Gautier Capuçon en Frank Braley: Beethoven

Strijkers met Variatie 20.15 uur

Gautier Capuçon cello
Frank Braley piano

Ludwig van Beethoven 1770-1827

Zwölf Variationen
über ein Thema aus dem Oratorium
‘Judas Maccabäus’ von Händel
in G gr.t., WoO 45 (1796)

Sonate in A gr.t., op. 69 (1807-08)
Allegro ma non tanto
Scherzo: Allegro molto
Adagio cantabile – Allegro vivace

pauze

Sonate in C gr.t., op. 102 nr. 1 (1815)
Andante
Allegro vivace
Adagio. Tempo d’andante
Allegro vivace

Sonate in D gr.t., op. 102 nr. 2 (1815)
Allegro con brio
Adagio con molto sentimento d’affetto
Allegro fugato

begin van de pauze ca. 20.55 uur
einde van het concert ca. 22.00 uur

Toelichting

Ludwig van Beethoven 1770-1827

Händelvariaties

Tekst: Jos van der Zanden

Bij de Variaties op een van Händel van Ludwig van Beethoven hoort het jaar 1796, als de jonge componist samen met zijn mecenas Karl Lichnowsky een concertreis naar Praag, Dresden, Leipzig en Berlijn onderneemt. Hij treedt dan letterlijk in de voetsporen van de vijf jaar daarvoor gestorven Wolfgang ­Amadeus Mozart, die eerder precies dezelfde tour maakte.

De muziek­wereld beseft dat en daarom zal een Praagse commentator later bits schrijven: ‘Hij maakte indruk op onze oren, maar niet op ons hart, en daarom zal hij nooit een tweede Mozart worden.

In Berlijn wordt Beethoven uitgenodigd aan het Pruisische hof. Daar speelt hij met de hofcellist de variatiereeks op Händels koor See the Conqu’ring Hero Comes. De keuze voor Händel kan te maken hebben met het programma van de Berliner Singakademie, die kort tevoren Judas Maccabaeus had uitgevoerd.

Maar laten we een freudiaans niet helemaal uitsluiten: de ambitieuze, soms arrogante, van zelfvertrouwen ­blakende jonge componist wilde namelijk een visite­kaartje afgeven, en hoe kon dat beter dan met See the Conqu’ring Hero Comes! Het werd een gedenkwaardige reeks.

De iek in de openingsvaratie, voor piano solo, lijkt een hommage aan de levenslang door Beethoven bewonderde Händel. Aan grapjes ontbreekt het ook niet: in variatie 9 wordt de onoverwinnelijke held ironisch vereerd met een lamento.

Ludwig van Beethoven 1770-1827

Cellosonates

Tekst: Martijn Voorvelt

In Beethovens werken voor en piano zong de cello zich geleidelijk verder los van het klavier. Beethovens in A groot, 69 speelt een centrale rol in die ontwikkeling. Hoewel de (forte)piano in grote delen van deze sonate domineert en de cello nog altijd vaak de linkerhand van de piano volgt, wijzen andere passages vooruit naar de late sonates, waarin de twee instrumenten echt gelijkwaardig zijn.

De eerste maten zijn een statement: de cello begint solo en biedt de piano een e aan, opgebouwd uit motieven waarop al meteen gevarieerd kan worden. Er volgt een geraffineerde melodische wisselwerking tussen de twee instrumenten, die verder wordt uitgewerkt in het ritmisch interessante en de vrolijke finale.

Het werk is opgedragen aan baron Ignaz von Gleichenstein (1778-1828), een amateurcellist die in deze periode tot Beethovens belangrijkste ­supporters behoorde. Toen Beethoven overwoog Wenen te verlaten was het Von ­Gleichenstein die vermogende en opriep Beethoven van een stipendium te voorzien om ervoor te zorgen dat de componist zou blijven. Deze sonate was mogelijk een dankbetuiging.

In de twee sonates, 102, de enige substantiële werken die ­Beethoven voltooide in 1815, heeft de cello een gelijkwaardige rol ten opzichte van de piano gekregen. Het was een noviteit die onverminderd op onbegrip stuitte: de so­nates werden jarenlang beschouwd als originele, maar pretentieuze pianowerken met een onnodig ingewikkelde, opdringerige cellobegeleiding.

Dit sloot naadloos aan bij de heersende opinie dat de na 1810 door Beethoven ingeslagen weg een vergissing was. Zelfs Beethoven-­bewonderaar Adolf Bernhard Marx (1795-1866) schreef naar aanleiding van een uitvoering in 1824 dat deze ‘ongewone’ muziek ‘nauwelijks iemand zal bevallen, noch onder de kenners, noch – en nog veel minder – onder de leken’.

Het tweede deel van de  in D groot vond hij ‘een dat verstrikt is in een neerslachtige, bijna overspannen en zieke sfeer’. Wel gaf Marx toen al toe dat zijn houding tegenover de muziek nog zou kunnen veranderen. Dat gebeurde: in zijn Beethoven-­biografie uit 1859 schreef hij over hetzelfde deel dat het ‘ons van buiten aanspreekt en van ­binnen de ziel beroert’. Marx wist dat muziek soms tijd nodig heeft om begrepen te worden.

Biografie

Gautier Capuçon, cello

Gautier Capuçon soleerde bij leidende orkesten wereldwijd onder en als Gustavo Dudamel, Charles Dutoit, Christoph Eschenbach, Andrès Orozco-Estrada, Pablo Heras-­Casado, Paavo Järvi, Klaus Mäkelä, ­Andris Nelsons en Christian Thielemann.

Bij het Concertgebouworkest debuteerde hij in januari 2014 met SjostakovitsjEerste concert onder leiding van ­Semyon Bychkov; verder speelde hij in de met het Chamber Orchestra of Europe onder leiding van Bernard ­Haitink, het Luzerner Sinfonieorchester, het Gustav Mahler Jugendorchester, het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder leiding van Valery Gergiev en het Nederlands Philharmonisch onder leiding van Lorenzo Viotti.

In de speelde de cellist veelvuldig kamermuziek, onder meer in een ‘Weekend met’ in februari 2010 samen met zijn broer, de violist Renaud Capuçon, en voor het laatst in november 2016 met pianist Frank Braley. Op 6 november 2018 speelde hij al eens in het Batiashvili/Capuçon/Thibaudet kamermuziek in de (Sjostakovitsj, Mendelssohn en Ravel).

Naast zijn podiumcarrière is de Fransman oprichter van de Founda­tion Gautier Capuçon, die jonge talenten ondersteunt aan het begin van hun loopbaan. In de zomer van 2020 bracht hij door heel Frankrijk muziek bij het publiek met ‘Un été en France’, een project met jonge musici en dansers dat in 2024 zijn eerste lustrum vierde. Het instrument van de cellist is ‘L’Ambassadeur’, in 1701 gebouwd door Matteo Goffriller.

Frank Braley, piano

Frank Braley begon met pianospelen toen hij vier was. Zes jaar later trad hij voor het eerst op als solist, met het Orchestre Philharmonique de Radio France in de Salle Pleyel in Parijs. Op tweeëntwintigjarige leeftijd won de pianist in 1991 het Koningin Elisabeth Concours in Brussel.

Sinds die tijd is hij een graag geziene solist bij tal van grote orkesten, waaronder het London Philharmonic Orchestra, het Los Angeles Philharmonic Orchestra, het Leipziger Gewandhausorchester en het Orchestre de Paris. Ook voor het geven van s en kamermuziekoptredens reist de Fransman over de wereld.

Hij werkt graag samen met de broers Renaud en Gautier Capuçon, violist en cellist. Met hen nam hij onder meer s en ’s van Ravel op en was hij in november 2016 voor het laatst te gast in de van Het Concertgebouw. Naast zijn activiteiten op het podium en in de studio geeft Frank Braley les aan het conservatorium in Parijs, waar hij zelf ook zijn opleiding heeft genoten, en is hij sinds 2014 chef- van het Orchestre Royal de Chambre de Wallonie.