Grote Pianisten: Grigory Sokolov
Grigory Sokolov piano
Dit concert maakt deel uit van de serie Grote Pianisten.
Ook interessant:
- Luisterlijstje Sokolov en Kissin
Johann Sebastian Bach (1685-1750)
4 Duetten, BWV 802-805 (1739)
Duet in e kl.t.
Duet in F gr.t.
Duet in G gr.t.
Duet in a kl.t.
Partita nr. 2 in c kl.t., BWV 826 (1726-31)
Sinfonia
Allemande
Courante
Sarabande
Rondeaux
Capriccio
pauze ± 20.55 uur
Frédéric Chopin (1810-1849)
Vier mazurka’s, op. 30 (1835)
Mazurka in c kl.t.
Mazurka in b kl.t.
Mazurka in Des gr.t.
Mazurka in cis kl.t.
Drie mazurka’s, op. 50 (1841-42)
Mazurka in G gr.t.
Mazurka in As gr.t.
Mazurka in cis kl.t.
Robert Schumann (1810-1856)
Waldszenen, op. 82 (1848-49)
Eintritt: Nicht zu schnell
Jäger auf der Lauer: Höchst
lebhaft
Einsame Blumen: Einfach
Verrufene Stelle: Ziemlich
langsam
Freundliche Landschaft: Schnell
Herberge: Mässig
Vogel als Prophet: Langsam, sehr
zart
Jagdlied: Rasch, kräftig
Abschied: Nicht schnell
einde ± 22.10 uur
Toelichting
Toelichting
Door Christiane Schima
De werken van Johann Sebastian Bach, Frédéric Chopin en Robert Schumann op dit programma kunnen worden beschouwd als hoogtepunten van zowel de pianoliteratuur als van het oeuvre van de afzonderlijke componisten. Bach geeft zich in zijn eenvoudig als ‘Clavier-Übungen’ gepubliceerde werken te kennen als groot constructeur en polyfonist. Maar ook als generalist die in alle Europese stijlen thuis was. Chopin, in de tweede helft van zijn leven woonachtig in Parijs, herinnert zich in zijn ’s zijn Poolse vaderland. De Duitse romanticus Schumann begeeft zich in Waldszenen op een boswandeling. Chopin en Schumann waren in hun tijd esthetische tegenpolen. Wat beiden verbindt is hun bewondering voor de kunst van Bach.
Johann Sebastian Bach (1685-1750)
4 Duetten en Partita nr. 2
Door Christiane Schima
Johann Sebastian Bachs ‘Clavier-Übungen’, zijn ’s en duetten, behoren tot het pianistische standaardrepertoire. Het feit dat Bach met ‘Clavier’ de in zijn tijd gangbare toetseninstrumenten, en klavecimbel, bedoelde, doet hieraan geen afbreuk. Het klavier bood Bach, zelf toetsenist, onuitputtelijke mogelijkheden om ën en stemmen te combineren. Daarbij kwam nog de uitvinding van de gelijkzwevende stemming, die hem op het idee bracht werken in alle 24 en te schrijven (Das wohltemperirte Clavier).
Bach publiceerde in totaal vier bundels onder de titel ‘Clavier-Übung’. De eerste twee bevatten de Partita’s 1-3 respectievelijk 4-6. De derde bevat onder andere de 4 Duetten, en de vierde bestaat uit de Goldberg-variaties. In alle gevallen gaat het niet alleen om pianistisch veeleisende werken, maar ook om compositorische juweeltjes.
In zijn ’s heeft Bach zich door Franse en Italiaanse genres en dansvormen laten inspireren. Wellicht is het om verkooptechnische redenen dat de componist de in eigen beheer uitgegeven partita’s op het titelblad de omschrijving ‘Galanterien’ meegaf: ‘CLAVIR-ÜBUNG. Präludien, Allemanden, Couranten, Sarabanden, Giguen, ten und andere Galanterien...’ Maar Bach heeft deze modieuze vormen zijn eigen muzikale universum binnengehaald. De Partita nr. 2 in c klein begint met een ambitieuze , bestaande uit een plechtige introductie, een us middengedeelte en een tweestemmige, achtig vervlochten afsluiting. Dit openingsdeel wordt gevolgd door een ritmisch complexe Courante, een statige Sarabande en een opgewekt Rondeaux, waarna de partita – op z’n Italiaans – besluit met een uitbundig . In zijn 4 Duetten uit het latere derde deel van de ‘Clavier-Übung’ wijst de neutrale titel er al op dat Bach op zoek was naar een universelere muzikale taal, hetgeen zou culmineren in zijn allerlaatste werk Die Kunst der Fuge. De 4 Duetten ontwikkelen zich tot ingenieus uitgewerkte polyfone zettingen voor slechts twee stemmen. Het ging de componist erom rationaliteit en emotie samen te brengen, en dat heeft nauwelijks een musicus beter gekund dan Johann Sebastian Bach.
Frédéric Chopin (1810-1849)
Mazurka’s
Door Christiane Schima
De negentiende eeuw was het tijdperk van de virtuozen, de spectaculaire concerten en illustere salons. Maar Frédéric Chopin was in tegenstelling tot zijn collega Franz Liszt geen liefhebber van grote optredens en hield niet zo van theatrale effecten. Was Liszt waarschijnlijk de meest gevierde pianist en componist, de introverte en meer van intiemere genres houdende Chopin – denk aan bijvoorbeeld zijn s – was volgens een tijdgenoot de ‘meest geliefde’. Zowel de Hongaar als de Pool vestigde zich in Parijs; Liszts Hongaarse rapsodieën en Chopins polonaises en ’s werden in de kosmopolitische Franse metropool als een culturele verrijking ervaren.
Het was misschien een gril, heimwee of allebei dat Chopin in zijn Parijse woning een urn met Poolse aarde bewaarde. In ieder geval behoorde de mazurka tot Chopins favoriete muzikale genres. De eerste mazurka’s componeerde hij al op jonge leeftijd in Warschau en het genre bleef tot aan zijn dood in 1849 te Parijs een inspiratiebron. Typerend voor de mazurka is haar syncopische : het ligt niet zoals in de gangbare West-Europese driekwartsmaat op de eerste, maar op de tweede tel, hetgeen het opzwepende Slavische karakter van deze Poolse volksdans onderstreept. De Vier mazurka’s, 30 en de Drie mazurka’s, opus 50 dateren uit 1837 en 1842. Uiteraard zijn ze gebaseerd op hetzelfde ritmische patroon, maar ze verschillen in tempo en stemming. Chopin heeft het volksachtige voorbeeld naar zijn smaak veranderd en naar zijn eigen handen gemodelleerd.
Robert Schumann (1810-1856)
Waldszenen
Door Christiane Schima
Anders dan de naar Parijs geëmigreerde Chopin en vergelijkbaar met zijn landgenoot Bach heeft Robert Schumann zijn vaderland nooit verlaten. De activiteiten van de in het Thuringse Zwickau geboren componist beperkten zich min of meer tot Saksen, Leipzig en Dresden, uitgezonderd zijn laatste jaren in Düsseldorf met als eindstation de psychiatrische inrichting Bonn-Endenich.
In het nog in adellijke machtsgebieden gesplitste Duitsland kwam het rond 1800, aangespoord door de Franse vrijheidsgedachte, tot een bloeiperiode in de kunsten. Het was het begin van de Duitse . Gevoelige romans, sprookjes en gedichten van onder anderen Clemens Brentano, de Gebroeders Grimm en Heinrich Heine deden de ronde. In de muziek zette vooral Schumann de toon. Schumann – die aanvankelijk een carrière als dichter niet uitsloot – slaagde erin om poëzie en muziek op geniale wijze te verbinden. Franz Liszt schrijft: ‘Schumann heeft zich, voordat hij musicus werd, te veel in het rijk van de fantasie bewogen, heeft te vaak met vuur- en luchtgeesten verkeerd en (…) contact gehad met merkwaardige, onmogelijke wezens die aan het brein van E.Th.A. Hoffmann en Jean Paul zijn ontsproten, en heeft ook zijn kunst meegevoerd in deze regionen.’ Schumanns van fantasie doordrongen muzikale miniaturen voor piano – en hierin is hij op z’n best – getuigen daarvan. Hiertoe behoort ook de cyclus Waldszenen, die opent met het betreden (‘Eintritt’) van de wonderbaarlijke wereld van het bos. Het is een verstilde wereld, maar de wandelaar observeert ook jagers op de loer, loopt langs een bloemenwei en stuit op een boze ‘verrufene’ plek. Hij treft een herberg aan, luistert naar het ‘profetische’ van een vogel, hoort jachtgeluiden en neemt ten slotte afscheid van het geheimzinnige woud, zijn gevoelens en gedachten achterlatend.
Biografie
Grigory Sokolov, piano
Grigory Sokolov werd geboren in Leningrad, waar hij al op zijn zevende werd toegelaten aan het conservatorium voor lessen eerst bij Leah Zelikhman en later bij Moisey Khalfin. In 1966 won hij als tiener de Gouden Medaille van het Tsjaikovski Concours in Moskou, waarna juryvoorzitter Emil Gilels zich opwierp als zijn pleitbezorger.
In de jaren 1970 ging de jonge pianist op tournee naar de Verenigde Staten en Japan, en zijn live-opnames uit de sovjettijd verwierven in het Westen een bijna mythische status. Na de ontbinding van de Sovjet-Unie drong de musicus die zo sterk was geworteld in de Russische pianoschool al snel door tot de belangrijkste Europese podia. Hij werd geëngageerd door het Concertgebouworkest (1968 en 1994), de New York Philharmonic, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Philharmonia Orchestra en de Münchner Philharmoniker – totdat hij besloot zich voortaan alleen nog te wijden aan het solospel.
Tegenwoordig geeft Grigory Sokolov zo’n zeventig s per seizoen door heel Europa. Zijn solorepertoire reikt van s van middeleeuwse en klavierstukken van Bach, Couperin, Rameau en Froberger via de en de tot in de twintigste eeuw met Prokofjev, Ravel, Skrjabin, Rachmaninoff, Schönberg en Stravinsky.
Zijn laatste album, uit 2024, bevat live-opnames van Purcell en Mozart en toegiften van Rameau, Bach en Chopin. Sinds 1992 verzorgde de pianist al zo’n twintig solorecitals in de – de eerste keer viel hij in voor een zieke Alfred Brendel. Bij zijn vorige optreden, op 1 juni 2025, speelde hij muziek van William Byrd en Johannes Brahms. Grigory Sokolov geeft geen interviews; sinds 2022 heeft hij de Spaanse nationaliteit, en hij woont al geruime tijd in Verona.
Bij zijn recital op 12 juni 2022 publiceerde Preludium een uitgebreid portret, lees het hier.

