Grieg Trio: Schubert, Beethoven en Martin

Grieg Trio:
Vebjørn Anvik piano
Sølve Sigerland viool
Ellen Margrete Flesjø cello

Ludwig van Beethoven 1770-1827

Pianotrio in D gr.t., op. 70 nr. 1 (1808)
‘Geistertrio’
Allegro vivace e con brio
Largo assai ed espressivo
Presto

Frank Martin 1890-1974

Trio sur des mélodies populaires irlandaises (1925)
Allegro
Adagio
Gigue (Allegro)

pauze

Franz Schubert 1797-1828

Tweede pianotrio in Es gr.t., D 929, op. 100 (1827-28)
Allegro
Andante con moto
Scherzando: Allegro moderato
Allegro moderato

Toelichting

Ludwig van Beethoven 1770-1827

‘geistertrio’

Het jaar 1808 was een productief jaar voor Ludwig van Beethoven. Hij voltooide onder meer zijn Vijfde symfonie en schreef de gehele ‘Pastorale’, zijn Zesde symfonie. In hetzelfde jaar, tijdens een verblijf bij gravin Anna Marie Erdödy in Wenen, componeerde hij het koppel ’s 70. Uit dankbaarheid voor haar gastvrijheid droeg hij de twee ’s bij hun publicatie in 1809 aan haar op. Het Pianotrio in D groot is chronologisch gezien Beethovens vijfde. Zijn bekendste pianoleerling, componist Carl Czerny, schreef in 1842 dat het langzame tweede deel ervan hem deed denken aan de geest van Hamlets vader. Hij zat er niet ver naast: uit Beethovens schetsboek blijkt dat de componist in die tijd een op basis van Shakespeares Macbeth op poten probeerde te zetten met toneelschrijver Heinrich von Collin. Naast de schetsen voor het Largo staan woorden als ‘Macbeth’ en ‘Ende’, hetgeen doet vermoeden dat de muziek was bedoeld voor de scène van de drie heksen. Sinds Czerny’s opmerking is het pianotrio bekend onder de bijnaam ‘Geistertrio’.

Het trio opent met een ritmisch gedreven, levendig eerste deel. Het tweede deel is, zoals gezegd, van een geheel andere orde: met donkere strijkersklanken, gevolgd door een treurige pianomelodie, is de sfeer meteen aan het begin gezet. Door de harmonische spanningen, , haast impressionistische ’s, aangrijpende stiltes, plotseling zwijgen en uitbarstingen laat het Largo de luisteraar in spanning en onzekerheid achter. Maar gelukkig is daar het geanimeerde , waarmee het pianotrio toch opgewekt wordt afgesloten.

Anneloes Brand

Frank Martin 1890-1974

trio sur des mélodies populaires irlandaises

Frank Martin componeerde zijn sur des mélodies populaires irlandaises in 1925 in opdracht van een rijke Amerikaanse amateurmuzikant van Ierse afkomst. Op diens verzoek baseerde Martin alle drie de delen op verschillende Ierse volksmelodieën en dansen die hij vond in overzichten van de Ierse volksmuziek in de Bibliothèque Nationale de France. Hoewel het werk een zekere populariteit geniet onder ’s is het in het oeuvre van Martin toch vooral een ‘jeugdwerk’, geschreven op een moment dat de componist naarstig op zoek was naar een eigen vorm en stijl. Die eigen taal vond hij pas met volle overtuiging in de jaren veertig met werken als Der Cornet (1942-43), Le vin herbé (1938-41), Petite symphonie concertante (1944-45) en de Ballade voor trombone en orkest (1940-41) en resulteerde vanaf het moment dat hij zich in 1946 in Nederland vestigde in een doorlopende stroom meesterwerken als het Golgotha (1945-48), de Ballade voor en orkest (1949), het Vioolconcert (1950-51) en meer. Toch zijn ook de werken die hij in de jaren daarvoor schreef van onmiskenbaar hoge kwaliteit. Het Trio ontstond in een periode dat Martin bijzonder geïnteresseerd was in verschillende vormen van volksmuziek en naar hartelust experimenteerde met persoonlijke toepassingen van onder andere Indiase en Bulgaarse ritmiek. ‘Samengevat is in dit trio de van ondergeschikt belang, net als het principe van de imitatie’, schreef Martin over het trio dat hij zelf in 1926 aan de piano in première bracht. ‘Het en de vormen de basis van de Ierse zang en dans. Met deze ritmen heb ik gezocht naar combinaties die het ritmische element in mijn taal verrijken.’ Terwijl Martin op deze wijze de volksmuziek slechts als input lijkt te gebruiken voor zijn eigen onderzoek, is het trio een vrolijk, levendig werk vol opzwepende polyritmische structuren en herkenbare, meeslepende Ierse melodiek.

Franz Schubert 1797-1828

pianotrio

Het is wonderlijk hoezeer Franz Schubert de laatste twee jaar van zijn leven een staat van componeren bereikte die een aantal van de grootste juwelen uit de muziekgeschiedenis opleverde. De cyclus Winterreise, het Strijkkwintet in C groot, het Octet, de laatste drie pianosonates, het zijn werken die het aardse volledig lijken te ontstijgen en een enorme emotionele lading in zich hebben. Ook het in Es groot, voltooid in 1828, behoort tot deze categorie.

Misschien voorvoelde Schubert zijn naderende einde. In elk geval wist hij met minimale middelen een grootse en universele boodschap neer te leggen. Het tweede deel, con moto, is wat dat aangaat misschien wel exemplarisch. Schubert baseerde dit deel, dat het hart van het hele werk lijkt te vormen, op het Zweedse volksliedje Se solen sjunker (‘De zon gaat onder’). De tekst van dit liedje gaat over het feit dat er geen tijd meer is, dat alle hoop vervlogen is, dat er geen enkele mogelijkheid meer is voor liefde. Schubert brengt het klagende in de en ondersteunt het met een als was het een dodenmars. Halverwege barst de muziek uit in een angstaanjagende climax, waarna de rust van het eerste thema terugkeert.

Na dit intense Andante is het een ogenschijnlijk lichtvoetige verademing, een spel tussen de drie instrumenten die de gepresenteerde thema’s in beantwoorden. Het is een schijnvreugde die van korte duur is. De finale, net als het eerste deel in , lijkt de elementen van de eerste drie delen te verenigen en tot een vredige conclusie te komen, maar dan duikt in de doorwerking opeens het hoofdthema uit het tweede deel weer op. Alsof Schubert al zacht zingend afscheid neemt van het aardse bestaan.

Paul Janssen

Biografie

Grieg Trio

Het Grieg bestaat sinds 1987 en is sinds de oprichting in samenstelling ongewijzigd. Het ensemble volgde in Boedapest lessen bij András Mihály en was tevens in de leer bij Norbert Brainin van het Amadeus Kwartet en Eli Goren van het Allegri Kwartet.

Het winnen van diverse onderscheidingen onderstreepte al snel het talent van het drietal. Zo won het Grieg Trio de prestigieuze Parkhouse Award en sleepte het een eerste prijs in de wacht van het Colmar Internationaal Kamermuziekconcours 1989.

Het Grieg trad in de afgelopen decennia veelvuldig op en maakte vele internationale tournees. Naast werk uit het verleden vertolkt het ensemble graag hedendaagse muziek; werken van onder anderen Peter Maxwell Davies en Erkki-Sven Tüür verschenen op hun programma’s.

Het Grieg Trio speelde in zalen als het Konzerthaus in Berlijn, het Théâtre du Châtelet in Parijs, de Londense Wigmore Hall en de New Yorkse Carnegie Hall. Ook was het trio al eerder te gast in Het Concertgebouw, voor het laatst tijdens de Robeco Zomerconcerten 2011.