Gabriela Montero en het Noord Nederlands Orkest met Grieg en Bruckner
Noord Nederlands Orkest
Eivind Gullberg Jensen dirigent
Gabriela Montero piano
Dit concert maakt deel uit van de serie Klassieke Meesterwerken.
Lees ook het interview met Gabriela Montero.
Edvard Grieg (1843-1907)
Pianoconcert in a kl.t., op. 16 (1868, rev. 1907)
Allegro molto moderato
Adagio
Allegro moderato molto e marcato
pauze ± 20.50 uur
Anton Bruckner (1824-1896)
Symfonie nr. 4 in Es gr.t. ‘Romantische’ (1874, rev. 1878-80/Nowak)
Bewegt, nicht schnell
Andante, quasi allegretto
Scherzo: Bewegt – Trio: Nicht zu schnell. Keinsfalls schleppend
Finale: Bewegt, doch nicht zu schnell
einde ± 22.20 uur
Toelichting
Edvard Grieg 1843-1907
Grieg: Pianoconcert
Door Stephen Westra
25 jaar oud was Edvard Grieg toen hij zijn Pianoconcert in a klein schreef. Jong dus, aan het begin van zijn carrière. Dermate aan het begin zelfs, dat hij aanvankelijk niet met zijn grote liefde Nina Hagerup mocht trouwen omdat vader Hagerup hem zag als de zoveelste artistiekeling die het niet ver zou schoppen. Het was een tijd waarin de componist dus wel wat aanmoediging kon gebruiken. En plotseling kwam die. Eerst door het succes van een van zijn eren, Jeg elsker dig (‘Ik hou van jou’) – uitgerekend door de prachtige vertolking van Nina Hagerup – maar ook in de vorm van een brief. ‘Zeer geachte heer,’ begon die, ‘het is mij zeer aangenaam mijn oprechte vreugde uit te spreken die het doorlezen van uw [viool] 8 mij heeft geschonken. Zij getuigt van een sterk, intelligent, vindingrijk, voortreffelijk gedisponeerd compositietalent [...].’ Was getekend: ‘Rome, 29 dec. ’68. F. Liszt.’
Een enorme opsteker voor de jonge Grieg, dergelijke woorden van een muziekautoriteit als Franz Liszt. Hij besloot de banden met de grote man te verstevigen en reisde af naar Rome, waar Liszt woonde. In zijn koffer had hij zijn nieuwe pianoconcert. Zoals te verwachten was Liszt daar bar benieuwd naar. ‘[Liszt] speelde het concert van blad, het eerste deel iets te snel,’ schreef Grieg later aan zijn ouders, en vervolgde, opgetogen: ‘Een verrukkelijke episode mag ik niet vergeten: tegen het slot van de finale wordt het tweede […] in een groot fortissimo herhaald. In de allerlaatste maten, waar de eerste noot van de eerste triool, een gis, in het orkest tot g wordt gealtereerd […] hield hij plotseling op, verhief zich in zijn volle lengte, verliet de piano, liep met theatrale stappen en opgeheven arm naar de grote kloosterhal en loeide letterlijk het thema. Bij de bewuste g strekte hij gebiedend als een imperator de arm en riep: ‘G, g, niet gis! Fameus! Dat is echte Zweedse punch!’
Eén zo’n g, zo’n niet-gis: wat kan daar nou zo bijzonder aan zijn? De noot die Liszt zo bewonderde, heeft een enorm effect: hij klinkt erg origineel omdat hij buiten de westerse van toen viel. Binnen dit hoogromantische pianoconcert – als voorbeeld gebruikte Grieg het Pianoconcert in a klein (voltooid in 1854) van Robert Schumann – duikt ineens een rudiment op van lang vervlogen tijden, voor de duur van enkele seconden leven we 2000 jaar geleden. Op een plek waar je de zogenaamde leidtoon (gis) naar de grondtoon (a) verwacht, grijpt Grieg terug naar een toonladder die dateert uit de tijd dat de klassieke - en ladders nog niet bestonden, namelijk naar de tijd van het antieke Griekenland, naar de mixolydische toonladder. Deze en andere oude toonladders zwierven in de negentiende eeuw nog rond in allerlei delen van Europa, van afgelegen gebieden als het Spaanse binnenland tot in Scandinavië, waar Grieg ze ongetwijfeld had opgepikt. Hij was een man met open oren en zal ze hebben gehoord op zijn zoektochten naar de volksmuziek van zijn geboorteland Noorwegen. In zijn Pianoconcert benut hij de aloude mixolydische toonladder optimaal op het dramatische hoogtepunt.
Anton Bruckner 1824-1896
Vierde symfonie
Door Stephen Westra
Voer voor romantici, Anton Bruckners Vierde symfonie. De componist schreef het er zelf boven: ‘Symfonie nr 4 ‘Romantische’.’ In een brief aan een goede vriend was hij bepaald kwistig met allerlei associaties die hij bij het eerste deel had, dat zo sprekend opent met strijkers’s en een solo: ‘Mittelalter Stadt – Morgendämmerung – von der Stadttürmen ertönen Morgenweckrufe – die Türe öffnen sich – auf stolzen Rossen sprengen die Ritter hinaus ins Freie; der Zauber des Waldes umfängt sie – Waldesrauschen – Vogelgesang – und so entwickelt sich das ganze romantische Bild [...].’
De Vierde was de eerste symfonie waar Bruckner eens echt voor beloond werd
Dat klinkt als een soort catechismus van de – althans van een bepaalde variant daarvan, namelijk de nostalgische hang naar de geïdealiseerde Middeleeuwen. Een wereld die je ook vindt in ’s van Richard Wagner, voor wie Bruckner grote bewondering had. Voor wie nog meer auditieve handvatten wenst: Bruckner noteerde in de tweede versie van 1878/80 bij het – met andermaal een hoornsignaal – ‘Jagdthema’ en ‘Tanzweise während der Mahlzeit der Jagd’, en bij de finale ‘Volksfest’.
Bruckner heeft deze beschrijvingen verder niet naar buiten gebracht, de romantische verbeelding van de luisteraar dient immers niet aan banden gelegd; bovendien zei hij later soms weer andere dingen. En zo kon de musicoloog Alfred Einstein naar aanleiding van juist deze Vierde symfonie Bruckner ook beschrijven als ‘een romanticus van de hoogste orde [...] voor zover hij zuivere klanken tot grondslag van zijn symfonieën maakte en hierdoor [met deze symfonie] zijn meest harmonieuze werk schiep, dat bijna volledig bestaat bij de gratie van pure klankschoonheid.’ Goede, eerlijke muziek heeft eigenlijk geen woorden of associaties nodig om begrepen te worden.
De Vierde was de eerste symfonie waar Bruckner eens echt voor beloond werd. De première werd stormachtig ontvangen. Het werd waarachtig tijd ook; de componist was inmiddels 57 en was tot dan veelal miskend, zelfs bespot. ‘Muzikale boa constrictors’ noemde Johannes Brahms de symfonieën waaraan Bruckner vaak jarenlang werkte en herschreef, ‘een zwendelarij om te lachen’, en de invloedrijke criticus Eduard Hanslick was zó grof dat toen Bruckner eens bij keizer Franz Joseph op audiëntie was en deze hem vroeg of hij iets voor hem kon doen, hij nogal naïef antwoordde: ‘Kan Uwe Majesteit Hanslick van de Freie Presse niet verbieden dat hij mij zo afkamt?’
Maar op de avond van 20 februari 1881 in Wenen werd zijn muziek dus op waarde geschat. Bruckner, die zo lang had gezocht naar erkenning, vond de publieksreacties zo aanmoedigend, dat hij na elk gespeeld deel op zijn wat onhandige manier het podium opklom om met een diepe buiging het applaus in ontvangst te nemen. Op al even roerende wijze had hij tijdens de generale repetitie al Hans Richter bedankt, die samen met de Wiener Philharmoniker zijn werk zo overtuigend tot klinken bracht. Richter vertelde later graag over een zeker muntje dat hij altijd bewaard had: ‘Deze Thaler is een munt die mij herinnert aan een dag waarop ik heb moeten huilen. Voor het eerst dirigeerde ik een Bruckner-symfonie. Bruckner, toen al een oude man, woonde de generale repetitie bij. Zijn werken werden nauwelijks ergens gespeeld. Toen de symfonie voorbij was, kwam hij naar mij toe, stralend van geestdrift en blijdschap. Ik voelde hoe hij me iets in de hand drukte. ‘Neem dit en drink een pul bier op mijn gezondheid,’ zei hij. Het was deze Thaler.’
Biografie
Noord Nederlands Orkest, orkest
De geschiedenis van het Noord Nederlands Orkest gaat terug tot 1862 en daarmee is het ‘s lands langst actieve professionele . Het gezelschap telt zo’n 70 orkestleden van 14 nationaliteiten, en de afgelopen jaren zijn er veel jonge getalenteerde musici aangetrokken. Het orkest brengt symfonische muziek in de drie noordelijke provincies – met ruim honderd concerten per seizoen in concertzalen, op buitenlocaties en op scholen.
Thuisbasis is De Oosterpoort in Groningen, de musici reizen geregeld af naar bijvoorbeeld TivoliVredenburg in Utrecht en Het Concertgebouw, en het seizoen 2025/2026 werd geopend op Lowlands. De programmering reikt van puur klassiek tot verrassende mixprogramma’s, en er is een nauwe samenwerking met andere kunstinstellingen en met de conservatoria van Groningen, Amsterdam en Den Haag. Chef- is Eivind Gullberg Jensen en vaste gastdirigenten zijn Hartmut Haenchen en Kerem Hasan; Antony Hermus is honorair dirigent en Michel Tabachnik dirigent emeritus.
Het Noord Nederlands Orkest werkte verder met dirigenten als Wayne Marshall, Susanna Mälkki en Han-Na Chang en solisten als Nemanja Radulović, Simone Lamsma, Guy Braunstein, Bertrand Chamayou, Alice Sara Ott, Martin Grubinger, Jeanine De Bique, Nelson Goerner en Leif Ove Andsnes. Het vorige optreden van het orkest in Het Concertgebouw was het project Blue Potential met producer/dj Jeff Mills tijdens de VriendenLoterij ZomerConcerten 2025.
Eivind Gullberg Jensen, dirigent
Eivind Gullberg Jensen, opgeleid bij Jorma Panula in Stockholm en bij Leopold Hager in Wenen, is sinds 2022/2023 chef- van het Noord Nederlands Orkest en sinds 2020/2021 artistiek en algemeen directeur van de Nationale in Bergen (Noorwegen).
Eerder leidde hij vijf jaar de NDR Radiophilharmonie in Hannover. Als gast stond de Noor op de bok bij de Berliner Philharmoniker, de orkesten van Stockholm, Kristiansand, Odense, Göteborg en Malmö, het Philharmonia Orchestra, het City of Birmingham Symphony Orchestra, het Orchestre de Paris en het Orchestre Philharmonique de Monte-Carlo.
In Noord-Amerika werkte hij met de orkesten van Québec, Utah, Minnesota, Oregon en Vancouver. Eivind Gullberg Jensen heeft met bijvoorbeeld Tosca aan de Wiener Staatsoper en het Nationaal Theater van Tokio, Rusalka in Rome, Wenen, Zürich en Oslo, Jenůfa aan de English National , Die Zauberflöte en Der fliegende Holländer in Lille en The Rake’s Progress in Helsinki en op het festival van Aix-en-Provence bovendien ruime opera-ervaring.
Afgelopen oktober leidde hij een Europese cast in Bizets Carmen op het Macao International Music Festival. In Het Concertgebouw was Eivind Gullberg Jensen samen met zijn Noord Nederlands Orkest al vier keer te gast in de serie Klassieke Meesterwerken: in september 2021 (Tsjaikovski en Sjostakovitsj), mei 2023 (Liszt en Bruckner), februari 2024 (Grieg en Bruckner) en november 2024 (Tsjaikovski en Berlioz).
Gabriela Montero
Gabriela Montero kreeg haar eerste pianolessen van Lyl Tiempo en studeerde dankzij een staatsbeurs in de Verenigde Staten en bij Hamish Milne aan de Royal Academy of Music in Londen. Ze was onder meer prijswinnaar op het Chopin Concours 1995 in Warschau en won de Rockefeller Award (2012) en de Heidelberger Frühling Musikpreis (2018).
De pianiste bekleedde residencies bij de en van São Paolo en Basel en bij het Praagse Radio Symfonieorkest.
Bij het National Arts Centre of Canada is ze sinds september 2020 voor vier concertseizoenen creatief partner. Met ingang van 2022/2023 koestert ze het langjarig project ‘Gabriela Montero at Prager’ aan het Prager Family Center for the Arts in Easton (Maryland) en het ‘Gabriela Montero Piano Lab’, een mentorprogramma van het wereldconservatorium Academy. Haar eigen Latin Concerto (2016) voerde ze onder leiding van Marin Alsop uit met de en van Chicago en Dallas. Met het Orchestra of the Americas nam ze het werk op en tourde ze ermee langs onder meer de Elbphilharmonie in Hamburg, het Edinburgh Festival en Carnegie Hall in New York. Solorecitals gaf Gabriela Montero op de grote podia van Londen, Wenen, Berlijn, Frankfurt, München, Seoul, Hongkong, Sydney en New York, en ze was meermaals te gast op het Progetto Martha Argerich Festival in Lugano.
Haar opnames – Bach, Ravel, Rachmaninoff, eigen werk – leverden haar een Grammy en twee Echo Klassiks op. Op 20 januari 2009 luisterde Gabriela Montero samen met Itzhak Perlman, Yo-Yo Ma en Anthony McGill de inauguratie op van Barack Obama als president van de Verenigde Staten. De pianiste is een toegewijd strijder voor mensenrechten; haar Grammy-winnende symfonische gedicht Ex Patria (2011) is een protest tegen het verval van haar geboorteland Venezuela in wetteloosheid, corruptie en geweld. Amnesty International benoemde haar in 2015 tot honorair consul, ze sprak en speelde twee keer op het World Economic Forum in Davos en in 2018 kreeg ze in Bonn de vierde Internationale Beethovenpreis für Menschenrechte toegekend.


