Grote Pianisten: Jorge Luis Prats

Jorge Luis Prats piano

Dit concert maakt deel uit van de serie Grote Pianisten.

Ook interessant:
- De bijzondere levensloop van Jorge Luis Prats
- 7 grappen in de klassieke muziek

Isaac AlbéniZ (1860-1909)

Iberia (1906-08)
suite voor piano
Evocación
El puerto
El corpus en Sevilla
Rondeña
Almería
Triana

pauze ± 21.00 uur

El albaicín
El polo
Lavapiés
Málaga
Jerez
Eritaña

einde ± 22.15 uur

Toelichting

Isaac Albéniz (1860-1909)

Iberia

Door Roeland Hazendonk

Met zijn Iberia-cyclus richtte de Spaanse componist en pianist Isaac Albéniz een monument op voor zijn vaderland dat meteen en universeel als intens Spaans werd ervaren. In twaalf impressies, waarvan de titels voor zichzelf ­spreken, transformeren de rauwe zang, het ­castagnettenvuur en de gitaarritmes van de Spaans-Arabische flamenco­muziek tot virtuoze pianomuziek op het snijvlak van Liszt en Debussy. 

De kracht van Iberia is de manier waarop de grotendeels geïmproviseerde flamenco de structuur krijgt van gecomponeerde muziek. Dat maakt een geraffineerde verweving mogelijk tussen de emotioneel geladen eenvoud van de flamenco en subtiel beheerste ën die naar Frédéric Chopin en Claude Debussy verwijzen. De bezwerend herhalende patronen van de flamencozangers en de sombere gloed van de alomtegenwoordige frygische toonladder (de donkere Arabische versie van de toonladder die in Spanje wortel schoot door de eeuwenlange Moorse overheersing) versmelten in precies gestructureerde muziek die – heel paradoxaal – toch ook de intuïtieve onmiddellijkheid van zijn inspiratiebron suggereert.

Hoewel Albéniz niet doof was voor Debussy’s nieuwe harmonieën, berust het succes van Iberia op de romantische afspraak dat muziek beelden en buitenmuzikale emoties oproept die strikt genomen helemaal niet uit de noten voortkomen. Dezelfde hartstochtelijk gepassioneerde melodie die in de context van Iberia wordt opgevat als een verwijzing naar de erotische belofte van een flamencodanseres, krijgt een heel andere betekenis in een stuk waarvan de titel verwijst naar de liefde tussen Tristan en Isolde. Voor iemand die nooit flamencomuziek hoorde, is er niets Spaans aan Iberia… Alle beelden en gevoelens waartoe muziek inspireert, zijn het gevolg van conditionering of van associaties die het menselijk brein ophoest als het iets hoort dat in de herinnering aan een bepaalde gebeurtenis is gekoppeld. Zo had Albéniz naar eigen zeggen bij de flamenco de bijgedachte van zijn eerste erotische ervaring: als jongetje zag hij de welgevormde oudere zus van een zigeunervriendje de flamenco dansen. 

Of dat waar is, is de vraag; Albéniz was behalve pianist en componist ook mythomaan. Hij vertelde dat hij op zijn twaalfde van huis wegliep en als verstekeling naar Zuid-Amerika voer, waar hij als pianist de kost verdiende. Niets bewijst dat Albéniz als tiener in Buenos A­ires optrad; wel is hij in Cuba geweest. Niet alleen, maar met zijn vader die als douaneambtenaar veel reisde. In tegenstelling tot wat hij beweerde, was Albéniz geen leerling van Franz Liszt (wiens werk hij wel veel speelde). Wel trad hij vanaf zijn vierde op. Op zijn zesde werd hij toegelaten tot het ­Parijse conservatorium waar hij les kreeg van de latere leraar van Debussy. Hij werd al snel naar Spanje teruggestuurd, nadat hij voetballend een spiegel aan scherven schoot – zijn zoon zou later even voor Real Madrid spelen.

  • Isaac Albéniz

Isaac Albéniz, geportretteerd door Ramón Casas (1866-1932)

Albéniz kon met zijn rug naar de piano gekeerd, een arm naar achteren uitgestrekt, blind een spelen en improviseerde terwijl hij een sigaar bleef roken. In El corpus en Sevilla, de derde impressie van Iberia, hoor je de trommels die voorafgaan aan de processie tijdens Corpus Christi (een rooms-katholieke feestdag); tussen die trommelslagen roffelde Albéniz ter illustratie op zijn buik.

Hij stierf jong: op zijn achtenveertigste, in het jaar dat hij Iberia voltooide (1909), aan een nierziekte die slecht samenging met zijn voorliefde voor uitgebreid dineren en het plezier in sigaren en cognac dat hij met Liszt deelde. Zijn oeuvre beslaat meer dan tweehonderdvijftig werken – bijna allemaal voor piano. Albéniz hield van het leven, avontuur en van extremen en dat kun je aan Iberia horen. Dat hij niet vrij van melancholie was, is ook niet te missen. Het intens Spaanse karakter van Iberia doet niet vermoeden dat Albéniz bijna zijn halve leven buiten Spanje woonde – voornamelijk in Parijs – en de manier waarop hij de piano als een reusachtige gitaar kon laten klinken, maakt het opmerkelijk dat hij niets voor dat instrument schreef.

Albéniz hield van het leven, avontuur en van extremen en dat kun je aan Iberia horen

In Parijs was Albéniz bevriend met Gabriel Fauré en Emmanuel Chabrier; beiden ouder en conservatiever dan zijn leeftijdgenoot Debussy (die overigens lovend schreef over Iberia en niet ongevoelig was voor de Spaanse kleuren die Albéniz’ muziek ook lang voor zijn meesterstuk al had). In Spanje maakte hij nadrukkelijk school. Zie bijvoorbeeld het Concierto de Aranjuez, het beroemde gitaarconcert van de Spaanse componist Joaquín Rodrigo – al staat Rodrigo’s sentimentaliteit ver af van de beheerste sensualiteit die Iberia met de flamencodans deelt.

Albéniz ging minder ver in het loslaten van de tonaliteit en de daarmee samenhangende compositievormen dan Debussy, maar ook in Iberia ondergraaft de heletoonstoonladder (die Debussy zo graag gebruikte) de zwaartekracht van de tonaliteit. Regelmatig verliezen de ën de voor de tonaliteit zo bepalende grote of kleine terts en overheersen en, kwarten en octaven. De muziek komt tot staan en verschiet van kleur in samenklanken die in parallelle beweging omhoog of omlaag schuiven, zonder dat ze naar een grondtoon trekken. De sfeer blijft ambigu en de spanning van de tragische ‘cante jondo’, de diep bewogen zang van de flamenco waarnaar de melodieën van Iberia zo vaak verwijzen, blijft hangen.

Biografie

Jorge Luis Prats, piano

De Cubaan Jorge Luis Prats kreeg na zijn afstuderen aan het Natio­nal Arts College in Havana een beurs voor lessen bij Rudolf Kerer aan het Tsjaikovski Conservatorium in Moskou. Hij vervolgde zijn opleiding in Parijs bij Magda Tagliaferro en in Wenen bij Paul Badura-Skoda en volgde in Warschau masterclasses van Witold Malcuzcynski.

In 1977 was de pianist meervoudig winnaar op het ­Marguerite Long-­Jacques Thibaud Concours in Parijs.

In zijn geboorteland won hij de Amadeo Roldán ­Piano Competition en later is hij er onderscheiden met hoge cultuurprijzen als de de Alejo Carpentier-­medaille en de Félix Varela-medaille. Jorge Luis Prats diende van 1985 tot 2002 als artistiek ­directeur van het Cubaans Nationaal Symf­onieorkest. Daarnaast gaf hij wereldwijd solorecitals (Verbier Festival, La Roque d’Anthéron, Miami Internationaal Piano Festival) en was hij te gast bij onder meer het Royal Philharmonic Orchestra, het BBC Symphony Orchestra, de Wiener Symphoniker, het Orchestre de Paris, het Mariinski Orkest en het Dallas Symphony Orchestra.

Hij soleerde bij de meeste Spaanse orkesten, en in Zuid-Amerika bij bijvoorbeeld het Orquesta Sinfónica Municipal de Caracas en het Orquesta Sinfónica Simón Bolívar de Venezuela. Bijzonder in de discografie van Jorge Luis Prats is de allereerste opname van de 24 Preludes en het Poème satanique van Skrjabin. Op zijn repertoire heeft hij de hele Cubaanse inventaris aan klassieke muziek vanaf de achttiende eeuw tot en met het werk van hedendaagse componisten als Carlos Fariñas en Harold Gramatges.

Na zijn ­debuut in de op 28 november 2008 keerde hij solo terug in 2009, 2011, 2012 en 2016. Zijn laatste optreden was in Falla’s Noches en los jardines de España met het Orchestre Philharmonique de Monte Carlo in de zomerprogrammering van 2018.