Grote Pianisten: Denis Matsuev met Beethoven en Liszt

Dit concert maakt deel uit van de serie Grote Pianisten.

Denis Matsuev piano

Bekijk ook de infographic over de piano

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Sonate nr. 32 in c kl.t., op. 111 (1821-22)
Maestoso – Allegro con brio e appassionato
Arietta: Adagio molto semplice e cantabile – Variazioni

Pjotr Tsjaikovski

1840-1893
Méditation
     uit 'Achttien stukken', op. 72 (1893)

Franz Liszt (1811-1886)

Sonate in b kl.t., S. 178 (1852-53)
Lento assai – Allegro energico – Grandioso – Recitativo – Recitativo – Andante sostenuto – Quasi adagio – Allegro energico – Più mosso – Stretta quasi presto – Presto – Prestissimo – Andante sostenuto – Allegro moderato – Lento assai

er is geen pauze
het concert duurt ongeveer een uur 

Toelichting

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Beethoven: Sonate nr. 32

Door Christiane Schima

‘Van het donker naar het licht’ zou als motto boven het gehele oeuvre van Ludwig van Beethoven kunnen staan. Zijn werken zijn de uitdrukking van een heldhaftige geestelijke strijd – denk aan bijvoorbeeld de Eroica, zijn Vijfde en Negende symfonie – die uiteindelijk culmineert in een grandioze overwinning.

In zijn laatste pianosonate – nr. 32, 111 – voltrekt deze strijd zich in zeer gecomprimeerde vorm, namelijk binnen slechts twee delen: een dramatisch in donker c klein staand eerste deel, en een verlossend in helder C groot staand tweede deel, de beroemde ‘Arietta’. Met deze beknopte , waarin hij van tussendelen en een finale afziet, breekt Beethoven met alle conventies.

Op de vraag van ­Beethovens trouwe secretaris Anton Schindler waarom het werk geen slotdeel bevat, antwoordde de componist laconiek, dat hij daarvoor ‘gewoon geen tijd’ zou hebben gehad. Aan het niet bestaande slotdeel van opus 111 is ook een episode in Thomas Manns roman Doktor Faustus gewijd. Daarin legt de schrijver een romanfiguur – een musicoloog die gemodelleerd is naar de Duitse muziekfilosoof Theodor Adorno – de woorden in de mond: ‘Een derde deel? Een opnieuw aanheffen – na dit afscheid? Een terugkomen – na deze scheiding? Onmogelijk!’

Franz Liszt (1811-1886)

Liszt: Sonate in b klein

Door Myrthe van Dijk

Engel of duivel, religieus of verleidelijk, kluizenaar of levensgenieter: Franz Liszt was een componist met vele gezichten. Juist in het samengaan van al die uitersten in één persoon schuilt het grote mysterie van zijn kunstenaarsleven. Hij begon aan dat leven als een muzikaal wonderkind dat tevens een stil verlangen koesterde naar het priesterschap. Maar de muziek won. Liszt bouwde een loopbaan op als een verbluffende pianovirtuoos, én als een inventieve componist die met zijn revolutionaire ideeën nieuwe wegen baande voor de toekomst. Hij zocht vernieuwing tot aan het einde van zijn leven, dat hij afsloot in teruggetrokkenheid, met het componeren slechts nog als een introverte bezigheid, een expressiemiddel voor diep religieuze gevoelens. Terugkijkend op dit bijzondere mensenleven en het oeuvre dat daarin tot stand kwam, bevindt zich midden in het hart daarvan een pianowerk waarin Liszt zijn hele ziel en zaligheid legde, en waarin de essentie van de , de vrome man én de visionair zijn samengebald tot één compositie: de in b klein.

Liszt was 41 jaar oud toen hij zijn Sonate in b klein voltooide, en de dagtekening ‘2 februari 1853’ in het manuscript schreef. Liszt was sinds 1848 kapelmeester in Weimar. Met de aanvaarding van die post had hij een punt gezet achter zijn bestaan als rondreizend virtuoos. Overigens was hij daartoe overgehaald door de nieuwe vrouw in zijn leven, de prinses Caro­lyne Sayn-Wittgenstein. In Weimar had Liszt voor het eerst veel tijd om te componeren, een omstandigheid die tot een zeer productieve periode leidde: uit die tijd stamt een groot aantal van zijn symfonische gedichten, waarmee hij een nieuw orkestgenre introduceerde. De idee voor een ­pianosonate zonder de gebruikelijke ontstond bij Liszt naar aanleiding van een piano­werk van Robert Schumann, de Fantasie in C groot, 17, een stuk in een vrije vorm dat aan Liszt was opgedragen. Al in 1841 had Schumann geconstateerd dat de pianosonate aan revisie toe was, omdat volgens hem het publiek de vorm niet meer interessant vond, de uitgevers het genre niet meer wilden uitgeven en de componisten zoiets hopeloos ouderwets niet meer wilden componeren. En Liszt zou Liszt niet zijn als hij geen raad wist met deze uitdaging.

De Sonate in b klein is eendelig, maar heeft een uitgekiende structuur, waarin slechts enkele ’s en motieven uitgroeien tot een enorme compositie. De langzaam dalende lijn van de opening, het daaropvolgende heroïsche, ietwat sarcastische thema, de even later opbloeiende machtige passage en het lieflijke sostenuto à la Schumann: al deze ingrediënten komen meerdere malen voorbij, ontstaan uit elkaar, grijpen in elkaar, botsen met elkaar, en klinken steeds ­verschillend, in telkens wisselende gedaanten. Toch vormen ze samen één geheel, één betoog. Liszt presenteerde daarmee opnieuw een revolutionaire vorm, met een stemmingspalet dat varieert van donderend geweld tot verstilde sereniteit. Deze muziek vertelt een verhaal dat recht doet aan de persoon die Liszt was: een mysterie van uitersten, en altijd met die speciale aantrekkingskracht.