Franz Welser-Möst en het Concertgebouworkest

Het Koninklijk Concertgebouworkest
Franz Welser-Möst dirigent
Laurens Woudenberg hoorn

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Tweede hoornconcert in Es gr.t., KV 417 (1783)
Allegro 
Andante 
Rondo: Allegro 

pauze

Anton Bruckner 1824-1896

Zevende symfonie in E gr.t. (1881-83, 1885) 
editie Nowak 1954
Allegro moderato
Adagio: Sehr feierlich und sehr langsam
Scherzo: Sehr schnell - 
Trio: Etwas langsamer 
Finale: Bewegt, doch nicht schnell

begin van de pauze ca. 20.45 uur
einde van het concert ca. 22.15 uur

dit programma maakt deel uit van de Series B en D

Toelichting

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Tweede Hoornconcert

Tekst: Floris Don

Het lijkt haast of Wolfgang Amadeus Mozart de als instrument niet heel serieus kon nemen. In zijn satirische kamermuziekwerk Ein musikalischer Spass ‘vergeten’ de hoornisten een passage naar de juiste sleutel te , met kraaiend gevolg. En de hoornconcerten die Mozart schreef voor Joseph Leutgeb staan vol milde beledigingen.

‘Een schaap kan zo trillen’ bijvoorbeeld. Of, in de aanhef van het Hoornconcert KV 417: ‘Wolfgang Amadé Mozart hat sich über den Leitgeb Esel, Ochs, und Narr, erbarmt’. Niet alleen spelt Mozart hier de naam van de solist fout, hij vergelijkt de meelijwekkende hoornist met een ezel, os en nar.

Tot overmaat van ramp is de telling van zijn hoornconcerten een zooitje: de eigenlijke volgorde is waarschijnlijk 2, 4, 3, 1, waarbij het Eerste hoornconcert (dus eigenlijk het laatste) onvoltooid is gebleven en het Tweede hoornconcert in Es groot, KV 417 dus eigenlijk het eerste is.

Dat Mozart natuurlijk wel degelijk grote affiniteit had met de , blijkt alleen al uit al die gecomponeerde werken waar een liefhebbende ironie uitspreekt. Leutgeb mocht gepest worden, want hij was een goede bekende van de familie: de hoornist, die carrière had gemaakt aan het hof van Salzburg en in de muziekzalen van Parijs, ging in 1773 mee op tournee door Italië met Wolfgang en zijn vader.

De beledigingen ten spijt hield Mozart veel rekening met de hoornist. In de tijd vóór de uitvinding van het ventiel was de natuurhoorn een wellicht nóg moeilijker instrument om te bespelen, waarbij de hoornist alle noten via de lipspanning en een vuist in de beker moest zien te produceren. Het verklaart mede de korte duur van de hoornconcerten vergeleken met Mozarts overige soloconcerten.

Al heeft die beknoptheid ook te maken met het beperkte muzikale bereik van de natuurhoornist, die zonder hulp van ventielen nauwelijks kan moduleren. Bovendien was Mozart begaan met de kennelijke technische achteruitgang van de oudere hoornist: na uitschieters naar de noten b’’ en c’’ in het Tweede hoornconcert zou Mozart het bereik in de laatste twee hoornconcerten beperken tot een a’’.

Het grootste bewijs van Mozarts liefde voor het instrument is de muziek zelf. Neem het openingsdeel van KV 417. Terwijl zestiende nootjes van tweede violen een verwachtingsvolle sfeer creëren, klinkt een majesteitelijk eerste , direct gevolgd door een tweede thema: de hoorn als koning en als zanger. In het tedere langzame deel in drie-achtste maat vraagt een in kleine stappen rijzende frase de aandacht. In de finale benadrukt Mozart het koddige karakter van de hoorn met behulp van trillers en hupsjes op de plaats.

Anton Bruckner 1824-1896

Zevende Symfonie

Tekst: Martijn Voorvelt

In de tijd dat Johannes Brahms mfen vierde met zijn perfect geconstrueerde, op de technieken van Johann Sebastian Bach en Ludwig van Beethoven geënte symfonieën, zaaide Anton Bruckner vooral verwarring.

Die enorme proporties, die eigenaardige blokachtige constructies, die breedsprakigheid... Tegenover een kleine groep bewonderaars stonden vooral veel Bruckner-haters, die dat allemaal maar onzin vonden. Een epigoon van Richard Wagner werd hij gevonden, of erger: een naïeve boer, een amateur met krankzinnige pretenties.

Na 1884, toen Bruckner zestig jaar oud was, begon het tij echter langzaam maar zeker te keren. Bruckner was wel degelijk een bewonderaar van Wagner. Hij voorvoelde de dood van de beroemde componist in 1883, hetgeen hem inspireerde tot een ontroerend . Dat Adagio werd het tweede deel van de Zevende symfonie in E groot.

BrucknerZevende symfonie is een gigantische symfonie, met een hoofdthema van maar liefst eenentwintig maten, met een minuten durend punt als afsluiting van het eerste deel en met een ongewoon complex laatste deel. Zelfs voor en die hem een warm hart toedroegen was het een brug te ver. Het publiek was er nog niet klaar voor, zo beweerden zij.

‘Ondanks mijn oprechte bewondering heb ik – als degene die verantwoordelijk is voor de concertprogramma’s alhier – een aantal reserves bij het introduceren van het publiek tot dit werk. Als ik het zelf al moeilijk vond om erin te komen (en ik kan het laatste deel nog altijd niet bevatten), hoeveel onthutster zal het publiek dan wel niet zijn?’ Aldus dirigent Hermann Levi vanuit München.

De première vond uiteindelijk plaats in Leipzig, op 30 december 1884, onder Arthur Nikisch, een oud-leerling van Bruckner. Afgezien van de gebruikelijke beschuldigingen – Wagner-epigonisme en overgecompliceerdheid – was de ontvangst zowaar overwegend positief. Hermann Levi ging vervolgens ook overstag. Het betekende een doorbraak.

In de jaren die volgden, vierde Bruckner internationale mfen. In Nederland was dirigent Daniël de Lange de belangrijkste pleitbezorger: hij introduceerde de Zevende symfonie in 1886 en droeg de componist voor als erelid van de Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst – het begin van een blijvende band tussen Bruckner en Nederland. De Zevende symfonie werd een van Bruckners geliefdste werken; vooral het heeft vele harten gestolen.

Biografie

Franz Welser-Möst, dirigent

Franz Welser-Möst, geboren in Linz, studeerde aanvankelijk viool maar koos later voor het schap. Van 1990 tot 1996 was hij chef-dirigent van het London Philharmonic Orchestra, tussen 1995 en 2008 gaf hij leiding aan het Opernhaus Zürich en van 2010 tot 2014 aan de Wiener Staatsoper, waar hij onder meer een nieuwe productie realiseerde van Wagners Der Ring des Nibelungen.

Sinds 2002 staat de Oostenrijker aan het hoofd van The Cleveland Orchestra, waar hij nog zal aanblijven tot 2027. Deze samenwerking resulteerde onder andere in een groot aantal (wereld)premières, de hervatting van producties als Mozarts Da Ponte-opera’s en semi-concertante uitvoeringen van Het sluwe vosje van Janáček met computergeanimeerde mise-en-scène.

Als gastdirigent staat Franz Welser-Möst voor vele vooraanstaande orkesten. Bij het Concertgebouworkest debuteerde hij in april 2016; hij keerde er terug in maart 2018 en december 2019. Met de Wiener Philharmoniker ging hij meermaals op tournee en verzorgde hij in 2011 en 2013 het befaamde Nieuwjaarsconcert. Bij de Salzburger Festspiele leidde hij onder meer producties van de Strauss-’s Der Rosenkavalier (ECHO Klassik Preis 2015), Die Liebe der Danae, Salome en Elektra.

Franz Welser-Mösts boek Als ich die Stille fand. Ein Plädoyer gegen den Lärm der Welt (2020) werd in eigen land een bestseller en is in het Engels vertaald als From Silence: Finding Calm in a Dis­sonant World.

Laurens Woudenberg, hoorn

Als zoon van professionele musici was het voor Laurens Woudenberg toch niet altijd vanzelfsprekend dat hij ook die richting op zou gaan: aanvankelijk werkte hij in de gehandicapten­zorg en bij circus Kristal.

Toen Laurens negen jaar was kreeg hij zijn eerste lessen van Louise Schepel. De inspirerende lessen ten spijt verruilde hij vijf jaar later zijn hoorn voor een basgitaar, maar op zijn zeventiende pakte hij de hoornlessen weer op. Hij studeerde in zijn geboortestad Den Haag aan het Koninklijk Conservatorium bij Hans Dullaert en Herman Jeurissen.

In 2006 trad hij toe tot de sectie van Het Gelders Orkest, waar hij uiteindelijk solohoornist werd. Sinds 2012 is Laurens Woudenberg ­solohoornist bij het Koninklijk Concertgebouworkest. Hij heeft ook een grote liefde voor het spelen van kamermuziek en is bijvoorbeeld regelmatig te horen met Camerata RCO.

In april 2016 trad hij, met het Tweede hoornconcert in Es, KV 417 van Mozart, voor de eerste keer als solist op met het Koninklijk Concertgebouworkest. In juni 2016 wijdde de concertserie Close-up een portretconcert aan Laurens Woudenberg. 

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest