 kreeg Khatia Buniatishvili een Borletti-Buitoni Trust Award, en als BBC New Generation Artist trad ze op met diverse orkesten van de Britse omroep.

De Wiener Musikverein en het Wiener Konzerthaus nomineerden de pianiste voor een Rising Stars-tournee in seizoen 2011/2012, en daarin deed ze ook de aan. Maar dat was niet haar Concertgebouwdebuut: een eerste solorecital in de ­Kleine Zaal had Khatia Buniatishvili al gegeven op 20 maart 2011 (Liszt, Chopin en Stravinsky). Rond die tijd kwam ook haar eerste cd uit: een Lisztrecital. Khatia Buniatishvili geeft nog steeds wereldwijd s en werd als solist uitgenodigd door het ­hr-Sinfonieorchester Frankfurt (Concertgebouw zomer 2012), de Los Angeles Philharmonic, The Philadelphia Orchestra, de Wiener Symphoniker, de Kremerata Baltica, het Orchestre de Paris en Philharmonia.

Kamermuziek speelt ze met onder anderen haar zus Gvantsa (quatre-mains) en de violisten Gidon Kremer en Renaud Capuçon. Pianisten die ze bewondert zijn Serge Rachmaninoff, Sviatoslav Richter, Glenn Gould en Martha Argerich. De Georgische volksmuziek heeft naar eigen zeggen haar muzikaliteit ook zeer beïnvloed. Khatia Buniatishvili verzorgt vandaag voor het eerst een solorecital in de .