Grote Pianisten: Bruce Liu speelt Tsjaikovski en Prokofjev
Bruce Liu piano
Dit concert maakt deel uit van de serie Grote Pianisten.
Ook interessant:
- Interview met Bruce Liu
Pjotr Tsjaikovski (1840-1893)
Januari: Bij het vuur – Moderato semplice, ma espressivo
Februari: Carnaval – Allegro giusto
Maart: Het lied van de leeuwerik – Andantino espressivo
April: Sneeuwklokje – Allegretto con moto e con poco rubato
Mei: Witte nachten – Andantino
Juni: Barcarolle – Andante cantabile
uit ‘De jaargetijden’, op. 37b (1875-76)
Felix Mendelssohn (1809-1847)
Scherzo uit ‘A Midsummer Night’s Dream’, op. 61 (1843; arr. Serge Rachmaninoff 1933)
Aleksandr Skrjabin (1871-1915)
Sonate nr. 4 in Fis gr.t., op. 30 (1903)
Andante
Prestissimo volando
pauze ± 20.55 uur
Pjotr Tsjaikovski (1840-1893)
Juli: Het lied van de maaier – Allegro moderato con moto
Augustus: De oogst – Allegro vivace
September: De jacht – Allegro non troppo
Oktober: Herfstlied – Andante doloroso e molto cantabile
November: In de trojka – Allegro moderato
December: Kerstmis – Tempo di valse
uit ‘De jaargetijden’, op. 37b (1875-76)
Sergej Prokofjev (1891-1953)
Sonate nr. 7 in Bes gr.t., op. 83 (1939-42) ‘Stalingrad’
Allegro inquieto – Andantino
Andante caloroso – Poco più animato – Più largamente – Un poco
agitato – Tempo I
Precipitato
einde ± 22.10 uur
Toelichting
Pjotr Tsjaikovski (1840-1893)
De jaargetijden
Door Olga de Kort
De natuurtaferelen die bij de seizoenen horen, vormen een belangrijke inspiratiebron voor componisten. De beroemdste muzikale jaargetijden zijn ongetwijfeld De vier jaargetijden van Antonio Vivaldi. Na de première in 1725 werden deze vier concerto’s een schoolvoorbeeld van de muzikale verklanking van lente, zomer, herfst en winter. Anderhalve eeuw later beperkte Pjotr Tsjaikovski zich niet tot de vier seizoenen, maar voorzag zelfs iedere afzonderlijke maand van een pianostuk. Als we de componist zelf kunnen geloven, ontstond zijn cyclus De jaargetijden echter puur uit noodzaak om aan een lastige, maar wel heel goed betaalde verplichting te voldoen. Tsjaikovski beloofde namelijk de uitgever van het tijdschrift Nouvellist om voor een muziekbijdrage op een reguliere basis te zorgen, maar vond het idee van een maandelijkse pianominiatuur achteraf gezien toch niet zo inspirerend en veel te beperkend. Hij stelde het moment van componeren dan ook eindeloos uit en ging, naar verluidt, pas achter de piano zitten als de postkoets bij wijze van spreken aangekondigd werd. Nadat het stuk van de maand verstuurd was dacht hij er niet meer aan, totdat de deadline van de volgende maand naderde. De laatste zeven stukken schreef Tsjaikovski wel meteen achter elkaar om op tijd op reis te kunnen gaan. Ondanks deze bijzondere werkwijze en constante tijdnood bleken de pianominiaturen van deze cyclus veel meer te bieden dan alleen een oppervlakkige sfeertekening. De zangerige intonaties, stemmingscontrasten en en van deze technisch aantrekkelijke e karakterstukken geven de pianist veel ruimte voor expressie en diepgang.
Felix Mendelssohn (1809-1847)
Scherzo uit ‘A Midsummer Night’s Dream’
Door Olga de Kort
De zeventienjarige Felix Mendelssohn raakte in de ban van toneelstukken van William Shakespeare na de kennismaking met de complete editie van zijn werken in de Duitse vertalingen van August Wilhelm Schlegel en Ludwig Tieck (1825-1833). De magische wereld van A Midsummer Night’s Dream inspireerde hem tot de ouverture Ein Sommernachtstraum (1826) die de jonge componist in één klap beroemd maakte. Hier introduceerde Mendelssohn zijn eigen vorm van het die later wel de bijnaam ‘elfenscherzo’ kreeg, met een snel ritmisch patroon van een perpetuum mobile, dat het beeld van fladderende elfen oproept.
In 1843 kreeg Mendelssohn een nieuwe kans om de sprookjesachtige sfeer van Shakespeares romantische komedie in muziek te vangen. Hij hergebruikte zijn ouverture uit 1826 voor de toneelmuziek bij de uitvoering van A Midsummer Night’s Dream aan het hof van de Pruisische koning Frederik Willem IV in Potsdam. Tussen de veertien instrumentale en vocale delen bevinden zich de drie entr’actes (, en de Bruiloftsmars) die Mendelssohn in 1844 zelf tot pianos heeft bewerkt (het Scherzo zelfs tot tweemaal toe, eerst voor piano solo en daarna voor piano vierhandig). Ook de pianovirtuoos Sigismund Thalberg (1812-1871) heeft een eigen bewerking van het Scherzo gemaakt. Het bekendst werd echter de pianotranscriptie van Serge Rachmaninoff, die Mendelssohns fijnzinnige orkestratie en een sprookjesachtige stemming het beste weergeeft. Het was niet de eerste keer dat Rachmaninoff Mendelssohns Scherzo bewerkte. Het had hem namelijk ook tot zijn allereerste orkestwerk geïnspireerd, het Scherzo in d klein uit 1888, toen hij pas vijftien jaar oud was. Vijfenveertig jaar later maakte hij een pianotranscriptie van Mendelssohns Scherzo voor zijn nieuwe concertprogramma in de Verenigde Staten. In februari 1933 speelde hij het zestien pagina’s tellende -stuk in Portland (Oregon).
Aleksandr Skrjabin (1871-1915)
Vierde sonate
Door Olga de Kort
De pianomuziek van Aleksandr Skrjabin markeert de zoektocht van de componist naar steeds nieuwe ën, s en technische uitdagingen die zijn muzikale dromen mogelijk zouden kunnen maken. In zijn pianosonates zoekt deze bedenker van immense klankconstructies en extatische theorieën van kosmisch mysticisme naar de steeds preciezere verklanking van zijn muzikale ideeën. Voor de Vierde (de kortste van zijn tien pianosonates) schreef Skrjabin een geëxalteerd, uiterst romantisch gedicht in proza, dat volgens een brief die hij erbij schreef in volledige overeenstemming was met de meditatieve, intense en uitbundige muziek. In woorden en klanken bezingt hij een verre en helder door de mist schijnende ster die het streven van de mens naar zijn hogere zelf en daarmee het geluk symboliseert. ‘De vlucht naar de ster’ inspireert Skrjabin tot spiritueel geladen, mysterieus-majestueuze klanken die hij boven alle bekende muziek wil laten uitstijgen. Een grillig ritme en onverwachte contrasten zijn slechts enkele muzikale middelen die het gevoel van oplopende energie en extase moeten verklanken.
Sergej Prokofjev (1891-1953)
Zevende sonate
Door Olga de Kort
De Zevende pianosonate van Sergej Prokofjev werd voor het eerst gespeeld in het besneeuwde Moskou van 1942 en kreeg meteen de bijnaam ‘Oorlogssonate’. Alles pleit inderdaad voor deze naam: de datum van de première, de sfeer van het werk en de reacties van tijdgenoten die in dit stuk hun angsten en hoop terughoorden. Toch kan deze pianosonate net zo goed de echo’s en de nasleep van de beangstigende jaren 1930 met zich meebrengen, aangezien de eerste plannen en schetsen uit de herfst van 1939 dateren. Toen begon Prokofjev aan drie s tegelijk, zijn latere Zesde, Zevende en Achtste pianosonates. De eerste twee waren bedacht als ‘rusteloos en stormachtig’, terwijl de laatste ‘zacht en dromerig’ moest worden. Hij las op dat moment Romain Rollands biografie over Ludwig van Beethoven, en was vooral ingenomen met Rollands analyse van de Pianosonate nr. 23 ‘Appassionata’. In zijn Zesde en Zevende sonate wilde Prokofjev dezelfde ‘combinatie van passie en logica’ bereiken. Prokofjev is er inderdaad in geslaagd om de meest onverenigbare klanken, s en en samen te brengen, met als resultaat een bijzondere combinatie van Prokofjevs eigen explosiviteit, emotionele bravoure, ritmische uitbarstingen en bedachtzame en e momenten. Volgens Sviatoslav Richter, die als eerste de kreeg en het stuk in vier dagen tijd uit het hoofd leerde, dompelt de Zevende pianosonate de luisteraar vanaf het begin onder in de ‘enerverende en bedreigende sfeer van de wereld die uit haar balans is. Wanorde en onzekerheid voeren het hoogste woord. Men observeert de ravage van destructieve krachten. Maar het leven, dat men had, stopt niet. Men wil het weer ervaren, want men is stil ontvankelijk voor liefde.’ De oorlogsgeneratie hoorde in de muziek van Prokofjev ‘het lijden van ons allemaal’ en ‘de enorme strijd’. Maar juist in deze strijd werd uiteindelijk een ‘niet te onderdrukken levenskracht’ teruggevonden. De impulsieve toccata aan het eind van de Zevende pianosonate benadrukt de herwonnen kracht en nieuwe hoop op veranderingen.
Biografie
Bruce Liu, Piano
De Canadees Bruce Liu maakte op 7 december 2023 zijn debuut in de , met een solorecital vol Franse muziek die hij dat najaar ook had uitgebracht op zijn eerste studio-album Waves. In de debuteerde hij vervolgens op 9 april 2024 in het Tweede pianoconcert van Rachmaninoff, met Philharmonia onder leiding van Santtu-Matias Rouvali. De pianist met Chinese ouders is geboren in Parijs. Onder zijn leraren waren Richard Raymond en Dang Thai Son, en zijn carrière nam een vlucht toen hij in 2021 het Chopin-concours in Warschau won; de cd van zijn winnende uitvoering kreeg bovendien de Fryderyk Award.
Sindsdien speelde Bruce Liu in onder meer het Théâtre des Champs-Elysées in zijn geboortestad, de Royal Festival Hall in Londen (met Philharmonia), het Wiener Konzerthaus (met de Wiener Symphoniker), Bozar in Brussel, Tokyo City en de Sala São Paulo. Als solist werd hij uitgenodigd door het Pools Nationaal Radio , het Orchestre Philharmonique du Luxembourg, het Royal Philharmonic Orchestra, het Tonhalle-Orchester Zürich, het Fins Radio Symfonieorkest, het Deens Nationaal Orkest, de orkesten van New York, Los Angeles, Cleveland, Philadelphia en San Francisco, die van Montréal, Toronto en Québec, het NHK Symphony Orchestra, Tokyo en de Seoul Philharmonic. De pianist gaf solorecitals in Carnegie Hall in New York, Wigmore Hall in Londen, de Philharmonie de Paris, de Alte Oper Frankfurt en de Kölner Philharmonie. Bovendien maakte hij zijn opwachting op La Roque d’Anthéron en het Klavier-Festival Ruhr, de festivals van Rheingau, Edinburgh, Tanglewood en Gstaad en tijdens ‘Chopin and his Europe’ in Warschau. In november verscheen de nieuwste cd van Bruce Liu, met werken voor piano solo van Tsjaikovski.

