Francesco Piemontesi: viermaal mozart
Piano Solo 20.15 uur
Francesco Piemontesi piano
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Fantasie in d kl.t., KV 397 (1782)
Sonate in D gr.t., KV 284 (1775)
Allegro
Rondo en Polonaise (Andante)
Thema und 12 Variationen
pauze
Rondo in a kl.t., KV 511 (1787)
Andante
Sonate in A gr.t., KV 331 (1781-83)
Andante grazioso
Menuetto
Alla turca (Allegretto)
begin van de pauze ca. 20.50 uur
einde van het concert ca. 21.50 uur
Toelichting
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Fantasie
Tekst: Jos van der Zanden
Het moet storm hebben gelopen bij muziekhandel Bureau d’Arts et d’Industrie aan de Weense Kohlmarkt in 1804. Als een lopend vuurtje werd het rondverteld: de bladmuziek was verschenen van vijf minuten Mozart om je vingers bij af te likken. Een Oeuvre posthume, een Morceau détaché. Weliswaar onvoltooid, maar toch. Zevenennegentig maten die je als inwoner van Wenen trots maakten dat een genie als Wolfgang Amadeus Mozart ooit binnen je stadsmuren rondliep.
Over deze Fantaisie d’introduction, zoals het stuk de wereld in werd gestuurd, konden amateurpianisten hun vingers breken. Maar de technische kant was niet eens het lastigst, vooral de expressie vroeg aandacht. Hoe muziek te maken van die losse flarden, die afgebroken frasen, die ruwe stemmingswisselingen, die wonderlijke, schijnbaar op zichzelf staande passages? Feitelijk was het een on-mozartiaans stuk, bijna een .
De autograaf ging verloren en daarom weten we niets over de ontstaanstijd. Ludwig von Köchel, die in 1862 zijn catalogus van Mozarts werken voltooide, nam aan dat het stuk in 1782 was ontstaan, maar zonder opgaaf van redenen. Het is ook goed om te bedenken dat de tien slotmaten niet origineel zijn, die werden er al in 1806 door een ander aan vast gecomponeerd.
In de Fantasie in d klein pakt Mozart echt uit, vooral in de introductie. Eerst een spannend gordijn van gebroken en; dan een ragfijne, breekbare die tweemaal ruw wordt onderbroken door brute hamerslagen. Smeekbeden waaraan geen gehoor wordt gegeven – die suggestie. De Fantasie eindigt met een optimistisch allegretto, waarvan de niet-originele slotmaten toch een beetje geforceerd aandoen. Je krijgt de indruk dat het stuk te snel afgelopen is.
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Sonate
Mozart was nog een tiener toen hij zijn in D groot, KV 284 schreef. Het was de laatste van een zestal pianosonates, geschreven in München in afwachting van een productie. Het is de enige sonate uit de bundel die tijdens zijn leven in druk uitkwam. In 1784 wist hij er uitgever Christoph Torricella warm voor te maken, die er het nummer ‘VII’ op plakte. Opus 7 voor werk 284 – zo weinig zeiden nummers destijds.
Het is een buitenbeentje, deze in D groot. Dat vond Mozart zelf ook: ‘De laatste [van de zes] komt op het pianoforte van Stein heel fraai tot zijn recht’, schreef hij in 1777. Hij nam het werk dus mee op zijn concertreizen, hij gaf er zijn visitekaartje mee af. Al had hij zijn manuscript niet echt nodig, want naar eigen zeggen speelde hij het uit zijn hoofd. De autograaf bleef bewaard. Hier en daar wijken wat maten af van de druk, er zal dus sprake zijn geweest van revisiewerk.
Orkestraal gedacht – die associatie krijg je bij het openingsdeel. Was Mozart misschien van plan geweest een symfonie te componeren? Je hóórt als het ware de blazerslijnen, de strijkerstremolo’s, de brommende ’s. Het klavier volstaat niet, er is meer nodig, de muziek zoekt naar kleur, naar franje. Maar misschien vergissen we ons en wilde Mozart gewoon aangeven dat op het klavier de uitdrukkingskracht van een heel orkest te bewerkstelligen is. De finale is een technisch veeleisende variatiereeks, wellicht wat te veel gevraagd voor de welwillende amateur.
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
rondo
In het in a klein, KV 511 horen we de gelouterde Mozart, de inmiddels veelgevraagde docent. Hij componeerde dit werk terwijl de jonge Ludwig van Beethoven bij hem in de leer was, in maart 1787. Friedrich Hofmeister bracht dit twee jaar later op de markt. Het opent als een en omvat behalve enkele geraffineerde s. Al met al klinkt het meer als een technische oefening dan als een bravourestuk.
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
sonate
Lange tijd nam men aan dat de drie pianosonates KV 330-332 werden geschreven toen Mozart in 1778 met zijn moeder in Frankrijk verbleef. Köchel toonde zich zeker van zijn zaak, maar studie van het handschrift heeft hem ongelijk gegeven: de s moeten drie jaar later in München zijn ontstaan.
Niet de teleurstellende tijd dus dat hij door de straten van Parijs zeulde om hier en daar wat te verdienen met lesgeven, maar de eerste maanden van 1781, toen hij het bekrompen Salzburg vaarwel zegde om in München zijn Idomeneo te dirigeren. Verlost van de bevelen van zijn broodheer aartshertog Colloredo genoot hij met volle teugen van zijn artistieke vrijheid.
Het lijkt in de s door te klinken: wat een speelvreugde en wat een beheersing van de materie. De Sonate in A groot, KV 331 is de sonate van het wonderlijke grazioso dat elke luisteraar een aha-erlebnis bezorgt: het gepunteerde , de smachtende sextenparallellen, de parelende nootjes – opperste eenvoud en toch ongenaakbaar van expressie. De variaties die volgen waren ongetwijfeld voor een pianoleerling(e) bedoeld, om hem of haar te leren ritmisch strak te spelen – Mozarts stokpaardje.
Na het to volgt de spraakmakende uitsmijter waarmee, door de uitgave van Artaria in 1784, Mozarts naam over heel Europa werd verbreid. Met deze levendige, uitgelaten Alla turca leek Mozart vooruit te blikken op de gelukkige jaren die in het verschiet lagen, definitief bevrijd van die ‘Sauschwanz’ van een Colloredo.
Biografie
Francesco Piemontesi, piano
De Zwitser Francesco Piemontesi studeerde bij Arie Vardie, volgde later lessen bij Murray Perahia, Cécile Ousset en Alexis Weissenberg, en ook Alfred Brendel was een belangrijk mentor. In 2007 was hij prijswinnaar van het Koningin Elisabeth Concours en van 2009 tot 2011 was hij BBC New Generation Artist.
Francesco Piemontesi geniet bekendheid wegens zijn interpretaties van de muziek van Mozart en van repertoire uit de vroege . Hij speelt echter ook graag composities van toondichters uit de latere negentiende en de twintigste eeuw als Brahms, Liszt, Debussy, Bartók, Messiaen en Stockhausen.
Voor het geven van solorecitals was de pianist te gast op de bekende podia van bijvoorbeeld New York, Berlijn, Wenen en Zürich. In januari 2016 begon hij een Mozartcyclus in de Londense Wigmore Hall die in totaal drie seizoenen omspant.
In het huidige seizoen debuteert Francesco Piemontesi bij onder meer het Leipziger Gewandhausorchester, het Orchestra Philharmonique de Radio France, het Los Angeles Philharmonic Orchestra en het Chamber Orchestra of Europe.
Als kamermusicus speelt de pianist graag met collega’s als Jörg Widmann, Antoine Tamestit, Renaud en Gautier Capuçon en het Emerson Kwartet. Sinds 2012 is hij bovendien artistiek directeur van de Settimane Musicali di Ascona.
In de van Het Concertgebouw debuteerde Franceso Piemontesi met een solorecital in maart 2012.
