Gabrieli Consort and Players: Bach en Händel

Koorserie 20.15 uur

Gabrieli Consort and Players
Paul McCreesh dirigent

Johann Sebastian Bach 1685-1750

Motet ‘Jesu, meine Freude’,
BWV 227 (1723)

Motet ‘Singet dem Herrn ein neues Lied’, 
BWV 225 (1726-27)

pauze

Georg Friedrich Händel 1685-1759

Dixit Dominus, HWV 232 (1707)
Dixit Dominus
Virgam virtutis
Tecum principium
Juravit Dominus
Tu es sacerdos
Dominus a dextris tuis
De torrente in via bibet
Gloria patri et Filio

begin van de pauze ca. 20.50 uur
einde van het concert ca. 22.00 uur

teksten gratis verkrijgbaar aan de zaal

Toelichting

bach en händel

tekst: Marcel Bijlo

De twee allergrootste componisten uit de werden allebei in 1685 geboren in het oosten van Duitsland. Johann Sebastian Bach in Eisenach en Georg Friedrich Händel in Halle. Beiden zijn ze in hun vroegste jeugd gevormd door de Duitse protestantse kerkmuziektraditie. Bach kwam, met vele familieleden die muzikaal actief waren, in een gespreid bedje terecht en Händel had goede leraren in Halle.

Maar de manier waarop de twee zich vervolgens ontwikkelden was zeer verschillend. Händel trok al op twintigjarige leeftijd naar Italië en zou later in Engeland belanden, Bach verliet Duitsland nooit en werkte in Arnstadt, Mühlhausen, Weimar, Cöthen en vanaf 1723 tot zijn dood in 1750 als Thomascantor in Leipzig. We horen vandaag twee motetten van Bach en een psalmzetting van Händel, muziek die tot de absolute top behoort van het ke koorrepertoire.

Johann Sebastian Bach 1685-1750

motetten

Bach schreef in zijn lange Leipzigse periode niet alleen ruim tweehonderd kerkcantates maar ook motetten. Het motet was in de Lutherse liturgie een genre dat voorbehouden was voor bijzondere gelegenheden, zoals uitvaarten. We hebben van Bach nog zes motetten (BWV 225-230), maar hij zal er zeker meer hebben gecomponeerd. Het was een vrije vorm, niet gebonden aan bepaalde schriftlezingen, en Bach selecteerde zelf de teksten. Daarbij maakte hij gebruik van bijbelfragmenten, koralen van Luther of andere kerkliederen die in Leipzig bekend waren en psalmgedeelten waarmee hij een speciale band had.

Bach was, meer dan wie ook van zijn collega’s, theologisch zeer goed onderlegd en hij moet een enorme kennis hebben gehad van het werk van Luther. Hij had meerdere complete edities van Luthers werken in zijn boekenkast staan en voorzag die vaak van zeer persoonlijke aantekeningen waaruit we veel kunnen leren over Bachs geloofsbeleving en over zijn ideeën over hoe hij die in zijn muziek gestalte kon geven.

In muzikaal opzicht greep Bach in zijn motetten, meer eigenlijk dan in zijn s, terug op voorbeelden uit het verleden waarbij de motetten van zijn oudere familieleden een heel belangrijke inspiriatiebron vormden. Bach waardeerde de werken van zijn voorgangers bijzonder en hij verzamelde er zo veel mogelijk van. Net als de motetten van Bachs voorvaderen zijn ook die van Bach zelf in de eerste plaats koorstukken en in principe uit te voeren. Instrumenten kunnen colla parte meespelen, dan verdubbelen ze de koorstemmen maar hebben geen zelfstandige partijen.

De motetten zijn het enige deel van Bachs vocale oeuvre waarvan we zeker weten dat ze, in tegenstelling tot de cantates en passies, een ononderbroken uitvoeringstraditie hebben. Ze werden ook na Bachs dood in Leipzig nog gezongen en zo kon het dus gebeuren dat Wolfgang Amadeus Mozart, in 1789 op bezoek in Leipzig, kennismaakte met Bachs motet Singet dem Herrn ein neues . Hij was er zeer enthousiast over en dacht dat hij er veel van zou kunnen leren. Het week natuurlijk sterk af van alles wat Mozart aan kerkmuziek kende. 

Het motet is dubbelkorig, wat dat betreft staat het in de traditie van Heinrich Schütz en Bachs voorouders, Maar Bach laat de twee koren doorlopend van functie veranderen. In het middendeel doet hij iets wat hij in zijn s en passies ook zo vaak doet: hij brengt een scheiding aan tussen het individu en het collectief. In de cantates laat hij dan vaak een , het individu, vergezeld gaan van een , het collectief. In Singet dem Herrn ein neues  gebruikt hij daarvoor de twee vierstemmige koren: het ene koor zingt een koraalmelodie, het andere een vrije compositie. In het derde deel, een wervelende , dikt Bach het stemmenweefsel in door de twee koren samen te voegen waardoor de klank ineens dubbel zo krachtig wordt. Hier is de lofprijzing compleet.

Jesu meine Freude is veel ingetogener. Dit motet werd gecomponeerd voor een uitvaart en is gebaseerd op het kerklied Jesu meine Freude van Johann Franck uit 1631. Het werk is vijfstemmig, geen dubbelkorigheid dus hier, en de verschillende coupletten van het oorspronkelijke kerklied wisselt Bach af met vrijere gedeelten. Hij splitst het vijfstemmige koor soms uit in twee- of driestemmigheid. De toon van dit motet is sober en deemoedig. Een wereld van verschil met Singet dem Herrn ein neues Lied, dat tot Bachs meest uitbundige koorcomposities behoort.

Georg Friedrich Händel 1685-1759

dixit dominus

Uitbundigheid horen we ook in het Dixit Dominus van Händel. Dit werk dateert uit de tijd dat Händel als jongeman in Rome werkte, waar hij zich razendsnel tot publiekslieveling had ontpopt met zijn s en oratoria. Het Dixit Dominus componeerde hij in april 1707 en het is één van Händels zeer zeldzame werken uit deze vroege periode met een belangrijke rol voor het koor.

In de oratoria die Händel in Rome schreef speelt het koor geen rol, in tegenstelling tot zijn latere Engelse oratoria. Sterker: in het Dixit Dominus zijn de solistische bijdragen eigenlijk zeer bescheiden en ze zijn wat virtuositeit betreft geen partij voor Händels cantates. Het ligt dan ook voor de hand dat de solisten voor dit werk gewoon uit het koor naar voren kwamen en geen echte diva’s waren.

Ondanks het feit dat hij er nog nauwelijks ervaring mee had kunnen opdoen, behalve een paar stukken kerkmuziek uit zijn zeer vroege jaren in Duitsland, had Händel ook in 1707 al een heel duidelijk idee hoe hij voor koor moest componeren en eigenlijk legde hij, zoals in alle genres die hij toen beoefende, al de basis voor wat hij later voor koor zou schrijven. Waarschijnlijk is het Dixit Dominus onderdeel geweest van een vesperdienst waarin ook andere composities van Händel klonken, op 16 juli 1707 in de karmelietenkerk Santa Maria di Monte Santo.

Händel verdeelt de psalmtekst in een groot aantal losse muzikale fragmenten voor solisten of koor. Daarbij gebruikt hij het hele scala aan uitdrukkingsmiddelen die we ook in zijn Engelse oratoria horen. Hij kan het koor laten zuchten, collectief laten stotteren en uitbundig laten jubelen zoals verder alleen Bach dat kon. De karmelieten moeten over een uitstekend koor beschikt hebben, want Händel vraagt nogal wat van de zangers. De contrasten tussen de delen zijn groot en het werk culmineert in een indrukwekkende koorfuga op Amen.

Biografie

Gabrieli Consort and players

Het Gabrieli Consort and Players komt voort uit een groep zangers en instrumentalisten die in 1982 voor het eerst bij elkaar werden gebracht door oprichter en artistiek leider Paul McCreesh. Het gezelschap legde zich in eerste ­instantie toe op de vertolking van oude muziek; dit streven naar een authentieke uitvoeringspraktijk gaat gepaard met grondig bronnenonderzoek, en de orkestleden bespelen historische instrumenten.

De afgelopen decennia werd het repertoire opgerekt tot aan de muziek van later eeuwen, inclusief de meesterwerken uit de traditie, -muziek en reconstructies van historische muzikale evenementen. Baanbrekend was de reconstructie van de kroningsmis van 27 april 1595 voor Doge Marino Grimani, in 1990 uitgebracht onder de titel A Venetian Coronation, met muziek van oom Andrea en neef Giovanni Gabrieli. Een nieuwe versie zag het licht in 2013 onder de titel A New Venetian Coronation en werd bekroond met een Gramophone Award.

Het educatieve programma van het Gabrieli Consort and Players heet Gabrieli Roar en geeft jonge getalenteerde musici de kans te leren van ervaren collega’s. In de Eigen Programmering van Het Concertgebouw was het Gabrieli Consort and Players voor het laatst te gast in november 2007 met een concertante uitvoering van Händels Acis and Galatea.

Paul McCreesh, dirigent

Paul McCreesh was in 1982 oprichter van het Gabrieli Consort and Players en is sindsdien artistiek leider van dit gezelschap. Naast zijn werk met zijn eigen ensemble is hij als gast­ actief met tal van orkesten. Daaronder waren recentelijk het Gewandhausorchester Leipzig, het Konzerthausorchester Berlin, het Sydney Symphony Orchestra en het Filharmonisch Orkest van Hong Kong.

De dirigent onderhoudt nauwe banden met het Saint Paul Chamber Orchestra en het Kammerorchester Basel, en van 2013 tot 2016 was hij muzikaal-artistiek leider van het Gulbenkian Orchestra in Lissabon. In het huidige seizoen keert hij tweemaal terug naar dit laatstgenoemde gezelschap.

Paul McCreesh is ook als dirigent geliefd. Hij leidde producties van onder meer de Koninklijke Deense Opera, de Opéra Comique in Parijs en De Vlaamse Opera. In het seizoen 2015/16 dirigeerde hij bij de Nationale Opera in Bergen opvoeringen van Brittens A Midsummer Night’s Dream. Paul McCreesh maakte vele opnamen, bekroond met onderscheidingen als de Diapason d’Or en de Gramophone Award.

De laatste keer dat hij met zijn eigen gezelschap te gast was in Het Concertgebouw was in november 2007 met een uitvoering van Acis and Galatea van Händel.