Grote Pianisten: Evgeny Kissin

Evgeny Kissin piano

Dit concert maakt deel uit van de serie Grote Pianisten.

Ook interessant:
- Luisterlijstje Kissin en Sokolov

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Sonate nr. 27 in e kl.t., op. 90 (1814)
Mit Lebhaftigkeit und durchaus mit Empfindung und Ausdruck
Nicht zu geschwind und sehr singbar vorgetragen

Frédéric Chopin (1810-1849)

Nocturne in fis kl.t.
uit ‘Deux nocturnes’, op. 48 (1841)

Fantasie in f kl.t., op. 49 (1841)

pauze ± 20.55 uur

Johannes Brahms (1833-1897)

Ballades, op. 10 (1854)
Andante
Andante
Intermezzo: Allegro
Andante con moto

Sergej Prokofjev (1891-1953)

Sonate nr. 2 in d kl.t., op. 14 (1912)
Allegro ma non troppo
Scherzo – Allegro marcato
Andante
Vivace

einde ± 22.15 uur

Toelichting

Toelichting

Door Lies Wiersema

Evgeny Kissin onderneemt een reis door de , beginnend met een vroegromantische Ludwig van Beethoven, via Frédéric Chopin en de laatromanticus Johannes Brahms uitkomend in de vroege twintigste eeuw. Beethoven was een voorbeeld voor componisten uit de Romantiek, maar ook Sergej Prokofjev was gefascineerd door Beethoven.

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Sonate nr. 27

Door Lies Wiersema

Beethovens korte, tweedelige , geschreven in een toonsoort maar grotendeels in , was het eerste werk na een improductieve periode. De componist had een moeilijke tijd achter de rug. Familieproblemen, geldzorgen, amoureuze tegenvallers en een verslechterde gezondheid maakten hem somber. Maar hij hernam zich en de Sonate in e klein werd een overgang naar een nieuwe fase. Er zijn slechts twee, contrasterende, delen en in plaats van de gangbare Italiaanse tempoaanduidingen gebruikt hij Duitse opschriften die vooral het karakter van het betreffende deel beschrijven. Het rusteloze eerste deel in mineur moet ‘levendig en in alle opzichten met gevoel en expressie’ gespeeld worden. Het langzame en vredige tweede deel in majeur, een met een vrije opbouw, kreeg als opschrift ‘niet te snel en zeer zingbaar voor te dragen’. De fraaie  van het rondothema komt regelmatig terug. Beethoven droeg de sonate op aan graaf Moritz von Lichnowsky, die hij wilde verrassen met deze ‘uiting van gevoelens van vriendschap’. Mogelijk verklankt de sonate het liefdesleven van de graaf die pas met zijn geliefde kon trouwen nadat zijn broer, die het huwelijk afkeurde, was overleden. Dat visioen van huwelijksgeluk zou dan het majeurkarakter van het tweede deel kunnen verklaren. Het einde is een verrassing, een afscheid van het als een laatste vaarwel.

Frédéric Chopin (1810-1849)

Nocturne

Door Lies Wiersema

Een tijdgenoot van Frédéric Chopin, Francois-Joseph Fétis, schreef in een recensie dat hij in diens muziek niet de majestueuze kracht ervoer die hij aantrof in de muziek van Beethoven, maar wel iets anders: ‘Beethoven schreef muziek voor piano, maar hier heb ik het over muziek voor pianisten’. Chopin geldt als de pianocomponist bij uitstek, die zijn publiek verraste met nieuwe ideeën en virtuoze passages. In zijn N­octurne in fis klein overheerst in de ­hoekdelen een melancholische stemming vol dromerige ontboezemingen. e ën glijden door het eerste deel heen en keren in het laatste deel gevarieerd terug. Over het middendeel merkte de componist tegenover een van zijn leerlingen op dat het gespeeld moest worden als een : ‘een tiran beveelt’ (de eerste twee maten), ‘en de ander vraagt om genade’.

Frédéric Chopin (1810-1849)

Fantasie

Door Lies Wiersema

‘Vandaag heb ik de Fantasie voltooid – en de lucht is prachtig, mijn hart verdrietig – maar dat doet er niet toe. Als het anders was, zou mijn bestaan misschien voor niemand iets waard zijn’, zo schreef Chopin aan een Poolse collega in oktober 1841. Op de achter­grond speelde mogelijk de eerdere Pools-Russische oorlog en het Poolse verlangen naar onafhankelijkheid. In de compositie is een toespeling op een populair Pools verzetslied verwerkt, het ­Litwinka (ca. 1831) van Karol ­Kurpiński, dat de Polen moest aanmoedigen in de Pools-Russische oorlog. De fantasie opent met een heroïsch klinkende in begrafenisritme. Een tweede mars zou naar het verzetslied verwijzen (‘De lucht blies zoet over het Poolse land’). De marsmelodieën lopen uit op een heftige episode, wellicht klinkt hier de Poolse strijd om onafhankelijkheid door. Totdat plotseling in het Lento hymnische muziek uit een andere wereld klinkt, een . Alles eindigt in een t­riomfantelijk fortissimo. De fantasie die in een begon wordt dan ook in afgesloten.

Johannes Brahms (1833-1897)

Ballades

Door Lies Wiersema

Hij was 21. Met de Schumanns, die Johannes Brahms een jaar eerder had leren kennen en door wie hij op handen gedragen werd, had zich een hechte vriendschap ontwikkeld. Tot zich eind februari 1854 een ramp voltrok: Robert Schumann deed een suïcidepoging, werd gered en in een psychiatrische instelling opgenomen. Het raakte Brahms diep. Enkele maanden later schreef hij zijn ­Ballades, 10 – naar verluidt als troost voor Clara Schumann en uit eerbied voor Robert Schumann. Een ballade is een instrumentale compositie in een verhalende stijl.

‘Hoe dierbaar zijn mij alle werken die deze winter verschijnen, dus ook mijn Ballades; ze herinneren me zoveel aan de avonduren met Clara’

Brahms hield niet van programmamuziek, maar soms liet hij zich inspireren door literaire bronnen, zoals in de eerste ballade. Boven de muziek schreef hij: ‘Nach der schottischen Ballade: “Edward” in Herders “Stimmen der Völker”.’ Deze Schotse ballade van een onbekende dichter, vertaald door Johann Gottfried Herder, is een poëtische dialoog tussen Edward en zijn moeder. Zij ondervraagt haar zoon over zijn met bloed besmeurde zwaard en treurige stemming. Na enkele ontwijkende antwoorden bekent hij dat hij zijn vader heeft gedood, dat dat zwaar op hem drukt, en uiteindelijk dat hij zijn moeder vervloekt omdat zij hem ertoe heeft aangezet. De volgende drie ballades hebben geen programma. De e tweede ballade opent als een . Schumann was verrukt, hij hoorde in dit deel magische tonen. De derde ballade met de titel Intermezzo is een , met harpachtige klanken in de buitendelen en een mysterieus feeëriek middendeel. Voor Schumann klonk het ‘demonisch’. Dromerig, bijna zuchtend, volgt de vierde ballade met een contrasterend middendeel. Hoezeer deze vier ballades met Clara Schumann verbonden waren blijkt uit wat Brahms begin 1855 schreef: ‘Hoe dierbaar zijn mij alle werken die deze winter verschijnen, dus ook mijn ­B­allades; ze herinneren me zoveel aan de avonduren met Clara.’

Sergej Prokofjev (1891-1953)

Tweede sonate

Door Lies Wiersema

De Russische componist Sergej Prokofjev, geboren en opgegroeid in de late jaren van tsaristisch Rusland, was 21 en nog bezig met zijn acht jaar eerder begonnen conservatoriumopleiding toen hij zijn Tweede pianosonate in d klein schreef. Op het Petersburgs conservatorium ontpopte hij zich als een enfant terrible dat nogal eens botste met voor zijn gevoel te ouderwetse docenten, tot hij de kans kreeg te experimenteren met nieuwe klanken, met behoud van traditionele vormen zoals de . De Tweede pianosonate laat die balans tussen traditie en vernieuwing zien. De in klassieke vorm gegoten bestaat uit vier delen, die elk een geheel eigen sfeer belichamen. Het openingsdeel zet in met een onstuimig eerste , later gevolgd door een veel er tweede thema. De verschillende motieven wisselen elkaar af en vermengen zich om uiteindelijk af te sluiten met een briljante die teruggrijpt naar het uitbundige beginmotief. In het zeer korte maakt Prokofjev gebruik van een studieopdracht uit zijn conservatoriumtijd. Het is een staaltje van speelse ritmiek. Na die onrust biedt het melancholieke, enigszins donkere begin van het langzame derde deel een weldadige rust. Wanneer de zestiende­noten verschijnen, in de voorzien van de aantekening ‘con tristezza’, neemt de spanning langzaam toe om ten slotte toch lichtvoetig te eindigen. In het laatste deel buitelen de noten speels over elkaar heen met snelle, opwindende s om uiteindelijk onverhoeds tot stilstand te komen. De componist speelde zelf de première in Moskou.  

Biografie

Evgeny Kissin, piano

Evgeny Kissin begon met pianospelen kort na zijn tweede verjaardag. Vanaf zesjarige leeftijd kreeg hij aan de Gnessin Muziekschool in zijn geboorteplaats Moskou les van Anna ­Pavlovna Kantor. Zij bleef zijn enige lerares; toen ze in 2021 overleed droeg hij aan haar zijn cd The Salzburg op, met bijna twee uur aan live-opnames van de Salzburger Festspiele inclusief werken van Berg, Chopin, Gershwin, Chrennikov en Kissin zelf.

Als twaalfjarige had de pianist met de uitvoering van Chopins beide pianoconcerten – met het Moskous Philharmonisch Orkest – de interna­tionale aandacht op zich gevestigd. De plaatopname ervan werd zo populair, dat al gauw een reeks andere lp’s en cd’s volgde. Na zijn eerste optreden buiten Rusland in 1985 reisde Evgeny Kissin naar Japan (1986), West-Europa (1987) en Noord-Amerika (1990; New York Philharmonic onder leiding van Zubin Mehta).

Zijn Nieuwjaarsconcert met de ­Berliner Philharmoniker onder Herbert von ­Karajan in 1988 werd internationaal op tv uitgezonden en uitgebracht op cd, en in 1990 debuteerde hij op de BBC Proms. In 1995 was hij Instrumentalist of the Year van Musical America en voor zijn disco­grafie zou de pianist onder meer een ­Edison Klassiek, diverse Grammy Awards en een Diapason d’Or winnen. Evgeny Kissin werd veelvuldig onderscheiden, heeft eredoctoraten van onder meer de Manhattan School of Music en Hong Kong University, en publiceerde in 2017 zijn autobiografie Memoirs and ­Reflec­tions.

Zijn debuut bij het Concertgebouw­orkest maakte hij in 1988 met het Tweede pianoconcert van Chopin. De laatste samenwerking dateert van september 2018 – het Eerste pianoconcert van Liszt; zijn laatste optreden in de was een op 18 juni 2024.