Florian Boesch in Schuberts Schwanengesang

Florian Boesch bariton
Malcolm Martineau piano 

pauze ca. 20.45 uur
einde ca. 21.45 uur 

teksten gratis verkrijgbaar aan de zaal
Dit concert maakt deel uit van de serie Vocaal 1.

Franz Schubert 1797-1828

Liebesbotschaft
Kriegers Ahnung
Frühlingssehnsucht
Ständchen
Aufenthalt
In der Ferne
Abschied
uit ‘Schwanengesang’, D 957 (1827-28) 

pauze

Grenzen der Menschheit, D 716 (1821)
Meeres Stille, D 216 (1815)
Der Fischer, D 225 (1815) 

Der Atlas
Ihr Bild
Das Fischermädchen
Die Stadt
Am Meer
Der Doppelgänger
uit ‘Schwanengesang’, D 957

Toelichting

Schubert en zijn liederen

tekst: Christiane Schima

eren hebben Franz Schubert zijn leven lang vergezeld, meer dan zeshonderd stuks omvat zijn oeuvre. Als componist van grotere instrumentale werken viel hem in Wenen niet echt grote waardering ten deel. Veel van deze werken lagen nog decennialang na zijn dood onuitgevoerd in een la. Wellicht werd zijn leven overschaduwd door de grote Ludwig van Beethoven, een componist die Schubert tot aan zelfverloochening toe vereerde. In zijn liederen kon hij zich ongehinderd uitleven en toont hij zich van zijn meest intieme kant.

Musiceren in kleine kring vormde het middelpunt van zijn leven. De meeste van zijn liederen klonken in het kader van gezellige bijeenkomsten met zijn vrienden, de zogeheten ‘Schubertiaden’. Ze vonden telkens ergens anders plaats. Zoals Schubert vanwege zijn armoe vaak van woning wisselde, onderdak zocht bij een van zijn vrienden. De ontheemde wandelaar, door Schubert vaak bezongen, vindt een parallel in zijn eigen leven. Vooral met zijn liedkunst werd hij een toonbeeld van een nieuw tijdperk: de .

Vanavond klinken Schuberts laatste composities, ontstaan in zijn sterfjaar 1828. Zijn broer Ferdinand had dertien daarvan na Schuberts dood aan de Weense uitgever Tobias Haslinger aangeboden. Deze heeft de liederen in 1829 onder een eigen titel, ­Schwanengesang, gepubliceerd. Het is geen cyclus met een doorlopend verhaal, zoals de één jaar eerder gecomponeerde Winterreise, maar een aaneenrijging van losse liederen.

De eerste zeven zijn gebaseerd op gedichten van Ludwig Rellstab, de andere zes op teksten van Heinrich Heine. Vanuit literair perspectief gezien waren Schuberts tekstkeuzes niet altijd de meest gelukkige. Net als Wilhelm Müller – de tekstdichter van Winterreise – zou ook Ludwig Rellstab zonder Schuberts prachtige muziek tegenwoordig vergeten zijn.

Leise fliehen meine Lieder

Ludwig Rellstab (1799-1860), de dichter van de eerste zeven eren van Schuberts ­Schwanengesang, was een Berlijnse toneeldichter en muziekcriticus. In 1825 was hij in Wenen en heeft hij Beethoven bezocht. Volgens diens biograaf Anton Schindler heeft hij wat gedichten achtergelaten die zich in Beethovens nalatenschap zouden hebben bevonden. Hoe deze in Schuberts handen kwamen en of Schubert Rellstab persoonlijk heeft leren kennen is ongewis.

In het eerste lied, Liebesbotschaft, staat een minnaar aan de oever van een beekje en droomt van zijn liefje. Het in de pianopartij nagebootste voortkabbelende water vormt het decor van zijn mijmeringen. Het harde krijgsleven en de zoete liefdesdromen van een soldaat zijn het van Kriegers Ahnung. ritmes aan de ene en e klanken aan de andere kant beschrijven zijn innerlijk conflict. Om de liefde draait het het ook in de volgende liederen. In Frühlingssehnsucht is de lente, de ontwakende natuur, een metafoor voor liefdesverlangen: ‘Nur du befreist den Lenz in der Brust, nur du!’

Ständchen, in de stijl van een eenvoudige gitaarserenade, is een van Schuberts bekendste eren. Het eerste vers ‘Leise flehen meine Lieder’ kan als een motto van Schuberts gehele liedoeuvre worden beschouwd. In Aufenthalt ontladen zich de bittere gevoelens van een eenzame in het gebergte. ‘Wehe dem Fliehenden, Welt hinaus Ziehenden’, aldus begint het volgende lied. 

In der Ferne dat vertelt over de melancholie van een van huis en haard verdreven mens. Met het lied Abschied eindigt de eerste helft van Schuberts Schwanengesang op teksten van Rellstab. De held neemt afscheid van zijn vaderstad, met een lachend en een wenend oog. De dravende, door de gang van een paard geïnspireerde s in de piano illustreren zijn vertrek naar het onbestemde, de wijde wereld.

Goethe en Schubert

Op deze plek hebben de musici van deze avond drie eerder gecomponeerde eren op teksten van Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832) ingelast. De liederen vertonen met die van Schwanengesang tische overeenkomsten. Alhoewel ‘Geheimrat’ (rijksadviseur) Goethe zeer kritisch tegenover Schuberts hartstochtelijke verklankingen stond – zoals Der Erlkönig – heeft de componist aan deze dichter meer dan zeventig liederen gewijd.

Tegenover zijn vrienden moest Schubert zich rechtvaardigen: ‘Dit is gewoon een goed gedicht, er schiet je steeds iets goeds te binnen.’ Reeds in 1815 had Schubert Goethes Der Erlkönig en Heidenröslein verklankt. Meeres Stille en Der Fischer zijn afkomstig uit hetzelfde jaar. Het zijn, net als Der Erlkönig, ballades oftewel strofische romances. In Grenzen der Menschheit (uit Wilhelm Meister) buigt Schubert zich met Goethe over een zwaar onderwerp. ‘Denn mit Göttern soll sich nicht messen irgendein Mensch... nirgends haften... die unsichern Sohlen, und mit ihm spielen Wolken und Winde.’

Der Doppelgänger

De teksten van de eren acht tot en met dertien van Schwanengesang zijn van de befaamde romantische Duitse dichter Heinrich Heine (1797-1856). In Schuberts vriendenkring hield men niet van Heine, ze vonden hem te kosmopolitisch, te vrij­denkend, te ironisch en te dubbel in veel van zijn gedichten. Tijdens een gezamenlijke lezing van Heines Reisebilder in januari 1828 vond een jonge student uit Linz in Heines teksten ‘manches Gemütliches, viel Witz’, maar meende daarin een ‘falsche Tendenz’ vast te stellen. Schubert daarentegen voelde zich aangesproken door Heine en verklankte zes van zijn gedichten die nu deel uitmaken van Schwanengesang.

In Der Atlas verplaatst de componist zich in het ongelukkige lot van de Griekse held die de wereld op zijn schouders draagt. Zware, donkere en onderstrepen de boodschap. Eenvoudig, bijna naïef komt Ihr Bild over, waarin een minnaar in dromen verzonken het portret van zijn aanbedene aanschouwt. Die Stadt doet denken aan een impressionistisch schilderij. Voor de ogen van de naderende reiziger verrijst mistig het silhouet van een stad ‘mit ihren Türmen’. Nevelachtige wollige ’s in de pianopartij spreken tot de verbeelding.

Het laatste Der Doppelgänger, is een van Schuberts meest diepzinnige liederen. Hier is iemand – vergelijkbaar met het laatste lied van WinterreiseDer Leiermann – aan het einde van zijn reis aangekomen. Bleek en verzonken in sombere gedachten staat hij na vele jaren ’s nachts onder het raam van zijn gewezen, al lang vertrokken geliefde. Alle hoop is vervlogen. Hij komt zijn vroegere ik tegen, de maan lijkt hem te bespotten en beschijnt de treurige gestalte die hij nu is. Kale dubbelzinnige akkoorden begeleiden de lugubere scène.

Biografie

Florian Boesch, bas-bariton

Florian Boesch soleerde bij het Concertgebouworkest, de Berliner Philharmoniker, de omroeporkesten in München en Parijs, het Gewandhaus­orchester Leipzig, de Staatskapelle Dresden en het Mozarteumorchester Salzburg.

Met Nikolaus Harnoncourt (1929-2016) had de zanger een bijzondere band, ze voerden samen oratoria van Händel en Haydn uit op podia in Europa en Japan.

Hoogtepunten in het lopende seizoen zijn optredens met het London ­Symphony Orchestra onder Simon Rattle en met Il Giardino Armonico onder Giovanni Antonini, Beethovens Negende symfonie met de Münchner Philharmoniker en met het Tsjechisch Philharmonisch Orkest, BrahmsEin deutsches Requiem en Bachs Matthäus-Passion met het Collegium Vocale Gent onder Philippe Herreweghe en Beethovens Missa solemnis met de Wiener Philharmoniker onder Herbert Blomstedt. Florian Boesch is ook een geliefd zanger; in het Theater an der Wien stond hij in Händels Orlando, Weills Die Drei­groschenoper, Bergs Wozzeck en Mozarts Le nozze di Figaro, bij de ­Berliner Staatsoper in BerliozLa damnation de Faust, op de Salzburger Festspiele in Mozarts Così fan tutte en bij De Nationale Opera in Händels Jephtha.

Afgelopen seizoen debuteerde hij bij de Wiener Staatsoper in het Mahlerproject Von der Liebe Tod en deed hij een geënsceneerde Die schöne Müllerin van Schubert in Berlijn, Bregenz, Graz en Gmunden. In de gaf Florian Boesch zijn eerste in de Rising Stars-serie van 2004/2005 en was hij voor het laatst te gast op 13 maart 2018 in een Schubert-programma met pianist Malcolm Martineau. Een recital dat was gepland op 26 mei 2020 is niet doorgegaan vanwege de pandemie.

Malcolm Martineau, piano

Malcolm Martineau, geboren in Edinburgh en opgeleid in Cambridge en bij Geoffrey Parsons in Londen, specialiseerde zich in de kunst van het begeleiden. Hij ­musiceerde wereldwijd met tal van befaamde zangers, onder wie Barbara Bonney, Ian Bostridge, Sarah ­Connolly, Susan Graham, Thomas Hampson, Angelika ­Kirchschlager, Magdalena Kožená, Konstantin Krimmel, Felicity Lott, ­Christopher Maltman, Anna Netrebko, Anne Sofie von Otter en Bryn Terfel.

Songs of War, een album met vooral Engelse componisten opgenomen met Simon Keenlyside, werd bekroond met een Grammy Award.

Met Tom Krause en Sarah Walker legde Malcolm Martineau alle eren van Fauré vast. Ook het hele liedoeuvre van Poulenc en Mendels­sohn, de Folk Songs van Britten en alle volksliederen van Beethoven nam hij op. Met Florian Boesch maakte hij een Britten-album, een opname van Schuberts Winterreise en een cd met liederen van Schumann en Mahler.

De pianist presenteerde eigen concertseries in de Londense Wigmore Hall en op het Edinburgh Festival, was in 2011 artistiek leider van het Leeds Lieder Festival en is dat momenteel van Oxenfoord International. Van het Royal Conservatoire of Scotland kreeg hij in 2004 een eredoctoraat en sinds 2009 is hij er International Fellow of Accompaniment; ook geeft hij les op de Royal Academy of Music in Londen.

In Het Concertgebouw was Malcolm Martineau het afgelopen decennium te beluisteren met Florian Boesch (2013, 2018 en 2024), Kate Royal (2013), Dorothea Röschmann (2014), Thomas Oliemans (2016 en 2017), het duo Thomas Oliemans en Eva-Maria Westbroek (2021) en het duo Erin Morley en Huw Montague Rendall (2024).