Grote Pianisten: Emanuel Ax
Emanuel Ax piano
Dit concert maakt deel uit van de serie Grote Pianisten.
Lees ook:
- Emanuel Ax: ‘Ik vind niet dat ik Schönberg hoef uit te leggen’ (interview)
- Hoe komen Beethovens sonates aan hun bijnamen? (infographic)
Ludwig van Beethoven (1770-1827)
Sonate nr. 8 in c kl.t., op. 13 ‘Pathétique’ (1797-98)
Grave – Allegro di molto e
con brio
Adagio cantabile
Rondo. Allegro
Arnold Schönberg (1874-1951)
Drei Klavierstücke, op. 11 (1909)
Mässige Viertel
Mässige Achtel
Bewegte Achtel
Ludwig van Beethoven
Sonate nr. 2 in A gr.t., op. 2 nr. 2 (1794-95)
Allegro vivace
Largo appassionato
Scherzo. Allegretto
Rondo. Grazioso
pauze ± 21.10 uur
Arnold Schönberg
Drei Klavierstücke (1894)
Andantino
Andantino grazioso
Presto
Sechs kleine Klavierstücke, op. 19 (1911)
Leicht, zart
Langsam
Sehr langsam
Rasch, aber leicht
Etwas rasch
Sehr langsam
Ludwig van Beethoven
Sonate nr. 23 in f kl.t., op. 57 ‘Appassionata’ (1804-05)
Allegro assai
Andante con moto
Allegro ma non troppo
einde ± 22.10 uur
Toelichting
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Beethoven: Drie sonates
Door Jos van der Zanden
Het machtige openingsakkoord van Ludwig van Beethovens ‘Grande pathétique’ klinkt behoorlijk onheilspellend: , lage registers, tempo Grave. Verderop in de langzame inleiding wordt een smartelijke steeds onderbroken door zo’n zelfde fortissimo gedreun. De titel ‘Pathétique’ past daar wonderwel bij: volop pathos. Voor het overige valt het echter met de ‘hartstocht’ in deze sonate wel mee, en het is ook maar de vraag of de titel van Beethoven zelf stamt. Wellicht was zijn uitgever Hoffmeister daarvoor verantwoordelijk – pakkende titels dienden in het algemeen een commercieel doel. Maar Beethoven schijnt niet geprotesteerd te hebben.
‘Pathetisch’ was in die dagen een modewoord. Friedrich Schiller publiceerde in 1793 zijn Über das Pathetische, over moreel verzet tegen lijden: de mens kende positieve en negatieve hartstochten en neigingen, maar die waren met zijn verstand te corrigeren of elimineren. ‘Pathetisch’ reageren stond voor innerlijk verzet bieden, de baas blijven over jezelf, je waardigheid bewaren. Zoiets kan Beethoven hebben aangesproken, want hij wilde altijd weer stijgen op de morele ladder. De dialogiserende inleiding van de sonate zou dan ook dat schilleriaanse ‘verzet’ kunnen symboliseren, tot het moment dat een sprankelend inzet.
Van een geheel andere orde is de vier jaar oudere, maar heel jeugdige in A groot, 2 nr. 2. De vier delen zitten boordevol harmonische stoutmoedigheden, wat vreemd aandoet wanneer we bedenken dat de 24-jarige componist nog driemaal wekelijks aan de deur stond bij Georg Albrechtsberger, om bij hem drie- en vierstemmige ’s te leren schrijven. Voor pianomuziek was beheersing van die meerstemmigheid kennelijk geen must, al omvatten met name de doorwerking van het openingsdeel en een passage in de finale () wel kunstige flarden . Wat overheerst in deze sonate is echter vooral de speelse tiek (openingsdeel), een uitgelaten pianistisch bravoure (met name de finale) en in het een guitig ritmisch-dynamisch spel met het verwachtingspatroon van de luisteraar. Bij dit alles doet een breedsprakig Largo (tweede deel) dienst als intermezzo: reflecterende minuten van serieuze bezinning.
De titel ‘Appassionata’ voor de Pianosonate in f klein, op. 57 werd pas na Beethovens dood verzonnen. Zelf had hij er niets mee van doen, maar met het duistere f klein dwong Beethoven de titel als het ware af. Beeldde hij een specifieke ‘passie’ uit? En zo ja, voor wie of voor wat? Liefdesbrieven uit 1805, het jaar van de sonate, suggereren dat een jonge weduwe er iets mee te maken had, op wie de componist een oogje had. ‘U, u bent mijn alles, mijn geluk op aarde’, schreef hij haar, ‘uitdrukken wat ik voel kan ik enkel met tonen, daarmee kan ik beter overweg dan met woorden.’ Romantici in de negentiende eeuw twijfelden geen moment: de ‘Appassionata’ weerspiegelde Beethovens gevoelsleven. Tegenwoordig zijn we daar wat voorzichtiger mee. We genieten bij deze sonate vooral van de originele timbres in het openingsdeel, de subtiele versnellingen in de variaties (tweede deel) en de flamboyante brekingen in de finale. In een vingerbrekend leidt die virtuositeit tot een welhaast uitzinnige apotheose.
Arnold Schönberg 1874-1951
Schönberg: Klavierstücke
Door Jos van der Zanden
Beethovens muziek wordt in dit concert afgezet tegen die van Arnold Schönberg, de aanjager van de . Samen met zijn twee loyale leerlingen Alban Berg en Anton Webern begaf hij zich op het nieuwe terrein van de atonaliteit. ‘Eind 1900 begon het, toen mijn eerste eren in het openbaar werden uitgevoerd; daarna is het nooit meer opgehouden’ – daarmee doelde hij op de vernietigende kritiek die hem ten deel viel. Keer op keer werd schande gesproken van zijn manier van componeren, want hij verloochende de klassieke .
Die breuk met de tonaliteit is nog niet waarneembaar in de Drei Klavierstücke die Schönberg in 1894 schreef als eerbetoon aan de door hem bewonderde Johannes Brahms. Aan deze drie miniaturen van de twintigjarige is mooi het vertrekpunt van zijn eigenzinnige latere stijl waarneembaar. Massieve pianistiek, triolen, syncopen en tertsen- en sextenketens die aan Brahms herinneren worden verrijkt met motivisch detailwerk dat al iets van de hang naar extreme economie verraadt. Het stilistisch contrast met de Drei Klavierstücke, 11 is groot. Vijftien jaren waren verstreken, en het enige wat hier aan de herinnert is het korte en karakteristieke, zoals we dat kennen van Robert Schumann.
Ultieme abstractie voert de boventoon en alles is ontdaan van franje of opsmuk. Elke noot heeft een omlijnde functie en waar samenklanken eerder op elkaar betrokken waren, staan ze nu veel meer op zichzelf. ie is norm geworden – de term verliest daardoor aan betekenis – en expressie het product van een strikt individuele beleving. Schönberg trachtte naar eigen zeggen ‘een subjectieve ervaring te fixeren, prettig dan wel onprettig’. Zoals de schilderkunst van deze periode gekenmerkt wordt door irrationele ervaringen, zoals de droom of het visioen, zo voeren in deze Drei Klavierstücke het driftmatige en onbewuste de boventoon.
Zo mogelijk nog compacter zijn de Sechs kleine Klavierstücke, opus 19, die elk slechts uit tien tot twintig maten bestaan. Samen vormen ze een cyclus, maar Schönberg benadrukt in de dat er duidelijke cesuren moeten zijn tussen de afzonderlijke nummers, die niet in elkaar mogen overgaan. Ook was hij precies wat tempo betreft. Nadat hij een uitvoering had bijgewoond, liet hij Webern weten: ‘Veel te snel, mijn muziek is niet geschikt voor pianisten die haast hebben’. Misschien doelde hij op de verwerkingscapaciteit van de gemiddelde luisteraar, van wie het uiterste wordt gevergd aan concentratie. Het is een hele klus om in zo’n kort tijdsbestek de vele dwarsverbindingen, verwijzingen en referenties te doorgronden.
Biografie
Emanuel Ax, piano
Emanuel Ax studeerde aan de Juilliard School of Music in New York. In 1974 won hij het eerste Arthur Rubinstein Pianoconcours in Tel Aviv en vijf jaar later de Amerikaanse Avery Fisher Prize. In de decennia die volgden, concerteerde Emanuel Ax veelvuldig op de grote internationale podia. In recente seizoenen soleerde hij bij de orkesten van bijvoorbeeld Chicago, New York, Cleveland en Philadelphia.
Hij was onder meer pianist in residence bij de Berliner Philharmoniker (in 2005/06) en vertolkte in 2012/13 als artist in residence bij de New York Philharmonic alle pianoconcerten van Beethoven in Hongkong en Australië.
Bij het Concertgebouworkest is hij al sinds 1994 een graag geziene gastsolist, voor het laatst toen hij februari en maart 2019 Stravinsky’s speelde onder leiding van Iván Fischer. Afgelopen december gaf hij een in de serie Grote Pianisten van Het Concertgebouw. Emanuel Ax vertolkt graag hedendaagse muziek en bracht werken in première van onder anderen John Adams, Magnus Lindberg, Christopher Rouse, Krzysztof Penderecki, Brett Dean, Missy Mazzoli en Anders Hillborg.
Van de universiteiten van Yale en Columbia ontving hij eredoctoraten en gedurende zijn lange carrière nam de pianist vele platen en cd’s op die onder meer werden bekroond met meerdere Grammy Awards.

