Gatti meets Zimmermann bij het Concertgebouworkest

Koninklijk Concertgebouworkest 
Daniele Gatti dirigent
Frank Peter Zimmermann viool

pauze ca. 21.00 uur
einde ca. 22.25 uur

Ludwig van Beethoven 1770-1827

Vioolconcert in D gr.t., op. 61 (1806) 
Allegro ma non troppo
Larghetto
Rondo: Allegro
cadensen (1e en 3e deel): Fritz Kreisler

pauze 

Johannes Brahms 1833-1897

Symfonie nr. 1 in c kl.t., op. 68 (1855-76) 
Un poco sostenuto, Allegro
Andante sostenuto 
Un poco allegretto e grazioso
Adagio – Più andante – Allegro non troppo ma con brio

Dit programma maakt deel uit van de series D en E. 

Het concert van 3 november wordt opgenomen door AVROTROS voor uitzending op zondag 5 november om 14.15 uur via NPO Radio 4.

Toelichting

Ludwig van Beethoven 1770-1827

Vioolconcert

tekst: Aad van der Ven

De zesentwintigjarige Franz Clement, beroemd violist en concertmeester van het Theater an der Wien, was voor geen kleintje vervaard.Hij moest de solopartij van het gloednieuwe Vioolconcert spelen, waarvan de tien jaar oudere Ludwig van Beethoven de twee dagen eerder pas had ingeleverd. Maar veel van de noten had Clement al eerder gezien. Beethoven had hem namelijk herhaaldelijk om advies gevraagd.

"Welke andere componist liet een soloconcert beginnen met een aantal paukenslagen?"

Wellicht was het mede aan deze al zo jong internationaal bekende violist te danken dat de componist zich hier in de solopartij in hogere toongebieden begeeft dan tot die tijd gebruikelijk was. Beethoven gaf het Weense concertpubliek in meer opzichten stof om over te praten, want welke andere componist liet een soloconcert beginnen met een aantal slagen?

Zij vormen het kloppende waarop het gehele eerste deel is gebaseerd. De spanning die ontstaat tussen dit ritme en de e, golvende ën verklaart wellicht iets van de geheimzinnige aantrekkingskracht van deze sirenenzang. 

Daarbij heeft de rijkdom aan versieringen, omspelingen en andere vlinderachtige passages geen moment een bravourekarakter. Een van Beethovens eigen hand ontbreekt, een gemis waarin inmiddels tal­rijke prominente violisten hebben voorzien, onder wie Joseph Joachim (die in 1895 met dit vioolconcert debuteerde bij het Concertgebouworkest!) en Fritz Kreisler.

Het middendeel is een statig Larghetto in , met gedempte strijkinstrumenten in het orkest en statische ën, die bijdragen aan de soberheid en de verhevenheid van deze muziek. De finale brengt de luisteraar terug op aarde, maar ook in dit dansbare deel hebben de geestdrift en de vreugde een transparante, gesublimeerde kwaliteit.

Johannes Brahms (1833-1897)

Eerste symfonie

Door Aad van der Ven

Beethoven had, toen hij tweeënveertig jaar was, al acht symfonieën op zijn naam staan, Johannes Brahms was op die leeftijd net toe aan zijn eerste.

Niet voor niets worden die twee namen vaak in één adem genoemd. ‘Je moest eens weten wat het betekent steeds de stappen van die reus achter me te horen’, schreef Brahms aan de Hermann Levi. Die ‘reus’ was dus Beethoven voor wie Brahms een grenzeloze bewondering had en die een intimiderende invloed op hem uitoefende.

Na voor het eerst naar Beethovens Negende symfonie in d klein te hebben geluisterd was Brahms totaal uit het veld geslagen. Zijn vrienden begrepen hem niet. Zij zagen in hem al vroeg een geboren ‘symfonicus’ en spoor­den hem aan na vele kamermuziek­werken en eren zich ook eens op dat genre te concentreren. De symfonie was in die tijd de ultieme toetssteen voor iedere componist.

Ook zijn uitgever wachtte met smart op een groot orkestwerk van Brahms’ hand. Pogingen waren er wel geweest. Voor de oorsprong van de Eerste symfonie in c klein, die de componist zijn ‘Schmerzenskind’ noemde, moeten we zelfs teruggaan tot 1854 toen Brahms een eerste schets op papier zette. Maar dat materiaal leende zich bij nader inzien meer voor een pianoconcert – het zou zijn 15 ­worden – dan voor een symfonie.

Dat Brahms zich moeilijk kon losmaken van de piano is begrijpelijk. Het klavier was bij uitstek zijn instrument. Zijn spel was volgens tijdgenoten formidabel en hij componeerde ook altijd aan of in elk geval in de nabijheid van het klavier.

"Je moest eens weten wat het betekent steeds de stappen van die reus achter me te horen"

Brahms over Beethoven 

De worsteling met de materie en de uiteindelijke victorie hebben zeker hun sporen achtergelaten in Brahms’ Eerste symfonie. De muziek blaakt althans in de snelle delen van energie en assertiviteit. Ook wanneer Brahms uitgesproken ernstig is, krijgt zelfbeklag nooit een kans. Eerder zal de componist dan de rug rechten.

Meteen de langzame inleiding van het eerste deel, met dreigende slagen onder moeizaam maar toch onverzettelijk omhoog kruipende, verstrengelde melodische lijnen, laat daarover geen twijfel bestaan. Door hun omvang en hun allure maken vooral het eerste en het laatste deel deze symfonie tot een werk dat tot de meest majestueuze onder Brahms’ composities behoort.

Tussen deze twee machtige symfonische zuilen bevindt zich een tweetal meer introverte, poëtische delen. Het sostenuto is gehuld in een sfeer van nostalgische verhevenheid, waarna het Un poco allegretto e grazioso het publiek met vloeiende ën op de finale voorbereidt.

Het slotdeel mondt uit in een non troppo, waarvan het brede, hymnische wel vergeleken is met Beethovens Ode an die ­Freude. Een statige en tegelijk glorieuze melodie – Brahms zoals alleen Brahms kan zijn – vormt de uiteindelijke bekroning. 

Biografie

Frank Peter Zimmermann, viool

De in Duisburg geboren Frank Peter Zimmermann kreeg vanaf zijn vijfde muziekles van zijn moeder, gaf zijn eerste openbare concert op zijn tiende en won een jaar later het concours ‘Jugend musiziert’. Later studeerde hij bij Valery Gradov, Saschko Gawriloff en Herman Krebbers.

Een belangrijk moment in zijn vroege carrière was zijn debuut bij de Berliner Philharmoniker in 1981 met Mozarts Derde vioolconcert, KV 216. Sindsdien treedt de violist wereldwijd op.

Ook bij het Concertgebouworkest was hij, sinds zijn debuut in 1990, vele malen te gast, voor het laatst in maart 2024 met het Vioolconcert van Elgar onder leiding van Daniel Harding. Naast werk uit het verleden speelt Frank Peter Zimmermann ook graag nieuwe muziek; zo bracht hij met het London Philharmonic Orchestra en Jaap van Zweden het Tweede vioolconcert van Magnus Lindberg in première en schreven componisten als Brett Dean, Peter Eötvös, Matthias Pintscher en Augusta Read Thomas nieuw werk voor hem. ­

s gaf Frank Peter Zimmermann met partners als Christian Zacharias, Enrico Pace en Emanuel Ax. Onder zijn recente cd-opnames zijn werken van Stravinsky, Martinů en Bartók met de ­Bamberger Symphoniker en Jakub Hrůša, de Son­ates en parti­ta’s voor viool solo van Bach en de complete Beethovenso­nates met pianist Martin Helmchen. Frank Peter Zimmermann bespeelt de Stradivarius ‘Lady Inchiquin’ uit 1711.

Daniele Gatti, dirigent

Afgelopen augustus begon ­Daniele Gatti als chef- van de Sächsische Staatskapelle Dresden; in 2000 stond hij er voor het eerst op de bok.

Daniele Gatti is daarnaast chef-dirigent van het Teatro del Maggio Musicale Fiorentino, music director van het Orchestra Mozart en – sinds 2016 – artistiek adviseur van het Mahler Chamber Orchestra.

Als gastdirigent wordt hij uitgenodigd door de Berliner Philharmoniker, het ­Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks en het Orchestra Filarmonica della Scala.

Van 2016 tot en met 2018 was hij chef- van het Concertgebouworkest. Eerder leidde hij het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia in Rome (1992–97), het Royal Philharmonic Orchestra in Londen (1996-2009), het Teatro Comunale in Bologna (1997–2007), het Orchestre National de France (2008-2016) en het Opernhaus Zürich (2009-12).

Bij het Royal Ope­ra House Covent Garden was hij van 1994 tot 1997 eerste gastdirigent. In La Scala in Milaan debuteerde hij op zijn 27ste, hij dirigeerde producties bij de Wiener Staatsoper en de Metropolitan Opera in New York, leidde tot 2022 het Teatro dell’Opera di Roma en was meermaals te gast op de Bayreuther Festspiele en de Salzburger Festspiele.

Daniele Gatti werd geëerd met de Grande Ufficiale al Merito della Repubblica Italiana en kreeg in 2015 de Premio Franco Abbiati. In Frankrijk kreeg hij in 2016 de eretitel Chevalier de la Légion d’Honneur.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest