Grote Pianisten: grootmeester Grigory Sokolov speelt Purcell en Mozart
Grigory Sokolov piano
Dit concert maakt deel uit van de serie Grote Pianisten.
Henry Purcell (1659-1695)
A Ground in Gamut in G gr.t.,
Z645
Suite nr. 2 in g kl.t., Z661
Prelude
[Almand]
Corant
Saraband
A New Irish Tune [Lilliburlero] in G gr.t., Z646
A New Scotch Tune in G gr.t.,
Z655
[Trumpet Tune, called the Cibell] in C gr.t., Z678
Suite nr. 4 in a kl.t., Z663
Prelude
Almand
Corant
Saraband
Round O in d kl.t., Z684
Suite nr. 7 in d kl.t., Z668
Almand, very slow ‘Bell-bar’
Corant
Hornpipe
Chaconne in g kl.t., Z680
pauze ± 20.55 uur
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)
Sonate nr. 13 in Bes gr.t.,
KV 333/315c (1783-84)
Allegro
Andante cantabile
Allegretto grazioso
Adagio in b kl.t., KV 540 (1788)
einde ± 22.00 uur
Toelichting
Grote Pianisten: grootmeester Grigory Sokolov speelt Purcell en Mozart
Door Marcel Bijlo
De twee componisten van vanavond treffen we zelden op één programma aan. Toch zijn in hun levens – precies een eeuw van elkaar verwijderd – een paar frappante overeenkomsten aan te wijzen.
Zowel Henry Purcell als Wolfgang Amadeus Mozart kunnen we onderbrengen in de categorie jong gestorven genieën. Purcell werd 36, Mozart slechts 35 jaar oud. Beiden zijn vanwege hun vroege dood onderwerp geworden van mythevorming. Bij Mozart ging het verhaal over de mogelijke vergiftiging door zijn ‘concurrent’ Antonio Salieri, bij Purcell over een uit de hand gelopen kroegbezoek, waarna zijn vrouw hem niet wilde binnenlaten en hij een koude nacht buiten moest doorbrengen, zodat hij ziek werd en stierf.
Ook stammen ze allebei uit een muzikaal nest. Mozart schreef zijn eerste composities al op vijfjarige leeftijd en werd door zijn vader op sleeptouw genomen om als wonderkind door heel Europa te trekken en Purcell was waarschijnlijk acht jaar oud toen hij zijn eerste eren componeerde.
Maar waar Mozart bijna zijn hele leven lang onder grote invloed van zijn vader stond, weten we van Purcell niet eens wie precies zijn vader was. Hij was de zoon van Henry senior of van Thomas Purcell, beiden musicus aan het Engelse hof. Wie de vader ook was, net als Mozart kwam Purcell in een muzikaal gespreid bedje terecht. De jonge Henry bleek een uitzonderlijk talent en hij kwam spoedig onder de hoede van John Blow, de organist van de Chapel Royal. Die was zo onder de indruk van Purcells muzikale prestaties dat hij zijn functie in 1680 aan hem overdroeg. Na Purcells dood in 1695 zou Blow de post als organist weer overnemen en een hartverscheurend mooie aan zijn betreurde leerling opdragen.
Purcells instrumentale muziek
Purcell componeerde in alle genres die in zijn tijd gebruikelijk waren. In zijn jongere jaren concentreerde hij zich vooral op kerkmuziek voor de Chapel Royal. Daarbij greep hij enerzijds terug op de grote Engelse polyfone traditie van zijn voorgangers, maar wist hij anderzijds ook allerlei Franse en Italiaanse invloeden van componisten van zijn eigen generatie toe te voegen.
Gedurende zijn laatste levensjaren concentreerde hij zich op muziektheaterwerken die aan het hof werden uitgevoerd. Naast zijn enige , Dido and Aeneas, waren dat spektakels (semi-opera’s of spectaculars) waarin zowel gesproken toneelteksten als muziek een plaats hadden. King Arthur, The Fairy Queen en The Indian Queen bevatten veel liederen die ook afzonderlijk kunnen worden uitgevoerd. Instrumentale muziek neemt binnen Purcells oeuvre een minder omvangrijke plaats in, maar ook op dit gebied heeft hij zich op een geheel eigen wijze gemanifesteerd.
Net als in zijn kerkmuziek putte hij ook in zijn instrumentale werken uit allerlei bronnen. Hij schreef sonates in Italiaanse stijl, fantasieën voor gambaconsort in oud-Engelse stijl, en zijn klaviermuziek is geënt op de Franse style brisé. Deze stijl was oorspronkelijk ontwikkeld voor luitmuziek; kenmerk is het spelen in gebroken en, waarbij de luitsnaren één voor één worden aangetokkeld. Op het klavier vertaalt zich dat naar het iets na elkaar inzetten van rechter- en linkerhand. Jacques Champion de Chambonnières was de eerste die op deze manier klavecimbel speelde, maar het was vooral zijn leerling Louis Couperin die deze stijl verder vervolmaakte.
Purcell liet zich in zijn klavecimbelmuziek, acht s en een flink aantal losse stukken, sterk door Couperin beïnvloeden, maar adopteerde diens stijl niet zonder meer. Net als in al zijn andere werken wist Purcell ook met zijn klaviermuziek de luisteraar te verrassen met ingenieuze harmonische wendingen die hij soms aardig kon laten schuren. Franse componisten deden dat niet, die vonden dat hun klavecimbelmuziek vooral plezierig in het gehoor moest liggen en dus was er geen plaats voor onverwachte wendingen.
Purcells s bestaan – zoals gebruikelijk – uit een opeenvolging van korte delen die op dansvormen uit verschillende regio’s geënt zijn, zoals allemande, courante en sarabande, voorafgegaan door een prelude. Daarnaast zijn er variaties op Schotse of Ierse volksliedjes en wat langere stukken die de aanduiding Ground hebben, de Engelse benaming voor een variatiereeks op een kort basthema. Deze vorm vinden we bij Purcell door zijn hele oeuvre heen, bijvoorbeeld ook in de beroemde slot- van Dido (‘When I’m Laid in Earth’) uit Dido and Aeneas. Dit componeren op een kort basthema kennen we onder verschillende benamingen, zoals passacaille en chaconne, maar in Engeland was de term ground het meest gebruikt. A Ground in Gamut gebruikt als basthema exact dezelfde acht noten waarmee Johann Sebastian Bach het van zijn Goldberg-variaties (1740-41) begint. Dit achtnootsthema werd ook door veel andere zeventiende-eeuwse componisten gebruikt.
Mozarts klaviermuziek
Of Mozart de muziek van Purcell gekend heeft, weten we niet, maar hij schreef zelf wel een klavecimbelsuite in oude stijl (KV 399). Tijdens de concerten die de muziekminnende baron Gottfried van Swieten in Wenen organiseerde, kwam Mozart in aanraking met oudere muziek en hij bewerkte een aantal stukken van Georg Friedrich Händel (1685-1759). Van de vanavond uitgevoerde nr. 13 in Bes groot, KV 333 lijkt de k geïnspireerd door werk van Johann Christian Bach (1735-1782), de jongste zoon van Johann Sebastian, die Mozart diverse malen had ontmoet. De klaviersonate ontstond in Linz in november 1783, in dezelfde periode dus als zijn Linzer Symfonie, KV 425, maar werd pas in de zomer van 1784 gepubliceerd. Het stuk klinkt vrij eenvoudig, maar is technisch een van de meer veeleisende pianosonates van Mozart. Pianisten scharen Mozart doorgaans niet onder de moeilijkste componisten van het repertoire, maar onderschatten vaak de grote technische beheersing en het muzikaal inzicht die een klaviersonate als deze vergen. Zoals de pianist Arthur Schnabel (1882-1951), die zich zeer intensief met Mozart bezighield, ooit over dit stuk opmerkte: ‘Het is eigenlijk te gemakkelijk voor kinderen maar te moeilijk voor virtuozen’.
Na de opgewekte toon van de sonate sluiten we het concert ingetogen af met een op zichzelf staand , door Mozart op 19 maart 1788 toegevoegd aan zijn werkcatalogus. Of dit losse stuk deel had moeten uitmaken van een meerdelige sonate weten we niet. Het Adagio in b klein, KV 540 telt slechts 57 maten, maar de pianist is vrij om alle herhalingen wel of niet te spelen. De b klein roept een treurige sfeer op, Mozart gebruikte hem zelden in zijn instrumentale muziek. In de allerlaatste maat gaat het Adagio naar B groot, waardoor het toch nog met een verlossend akkoord eindigt.
Biografie
Grigory Sokolov, piano
Grigory Sokolov werd geboren in Leningrad, waar hij al op zijn zevende werd toegelaten aan het conservatorium voor lessen eerst bij Leah Zelikhman en later bij Moisey Khalfin. In 1966 won hij als tiener de Gouden Medaille van het Tsjaikovski Concours in Moskou, waarna juryvoorzitter Emil Gilels zich opwierp als zijn pleitbezorger.
In de jaren 1970 ging de jonge pianist op tournee naar de Verenigde Staten en Japan, en zijn live-opnames uit de sovjettijd verwierven in het Westen een bijna mythische status. Na de ontbinding van de Sovjet-Unie drong de musicus die zo sterk was geworteld in de Russische pianoschool al snel door tot de belangrijkste Europese podia. Hij werd geëngageerd door het Concertgebouworkest (1968 en 1994), de New York Philharmonic, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Philharmonia Orchestra en de Münchner Philharmoniker – totdat hij besloot zich voortaan alleen nog te wijden aan het solospel.
Tegenwoordig geeft Grigory Sokolov zo’n zeventig s per seizoen door heel Europa. Zijn solorepertoire reikt van s van middeleeuwse en klavierstukken van Bach, Couperin, Rameau en Froberger via de en de tot in de twintigste eeuw met Prokofjev, Ravel, Skrjabin, Rachmaninoff, Schönberg en Stravinsky.
Zijn laatste album, uit 2024, bevat live-opnames van Purcell en Mozart en toegiften van Rameau, Bach en Chopin. Sinds 1992 verzorgde de pianist al zo’n twintig solorecitals in de – de eerste keer viel hij in voor een zieke Alfred Brendel. Bij zijn vorige optreden, op 1 juni 2025, speelde hij muziek van William Byrd en Johannes Brahms. Grigory Sokolov geeft geen interviews; sinds 2022 heeft hij de Spaanse nationaliteit, en hij woont al geruime tijd in Verona.
Bij zijn recital op 12 juni 2022 publiceerde Preludium een uitgebreid portret, lees het hier.

