Grote Pianisten in de Kleine Zaal: Pavel Kolesnikov speelt Schubert en Franse meesters

Pour Proust

Pavel Kolesnikov piano

Dit concert maakt deel uit van de serie Grote Pianisten in de Kleine Zaal.

Met dank aan de begunstigers van het Fonds Hemelbestormers

Franz Schubert (1797-1828)

Molto moderato e cantabile
uit ‘Sonate in G gr.t.’, D 894 (1826)

Louis Couperin (1626-1661)

Prelude non-mésuré nr. 4 in g kl.t.
uit ‘Pièces de clavecin du manuscrit Bauyn’ (jaartal onbekend)

Reynaldo Hahn (1875-1947)

Les deux écharpes
uit ‘Le rossignol éperdu’ (1912)

Franz Schubert

Atzenbrugger Deutsche, D 365/30
uit ‘36 Originaltänze’ (1816-21)

Reynaldo Hahn

Ninette
Valse noble
uit ‘Premières valses’ (1897)

Franz Schubert

Wals in b kl.t., D 145/6
uit ‘Walzer, Ländler und Ecossaises’ (1815-21)

Reynaldo Hahn

La feuille
uit ‘Premières valses’

Franz Schubert

Atzenbrugger Deutsche D 365/30
uit ’36 Originaltänze’

Reynaldo Hahn

Narghilé
uit ‘Le rossignol éperdu’

Gabriel Fauré (1845-1924)

Nocturne nr. 12 in e kl.t., op. 107 (1916)

Louis Couperin

Sarabande nr. 110 in a kl.t. (jaartal onbekend)

pauze ± 21.05 uur

César Franck (1822-1890)

Prélude, choral et fugue, op. 21 (1884)

Reynaldo Hahn

Ouranos
uit ‘Le rossignol éperdu’

Franz Schubert

Andante
Menuetto: Allegro moderato
Allegretto
uit ‘Sonate in G gr.t.’, D 894

einde ± 22.10 uur

Toelichting

Grote pianisten in de kleine zaal: Pavel Kolesnikov speelt Schubert en Franse meesters

Door Olga de Kort

Als het aan Pavel Kolesnikov ligt, begint de concertbeleving van het publiek al bij de eerste blik op het programma. Dat moet niet alleen tot de verbeelding spreken, maar ook vragen oproepen en tot nadenken aanzetten. Er worden, in zijn optiek, te vaak ‘nietszeggende’ concertprogramma’s gespeeld, alleen omdat sommige stukken nou eenmaal publieksfavorieten zijn en toevallig ook nog ‘goed in de vingers’ van de pianist zitten. Zelf durft hij muzikale tegenstellingen op te zoeken en op het eerste gezicht onverenigbare composities naast elkaar te zetten, want juist ‘tegenpolen zorgen voor het ontstaan van verschillende energetische velden die de beleving van de muziek kunnen veranderen’. ­Kolesnikov noemt het samenstellen van een programma zijn hobby, ‘een combinatie van een spel en een degelijk onderzoek die de luisterervaring op een ander niveau kan brengen’.

Verbanden

De jonge pianist houdt van onbekende en weinig gespeelde muziek en neemt de luisteraar graag mee op een muzikale ontdekkingsreis. Hij legt ook graag verbanden tussen de kunsten, door muzikale ’s met literaire te verbinden. Vaak kiest hij ‘een centraal stuk’ dat hem aanspreekt en probeert vervolgens te begrijpen ‘waarin deze muziek is geworteld en waar haar muzikale takken naartoe groeien’. Zo ontstaan de meest inspirerende connecties, zoals in het van vandaag, dat geïnspireerd is op de romans en essays van Marcel Proust, onbekende pianominiaturen van componist en muziekcriticus Reynaldo Hahn en Kolesnikovs levenslange favoriet, de in G groot, D 894 van Franz Schubert.

Hahn en Proust

De zo goed als onbekende pianomuziek van Hahn trof Kolesnikov door haar ‘oorspronkelijkheid en originaliteit’. Hij was aangenaam verrast door de ‘verfijndheid van de stijl die uit een andere tijd lijkt te komen. Hahns pianominiaturen duren nog geen twee minuten. Ze hebben titels die vaak nogal raadselachtig zijn, net zoals bij de Franse klavecinisten uit de zeventiende eeuw. En toch blijft het Franse muziek uit de tijd van Fauré en Saint-Saëns, dat kun je ook duidelijk horen.’ Inmiddels heeft Pavel Kolesnikov een cd met de pianomuziek van Hahn opgenomen, waarop ruim een derde van zijn piano-oeuvre is vertegenwoordigd. Via Hahn ontstond de link naar Proust, zijn jarenlange vriend en inspiratiebron. Hahns muziek vormt voor Kolesnikov als het ware ‘een toegangspoort tot Proust, hun gezamenlijke vriendenkring en de muzikaal-­literaire salons van die tijd’. Hij ging op zoek naar ‘wederzijdse invloeden om de raadselachtige en lichtvoetige composities van Hahn beter te kunnen begrijpen’. Het eigenaardige karakter van Hahns muziek blijkt opvallend goed naar voren te komen naast de muziek van zijn tijdgenoten Gabriel Fauré en César Franck, maar ook die van Louis Couperin en Franz Schubert.

  • Zelfportret met Reynaldo Hahn

Schubert

Schuberts in G groot, D 894 stond al lang op het verlanglijstje van Kolesnikov, maar hij kon niet eerder een geschikte plek in een programma bedenken die deze ‘wonderschone en sprookjesachtige’ compositie recht deed. De sonate ‘vraagt namelijk veel van het publiek en zet alle daaropvolgende werken in zijn schaduw, er blijft simpelweg weinig over om toe te voegen’. Totdat de pianist op het idee kwam om de sonatedelen niet direct achter elkaar te spelen. Hij realiseert zich wel dat deze onorthodoxe oplossing voor menig opgetrokken wenkbrauw kan zorgen, maar door het eerste deel – Molto moderato e cantabile – aan het begin van het concert te spelen en de andere drie aan het eind, brengt hij balans in zijn programma. Daarmee is het eerste deel een ‘echt Proust-deel’ geworden, dat ‘de ruimte geeft om de Franse saloncultuur in de schijnwerpers te plaatsen, met de aandacht voor zowel serieuze als lichtvoetige muziek’.

In Franck vond Kolesnikov de
‘grandeur van Schubert en Proust’

Couperin en Franck

De misschien niet direct naast elkaar verwachte componisten Couperin, Fauré en Franck benadrukken diverse kanten van de
Franse muziek. Zo is bijvoorbeeld de stijl van Couperins Prélude non-­mesuré ‘vrij en aan niets gebonden, wat meteen de vergelijking oproept met de vrije ontwikkeling van het gedachtengoed van Proust’.

In Franck vond Kolesnikov de ‘grandeur van Schubert en Proust, die groots zijn in de meest persoonlijke beleving van emoties en gevoelens’. Volgens hem ‘begint Francks Prélude, choral et fugue ergens van binnen te groeien’ om uiteindelijk tot ‘iets grandioos en omvangrijks als een gotische kathedraal uit te groeien. En dat is nog een link naar Proust, die in gotische architectuur was geïnteresseerd. Dit meest dramatische stuk in het programma verbindt als het ware alle gedachten, gevoelens en stijlen met elkaar.’

Muzikale reis

Ook Hahns Ouranos vormt een verbinding, deze keer met de drie resterende sonatedelen van Schubert. Kolesnikov noemt deze amper twee pagina’s lange compositie ‘een klein mirakel. Het is een herinnering en een verre echo van lang vervlogen tijden en vergeten emoties. Dat brengt de luisteraar terug bij Schubert, die nu wel alle aandacht krijgt. En de lichtvoetigheid van Schuberts dansen bijvoorbeeld ademt dezelfde sfeer als gracieuze en van Hahn’. Het verfijnde netwerk van talloze muzikale, literaire, stijlbewuste en grensoverschrijdende associaties en verbanden dat Pavel Kolesnikov in zijn programma creëert, is zowel veelzeggend als verrassend. De pianist hoopt dat de luisteraar ‘zonder vooroordelen aan deze muzikale reis begint, die veel te bieden heeft als je er voor openstaat’.

Biografie

Pavel Kolesnikov, piano

In 2012 was Pavel Kolesnikov een sensatie op de driejaarlijkse ­Honens International Piano Competition in Calgary. De in Londen gevestigde pianist werd geboren in Siberië in een familie van wetenschappers. Hij studeerde tien jaar piano en viool voordat hij definitief voor de piano koos.

Pavel Kolesnikov staat bekend om zijn fantasierijke manier van programmeren, waarmee hij zijn publiek graag een nieuwe kijk biedt op bekend repertoire. Hij gaf in zijn thuisstad s in de Queen Elizabeth Hall en ­Wigmore Hall (debuut in 2014, artist in residence in 2020/2021), maar reisde ook naar onder meer Carnegie Hall in New York, het Konzerthaus Berlin, het Louvre en de Salle Gaveau in Parijs en de Suntory Hall in Tokio en de festivals van La Roque d’Antheron en Aldeburgh.

Kamermuziek speelt hij met pianist Samson Tsoy, cellist Narek Akhnazarian, het Hermes String Quartet, het Calidore String Quartet en altviolist Lawrence Power. Zijn met violiste Elina Buksha en cellist Aurélien Pascal heet Aventure.

Voor zijn opname van ’s van Chopin won Pavel Kolesnikov een Diapason d’Or de l’Année, en in het najaar van 2020 verscheen met Bachs Goldberg-­variaties zijn zesde cd. Ditzelfde werk vertolkte hij ook in een dansproductie van Anne Teresa de Keersmaeker, die in de zomer van 2020 in première ging op de Wiener Festwochen.

In Het Concertgebouw maakt Pavel Kolesnikov zijn debuut.