Gatti meets Jansen: Bruch en Mahler bij het Concertgebouworkest
Koninklijk Concertgebouworkest
Daniele Gatti dirigent
Janine Jansen viool
pauze ca. 20.45 uur
einde ca. 22.15 uur
Dit programma maakt deel uit van de serie B.
Het concert van 11 januari wordt opgenomen door AVROTROS voor uitzending op zondag 21 januari om 14.00 via NPO Radio 4.
Een opname van het Eerste vioolconcert van Bruch uitgevoerd door Janine Jansen
Max Bruch 1838-1920
Eerste vioolconcert in g kl.t.,
op. 26 (1866-67)
Vorspiel: Allegro moderato
Adagio
Finale: Allegro energico
pauze
Gustav Mahler 1860-1911
Symfonie nr. 1 in D gr.t.,
‘Titan’ (1884-88, revisie 1906)
Langsam, schleppend (Wie ein Naturlaut) –
Im Anfang sehr gemächlich
Kräftig bewegt, doch nicht zu schnell –
Trio: Recht gemächlich
Feierlich und gemessen, ohne zu schleppen
Stürmisch bewegt
Toelichting
1866-67
Bruch: Eerste vioolconcert
tekst: Henriëtte Sanders
Max Bruch was bevriend met Johannes Brahms en net als hij in principe klassiek georiënteerd, waarbij hij vasthield aan traditionele vormprincipes. Maar Bruch werd als componist eigenlijk door Brahms overschaduwd.Bruchs werken, waaronder twee vioolconcerten, drie symfonieën en diverse Konzertstücke voor strijkinstrumenten en orkest, ’s, koor- en kamermuziek, raakten in de vergetelheid.
Enerzijds door het feit dat men hem rond de eeuwwisseling als ouderwets beschouwde, anderzijds doordat men hem in de nazitijd – onterecht – als joods beschouwde vanwege zijn compositie voor en orkest, Kol nidrei. Bovendien heeft zijn Eerste vioolconcert in g klein, dat samen met de concerten van Mendelssohn, Brahms en Tsjaikovski tot de negentiende-eeuwse topcomposities voor viool en orkest is blijven behoren, zijn andere werken overvleugeld. Het Eerste vioolconcert kent een gecompliceerde ontstaansgeschiedenis.
Bruch begon het werk in 1865, maar na de première van de eerste versie in 1866 in Koblenz, waar de componist vijf jaar lang de functie van muziekintendant bekleedde, bracht hij vele veranderingen aan. Hij vroeg hiervoor in het bijzonder raad aan Joseph Joachim, de belangrijkste violist van de negentiende eeuw, die tevens componeerde. Aan hem droeg Bruch zijn Eerste vioolconcert op.
Het concert verwierf zo’n grote populariteit dat Bruch er zich later in zijn leven in een brief aan de uitgever Simrock over beklaagde. Hij schreef dat hij genoodzaakt was grof te worden tegen iedereen die bij hem kwam om het vioolconcert: ‘Ik kan dat concert niet meer horen – heb ik alleen dit ene geschreven? Wegwezen, en eens en voor alles, speel de andere concerten, die minstens zo goed zijn, zo niet beter.’
Het Eerste vioolconcert heeft een bijzondere vorm: het eerste deel, dat met een roffel begint, draagt het opschrift ‘Vorspiel’ en leidt zonder pauze het e tweede deel in, het pièce de résistance van het werk. In Bruchs werken staan passie, melodische charme, sonore k en orkestklank centraal, ook in de virtuoze passages waarmee aan het begin van het concert in het eerste de viool met het orkest afwisselt. Het zangerige thema van het eerste deel en vooral de thema’s van het extatisch zingende vormen prachtige voorbeelden van Bruchs uitbundige, romantische stijl.
De virtuoze Finale heeft het karakter van een Hongaarse dans, waarschijnlijk met de gedachte aan de Centraal-Europese folklore in het Tweede vioolconcert, in ungarischer Weise (1861) van de in Hongarije geboren Joachim. Dat Bruch zelf geen violist was, is aan zijn werken voor viool en orkest niet te horen. Wel dat hij van het instrument hield, omdat ‘het een kan zingen, en melodie is de ziel van de muziek’.
1906
Mahler: Eerste symfonie
tekst: Onno Schoonderwoerd
Gustav Mahler werd geboren in het Boheemse dorpje Kalischt (Kalište), op de grens met Moravië, als zoon van een Duits-Joodse handelaar in spiritualiën. Zijn jeugd bracht hij door in de nabijgelegen garnizoensstad Iglau – na 1918 Jihlava geheten – net over de Moravisch-Boheemse grens. Iglau kende de voor de hele regio opmerkelijke mix van (onder andere) Slavische, Duitse en Joodse bevolkingsgroepen.
Gustav, vrolijk gadegeslagen door de marktkoopvrouwen, trad er op met zijn mondharmonica
Gustavs zangstem viel al vroeg op in de synagoge. Hij vond zijn inspiratie op straat, of liever gezegd op de markt. Daar klonk de muziek van boeren en zigeuners en bliezen de militaire kapellen hun repertoire. Gustav, vrolijk gadegeslagen door de marktkoopvrouwen, trad er op met zijn . Met het grootste gemak speelde hij eren, militaire en en signalen na.
Mahler was een kind van zijn omgeving. Dat suggereert alleen al zijn onvoltooide jeugdopera Rübezahl, naar het dikwijls vertelde sprookje De geest van het Reuzengebergte. Als was hij een vurig pleitbezorger van het werk van Smetana en Dvořák.
Toen hij de eerste versie van zijn Eerste symfonie schreef, was Mahler in de twintig, en had hij als zijn vleugels nog maar net uitgeslagen: hij werkte in achtereenvolgens Kassel (1883), Praag (1885) en Leipzig (1886). Er lijkt dan ook weinig op tegen om in de natuurgeluiden in het openingsdeel de herinnering aan de rust van het Moravische platteland te willen herkennen, en in de verre signalen de oefeningen van de soldaten op de stadsmuren van Iglau.
Maar als zijn Eerste symfonie ergens op duidt, dan is het de ongekende pluriformiteit van de landstreek. Een herinnering aan de processies in de straten (de geruchtmakende begrafenismars in deel drie); aan de chassidisch-joodse musici die wereldlijke eren, militaire muziek en niet-Joodse volksmuziek omsmeedden tot een geheel eigen geestelijk repertoire (de beroemde ‘Vader Jacob’- in een ‘Joods’ aandoend ); en aan de straatmuzikanten achteraan de stoet, die met hun ‘zigeunerse’ ’s de bedrukte stemming konden doen verwaaien.
Mahler had grote bewondering voor Tsjaikovski, wiens muziek evenzeer is gebouwd rond de vermenging van muzikale stijlen van verschillende sociale achtergronden
Deel twee heeft het karakter van een ländler en, in het -gedeelte, een Wienerische – het ‘beter gesitueerde’ stadse broertje van de ländler. Na de ongekend stormachtige opening van het vierde deel ten slotte – een ‘schreeuw uit een verscheurd hart’, aldus Mahler, maar tegelijkertijd een enorme uitbarsting van natuurgeweld – klinkt een melancholieke, soepele zangmelodie (‘sehr gesangvoll’).
Onwillekeurig doet die aan Pjotr Iljitsj Tsjaikovski denken. Zo vreemd is die vergelijking niet. Mahler had grote bewondering voor de Rus, wiens muziek evenzeer is gebouwd rond de vermenging van muzikale stijlen van verschillende sociale achtergronden. En waar in Tsjaikovski’s ’s en symfonieën de mens onlosmakelijk is verweven met het alomtegenwoordige noodlot, verbindt Mahler in zijn Eerste symfonie de mens met de natuur die hem omringt.
Het hoofdthema van het eerste deel refereert aan Ging heut’ morgen übers Feld uit Mahlers Lieder eines fahrenden Gesellen; vanaf dat moment wordt de mens met de natuur geconfronteerd. En als onderbreking van de begrafenismars in het derde deel speelt het orkest – ‘wie eine Volksweise’, aldus de – het slot van Die zwei blauen Augen von meinem Schatz, opnieuw uit de Fahrenden Gesellen-cyclus.
Van deze heeft men inmiddels een Joodse oorsprong kunnen vaststellen. Dergelijke citaten uit een voor Mahler zo belangrijk werk – hij schreef de liederen na een hopeloze liefde voor een zangeres – lijken nog eens te onderstrepen hoezeer de symfonie voor Mahler een reis door ‘memory lane’ betekende.
Biografie
Janine Jansen, viool
In oktober 1999 stond Janine Jansen in de als Rising Star en in mei 2000 in de serie Jonge Nederlanders. In 2003 verscheen haar debuut-cd, richtte ze haar Internationaal Kamermuziek Festival Utrecht op én won ze de Nederlandse Muziekprijs. Het jaar erop maakte ze een dubbel debuut bij het Concertgebouworkest, waar ze meermaals terugkeerde en in 2020/2021 artist in residence was.
Die positie heeft ze in het huidige seizoen bij de Berliner Philharmoniker. Het Swedish Radio Symphony Orchestra presenteert haar dit seizoen bovendien als ‘artist in focus’. Seizoen 2025/2026 behelst ook tournees met het Concertgebouworkest en Klaus Mäkelä, met het London Symphony Orchestra en Antonio Pappano en met het Tonhalle-Orchester Zürich en Paavo Järvi, en met de Camerata Salzburg reisde Janine Jansen naar Azië.
recitals met Martha Argerich en Mischa Maisky zijn er dit seizoen in Wenen, Luzern en Tokio, en duorecitals met Denis Kozhukhin of Sunwook Kim in Azië en Europa. Janine Jansen kreeg onder meer de Concertgebouw Prijs (2013) en de Johannes Vermeer Prijs (2018). Ze groeide op in een muzikaal gezin, studeerde bij Coosje Wijzenbeek, Philipp Hirshhorn en Boris Belkin en geeft sinds november 2023 les aan de Kronberg Academy.
De violiste bespeelt de ‘Shumsky-Rode’-Stradivarius uit 1715. Haar vorige optreden in de Eigen Programmering was op 11 september 2024 De vier jaargetijden van Vivaldi met Amsterdam Sinfonietta, en op 14 augustus 2025 stond ze samen met het Concertgebouworkest en Klaus Mäkelä voor het laatst in de .
Daniele Gatti, dirigent
Afgelopen augustus begon Daniele Gatti als chef- van de Sächsische Staatskapelle Dresden; in 2000 stond hij er voor het eerst op de bok.
Daniele Gatti is daarnaast chef-dirigent van het Teatro del Maggio Musicale Fiorentino, music director van het Orchestra Mozart en – sinds 2016 – artistiek adviseur van het Mahler Chamber Orchestra.
Als gastdirigent wordt hij uitgenodigd door de Berliner Philharmoniker, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks en het Orchestra Filarmonica della Scala.
Van 2016 tot en met 2018 was hij chef- van het Concertgebouworkest. Eerder leidde hij het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia in Rome (1992–97), het Royal Philharmonic Orchestra in Londen (1996-2009), het Teatro Comunale in Bologna (1997–2007), het Orchestre National de France (2008-2016) en het Opernhaus Zürich (2009-12).
Bij het Royal Opera House Covent Garden was hij van 1994 tot 1997 eerste gastdirigent. In La Scala in Milaan debuteerde hij op zijn 27ste, hij dirigeerde producties bij de Wiener Staatsoper en de Metropolitan Opera in New York, leidde tot 2022 het Teatro dell’Opera di Roma en was meermaals te gast op de Bayreuther Festspiele en de Salzburger Festspiele.
Daniele Gatti werd geëerd met de Grande Ufficiale al Merito della Repubblica Italiana en kreeg in 2015 de Premio Franco Abbiati. In Frankrijk kreeg hij in 2016 de eretitel Chevalier de la Légion d’Honneur.
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest


