Grote Pianisten: Grigory Sokolov speelt Brahms en Byrd
Grigory Sokolov piano
Dit concert maakt deel uit van de serie Grote Pianisten.
William Byrd (1540-1623)
John Come Kiss Me Now, BK 81
The First Pavan, the Galliard to the First Pavan, BK 29a
Fantasia in G gr.t., BK 63
Alman in g kl.t., BK 11
Pavan ‘The Earl of Salisbury’, the Second Galliard, BK 15a
Callino casturame, BK 35
jaartallen onbekend
pauze ± 21.00 uur
Johannes Brahms (1833-1897)
Ballades, op. 10 (1854)
Andante
Andante
Intermezzo – Allegro
Andante con moto
Rapsodieën, op. 79 (1879)
Agitato
Molto passionato, ma non troppo allegro
einde ± 22.10 uur
Toelichting
Toelichting
Door Christiaan Winter
William Byrd en Johannes Brahms worden door drie eeuwen gescheiden en lijken weinig met elkaar gemeen te hebben. Grigory Sokolov brengt ze toch met elkaar in verband: beide componisten waren meesters in de variatietechniek, vooral in hun klaviermuziek. Byrd paste die toe op de dansen uit zijn tijd, terwijl Brahms graag achterom keek, naar de meesters uit het verleden.
William Byrd (1540-1623)
Byrd
Het is wellicht onnodig te melden dat William Byrd de piano of zelfs de voorlopers van dat instrument nooit heeft gekend. Hij bespeelde virginalen en klavecimbels, wat tokkelinstrumenten zijn, terwijl in de piano de snaren worden aangeslagen. De virtuositeit en kwaliteit van veel van Byrds klaviercomposities hebben zijn composities echter bewaard voor de piano. Goede muziek wil gespeeld worden.
Het programma opent met een late Byrd, een reeks van maar liefst zestien variaties op een toentertijd populair je. De (en bijbehorende dans) is waarschijnlijk halverwege de zestiende eeuw vanuit Frankrijk overgewaaid. Van de tekst is alleen het eerste vers overgeleverd, en dat heeft niet erg veel meer om het lijf dan de voor zichzelf sprekende titel. De achtereenvolgende korte secties hebben een oplopende beweeglijkheid die culmineert in de veertiende variatie. Daarna volgen in een opvallende harmonisatie nog twee, bijna als een getoonzette bewerkingen, de laatste met de melodie in de middenstem. De melodie werd door de kerk geadapteerd en van geestelijke tekst voorzien. Is dat wat we horen in de laatste twee strofen? Of moet de oplopende opwinding die de kussende John teweegbrengt onontkoombaar eindigen in een voldane ontspanning?
De dansen en galliarde komen in het oeuvre van Byrd en zijn collega-virginalisten vaak als duo voor. De statige en serieuze pavane wordt gevolgd door de uitbundiger springdans, de galliarde. De contrasterende sferen zijn aantrekkelijk voor componisten, zoals later in de muziekgeschiedenis duidelijk tot uiting zal komen in de . Daarin gaan de twee ’s het gesprek (of de strijd) aan met elkaar, in de tijd van Byrd leven ze nog gescheiden van elkaar. In de marge van dit werk staat geschreven: ‘the first that ever hee made’, het zal rond 1570 zijn geweest.
Een fantasia is – zoals de naam al aangeeft – niet aan een vaste vorm gebonden. Deze Fantasia van Byrd bestaat uit een aantal opeenvolgende secties waarin al de contouren zijn waar te nemen van fantasieën uit de , waarin blokken, virtuoze passages en meer polyfone delen (het begin van de vorm) elkaar afwisselen.
De naam Alman is terug te voeren op een uit Duitsland (Allemande) afkomstige dans, maar al in de tijd van Byrd was het eerder een muziekstuk dan een dans. Steeds is een frase in rustig tempo te horen, waarna de zin harmonisch identiek vormgegeven met de nodige ornamenten wordt herhaald. In de derde zin lijkt de herhaling juist rustiger te zijn, maar de schijn bedriegt: de versieringen zijn te horen in de baslijn.
De volgende set van pavane en galliarde schreef Byrd aan het einde van zijn leven ter nagedachtenis van Robert Cecil (1563-1612), de eerste graaf van Salisbury. Cecil was voor Byrd als mecenas opgetreden, dus een postuum eerbetoon was wel op zijn plaats.
Het aan Byrd gewijde programmadeel eindigt zoals het begon, met een variatiereeks, deze keer over het liefdeslied Callino casturame. Tekst en betekenis van de titel zijn in nevelen gehuld. De titel wordt herhaald aan het einde van elke zin, waarschijnlijk als niet meer dan een soort ‘kadee-kadolleke-keda’ in Daar kwam enen boer uit Zwitserland.
Johannes Brahms (1833-1897)
Ballades
Ook in de eerste van de vier Ballades van Johannes Brahms is de muziek geïnspireerd op een tekst. Niet op die van een eenvoudig en lichtvoetig je, maar op de woorden van de ballade Edward over de zoon die zijn vader heeft vermoord en daarover uiteraard door zijn moeder aan de tand gevoeld wordt: ‘Waarom druipt er bloed van je zwaard, Edward?’ Brahms heeft geen tekst op muziek gezet. Het is ook geen ‘Lied ohne Worte’, maar een persoonlijke interpretatie van de moordballade. De vragen van de moeder en de wanhopige antwoorden van de zoon komen samen in een tragisch slot.
In de tweede ballade wordt de zwevende ritmiek gevolgd door een energiek, bijna hamerend . De liedvorm is nog meer dan in de eerste ballade duidelijk herkenbaar, zij het dat Brahms er vrij mee omspringt en de reprise langzaam tot rust laat komen, laat uitdoven. De derde ballade (Intermezzo) is juist andersom vormgegeven. De hoekdelen hebben een zekere ingehouden drift terwijl het midden overwegend ijl van klank is. Hier is de afsluiting juist de verkorte versie van de opening. In de slotakkoorden keert nog even de eerdere ijle klank terug.
De laatste ballade is de meest liedachtige van de vier; de invloed van Robert Schumann is er goed in te horen. Na de reprise met een net iets lichtvoetiger besluit dit met een ernstige toevoeging gevolgd door het wat zwaarmoedige tweede en een korte reminiscentie aan de opening. In deze verlenging van de liedvorm lijkt de dramatiek van de eerste ballade in droefenis te berusten.
Johannes Brahms (1833-1897)
Rapsodieën
De Rapsodieën componeerde Brahms 25 jaar na de Ballades. In deze stukken heeft de componist zijn herkenbare idioom voorgoed gevonden. Was hij in 1854 in feite vooruitstrevender in zijn ën, een kwarteeuw later hoefde hij zich niet meer te bewijzen. Toen kon de componist enorme expressieve kracht ontwikkelen met gebruikmaking van grootse ën en een gedreven ritmische beweging. Hoewel de titel Rapsodieën doet vermoeden dat het hier om meeslepende fantasiestukken gaat, ligt de uiteindelijke vorm niet heel ver bij die van een vandaan, met het principe dat twee ’s een gesprek of gevecht aangaan. In de eerste rapsodie zijn het de gecontroleerde woede en de bedachtzaamheid die elkaar proberen te overtuigen. Uiteindelijk is het laatste woord weloverwogen. Hoe anders is dat in de tweede Rapsodie, de bekendste. Hierin trekken twee gelijkwaardige en strijdvaardige partijen tegen elkaar op: de een met weidse gebaren, de ander dreigend en drammend. De eerste brengt steeds nieuwe argumenten in terwijl de drammer tot het einde volhoudt maar dan toch uitdooft, gevolgd door een krachtig uitroepteken in de allergewoonste en kortste fortissimo gespeelde slotcadens.
Biografie
Grigory Sokolov, piano
Grigory Sokolov werd geboren in Leningrad, waar hij al op zijn zevende werd toegelaten aan het conservatorium voor lessen eerst bij Leah Zelikhman en later bij Moisey Khalfin. In 1966 won hij als tiener de Gouden Medaille van het Tsjaikovski Concours in Moskou, waarna juryvoorzitter Emil Gilels zich opwierp als zijn pleitbezorger.
In de jaren 1970 ging de jonge pianist op tournee naar de Verenigde Staten en Japan, en zijn live-opnames uit de sovjettijd verwierven in het Westen een bijna mythische status. Na de ontbinding van de Sovjet-Unie drong de musicus die zo sterk was geworteld in de Russische pianoschool al snel door tot de belangrijkste Europese podia. Hij werd geëngageerd door het Concertgebouworkest (1968 en 1994), de New York Philharmonic, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Philharmonia Orchestra en de Münchner Philharmoniker – totdat hij besloot zich voortaan alleen nog te wijden aan het solospel.
Tegenwoordig geeft Grigory Sokolov zo’n zeventig s per seizoen door heel Europa. Zijn solorepertoire reikt van s van middeleeuwse en klavierstukken van Bach, Couperin, Rameau en Froberger via de en de tot in de twintigste eeuw met Prokofjev, Ravel, Skrjabin, Rachmaninoff, Schönberg en Stravinsky.
Zijn laatste album, uit 2024, bevat live-opnames van Purcell en Mozart en toegiften van Rameau, Bach en Chopin. Sinds 1992 verzorgde de pianist al zo’n twintig solorecitals in de – de eerste keer viel hij in voor een zieke Alfred Brendel. Bij zijn vorige optreden, op 1 juni 2025, speelde hij muziek van William Byrd en Johannes Brahms. Grigory Sokolov geeft geen interviews; sinds 2022 heeft hij de Spaanse nationaliteit, en hij woont al geruime tijd in Verona.
Bij zijn recital op 12 juni 2022 publiceerde Preludium een uitgebreid portret, lees het hier.


