Grote Pianisten: Katia en Marielle Labèque
Katia Labèque piano
Marielle Labèque piano
Dit concert maakt deel uit van de serie Grote Pianisten.
Ook interessant:
- 9 x componisten met bijzondere bijbanen
Maurice Ravel (1875-1937)
Ma mère l’Oye, cinq pièces enfantines (1908-10)
voor piano vierhandig
Pavane de la Belle au bois dormant
Petit Poucet
Laideronnette, impératrice des pagodes
Les entretiens de la Belle et la bête
Le jardin féerique
Franz Schubert (1797-1828)
Fantasie in f kl.t., D 940 (1828)
voor piano vierhandig
pauze ± 20.55 uur
Philip Glass (1937)
Les enfants terribles (1996; arr. Michael Riesman 2020)
oorspronkelijk voor piano solo, bewerking voor pianoduo
Overture
Paul Is Dying
The Somnambulist
She Slapped Me
They Lived Their Dream
Terrible Interlude
Cocoon of Shawls
Lost
Are You in Love, Agathe?
She Took the Path
Paul’s End
einde ± 22.10 uur
Toelichting
Toelichting
Door René van Peer
Het befaamde Franse pianoduo Katia en Marielle Labèque beweegt zich met gemak in verschillende stijlperioden. Ze treden op met orkesten, maar werken ook met mensen uit de hedendaagse indierock, zoals Bryce Dessner van The National en Thom Yorke van Radiohead en Smile. Ze etaleren de breedte van hun spectrum in een waarin ze muziek van Franz Schubert, Maurice Ravel en Philip Glass bijeenbrengen.
Ogenschijnlijk zit er weinig verwantschap tussen de romanticus Schubert, de impressionistische benadering van Ravel en de minimal music van Glass. Toch zijn er overeenkomsten en dwarsverbanden aan te wijzen tussen de gekozen werken. Zo liet Glass de strikte technieken van zijn muziek uit de jaren 1960-70 steeds meer los. Tussen 1993 en 1996 componeerde hij drie ’s gebaseerd op werk van de Franse schrijver en filmer Jean Cocteau. De dramatische gebaren in de muziek voor die opera’s roept de indringende beelden op die onderdeel waren van Cocteaus films en romans. Enerzijds sluit Glass daarmee aan bij de van Schubert. Anderzijds vertelt hij in Les enfants terribles een sprookjesachtig verhaal, net als Ravel deed in de vijf delen van zijn Ma mère l’Oye.
Maurice Ravel (1875-1937)
Ma mère l’Oye
Maurice Ravel is een van de lievelingscomponisten van Katia en Marielle Labèque. Net als hij zijn de zussen geboren in Frans Baskenland. Hun ouders lieten hen al op jonge leeftijd kennismaken met zijn muziek. Ravels Ma mère l’Oye bestaat in zijn oorspronkelijke versie uit vijf korte delen, die elk verwijzen naar een ander sprookje. Maurice Ravel schreef het tussen 1908 en 1910 als quatremainsstuk voor de jonge kinderen van een bevriend echtpaar. Het eerste en laatste deel, La de la Belle au bois dormant en Le jardin féerique, zijn allebei ontleend aan het sprookje van Doornroosje. In het laatste deel loopt ze net na haar ontwaken met de prins door een betoverend mooie tuin. In het tweede deel horen we Klein Duimpje door een bos dwalen.
Hij denkt de weg naar huis terug te kunnen vinden doordat hij een spoor van broodkruimels achter zich gelaten heeft, maar die zijn door vogels opgegeten. In de is te horen hoe hij eerst de ene kant op loopt, dan weer een andere, terwijl getjilp van vogels en de roep van een koekoek klinken.
Het derde deel, Laideronnette, impératrice des pagodes, gaat over een oosterse prinses die een lelijk uiterlijk gekregen heeft door de betovering van een heks. Ravel heeft dit deel een oriëntaals karakter gegeven door middel van een pentatonische melodie. Deel vier is ontleend aan het verhaal van Belle en het beest. In Les entretiens de la Belle et la bête spreekt het meisje met het monster over schoonheid. Doordat zij zijn innerlijke schoonheid ziet, wordt de betovering verbroken. De sfeer is sereen en plechtig, vol liefde.
Franz Schubert (1797-1828)
Fantasie
Franz Schubert schreef zijn Fantasie in f klein, D 940 in 1828, zijn sterfjaar. Het is een van zijn werken voor piano vierhandig. Een aantal daarvan schreef hij waarschijnlijk voor de zusjes Marie en Karoline Eszterházy die hij bij twee gelegenheden, in de zomers van 1818 en 1824, lesgaf in zang en pianospelen. Met name de jongste van de twee, Karoline, inspireerde hem naar alle waarschijnlijkheid tot deze composities. Er zijn sterke aanwijzingen dat hij verliefd op haar was. In ieder geval droeg hij dit werk aan haar op.
De Fantasie in f klein bestaat uit vier segmenten die zonder onderbreking gespeeld worden. De muziek doet een groot beroep op de virtuositeit en de onderlinge coördinatie van de pianisten. Het tempo ligt vaak hoog. Nuancering in de expressie is van belang, zeker in abrupte overgangen die regelmatig terugkeren in de muziek. De twee musici moeten een eenheid vormen, twee zielen met een en hetzelfde doel voor ogen. Dat is Katia en Marielle Labèque op het lijf geschreven.
Philip Glass (1937)
Les enfants terribles
Les enfants terribles is het laatste deel van een trilogie van ’s die Philip Glass baseerde op werken van Jean Cocteau. Terwijl hij zich voor de eerste twee delen, Orphée en La Belle et la bête, liet inspireren door films van de Franse kunstenaar, heeft hij in het geval van Les enfants terribles de gelijknamige roman van Cocteau uit 1929 als uitgangspunt genomen. De eerste twee delen van de trilogie zijn geschreven voor zangers en klein ensemble. In de operaversie van Les enfants terribles bestaat de begeleiding uit drie piano’s. Michael Riesman, al vijftig jaar toetsenist en muzikaal leider van het Philip Glass Ensemble, arrangeerde de trilogie voor twee piano’s.
In elf delen volgt de muziek het verhaal van Élisabeth en Paul, een zus en haar jongere broer, die verwikkeld zijn in een giftige onderlinge verstandhouding waarin elk probeert de ander de baas te zijn. Élisabeth doet haar best Paul in alles te dwarsbomen, onder meer door te verhinderen dat hij trouwt met de vrouw van wie hij houdt. Wanneer hij in zijn wanhoop een overdosis opium inneemt, ziet zijn zus dat als zijn overwinning op haar, en ze schiet zichzelf dood voor hij sterft.
Hoewel Glass in de muziek herhalende patronen gebruikt, springen die minder in het oog dan in zijn vroegere repetitieve stijl. Ook de gebroken drieklanken, een aloud kenmerk van zijn werk, zijn minder prominent aanwezig. De muziek volgt het drama van het verhaal. Verstilde delen als Terrible Interlude contrasteren met heftige muziek, tot barstens toe geladen met emotie in de laatste twee delen, waarin het verhaal toewerkt naar een onvermijdelijk noodlottig einde. Glass’ filmische, beeldende muziek ondersteunt de handeling effectief. Toen Katia en Maria Labèque de Cocteau-trilogie wilden gaan instuderen, kregen ze het advies om de drie werken niet te benaderen als de vroege repetitieve muziek van Glass, maar met de intentie van het pianowerk van Schubert. Eerder dit jaar bracht het pianoduo de trilogie uit op cd.
Biografie
Katia en Marielle Labèque, piano
Katia en Marielle Labèque zijn geregeld te gast bij gezelschappen als de Berliner en de Wiener Philharmoniker, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Gewandhausorchester Leipzig, de Staatskapelle Dresden, het London Symphony Orchestra en de orkesten van Chicago, Cleveland en Boston.
Bij het Concertgebouworkest debuteerden ze in januari 1985 met Gershwins Rhapsody in Blue (het werk waarvoor ze een van de eerste gouden platen in de klassieke muziek kregen), en waren ze voor het laatst te gast in februari 2018 in Bruchs Concert voor twee piano’s en orkest onder leiding van Semyon Bychkov.
Ze traden op met ensembles als The English Baroque Soloists, Il Giardino Armonico en il Pomo d’Oro maar werkten ook met componisten als Thomas Adès, Louis Andriessen, Luciano Berio, Pierre Boulez, György Ligeti en Olivier Messiaen.
Een nieuw concert van Philip Glass brachten ze in première met de Los Angeles Philharmonic en Gustavo Dudamel, en een van Bryce Dessner met het London Philharmonic Orchestra en John Storgårds. Op uitnodiging van de Philharmonie de Paris presenteerden ze daar met de gitaristen David Chalmin en Bryce Dessner het Dream House Quartet, met opdrachtwerken van Thom Yorke en Anna Thorvaldsdottir.
Een ander recent hoogtepunt was In Certain Circles van Nico Muhly, dat het duo uitvoerde met het Orchestre de Paris en Maxim Emelyanychev en met de New York Philharmonic en Jaap van Zweden. In de uitgebreide discografie valt de cd-box Sisters (2014) op, naast de recentere albums Amoria, Moondog, El Chan en Les enfants terribles.
De zussen Labèque betraden voor het laatst het podium van de op 3 juli 2022 met de Filarmónica Joven de Colombia onder leiding van Andrés Orozco-Estrada, voor de solopartijen in Nazareno van Osvaldo Golijov.


