Grote Pianisten in de Kleine Zaal: Julien Libeer

Julien Libeer piano

Dit concert maakt deel uit van de serie Grote Pianisten in de Kleine Zaal.

Met dank aan de begunstigers van het Fonds Hemelbestormers.

Johann Sebastian Bach (1685-1750)

Franse suite in G gr.t., BWV 816 (1722)
Allemande
Courante
Sarabande
Gavotte
Bourrée
Loure
Gigue

Maurice Ravel (1875-1937)

Le tombeau de Couperin (1914-17)
Prélude: Vif
Fugue: Allegro moderato
Forlane: Allegretto
Rigaudon: Assez vif
Menuet: Allegro moderato
Toccata: Vif

pauze ± 20.55 uur

Johann Sebastian Bach

Prelude en fuga nr. 13 in Fis gr.t.
uit ‘Das wohltemperirte Clavier I’, BWV 846-869 (1722)

Johannes Brahms (1833-1897)

Capriccio in fis kl.t., op. 76 (1871)

Johann Sebastian Bach

Prelude en fuga nr. 15 in G gr.t.
uit ‘Das wohltemperirte Clavier I’

Dmitri Sjostakovitsj(1906-1975)

Prelude nr. 22 in g kl.t., Adagio
uit ‘Preludes’, op. 34 (1932-33)

Johann Sebastian Bach

Prelude en fuga nr. 17 in As gr.t.
uit ‘Das wohltemperirte Clavier I’

Ferruccio Busoni (1866-1924)

Prelude nr. 12 in gis kl.t., Andantino
uit ‘24 Preludes’, op. 37 (1881)

Johann Sebastian Bach

Prelude en fuga nr. 18 in A gr.t.
uit ‘Das wohltemperirte Clavier I’

György Ligeti (1923-2006)

Musica ricercata (1951-53)
Sostenuto
Mesto, rigido e cerimoniale
Allegro con spirito
Tempo di valse (poco vivace – ‘à l’orgue de Barbarie’)
Rubato. Lamentoso
Allegro molto capriccioso
Cantabile, molto legato
Vivace. Energico
Adagio mesto (Béla Bartók in memoriam)
Vivace. Capriccioso
Andante misurato e tranquillo (Omaggio a Girolamo Frescobaldi)

Johann Sebastian Bach

Prelude en fuga nr. 21 in Bes gr.t.
uit ‘Das wohltemperirte Clavier I’

Max Reger (1873-1916)

Canon nr. 19 in bes kl.t., Moderato
Canon nr. 20 in bes kl.t., Allegro
uit ‘111 Canons durch alle Dur- und Molltonarten’ (1895)

Johann Sebastian Bach

Prelude en fuga nr. 23 in B gr.t.
uit ‘Das wohltemperirte Clavier I’

Arnold Schönberg (1874-1951)

Sechs kleine Klavierstücke, op. 19 (1911)
Leicht, zart
Langsam
Sehr langsam
Rasch, aber leicht
Etwas rasch
Sehr langsam

einde ± 22.15 uur

Toelichting

Grote Pianisten in de Kleine Zaal: Julien Libeer

Door Sabien van Dale

  • Johann Sebastian Bach; maker onbekend

Geen werk dat zo hecht verleden en toekomst in zich draagt als de 48 preludes en ’s die geboekstaafd staan als Das wohltemperirte Clavier van Johann Sebastian Bach. Op zijn nieuwe cd A Well Tempered Conversation en in het daaraan gekoppelde concertprogramma van vandaag neemt Julien Libeer Bach mee op een reis door tijd en toonaarden.

Van denkoefening naar ‘wel getemperde’ conversatie

Anders dan latere componisten hield Bach niet direct rekening met een luisterpubliek, laat staan met een concertzaal of uitgever. Hij richtte zich met zijn verzameling klavierpreludes en -fuga’s rechtstreeks tot de uitvoerder. Zijn opschrift ‘… tot nut en gebruik van de leergierige muzikale jeugd alsook tot tijdverdrijf van de op dit gebied reeds bevoegden …’ – dus zeker niet uitsluitend voor professionele musici – is daarbij veelzeggend. De term ‘wohltemperi(e)rt’ komt van de Duitse muziektheoreticus en bouwer An­dreas Werckmeister (1645-1706). Diens berekeningen om len volgens de zogenaamde evenredig zwevende temperatuur te stemmen, openden de weg om muziek in alle 24 en te spelen. Bach was dan wel niet de eerste om deze theorie volledig in praktijk om te zetten, maar hem komt wel de eer toe om een intellectuele oefening op de meest levendige en veelzijdige manier te transformeren in een hoeksteen van de klavierliteratuur.

Twee bundels, 48 compositieparen

Bach schreef zijn eerste boek met 24 preludes en fuga’s toen hij tussen 1717 en 1723 in dienst was van vorst Leopold von Anhalt-Cöthen. Als hofkapelmeester en ‘Director der Kammermusiken’ componeerde hij er voornamelijk instrumentale muziek, waaronder tal van soloklavierwerken. Naast de Engelse en Franse s schreef hij onder meer de twee- en driestemmige inventies, een klavierboekje voor zijn vrouw Anna Magdalena en elf kleine preludes voor zijn zoon Wilhelm Friedemann. Het eerste boek van Das wohltemperirte Clavier mag dan in 1722 voltooid zijn, enkele preludes daaruit verschenen al eerder in beide bovenvermelde klavierboekjes voor zijn familieleden. Het is aannemelijk dat sommige stukken uit het eerste boek zelfs van nog vroegere datum zijn. Het tweede boek raakte af enkele jaren voor Bachs dood, in 1744.

Niettegenstaande bibliotheken vol analyses, is het ontoereikend om geleerde verklaringen te zoeken achter de ordening en de verhouding van de toonsoorten. Alle preludes en fuga’s werden achteraf gebundeld tot tweemaal 24 dubbelcomposities in alle toonaarden. Verschillende van die stukken zijn zelfs transposities. Bach beoogde evenmin een definitief leerboek over fugatechnieken. In zijn tijd waren praktijk en theorie veel minder gescheiden dan nu. Het episodische reisverhaal door alle hele en halve trappen van ons westers toonsysteem kan men enkel ten volle beleven en begrijpen ‘al spelend’ aan het instrument, alle moderne musicologische inspanningen ten spijt.

Dialoog met later

‘Eén van de redenen waarom het zo’n onuitputtelijke cyclus blijft, is dat Bach zeer diverse doelen voor ogen had’, zegt Julien Libeer. ‘Hij wilde een geavanceerde klaviermethode schrijven, een handboek compositie én een quasi encyclopedisch panorama van de muzikale stijlen van vroeger en nu. Dat verklaart een deel van de eeuwenoude fascinatie voor het werk – er zit onuitputtelijk veel informatie in verwerkt en het zit vol paradoxen.’

Helemaal los van elk didactisch, theoretisch of technisch traject, laat Libeer preludes en fuga’s in ‘converseren’ met een repliek in uit een latere tijd. Voor de pauze voegt hij twee substantiëlere werken toe, volgens een gelijksoortige dialoog tussen twee tijdperken: de Franse suite in G groot van Bach en een ‘Franse suite’ van Ravel, die in zijn Le de Couperin een hommage brengt aan de klaviermuziek van de achttiende eeuw.

Van de geselecteerde ‘spiegel’-componisten profileren sommigen zich als een soort Bach van de modernere tijden (Reger, Busoni), anderen vinden aanknopingspunten in het constructivisme van Bachs taal (Brahms) of spiegelen zich aan Bachs genie om een muzikaal idee of een gemoedstoestand volmaakt te ontvouwen (Ligeti, Sjostakovitsj). De caleidoscoop van toonsoorten en hun emotionele en affectieve bijklank eindigt vanavond bij Schönberg, die bij zijn doorgedreven zoektocht naar constructivisme met kleine motieven uiteindelijk alle tonaliteit zou loslaten.

Prelude en fuga: yin en yang

De verhouding tussen prelude en fuga kent vele gezichten. Soms is het verband hoofdzakelijk of ook motivisch. Elders is er contrast in klankbeeld of in tempo. Soms vult de fuga de prelude aan door gevoelsexpressie. Julien Libeer beaamt: ‘De spanning tussen prelude en fuga is inderdaad zeer uitgesproken. Historisch gezien is de premisse van een prelude vrije , die van een fuga strikte toepassing van compositorische principes. Beide oefeningen brengen voor een componist risico’s mee: niet-beheerste improvisatie leidt al snel tot onbegrijpelijke chaos, en de strengheid van een fuga kan blijven steken in een scholastieke, pedante stijl­oefening. Het evenwicht waarmee Bach zijn werken boetseert zorgt ervoor dat de preludes altijd in balans zijn, en de fuga’s – onder meer door het innoverend toepassen van dansritmes – steeds bruisen van leven. In die zin is Bachs Wohltemperirte Clavier een collectie van 48 yin-yangsymbolen: twee elementen die fundamenteel maar us verschillen. Het is mijn bedoeling om de volledige twee boeken door te werken – er staan trouwens al enkele integrale uitvoeringen gepland voor de komende seizoenen. In eerste instantie zal ik ook de mineurpreludes en -fuga’s van Boek I opnemen, waarschijnlijk vanuit een gelijkaardige invalshoek als de cd die nu uitkomt.’

Biografie

Julien Libeer, piano

Zijn eerste vormende muzikale ervaring was een documentaire over West Side Story onder leiding van componist Leonard Bernstein, en vanaf zijn zesde kreeg Julien Libeer pianoles. Hij studeerde bij Daniel Blumenthal, Jean Fassina en Maria João Pires.

De Belgische pianist is in residence bij Flagey in Brussel en cureert in Concertgebouw Brugge Salon Libeer en in Leuven in samenwerking met de universiteit de lezingenreeks Dead or Alive.

Hij vertolkt graag kamermuziek met collega’s als Augustin Dumay, Frank Braley en Camille Thomas, en soleerde bij het Antwerp Symphony ­Orchestra, de Brussels Philharmonic, Die Deutsche Kammerphilharmonie Bremen, de New Japan ­Philharmonic en – dankzij zijn toewijding aan het werk van componist/pianist Dinu Lipatti – het Boekarest Radio Orkest.

Voor zijn cd’s kreeg Julien Libeer de Diapason d’Or de l’Année 2016, een Klara Award en een Echo Klassik. Met violist Lorenzo Gatto maakte hij een integrale ­opname van de Beethoven­s en ze speelden deze in onder meer Wigmore Hall in Londen, het Louvre in Parijs en Het Concertgebouw.

Al ruim tien jaar wijdt Julien Libeer zich aan sociale koorprojecten voor kinderen in de regio Brussel. Bij zijn vorige optreden, in maart 2022 in de serie Grote Pianisten in de , speelde hij solowerken van Bach tot en met Ligeti.