Grote Pianisten: Jonathan Fournel
Jonathan Fournel piano
Dit concert maakt deel uit van de serie Grote Pianisten.
Ook interessant:
- De piano: het succesverhaal van een nieuw instrument
Ludwig van Beethoven (1770-1827)
32 Variaties op een eigen thema in c kl.t., WoO 80 (1806)
Sonate nr. 22 in F gr.t., op. 54 (1804)
In tempo d’un menuetto
Allegretto
Karol Szymanowski (1882-1937)
Variaties op een Pools thema in b kl.t., op. 10 (1900-04)
Andante doloroso rubato
Tema. Andantino semplice
Meno mosso
Agitato
Lento mesto ma poco agitato
Allegro molto agitato
Andantino
Andante dolcissimo
Più mosso
Marcia funebre
Più mosso – Allegro
Finale. Allegro vivo – Maestoso
pauze ± 21.00 uur
César Franck (1822-1890)
Prélude, fugue et variation in b kl.t., op. 18 (ca. 1865)
oorspronkelijk voor orgel
Franz Schubert (1797-1828)
Fantasie in C gr.t., D 760 ‘Wanderer’ (1822)
Allegro con fuoco ma non troppo
Adagio
Presto
Allegro
einde ± 22.10 uur
Toelichting
Ludwig van Beethoven (1770-1827)
Variaties en Sonate
Door Piet de Loof
De officiële werkenlijst van Ludwig van Beethoven klokt af op 138, maar nog eens dubbel zoveel composities kregen geen opusnummer toebedeeld. Die ‘Werke ohne Opuszahl’ (WoO) zijn een bonte verzameling van (volks)eren, kamermuziek en zelfs muzikale grappen, maar ook van kleinoden als het favori (WoO 57), Für Elise (WoO 59) en deze 32 Variaties op een eigen in c klein (WoO 80).
Beethoven had van deze variaties naar het schijnt geen hoge pet op, wat niet verhinderde dat ze meteen populair waren en dat nog altijd zijn. Nee, ze hebben niet de spanwijdte van zijn latere Diabelli-variaties (1819), die een uur duren. Deze 32 variaties zijn bescheidener, speelser ook. Zowel het statige ()thema als de 31 daarop volgende afgeleiden zijn exact acht maten lang, alleen in de laatste variatie gaan alle remmen los. Fascinerend is het, hoe Beethoven in telkens acht maten pianotechnieken en muzikale inventiviteit demonstreert. Het maakt dat de variaties voorbij vliegen, in tien minuten tijd. Beethovens geliefde c is de constante toonaard, alleen in het e hart (variaties 12 tot en met 16) gaan we naar C .
Even bondig als de variaties WoO 80 is Beethovens Pianosonate nr. 22 in F groot. Ze komt vlak na de ‘Waldstein’- en vlak voor de ‘Appassionata’ – als een novelle tussen twee encyclopedieën dus – en is bijgevolg wat onbekend en onbemind. De sonate telt slechts twee delen. Je zou ze het derde en vierde deel van een klassieke sonate kunnen noemen: een dat bijna komisch en haydnesk is in zijn eenvoud, gevolgd door een perpetuum mobile.
Bijzonder? Ja en nee. Een tweedelige klaviersonate was op dat moment beslist geen bijzonderheid. Joseph Haydn, Beethovens grote voorbeeld, schreef er zo verscheidene. Beethoven zelf componeerde vijf van zijn 32 klaviersonates in twee delen. Daarbij het sublieme opus 90, de Pianosonate nr. 27 in e klein, waar deze opus 54 sterk aan doet denken. De tweedeligheid zorgt voor een bijzondere spankracht, die Beethoven tot het uiterste zou drijven in de ontstegen 32ste en laatste sonate, opus 111.
Donald Tovey, eminent Beethovenkenner, was alleszins gek op deze Pianosonate nr. 22. Volgens hem weerspiegelt ze alle andere composities van Beethoven, ‘great and small, late, middle and early’.
Karol Szymanowski (1882-1937)
Variaties
Door Piet de Loof
Karol Szymanowski was nog student aan het conservatorium van Warschau toen hij de Variaties op een Poolse volksthema in b klein schreef. Hij droeg ze op aan zijn leraar Zygmunt Noskowski en dat was meer dan beleefdheid of vleierij: de band tussen de twee was hecht. Noskowski verwees naar zijn student zelfs als zijn ‘geestelijke zoon’. In tien variaties toont Szymanowski zijn ontluikend meesterschap, geënt op Skrjabin, Chopin (een Marcia funebre als achtste variatie) en ook Liszt (die grandioze Finale!).
De variaties vormen een van de werken waarmee Szymanowski zijn studietijd afrondde. Kort daarna zou hij mee Młoda Polska (‘Jong Polen’) oprichten, een groep kunstenaars die vanaf 1905 Europa rondreisde om hedendaagse Poolse kunst te promoten.
Karol Szymanowski, jaartal onbekend
César Franck (1822-1890)
Prélude, fugue et variation
Door Piet de Loof
Nadat César Franck zichzelf bevrijdde van zijn dwingende vader, doofde zijn carrière als pianovirtuoos snel uit. De pianist werd een organist, en daar zou Franck tot aan zijn dood roem mee vergaren. In 1859 kreeg hij een aanstelling aan de nieuwe Église Sainte-Clotilde in Parijs, waar de befaamde bouwer Aristide Cavaillé-Coll een prachtig instrument voor hem installeerde. Daarop klonken voor het eerst Francks Six pièces d’orgue. Van die zes stukken werd het derde, Prélude, fugue et variation in b klein het bekendst. Een glashelder werk, dat start met een Bach-achtige prelude. Een kort, krachtig lento geeft de opmaat tot een , cantando. De afsluitende variatie betekent in feite een terugkeer naar (een bewerking van) de prelude van het begin. Nergens voelt het academisch aan, wel doorzichtig en klassiek – het is dan ook passend dat hij dit werk opdroeg aan Camille Saint-Saëns.
Franz Schubert (1797-1828)
‘Wanderer’-Fantasie
Door Piet de Loof
In zijn korte leven schreef Franz Schubert zo’n 600 eren, maar slechts zelden (her)gebruikte hij ze voor een instrumentaal werk. Met Die Forelle (strijkkwintet) en Der Tod und das Mädchen (strijkkwartet) hebben we twee van de drie bekendste genoemd. Het derde is de ‘Wanderer’-Fantasie voor piano.
Der Wanderer schreef Schubert in 1816 – hij was 19. Het is een van z’n vele puntgave liederen; een -scène bijna, opgediend als kamermuziek. Eerst de toon zetten met een (Ich komme vom Gebirge her), op gang komen met een (Die Sonne dünkt mich hier so kalt), een vloeiend middendeel waarin hoop en vertwijfeling een stoelendans houden (Wo bist du, mein geliebtes Land?) en uiteindelijk een wrange conclusie vol Weltschmerz (Dort, wo du nicht bist, dort ist das Glück!). En dat allemaal in 72 maten; weinig Schubertzangers die dat hapje versmaden. Zes jaar later gebruikte Schubert het lied als inspiratie voor een grootschalig pianowerk, in vier delen die op elkaar aansluiten: de ‘Wanderer’-Fantasie. In het tweede, langzame deel citeert hij letterlijk een van de ’s uit het lied (Die Sonne dünkt mich hier so kalt) en brouwt er een reeks variaties omheen.
Schubert noemde het stuk zelf een ‘Fantasie fürs Pianoforte auf 2 Hände’ en droeg het op aan ‘einem reichen Particulier’. Dat was Emanuel Karl Edler Liebenberg, een grootgrondbezitter en amateurpianist, die de componist er rijkelijk voor beloonde. Of de opdrachtgever het werk ook zelf kon uitvoeren, mag twijfelachtig heten: de ‘Wanderer’-Fantasie geldt als een van Schuberts moeilijkste pianowerken, zelfs Schubert zelf kreeg het amper in de vingers. Tegelijk was Liebenberg ook niet zó’n amateur: hij was een leerling van Johann Nepomuk Hummel. ‘Schubert wilde hier een volledig orkest in twee handen verenigen’, schreef Robert Schumann geestdriftig. Ook Franz Liszt erkende het orkestrale karakter van de Fantasie: hij maakte van Der Wanderer niet alleen een versie voor piano solo en voor twee piano’s, maar ook eentje voor piano en orkest.
Biografie
Jonathan Fournel, Piano
Jonathan Fournel brak door toen hij in 2021 de Koningin Elisabethwedstrijd won; eerder had hij concoursen gewonnen in Glasgow en Vercelli. Hij werd opgeleid aan conservatoria in Sarreguemines, Straatsburg, Saarbrücken en Parijs, en studeerde bij Louis Lortie en Avedis Kouyoumdjian aan de Koningin Elisabeth Muziekkapel in Brussel.
Onder de orkesten die de Franse pianist uitnodigden zijn het NHK Symphony Orchestra in Tokio, het Royal Scottish National Orchestra, het Orchestre de Chambre de Paris, de orkesten van Luxemburg en Bordeaux, de Nordwestdeutsche Philharmonie, Brussels Philharmonic en het European Union Youth Orchestra.
Solorecitals gaf Jonathan Fournel in het Wiener Konzerthaus, het Gewandhaus in Leipzig, de Elbphilharmonie in Hamburg, het Funkhaus in Hannover, de Philharmonie en het Théâtre des Champs-Élysées in Parijs, het auditorium van Radio France, Flagey en Bozar in Brussel, de Sala Verdi in Milaan en de Usher Hall in Edinburgh, in zalen in Seoul, Tokio en São Paulo en op de festivals van Rheingau, Verbier, Gstaad en La Roque d’Anthéron. Een Mozartopname met het Mozarteumorchester en Howard Griffiths kwam uit in februari 2024, en zijn solo-cd gewijd aan Chopin en Szymanowski kreeg in 2024 een Choc de Classica.
Kamermuziek speelde hij met collega’s als Gautier Capuçon, Augustin Dumay, Lorenzo Gatto, Victor Julien-Laferrière en het Quatuor Modigliani. Sinds dit jaar is Jonathan Fournel artistiek leider van het Les Songes Musicaux Festival de Saulnois. Met een solorecital op 17 maart 2024 debuteerde hij in de , voorafgegaan door een in de in de zomer van 2022.

