Gringolts Kwartet + Meta4 Kwartet = Mendelssohns Octet

Gringolts Kwartet 
Meta4 Kwartet 

Joseph Haydn (1732-1809)

Strijkkwartet in G gr.t., op. 76 nr. 1, Hob. III: 75 (1797)
Allegro con spirito
Adagio sostenuto
Menuet. Presto & Trio
Finale. Allegro ma non troppo

Johannes Brahms (1833-1897)

Derde strijkkwartet in Bes gr.t., op. 67 (1875)
Vivace
Andante
Agitato (Allegro non troppo)
Poco allegretto con variazioni
 
pauze (± 21.10 uur)
 

Felix Mendelssohn (1809-1847)

Octet in Es gr.t., op. 20 (1825)
Allegro moderato ma con fuoco
Andante
Scherzo: Allegro leggierissimo
Presto
 
einde (± 22.15 uur)

Toelichting

Joseph Haydn 1732-1809

Haydn: Strijkkwartet

Door Sabien van Dale

Tijdens de achttiende eeuw raakten stukken met vier strijkers geleidelijk ingeburgerd. Aanvankelijk werd deze bezetting ongedwongen benaderd. Het was bijvoorbeeld niet ongewoon om alle partijen te verdubbelen.

Al snel beschouwde elke serieuze componist uit de en de het schrijven van strijkkwartetten als het ultieme meesterschap. Joseph Haydn nam het voortouw en gaf het genre zijn definitieve vorm. Zijn Strijkkwartet in G groot, gespeeld door het Gringolts Kwartet, vormt een laatste hoogtepunt in de rijke evolutie die hij met zijn vele strijkkwartetten verwezenlijkte.

Johannes Brahms kende een moeizamere verhouding tot het genre maar met het Derde strijkkwartet in Bes groot, zijn laatste, herwon hij zijn zelfvertrouwen dankzij inspiratie van de klassieke meesters. Vandaag staat het op de lessenaars van het Meta4 Kwartet. En Felix Mendelssohn verhoogde zelfs zijn kansen door middel van dubbelspel. Zijn Octet in Es groot verwierf een voorbeeldstatus en werd door volgende generaties gretig nagevolgd.

Haydn: Strijkkwartet

Het strijkkwartet kwam er niet zonder slag of stoot. De laatste stap om de klassieke vormgeving binnen een bezetting van vier evenwaardige instrumenten te implementeren kostte Haydn een kwarteeuw van zijn carrière. Maar daarmee was de kous niet af. Tijdens zijn laatste levensfase schreef hij nog 27 kwartetten.

Het laatste ( 103) bleef onvoltooid. De zes kwartetten van opus 76 zijn opgedragen aan graaf Erdödy. Ze kwamen in dezelfde periode als Die Schöpfung tot stand. In de ogen van heel wat musicologen benaderen ze de perfectie erg nauw. Strikte vormprincipes en polyfone stemvoering verbinden zich met de persoonlijke expressie van de componist. Na de forse beginakkoorden duikt het hoofdthema overal op in het vierstemmige weefsel van het eerste deel.

Het tweede deel tilt de conversatie naar een bedachtzamer niveau. Net als de spanning van lang aangehouden noten zwaar lijkt te wegen, zorgt een met volkse inslag voor een verfrissend kantelmoment. Nog meer afwisseling volgt in het laatste deel, waarin het de aandacht op zich vestigt met haast sardonische trillers. Aan het slot zorgt de verbeeldingskracht van de meester nog voor een milde glans met guitige en.

Johannes Brahms 1833-1897

Brahms: strijkkwartet

Tegenover Haydn is de oogst strijkkwartetten bij Brahms bijzonder mager: slechts drie! Hij bleek buitenmatig streng voor zichzelf en worstelde met de schaduw van Mozart, Haydn en vooral Beethoven. Ondanks de aanmoedigingen van zijn vrienden duurde het jaren voordat hij de publicatie van zijn eerste twee strijkkwartetten ( 51) aandurfde.

In zijn derde en laatste strijkkwartet klinkt Brahms meer ontspannen, vrolijk springend (eerste deel); mild en vrijmoedig naar het voorbeeld van Haydn (tweede deel) en soms elegant verbeeldingsrijk als Mendelssohn of met volkse charme (vierde deel). Het werk is opgedragen aan dokter Theodor Wilhelm Engelmann, een amateurcellist die Brahms onderdak verleende tijdens een bezoek aan Utrecht.

De ironie is dat gedurende het gehele kwartet geen enkele belangrijke - valt te bespeuren. In een brief aan Engelmann verklaart Brahms: ‘Dit kwartet lijkt eerder op uw echtgenote — keurig maar vol schittering … er is geen cello-solo maar wel een tedere -solo zodat u misschien zou overwegen om van instrument te ruilen.’

Brahms was een pleitbezorger van de altviool. Met dit kwartet hoopte hij niet alleen Engelmanns interesse voor dit instrument te stimuleren maar ging hij zelfs zover dat hij tijdens de bewuste solo in het derde deel de andere strijkinstrumenten met sourdine () laat spelen om de klank van de altviool beter naar voren te laten komen. Brahms eindigt met de vorm die hem het meest na aan het hart lag, een cantabile- met acht variaties.

Felix Mendelssohn 1809-1847

Mendelssohn: Octet

Felix (letterlijk: ‘de gelukkige’) Mendelssohn was een zondagskind. Intellectueel en artistiek gezegend met bergen talent, bood zijn opvoeding binnen een rijke Joodse familie hem alle denkbare kansen.

Zijn Octet in Es groot voor strijkers schreef hij in 1825, pas zestien jaar oud. Voor die leeftijd had Felix al veel opmerkelijke composities afgeleverd, waaronder   concerto’s, ’s en vijftien symfonieën. Dit Octet, unaniem beschouwd als een meesterwerk van uitzonderlijk originele kwaliteit, stond model voor onder meer Schubert, Beethoven, Brahms, Dvořák en de Deen Niels Gade.

Het enige voorbeeld waar Mendelssohn zelf op kon terugvallen, was het dubbele strijkkwartet van Louis Spohr. Bij deze laatste bestaat de opzet uit twee concerterende strijkkwartetten die afwisselend aan bod komen. Mendelssohn werkt daarentegen volgens een polyfoon model waarin de acht instrumenten een samenwerkend geheel vormen.

De jeugdige adrenaline spat van de bladzijden, zeker in het eerste deel. Onder al het vuurwerk gaat desalniettemin steeds een elegante volwassenheid en technische beheersing schuil. Hoewel de acht instrumenten niet echt op gelijke voet worden behandeld, waakt de componist erover dat hun meest sprekende registers zich in elkaar weven zodat elke mogelijke schakering in kleur en dichtheid het palet kan sieren.

Vooral het is rijk aan dergelijke effecten. Het overbekende , geïnspireerd op de slotverzen uit de Walpurgisnacht van Goethes Faust, weeft een klanktapijt van kwikzilver en overtreft bij momenten zelfs de feeërieke fonkeling van het Scherzo uit Mendelssohns Midzomernachtsdroom. In de finale etaleert de jonge componist eens te meer zijn vaardigheid met een tische uitwerking van de ’s en een ‘coup de théâtre’ die herinnert aan het Scherzo.  

Biografie

Gringolts Kwartet, kwartet

De leden van het Gringolts Kwartet leerden elkaar kennen als muzikale partners in diverse kamermuziekensembles en besloten in 2008 een eigen kwartet op te richten. Het viertal maakte snel naam en reist voor het geven van concerten naar podia in Europa en daarbuiten; zo was het Gringolts Kwartet bijvoorbeeld te beluisteren tijdens de festivals van Salzburg, Luzern en Gstaad.

Het vanuit Zürich werkende ensemble musiceerde met collega’s als pianist Leon Fleisher en cellist Christian Poltéra. Naast het bekende kwartetrepertoire vertolkt het Gringolts Kwartet graag hedendaagse muziek: nieuwe composities van bijvoorbeeld Marc-André Dalbavie en Jörg Widmann stonden op de programma’s.

Samen met cellist David Geringas brachten de musici een et van Walter Braunfels in première, waarvan de opname de Supersonic Award kreeg. Een opname van werken van Glazoenov en Tanejev werd bekroond met de Diapason d’Or. In Het Concertgebouw maakt het Gringolts Kwartet zijn debuut.

Meta4 Kwartet, kwartet

Het Meta4 Kwartet werd opgericht in 2001 en groeide sindsdien uit tot een van de toonaangevende Finse strijkkwartetten. Een belangrijk moment in de jonge carrière van de formatie was in 2004 het winnen van het Internationale Strijkkwartet Concours in Moskou. De musici namen in 2007 de eerste prijs van het Weense Internationale Joseph Haydn Kamermuziekconcours in ontvangst en kregen dat jaar bovendien de Finland Prijs toegekend.

Van 2008 tot 2010 maakte het Meta4 Kwartet deel uit van het New Generation Artists Scheme van de BBC. Inmiddels is het een graag geziene gast in zalen als de Londense Wigmore Hall, de Cité de la Musique in Parijs en het Auditorio Nacional in Madrid.

Een Haydn-cd van het Meta4 Kwartet werd bekroond met de ECHO Klassik Preis. Het viertal voerde van 2008 tot 2011 de artistieke leiding over het Oulunsalo Muziekfestival en is sinds 2008 in residence bij het Kuhmo Kamermuziekfestival. In Het Concertgebouw maakte het Meta4 Kwartet zijn debuut in februari 2010.