Gewandhausorchester Leipzig en Andris Nelsons

Gewandhausorchester Leipzig
Andris Nelsons dirigent

pauze ca. 20.55 uur
einde ca. 22.10 uur 

Dit concert maakt deel uit van de serie Wereldberoemde Symfonieorkesten.

Thomas Larcher 1963

Chiasma (2017)
in opdracht van het Gewandhausorchester; 
Nederlandse première 

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Symfonie nr. 40 in g kl.t., KV 550 (1788)
Molto allegro
Andante
Menuetto & Trio
Allegro assai 

pauze

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski 1840-1893

Zesde symfonie in b kl.t., op. 74 (1893) ‘Pathétique’
Adagio – Allegro non troppo – Andante
Allegro con grazia
Allegro molto vivace
Finale: Adagio lamentoso, Andante

Toelichting

Inauguratie Nelsons bij Gewandhausorchester Leipzig

Door Anneloes Brand

Dit seizoen volgt Andris Nelsons Riccardo Chailly op als chef- van het Gewandhausorchester in Leipzig. Dit concert, met MozartVeertigste symfonie, de ‘Pathétique’ van Tsjaikovski en opdrachtcompositie Chiasma van Thomas Larcher, is onderdeel van zijn inauguratie bij het orkest.

Andris Nelsons is de eenentwintigste Gewandhauskapell­meister van het Gewandhausorchester in Leipzig. Zijn inauguratie bij het orkest beslaat vier weken, waarin de van oorsprong ­Letse dirigent zijn nieuwe orkest leidt in vijf programma’s met klassieke meesterwerken in combinatie met wereldpremières van gloednieuwe opdrachtwerken.

Dit programma met Mozarts Veertigste symfonie, de ‘Pathétique’ van Tsjaikovski en Chiasma van de hedendaagse componist Thomas Larcher is het vijfde programma in de rij, hiermee gaan het Gewandhausorchester en zijn nieuwe chef op tournee. Behalve Amsterdam doen ze Hamburg, Brussel, Baden-Baden, Keulen, Parijs en Madrid aan.

Nederlandse première

Larcher: Chiasma

Thomas Larcher schreef tot dusverre tientallen werken in diverse genres, die in Europa regelmatig worden uitgevoerd, opgenomen en uitgezonden, maar ook in de Verenigde Staten, Hongkong, Zuid-Afrika, Argentinië, Australië, China en Canada. De Oostenrijkse componist creëert veelal muziek waarin energieke, ritmisch gedreven passages worden afgewisseld door mystieke klankverkenningen.

Zijn werk vindt veel bijval bij critici: ‘His extraordinary, arresting, communicative music is one of this century’s wonders’, oordeelde The Times bijvoorbeeld. In 2017 componeerde Larcher speciaal voor het Gewandhausorchester het nieuwe orkestwerk Chiasma

Op 15 maart jongstleden vond de wereldpremière plaats in het Gewandhaus in Leipzig; vanavond wordt Chiasma voor het eerst in Nederland uitgevoerd. Op verzoek schreef Thomas Larcher een korte inleiding op zijn nieuwe compositie:

‘Chiasma – het teken in de vorm van de Griekse letter X (= chi) – slaat enerzijds op de ruimtelijke ordening van anatomische structuren, die een vorm oplevert, zoals het ‘chiasma opticum’ (de kruising van de oogzenuwen), anderzijds in de genetica op een overkruising van twee niet-zuster-chromatiden van gepaarde chromosomen tijdens de reductiedeling van voortplantingscellen.

Juist deze overkruising en de daaruit voortvloeiende paarvorming van verschillende onderdelen deed mij denken aan mijn door de jaren heen gegroeide methode van het in de muziek tegenover elkaar stellen van heterogene elementen, ze in relatie te brengen, ze daardoor telkens te veranderen en in sommige gevallen ook tot een vorm samen te voegen.

Chiasma ontvouwt zich vanuit enkele zeer eenvoudige motieven. Door hun nevenschikking, hun ‘confrontatie’, ontwikkelt het stuk zich zeer snel in uiteenlopende richtingen. Het rijst op tot een duidelijk, dramatisch ‘dubbelpiekhoogtepunt’, om vervolgens in elkaar te zakken. Het opereert dus precies met de oerelementen van het componeren (en vooral van de symfonie): confrontatie, ontwikkeling en synthese.

Misschien is het ook echt een gecomprimeerde micro-symfonie geworden: want de bijzondere uitdaging, die ik mij bij het componeren van dit stuk heb gesteld, was binnen een (door de opdrachtgever) gegeven tijdspanne van tien minuten een stuk te ontwikkelen waarin de hele wereld is opgenomen; op zijn minst EEN hele wereld in zijn onverenigbaarheid, met zijn moorddadige veranderlijkheid, met zijn tederheid en schoonheid, zijn wreedheid en zinloosheid.’

Mozart: symfonie nr. 40

Wolfgang Amadeus Mozart componeerde in de zomer van 1788 drie symfonieën, waarvan de Symfonie nr. 40 in g klein, KV 550 (ook wel de ‘Grote g klein symfonie’ genoemd om onderscheid te maken met de kleinere Symfonie nr. 25 in dezelfde ) de middelste is. 

Er is weinig documentatie – en dus veel discussie onder historici – over de première van deze werken en wat publiek en critici ervan vonden. Speurwerk leverde wel op dat er in de jaren 1789-91 symfonieën van Mozart waren uitgevoerd in enkele Duitse steden en Wenen, en het meest logisch zou zijn dat dat zijn nieuwe werken waren. Ook het feit dat Mozart de van zijn Veertigste symfonie later bewerkte en er klarinetpartijen aan toevoegde, duidt op een bepaalde geplande uitvoering.

Waar de historici het wel over eens zijn is de kwaliteit en de diversiteit in karakter van Mozarts laatste drie symfonieën. De geliefde Veertigste symfonie wordt vaak pre-romantisch genoemd vanwege haar directe, expressieve, persoonlijke muzikale taal en ongebruikelijke toonsoort – sommigen menen er Mozarts zorgelijke laatste jaren in te horen.

Maar het effect dat het werk op iemand heeft, is voor ieder verschillend: volgens Mozarts latere collega Robert Schumann is het een werk van ‘Griekse lichtheid en elegantie’, een ander hoort vooral tragiek.

Tsjaikovski: Pathétique

Na de pauze klinkt een van de bekendste werken van Pjotr Iljitsj Tsjaikovski en een van de hoogtepunten van de . De Zesde symfonie in b klein, 74, bijgenaamd de ‘Pathétique’, is Tsjaikovski’s laatste symfonie en meteen zijn laatste voltooide werk, vol inspiratie geschreven tussen februari en augustus 1893.

Negen dagen na de première op 28 oktober 1893 in Sint-Petersburg, die hij zelf dirigeerde, stierf de componist. Tsjai­kovski beschouwde de ‘Pathétique’ als zijn beste werk en droeg het op aan zijn ­geliefde neef Vladimir Davidov (ook wel bekend onder zijn koosnaam ‘Bobyk’).

Nog even had hij erover gedacht om het werk de bijnaam ‘Programma­symfonie’ mee te geven, maar hij realiseerde zich toen dat men nieuwsgierig zou worden naar de achterliggende betekenis, die hij niet wilde prijsgeven: ‘Het verhaal erachter zal voor iedereen een mysterie blijven, laat ze maar raden!’

Al bij de tweede uitvoering probeerden mensen voortekenen van zijn dood in de muziek te horen

De bijnaam ‘Pathétique’ – in de betekenis van ‘vol pathos’, niet ‘meelijwekkend’ – was van zijn broer Modest en Pjotr was er eerst blij mee, maar bedacht zich later en vroeg uitgever Jurgen­son zijn compositie gewoon als Zesde symfonie te publiceren. Uiteindelijk kon Jurgenson de verleiding niet weerstaan de symfonie mét bijnaam uit te geven.

Mede door de plotselinge dood van de befaamde componist (waarvan de oorzaak later werd vastgesteld als cholera) kwamen de geruchten rond een ‘programma’ er tóch: al bij de tweede uitvoering op 18 november 1893 probeerden mensen voortekenen van de dood in de muziek te horen.

Ze dachten ze te vinden in de geciteerde uit het Russisch-orthodoxe requiem in het openingsdeel en natuurlijk in de ongebruikelijk langzame Finale van de symfonie, met de intense ën aan het begin en de ontroerende noten aan het eind, alsof het licht langzaam uitgaat.

Biografie

Andris Nelsons, dirigent

Andris Nelsons was tist in het orkest van zijn geboortestad Riga ­voordat hij in 2001 naar Sint-Petersburg vertrok om directie te studeren bij ­Alexander Titov, gevolgd door privélessen bij Mariss Jansons. Hij werd achtereenvolgens chef-­ van de Letse Nationale Opera (2003-2007), de ­Nordwestdeutsche Philharmonie (2006-2009) en het City of ­Birmingham ­Symphony Orchestra (2008-2015).

Sinds seizoen 2014/2015 is Andris Nelsons ­music director van het Boston ­Symphony Orchestra en sinds februari 2018 ook Kapellmeister van het ­Gewandhausorchester Leipzig. Zijn twee orkesten werken verregaand samen, wat onder meer tot uiting komt in gezamenlijke cd-opnames.

producties leidde Andris Nelsons onder meer bij het Royal Opera House Covent Garden in Londen, de Wiener Staatsoper, de Metropolitan Opera in New York en de Bayreuther Festspiele. Als gastdirigent leidt hij gezelschappen als de Berliner en de Wiener Philharmoniker, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks en de New York Philharmonic.

Sinds augustus 2008 is Andris Nelsons bij het Concertgebouworkest een graag geziene gast: naast concerten in Amsterdam leidde hij het orkest veelvuldig op tournee. Bij de laatste samenwerking, in augustus 2020, stond Rachmaninoffs Tweede symfonie op de lessenaar.

Gewandhausorchester Leipzig, orkest

Het Gewandhausorchester Leipzig vierde in 2018 zijn 275ste verjaardag en was in april van dat jaar voor het laatst te gast in Het Concertgebouw. Andris Nelsons was toen net chef- geworden, de eenentwintigste in de orkesthistorie. De aanstelling van drie stadspijpers in 1479 was de start geweest van een ‘openbaar concertwezen’ in Leipzig. 

De officiële orkestgeschiedenis begint op 11 maart 1743 met ‘Das grosse Concert’ in Gasthaus ‘Zu den drei Schwanen’ – door zestien beroepsmusici, stadsmuzikanten en studenten.Vanaf 1766 ontstond er een samenwerking met de plaatselijke ‘komedie’, het theater waar reizende toneel- en groepen optraden, en in 1781 vond het eerste ‘Gewandhauskonzert’ plaats in wat oorspronkelijk een lakenhal was (het Duitse woord Gewand betekent ‘gewaad’, of ‘kleding’).

Mozart gaf daar in 1789 zijn enige concert in Leipzig, Clara Wieck debuteerde er als concertpianiste, Mendelssohn dirigeerde er premières van Schumann en Schubert, pianovirtuoos Liszt was te gast en Berlioz, Brahms en Wagner dirigeerden er eigen werk. Op 26 september 1840 riep de gemeenteraad het Gewandhausorchester uit tot stadsorkest en sindsdien speelt het ook bij diensten in Bachs Thomaskirche en in de Oper Leipzig.

Na de eerste ­buitenlandse concert­reis in 1916 – tijdens de Eerste Wereld­oorlog werd het orkest uitgenodigd door Zwitserland – ontwikkelde het Gewandhaus­orchester Leipzig een grote internationale reputatie; afgelopen november tourde het nog door Taiwan, Korea en Japan. Het orkest kende vele beroemde chef-­en, onder wie Arthur Nikisch, Wilhelm Furtwängler, Bruno Walter, Kurt Masur, Herbert Blomstedt en Riccardo Chailly.