Fischer en Boedapest Festival Orkest: Mozarts laatste jaar

Mozarts laatste jaar 20.15 uur

Boedapest Festival Orkest
Iván Fischer dirigent
Collegium Vocale Gent
Norma Nahoun sopraan
Barbara Kozelj mezzosopraan
Bernard Richter tenor
Hanno Müller-Brachmann bas-bariton
Zsolt Fejérvári contrabas
Ákos Ács klarinet

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Aria ‘Per questa bella mano’, KV 612 (1791)
voor bas, contrabas en orkest

Klarinetconcert in A gr.t., KV 622 (1791)
Allegro
Adagio
Rondo: Allegro

pauze

Requiem in d kl.t., KV 626 (1791)
Introitus: Requiem
Kyrie
Sequens: Dies irae – Tuba mirum – Rex tremendae – Recordare – Confutatis – Lacrimosa
Offertorium: Domine Jesu – Hostias
Sanctus
Benedictus
Agnus Dei
Communio: Lux aeterna

begin van de pauze ca. 20.50 uur
einde van het concert ca. 22.10 uur
teksten gratis verkrijgbaar aan de zaal

Toelichting

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Aria: Per questa bella Mano

Tekst: Lonneke Tausch

De partij van zonnepriester Sarastro in de premièreproductie van Mozarts Die Zauber­flöte werd vertolkt door Franz Xaver Gerl, die overigens eerder ook al Don Giovanni en Figaro hun eerste belichaming had gegeven. Op 8 maart 1791 schreef Mozart in zijn werkencatalogus ‘eine BassAria mit obligatem ContraBaß – für HH: Görl und Pischlberger’. Deze concertaria was dus niet alleen geschreven met de specifieke vocale kwaliteiten van Gerl, maar ook met de bijzondere virtuositeit van Friedrich Pischlberg in het achterhoofd.

Deze laatste was een bekende contrabassist, in dienst van het orkest van het Wiener Freihaustheater. De directeur aldaar was dan weer Emanuel Schikaneder, tevens librettist van Die Zauberflöte en bij de première daarvan op 30 september 1791.

Per questa bella mano, KV 612 – een romantische liefdesverklaring van een onbekende tekstdichter – heeft Mozart waarschijnlijk voor zijn favoriete baszanger gecomponeerd als ‘Einlage’ in een uitvoering van een buffa van een andere componist; dat was destijds een gebruikelijke manier om solisten extra te laten uitblinken. De zeldzame obligato­contrabaspartij maakt dat deze concertaria tot op heden een populair concertstuk is gebleven. Opvallend is de terugkerende tegenstelling tussen de lijnen van de zanger en de snelle versieringen in de contrabaspartij.

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

klarinetconcert

  • Dit Klarinetconcert schreef Wolfgang Amadeus Mozart in zijn laatste levensjaar (1791)
  • Het was een vriendendienst voor de klarinettist Anton Stadler
  • Stadler bespeelde destijds een 'bassetklarinet', een soort lage klarinet die verloren is gegaan

Tekst: Jos van der Zanden

Gezondheidsproblemen, financiële nood, stress: het moet Wolfgang Amadeus Mozart allemaal boven het hoofd zijn gegroeid in dat fatale laatste jaar 1791. Ondanks zijn overvolle agenda nam hij zowel de opdracht voor het schrijven van een Requiem als de La clemenza di Tito aan.

In de tussentijd wilde hij zijn vriend Anton Stadler, die als klarinettist zijn brood verdiende, een plezier doen. We weten niet hoe lang Mozart aan het Klarinetconcert werkte, maar alles wijst erop dat het in een vloek en een zucht op papier stond.

Een eerste versie van het openingsdeel – geschreven voor bassethoorn – lag overigens al een tijdje in de kast, zodat hier kon worden volstaan met een revisie. Mozart componeerde in 1791 alleen het en de finale.

Het Klarinetconcert bewijst dat voor Mozart muziek allerminst het voertuig was van zijn gemoedsleven: geen spoor van drukkende levensomstandigheden of psychische onrust. Alles ademt onbekommerdheid en sereniteit.

Voor de klarinet had Mozart een meer dan gemiddelde interesse. ‘Tjonge, hadden wij in ons orkest ook maar klarinetten’, had hij zijn vader in 1778 al geschreven, toen hij in Mannheim het orkest van de keurvorst hoorde. De kennismaking met klarinettist Stadler was daarbij een stimulans en leidde later ook tot het Klarinettrio in Es groot, KV 498 en het Klarinetkwintet in A groot, KV 581.

Stadler bespeelde een instrument met een wat lager bereik dan onze huidige klarinet. Sommige noten moeten daarom nu worden geoctaveerd. Tenzij er wordt gespeeld op de bassetklarinet, een reconstructie van het instrument van Stadler.

Het Klarinetconcert kent een wonderlijke charme. De verfijnde dynamische schakeringen, de subtiele vraag-en-antwoord-spelletjes van de solist met zichzelf, de speelse ’s, lenloopjes – het is allemaal een lust voor het oor.

Mozart schreef de solopartij zodanig dat de overige blazers (fluiten, ten en s) buiten het tische discours van de klarinet worden gehouden, waardoor frasering en – en daarmee de karakteristieke milde klank van het instrument – optimaal tot hun recht komen.

De klarinetregisters hebben een eigen specifieke kleuring: juichende, heldere tonen in hogere registers, sonore, zwoele en boventoonrijke in de lagere. Soms laat Mozart hoog en laag direct op elkaar volgen, bewust spelend met het contrast. 

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

requiem

Door Lonneke Tausch

Bij monde van een onherkenbare boodschapper bestelde in juli 1791 een anonieme rijkaard die net weduwnaar was geworden – ruim 170 jaar later ontmaskerd als de kunstminnende Franz Graf Wa­lsegg zu Stuppach – voor vijftig dukaten een dodenmis bij Wolfgang Amadeus Mozart. Deze begon er niet meteen aan: de familie Mozart moest eerst naar Praag voor de kroning van Leopold II tot koning van Bohemen. Bij die gelegenheid zou La clemenza di Tito in première gaan, en onderweg moest Mozart aan die nog de laatste hand leggen. Zijn leerling Franz Xaver Süssmayr reisde mee in de koets om de recitatieven te schrijven. In Praag componeerde Mozart het Klarinetconcert in A groot, KV 622 voor Anton Stadler, een bevriend klarinettist. Terug in Wenen, eind september, leidde hij de première van Die Zauberflöte, die zoveel succes had dat er in oktober nog twintig herhalingen volgden. Ondertussen kon het Requiem niet langer wachten.

Aan zijn vriend en librettist Lorenzo da Ponte schreef Mozart in die dagen: ‘Ik voel het, mijn toestand zegt het mij; mijn laatste uur heeft geslagen. Ik zal moeten sterven. […] Ik moet nu eindigen om aan mijn zwanenzang te werken, die ik niet onvoltooid mag laten.’ Er bestaat twijfel over de authenticiteit van deze brief, maar het staat vast dat depressies, koortsen en wanen de componist steeds heviger kwelden. Op 4 december 1791 kwamen er drie vrienden aan zijn ziekbed om delen van het Requiem tot klinken te brengen; Mozart zong zelf de altpartij. Die nacht stierf hij, volgens het officiële overlijdensbericht aan ‘hitziges Friesel Fieber’ – een reumatische ontstekingskoorts.

Van zijn vocale werken noteerde Mozart vaak in eerste instantie de zangpartijen en de instrumentale baslijn, met spaarzame aanduidingen van verdere strijkers- en blazerspartijen. Van zijn Requiem waren het Introitus en het Kyrie zo goed als af. De Sequens en het Offertorium waren in een kladversie achtergelaten en moesten nog worden uitgewerkt en geïnstrumenteerd. Deel hiervan was het Lacrimosa; de eerste acht maten daarvan zijn de laatste noten die uit Mozarts pen waren gevloeid. Het einde van Mozarts dodenmis, vanaf het Sanctus, ontbrak nog volledig.

Mozarts weduwe Constanze gaf Franz Jakob Freystädtler en Joseph Leopold Eybler de opdracht haar mans werk te completeren, maar zij gaven het al spoedig op. Vervolgens maakte Süssmayr het Requiem af; met hem zou Mozart de muziek uitgebreid hebben besproken. In de loop der tijd heeft Süssmayr de nodige kritiek moeten verduren en het blijft her en der gissen waar Mozart stopt en Süssmayr begint. Dat neemt niet weg dat hij een aangrijpende dodenmis heeft afgeleverd, die klonk bij de begrafenissen van onder anderen Haydn, Beethoven en Chopin.

Het Requiem in d klein, KV 626 is helemaal gedacht vanuit een koor­structuur: ook de solisten zingen nauwelijks alleen, maar meestal in kwartetverband in afwisseling met het koor. Tekstschildering komt veelvuldig voor, zoals de keuze voor een trombonesolo in het Tuba mirum, de fiere puncteringen in het Rex tremendae, de vurige begeleidingspatronen en de beklemmende koperakkoorden in het Confutatis, de zuchtende strijkers in het Lacrimosa en de ‘vallende’ motieven op ‘ne cadant in obscurum’ (‘opdat zij niet in het duister vallen’) in het Offertorium. In de tische passages van het ­Requiem is de erfenis van Johann Sebastian Bach nooit ver weg; neem alleen al de indrukwekkende openingsmaten en het rijke Kyrie.

Als Mozart langer had mogen leven, had hij dan de nog verrijkt met fluiten en hobo’s, de opvallende afwezigen in het orkest? En zou de componist zelf ook, zoals eerder in zijn missen KV 220 en KV 317, in de Communio hebben teruggegrepen naar de muziek van het begin? Dit was in ieder geval Süssmayrs oplossing om aan het einde van het Requiem nog eens ­Mozarts eigen noten te laten klinken.

Biografie

Boedapest Festival Orkest, orkest

In 1983 richtte Iván Fischer samen met Zoltán Kocsis het Boedapest Festival Orkest op. Het gezelschap bracht al snel grote internationale artiesten naar het Hongaarse publiek, zoals Georg Solti (eerste gastdirigent tot aan zijn dood in 1997), Yehudi Menuhin, Pinchas Zukerman, Gidon Kremer, Radu Lupu, András Schiff en Martha Argerich. Ook jonge musici en zangers van overal ter wereld worden frequent uitgenodigd.

Het Boedapest Festival Orkest staat bekend om zijn innovatieve programma’s, zoals de autismevriendelijke Chocolademelkconcerten, verrassingsconcerten, Midnight Music (voor studenten) en muzikale marathons. Met het Paleis der Kunsten (Müpa) werkt het samen voor -­uitvoeringen en het door het orkest geïnitieerde Bridging Europe Festival.

Het Boedapest Festival Orkest treedt op in de belangrijkste concertzalen wereldwijd, waaronder Carnegie Hall en het Lincoln Center in New York, de Wiener Musik­verein en de Royal Albert Hall in Londen, en is te gast op het Mostly Mozart Festival in New York, de Salzburger Festspiele en het Edinburgh International Festival.

Voor zijn talrijke opnamen ontving het orkest vele onderscheidingen; een ­registratie van Mahlers Eerste symfonie werd genomineerd voor een Grammy Award en Mahlers Vijfde won een Diapason d’Or.

De vorige optredens van het Boedapest Festival Orkest en zijn chef- Iván Fischer in Het Concertgebouw waren een Stravinsky-programma op 13 februari 2019 en Mahlers Negende symfonie op 25 november 2021.

Iván Fischer, dirigent

Iván Fischer studeerde piano, viool, en compositie in Boedapest, en vervolgde zijn opleiding in Wenen met lessen orkestdirectie van Hans Swarowsky. Daarop was hij twee seizoenen lang assistent van Nikolaus Harnoncourt. In 1983 richtte Iván Fischer het Budapest Festival Orchestra op.

Met dit gezelschap, waarvan hij nog steeds chef- is, voerde hij vele vernieuwingen door, zoals ‘chocomel­concerten’ voor kleine kinderen, ‘Midnight Music’-concerten voor een jong publiek, verrassingsconcerten en verschillende educatie- en ­outreachprojecten, zoals een tournee langs voormalige synagogen.

Hij is actief als componist en regisseur met zijn Iván Fischer Opera Company en richtte diverse festivals op, waaronder het Vicenza Opera Festival. In het verleden stond hij aan het roer van Kent Opera, de Opéra National de Lyon, het National Sym­phony Orchestra in Washington en het Konzerthausorchester in Berlijn, waar hij sindsdien eredirigent is.

Bij het Concertgebouworkest is Iván Fischer al sinds 1987 vrijwel jaarlijks te gast. Vanwege zijn belangrijke artistieke bijdragen benoemde het orkest hem tot honorair gastdirigent met ingang van het seizoen 2021/2022. In maart kreeg hij de vijftiende Concertgebouw Prijs. Eerder ontving Iván Fischer de Kossuth Prijs, de Ovatie Prijs en de Crystal Award van het World Economic Forum voor het steunen van internationale cultuuruitwisseling, en is Chevalier des Arts et des Lettres en erelid van de Royal Academy of Music in Londen.

Iván Fischer beperkt zijn gastdirigentschappen tot slechts enkele orkesten om voldoende tijd en aandacht te kunnen geven aan het componeren, aan zijn Budapest Festival Orchestra en zijn operagezelschap, en aan het voortdurend ontwikkelen van creatieve ideeën. Hij is een erkend voorvechter voor mensenrechten, democratie en tolerantie.

Collegium Vocale Gent, koor

Collegium ­Vocale Gent werd in 1970 opgericht op initiatief van Philippe Herreweghe. Het koor paste als een van de eerste de nieuwe inzichten inzake de uitvoering van muziek toe op vocale muziek. Deze tekstgerichte aanpak zorgde voor een transparant klank­idioom. Collegium Vocale Gent is uitgegroeid tot een flexibel ensemble met een repertoire uit verschillende stijlperiodes.

Voor elk project wordt een geoptimaliseerde bezetting bijeengebracht. Het koor werkt met het eigen barokorkest en met gespecialiseerde gezelschappen als het Orchestre des Champs-Elysées, het Freiburger ­Barockorchester of de Akademie für Alte Musik Berlin, maar ook met symfonische orkesten als het Antwerp Symphony Orchestra en het Chamber Orchestra of Europe.

Het koor geniet de steun van de Vlaamse Gemeenschap en de stad Gent, en was van 2011 tot 2013 ambassadeur van de Europese Unie. Sinds 2017 organiseert het koor in Toscane het zomerfestival Collegium Vocale Crete Senesi.

In Het Concert­gebouw was Collegium Vocale Gent voor het laatst te beluisteren op 24 augustus 2022 in een uitvoering van Die Schöp­fung van Haydn met het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van Philippe Herreweghe.

Norma Nahoun, sopraan

De Franse sopraan Norma Nahoun had les in Parijs en Berlijn, waar Norma Sharp haar docent was. Ze maakte twee jaar lang deel uit van het Junge Ensemble der Sächsiche Staatsoper Dresden en vertolkte daar rollen als Frasquita in Bizets Carmen, Barbarina in Mozarts Le nozze di Figaro en Papagena in Die Zauberflöte. De laatstgenoemde rol zong ze ook bij een aantal andere gezelschappen, waaronder de Opéra National de Paris.

In het huidige seizoen maakt de zangeres debuten bij onder andere de Opéra National Montpellier en de Angers-Nantes Opéra. In augustus 2016 keert ze terug naar het Mostly Mozart Festival in New York, waar ze al herhaaldelijk eerder te gast was. In Het Concertgebouw maakt Norma Nahoun haar debuut.

Barbara Kozelj, mezzosopraan

De Sloveense, in Nederland woonachtige Barbara Kozelj studeerde aan de Muziek­academie in Ljubljana, het Koninklijk ­Conservato­rium in Den Haag, De Nederlandse Academie en de Dutch Opera Studio.

Ze werd gecoacht door Sasja Hunnego, Meinard Kraak, Ann Murray, Graciela Araya en Anne Sofie von Otter.

Met haar debuut bij het Concertgebouworkest in 2012 in Bachs Matthäus-Passion met Iván Fischer kwam haar carrière in een stroom­versnelling. Al snel werkte ze ook met hem bij zijn Budapest Festival Orchestra, met Richard Egarr en diens Academy of Ancient Music, met het Gabrieli Consort and Players en Paul McCreesh, en met en als Reinbert de Leeuw, Kenneth Montgomery, Jan Willem de Vriend, Ed Spanjaard, Gennadi Rozjdestvenski, Neeme Järvi, Antony Hermus en Otto Tausk.

Uitgebreide ­-ervaring deed de mezzosopraan op bij De Nationale Opera, Opera2day, het Aalto-Theater Essen en de Oper Bonn. Het concertrepertoire van Barbara Kozelj reikt van de tot en met de lie­deren van Mahler en Berlioz’ Les nuits d’été. Haar veelzijdigheid trok de aandacht van hedendaagse componisten; zo zong ze in 2015 de wereldpremière van Max Knigges Dobro do (gebaseerd op haar eigen levensverhaal).

In april 2019 maakte Barbara Kozelj met pianist Julius Drake haar re­citaldebuut in de Vocale Serie, en in september 2019 zong ze in de muziek van Caccini met Le nuove musiche.

Bernard Richter, tenor

Bernard Richter studeerde aan het conservatorium in Neuchatel, Zwitserland, en aan de Studio Bienne. Recente hoogtepunten in zijn carrière waren onder meer de Mozart-rollen Don Ottavio in Don Giovanni bij de Bayerische Staatsoper in München, het Opernhaus Zürich en het Theater an der Wien, Belmonte in Die Entführung aus dem Serail aan de Opéra Garnier in Parijs, Ferrando in Così fan tutte in het Parijse Théâtre des Champs-Élysées en Tamino in Die Zauberflöte tijdens de Salzburger Festspiele en in de Parijse Opéra Bastille.

Bij Les Arts Florissants nam Bernard Richter onder meer deel aan een jubileumproductie van Atys van Lully voor de Opéra Comique. In het seizoen 2015/16 is de tenor te gast in bijvoorbeeld het Wiener Konzerthaus en de Staatsoper Hamburg. Het Orchestre Symphonique de Montreal onder leiding van Kent Nagano nodigde hem uit voor de mannelijke titelrol in Pelléas et Mélisande van Debussy, een partij die hij ook vertolkte bij de Opéra de Lyon.

In Het Concertgebouw was Bernard Richter één keer eerder te beluisteren, met het Orkest van de Achttiende Eeuw onder leiding van Frans Brüggen in Les Indes galantes van Rameau.

Hanno Müller-Brachmann, bariton

Hanno Müller-Brachmann studeerde bij Ingeborg Most, Rudolf Piernay en Dietrich Fischer-Dieskau. Hij geeft recitals op de bekende podia (in september 2008 stond hij in de ), en een van zijn recentste cd’s is een Brahms­album met pianist Malcolm Martineau en alt Sarah Connolly.

De Duitse zanger soleerde bij de orkesten van Parijs, Londen, Rome, Milaan, Zürich, Wenen, München, Dresden en Berlijn, en het Concertgebouworkest en Iván Fischer nodigden hem uit voor Bachs solocantate Ich habe genug (2015).

In de Verenigde Staten musiceerde hij met de orkesten van New York, Boston, Los Angeles, Cleveland en Chicago. Van 1998 tot 2011 was Hanno Müller-Brachmann verbonden aan de Staatsoper Unter den Linden in Berlijn, en hij was te gast bij San Francisco , de Wiener Staatsoper en La Scala in Milaan en op de festivals van Salzburg, Aix-en-Provence, Edinburgh en Peking.

Hij werkte met Kirill Petrenko, Simon Rattle, Franz Welser-Möst, Herbert Blomstedt en Andris Nelsons, en langer geleden ook met Mariss Jansons, Claudio Abbado, Nikolaus Harnoncourt, Pierre Boulez en Bernard Haitink. Hanno Müller-Brachmann geeft sinds 2011 les aan de Musikhochschule Karlsruhe, is een veelgevraagd jurylid op concoursen en zet zich in voor muziek­educatie.

Met het Budapest Festival Orchestra en Iván Fischer trad de bas-bariton al eerder op in de : in mei 2016 op twee verschillende Mozart-avonden en in maart 2024 in het programma Compassion ron­dom Bachs Matthäus-Passion.

Zsolt Fejérvári, contrabas

Zsolt Fejérvári studeerde aan de Franz Liszt Muziekacademie in Boedapest en geeft sinds enige tijd zelf les aan dit instituut. Hij was van 1994 tot 2000 aanvoerder van de bassectie van het Boedapest Festival Orkest en was daarna drie jaar lang verbonden aan het Orchestre de la Suisse Romande in Genève

Sinds 2002 is hij weer lid van het Boedapest Festival Orkest. Bij dit gezelschap, maar ook bij een aantal andere orkesten, trad hij regelmatig als solist voor het voetlicht, onder leiding van en als Iván Fischer, Gábor Takács-Nagy en Mark Wigglesworth.

Als kamermusicus speelt Zsolt Fejérvári graag met bijvoorbeeld Alexei Ogrintchouk, Nobuko Imai en het Kodály Kwartet.

Ákos Ács, klarinet

Ákos Ács is afkomstig uit de Hongaarse stad Tatabánya. Hij studeerde aan het Béla Bartók Conservatorium en aan de Franz Liszt Muziekacademie, ­beide in Boedapest. Onder anderen Tibor Dittrich was zijn docent.

Na zijn eindexamen in 1992 werd Ákos Ács ­opgenomen in de gelederen van het Boedapest Festival Orkest, en sinds 1999 is hij eerste klarinettist. Met dit gezelschap was Ákos Ács veelvuldig te beluisteren en hij werkte samen met vele bekende artiesten, onder wie Georg Solti, András Schiff, Gidon Kremer en Pinchas Zukerman.

Onder leiding van en als Iván Fischer, Hugh Wolff en Gábor Takács-Nagy soleerde Ákos Ács in klarinetconcerten van bijvoorbeeld Mozart, Stamitz, Molter en Mendelssohn.

Zijn interpretatie van Webers Eerste klarinetconcert verscheen op cd. Naast zijn werkzaamheden met het Boedapest Festival Orkest is Ákos Ács een veelgevraagd kamermusicus.