Gavrylyuk, Stravinsky en debuut Pietari Inkinen bij het Concertgebouworkest
Serie A | In samenwerking met Holland Festival 20.15 uur
Koninklijk Concertgebouworkest
Pietari Inkinen dirigent
Alexander Gavrylyuk piano
begin van de pauze ca. 21.00 uur
einde van het concert ca. 22.10 uur
Inleiding en Meet the Artists
Voorafgaand aan het concert geeft Joel Ethan Fried, adjunct-directeur artistieke zaken van het Koninklijk Concertgebouworkest, een inleiding in de Koorzaal. Deze begint om 19.15 uur. Uw gratis kaartje hiervoor kunt u reserveren via de Concertgebouwlijn (0900-671 83 45; 1 euro per gesprek) of afhalen aan de kassa van Het Concertgebouw. Direct na het concert is er in de Spiegelzaal een afsluitende Meet the Artists. Joel Ethan Fried spreekt met dirigent Pietari Inkinen, pianist Alexander Gavrylyuk en een orkestmusicus.
Igor Stravinsky 1882-1971
Begrafenislied, op. 5 (1908)
eerste uitvoering door het Koninklijk Concertgebouworkest
György Kurtág 1926
Petite musique solennelle (2015)
en hommage à Pierre Boulez 90
Nederlandse première
Sergej Prokofjev 1891-1953
Eerste pianoconcert in Des gr.t., op. 10 (1911-12)
Allegro brioso
Andante assai
Allegro scherzando
pauze
Béla Bartók 1881-1945
Concert voor orkest (1943-45)
Introduzione: Andante non troppo – Allegro vivace
Giuoco delle coppie: Allegro scherzando
Elegia: Andante, non troppo
Intermezzo interrotto: Allegretto
Finale: Pesante – Presto
Toelichting
Igor Stravinsky 1882-1971
Begrafenislied
tekst: Martijn Voorvelt
Kort na de dood van Nikolaj Rimski-Korsakov in juni 1908 schreef diens jonge leerling Igor Stravinsky een symfonisch Begrafenislied te zijner nagedachtenis. Het werd in januari 1909 uitgevoerd in de van het conservatorium van Sint-Petersburg, en daar bleef het bij.
Stravinsky is er altijd van uitgegaan dat de verloren was gegaan tijdens de Revolutie van 1917, al vermoedde hij dat de orkestpartijen zich nog ergens moesten bevinden. ‘Ik wou dat iemand in Leningrad eens ging zoeken naar de partijen’, verzuchtte hij in de jaren vijftig, ‘want ik zou graag eens zien wat ik nu eigenlijk vlak voor De vuurvogel schreef.’
Maar in de Sovjet-Unie werd rommelen in oude bibliotheken niet aangemoedigd. Stravinsky’s Begrafenislied bleef 107 jaar lang verstopt tussen bergen verstoffend papierwerk.
Later zou Stravinsky zijn biograaf Robert Craft vertellen dat hij zich de noten niet meer kon herinneren, maar nog wel het idee achter het werk, ‘namelijk dat alle solo-instrumenten van het orkest achter elkaar aan langs de tombe van de meester schrijden, waarbij elk instrument zijn neerlegt als een krans tegen een diepe achtergrond van zacht gemurmel dat de vibraties van basstemmen in een koor simuleert.’
Na de ontmanteling van het Sovjetrijk zette musicologe en Stravinsky-specialist Natalya Braginskaya zoekacties op touw, die echter niets opleverden. Pas toen het conservatorium in de herfst van 2015 een grootschalige renovatie onderging vond een bibliothecaris Stravinsky’s orkestpartijen. Hij had de tegenwoordigheid van geest om Braginskaya te waarschuwen, die de vondst wereldkundig maakte tijdens een musicologencongres.
Na een historische uitvoering in het Sint-Petersburgse Mariinski Theater onder leiding van Valery Gergiev volgde een golf van premières in de eerste maanden van 2017.
Na Seoul en Singapore viel op 18 februari het Radio Filharmonisch Orkest de eer te beurt Stravinsky’s Begrafenislied uit te voeren onder leiding van Markus Stenz tijdens de NTR ZaterdagMatinee in Het Concertgebouw. Vandaag klinkt de tweede uitvoering in Nederland ooit.
György Kurtág 1926
Petite Musique Solennelle
tekst: Michiel Cleij
Je hoort het al in een paar seconden: György Kurtág is geen componist van het grote, dramatische gebaar. Zijn werk is ingetogen van sfeer en beknopt van vorm. Maar het is tegelijkertijd beladen muziek, vol innerlijk leven, gekleurd door de vele indrukken die de componist al vanaf zijn jeugd opdeed.
Hongaar van geboorte en opgegroeid onder Roemeens gezag studeerde hij in de jaren vijftig in Parijs bij Olivier Messiaen en Darius Milhaud. Het gevoel bij geen enkele (muziek)cultuur te horen stortte hem in een depressie; een uitweg vond hij in een extreme beperking van zijn muzikale expressie en het weglaten van alle uitweidingen en opsmuk.
Zijn doorbraak op de internationale concertpodia in de jaren 1980 dankte Kurtág vooral aan /componist Pierre Boulez. Ter gelegenheid van diens negentigste verjaardag in 2015 componeerde hij Petite musique solennelle, in opdracht van het Lucerne Festival: een indringend miniatuur waarin twee hoogbejaarde muzikale grootheden elkaar ontmoeten. Boulez overleed niet lang daarna, op 5 januari 2016.
Sergej Prokofjev 1891-1953
eerste pianoconcert
Als twintiger was Sergej Prokofjev een roemruchte verschijning in het Sint-Petersburgse muziekleven. Zijn compositorisch talent was onbetwist en zijn pianospel fenomenaal – maar de felheid waarmee hij die kwaliteiten demonstreerde schoffeerde de oudere garde.
Met beukende, motorische s en scherpe en sloeg Prokofjev, zoals een Russische criticus schreef, ‘de parfumflesjes van de aan diggelen’. Het schandaal dat zijn Scythische voor orkest in januari 1916 in Rusland ontketende deed nauwelijks onder voor het tumult rond Stravinsky’s Le sacre du printemps in Parijs, drie jaar eerder.
Curieus is dat hij tezelfdertijd de beminnelijke Klassieke symfonie componeerde. Dit soort ‘stijlbreuken’ maken Prokofjev zo’n boeiende componist: ’s morgens verguisd als een bedreiging van de goede smaak, en ’s middags een Haydn-achtig symfonietje serverend. Het is het gedrag van een kunstenaar die zich niets laat wijsmaken.
Voorproefjes van zijn modernisme gaf Prokofjev al tijdens zijn conservatoriumopleiding. De Rubinstein-competitie waarmee hij zijn laatste studiejaar afsloot won hij met het Eerste pianoconcert in Des groot – al was dat louter te danken aan zijn virtuoze pianospel en niet aan de compositie.
‘Deze man moet in een dwangbuis gehesen worden!’
In drie aaneengesloten delen wisselt Prokofjev monumentale tuttipassages af met onstuimige solopartijen en razernij met dromerigheid. Veel critici deden het werk bij de première af als oppervlakkige showmuziek.
Ook stoorden sommigen zich aan de massiviteit van het openingsgegeven, een dat na de introductie nog tweemaal opduikt (‘als een walvis’, aldus de componist), met een gewicht dat de tere lyriek van het middendeel dreigt te verpletteren.
Dat het stuk onevenwichtig was vond Prokofjev zelf achteraf ook, maar een controverse over de toekomst van de Russische muziek was geboren. Voorstanders prezen Prokofjev als een revolutionair, voor anderen was hij een boodschapper van de laatste dag. ‘Deze man’, schreef de Petersburger Gazet, ‘moet in een dwangbuis gehesen worden!’
Béla Bartók (1881-1945)
Concert voor orkest
Door Michiel Cleij
De zelfverkozen missie van Béla Bartók bracht hem bij zijn leven weinig succes. In zijn composities putte hij rijkelijk uit oeroude Balkanmuziek, maar niet op een nostalgische manier: hij accentueerde juist de ruwe randjes van die authentieke folklore, met een hoogst modern klankbeeld als resultaat. Tevens wilde hij bewijzen dat er heel wat culturele verwantschappen bestonden tussen buurlanden die elkaar voortdurend bestreden. Dat werd in zijn vaderland Hongarije niet gewaardeerd: Bartók was geen patriot. Het groeiende fascisme in Europa deed hem in 1940 naar Amerika emigreren, waar hij zich moeizaam op de been hield met het geven van pianorecitals en etnomusicologische lezingen. Veel belangstelling was er niet en hij werd nog ziek ook.
Zijn perspectieven verbeterden aanzienlijk toen Serge Koussevitzky hem verzocht een groot werk voor het Boston Symphony Orchestra te schrijven. Aan zijn oude vriend József Szigeti (die Koussevitsky op Bartók had geattendeerd) schreef de componist: ‘Door mijn herwonnen kracht kan ik die compositieopdracht realiseren – of misschien is het andersom.’ Het Concert voor orkest bleek een voltreffer. De kracht en vitaliteit van deze muziek is verbluffend; Bartók was doodziek toen hij eraan werkte. Ook heeft het werk speelse en humoristische trekjes die zijn sombere, serieuze en ‘koude’ imago in perspectief plaatsen.
Alles wat Bartóks idioom zo uniek maakt is aanwezig – Balkanritmes, schurende samenklanken en de karakteristieke, mysterieuze ‘nachtgeluiden’. Het is een werk waarin – aldus de componist – ‘de sfeer geleidelijk verandert... de strengheid van het eerste deel en het lugubere doodsgezang in het derde leiden tot een levenslustige finale’.
Origineel en speels is het (‘Spel van de paren’), waarin koppels van instrumenten – twee ten, twee hobo’s, twee klarinetten, twee fluiten en twee ten – beurtelings op de voorgrond treden, vaak met een griezelig mooi en ontroerend effect. Dergelijke passages maken duidelijk waarom Bartók voor de titel ‘concert’ koos: overal in het werk maken solisten en instrumentgroepjes zich los uit het geheel.
‘Koussevitsky is zeer enthousiast,’ schreef Bartók na de première, ‘hij vindt het zelfs het beste orkeststuk van de afgelopen vijfentwintig jaar – inclusief de werken van zijn idool Sjostakovitsj!’
Sjostakovitsj krijgt zelfs een knipoog: in deel vier citeert Bartók een je uit een van Franz Lehár dat Sjostakovitsj een jaar eerder met veel effect in zijn ‘Leningrad’-symfonie (de Zevende) had gebruikt. Je kunt het opvatten als een sneer naar een collega die meer succes had; maar, zei Bartóks zoon Peter jaren later, het was broederlijk bedoeld. Lehár was Hitlers favoriete componist, en Hitler was een gemeenschappelijke vijand.
Biografie
Pietari Inkinen, dirigent
Pietari Inkinen studeerde viool en directie aan de Sibelius Academie in Helsinki. Sinds zijn afstuderen in 2005 staat hij als gastdirigent voor orkesten over de hele wereld, waaronder de Staatskapelle Dresden, de Münchner Philharmoniker, het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia en het BBC Symphony Orchestra.
In 2013 viel hij op korte termijn in bij Australia voor een productie van Wagners Der Ring des Nibelungen. Deze eerste volledige ‘Ring’-cyclus ooit in Australië kreeg veel lof van de internationale pers. Eind 2016 werd de gehele cyclus hernomen.
In 2015 werd Pietari Inkinen benoemd tot chef- van het Symfonieorkest Praag alsook van de Ludwigsburger Schlossfestspiele, en begon tevens zijn achtste en laatste seizoen als artistiek leider van het New Zealand Symphony Orchestra, waar hij sindsdien honorair gastdirigent is.
Gedurende zijn dienstverband daar kreeg de Finse dirigent zowel van het publiek als van muziekcritici veel bijval voor zijn internationale tournees en zijn cd-registraties voor Naxos en EMI.
Vanaf het huidige seizoen is hij chef-dirigent van het Japan Philharmonic Orchestra, waar hij eerder vaste gastdirigent was. Met ingang van seizoen 2017/18 vervult bij dezelfde functie bij de Deutsche Radio Philharmonie. Pietari Inkinen dirigeert voor het eerst het Koninklijk Concertgebouworkest.
Alexander Gavrylyuk, piano
Alexander Gavrylyuk is geboren in Oekraïne en maakte op zijn negende zijn concertdebuut. Op zijn dertiende verhuisde hij naar Sydney, op zijn vijftiende won hij het Horowitz Internationaal Pianoconcours in Kyiv en een jaar later de Hamamatsu International Piano Competiton. In 2005 won hij de Gouden Medaille van het Arthur Rubinstein Concours in Tel Aviv en een jaar later maakte hij Berlijn tot zijn uitvalsbasis, totdat hij zich in Nederland vestigde.
Alexander Gavrylyuk werd uitgenodigd door de BBC Proms, de Hollywood Bowl, Mostly Mozart, het Klavier-Festival Ruhr en de Kissinger Sommer.
Hij soleerde bij de orkesten van New York, Los Angeles, Chicago, Dallas, San Francisco, Detroit, São Paulo, Sydney, Seoul en Tokio, het NDR Elbphilharmonie Orchester, Philharmonia, het Royal Scottish National Orchestra, het City of Birmingham Symphony Orchestra en het Australian Chamber Orchestra.
In de speelde hij met het Concertgebouworkest (voor het eerst in 2010), het Nederlands Philharmonisch Orkest en het Radio Filharmonisch Orkest en trad hij in 2016 en 2019 op met violiste Janine Jansen. s voeren de pianist de wereld over; zo had hij in seizoen 2023/2024 een residency met drie soloprogramma’s in Wigmore Hall in Londen en is hij momenteel in residence bij de Chautauqua Institution. In 2009 maakte Alexander Gavrylyuk zijn Nederlandse debuut in Het Concertgebouw in de serie Meesterpianisten, en zijn laatste optreden was op 13 april 2024 in de in een kwartet van Brahms en een et van Schubert samen met strijkers van Amsterdam Sinfonietta.
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest


