Fazil Say & Amsterdam Sinfonietta: Mozart
Amsterdam Sinfonietta
Candida Thompson viool/leiding
Fazil Say piano
pauze ca. 20.50 uur
einde ca. 21.55 uur
Dit concert maakt deel uit van de serie Klassieke Meesterwerken.
Richard Wagner 1813-1883
Prelude
in een bewerking van A. Williams (2010)
uit ‘Tristan und Isolde’ (1857-59)
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Twaalfde pianoconcert in A gr.t., KV 414 (1782)
Allegro
Andante
Rondeau – Allegretto
pauze
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Strijkkwartet in cis kl.t., op. 131 (1826)
versie voor strijkorkest
Adagio ma non troppo e molto espressivo
Allegro molto vivace
Allegro moderato – Adagio – Più vivace
Andante ma non troppo e molto cantabile
Presto
Adagio quasi un poco andante
Allegro
Toelichting
(1857-59)
Wagner: Prelude Tristan und Isolde
tekst: Noortje Zanen
Richard Wagner is vooral beroemd geworden dankzij zijn grootschalige ’s zoals Lohengrin, Parsifal en Der Ring des Nibelungen. Toch schreef hij niet alleen massale ‘Gesamt-kunstwerke’, maar ook intieme muziek voor piano en kleinere ensembles. En er bestaan eveneens arrangementen van fragmenten uit zijn opera’s voor kleine bezettingen.
Omdat Ludwig van Beethoven een grote inspirator was voor Wagner speelt Amsterdam Sinfonietta vanavond niet alleen de strijkorkestversie van Beethovens Veertiende strijkkwartet, maar ook een bewerking voor strijkorkest van de Prelude uit Wagners Tristan und Isolde.
Het Tristan-
Het is een trieste liefdesgeschiedenis, gebaseerd op een dertiende-eeuws Duits gedicht en een oude Keltische legende. Deze opera is kenmerkend voor Wagners vooruitstrevende gebruik van , tonaliteit en het gebruik van niet-harmonische tonen.
Dat blijkt meteen in het vervreemdende openingsakkoord in de eerste maten van de Prelude: het zogenaamde Tristan-akkoord, bestaande uit de noten (van onderaf) f-b-dis-gis. Met dit akkoord weet Wagner meteen de stemming van de opera te treffen: de onmogelijke liefde van Tristan en lsolde die gedoemd is om te mislukken.
1782
Mozart: Twaalfde pianoconcert
Wolfgang Amadeus Mozart was net als zijn vader Leopold een tijd lang in dienst van de aartsbisschop van Salzburg. Graaf Hieronymus Colloredo aanvaarde zijn ambt in 1772 en in datzelfde jaar stelde hij Mozart aan als concertmeester.
De verhouding tussen beiden was slecht: Colloredo probeerde belangrijke reizen en concerten van Mozart tegen te houden. Mozart hield deze situatie niet lang vol. Na een flinke ruzie met zijn baas vertrok hij in 1781 naar Wenen om daar als zelfstandig musicus een nieuw leven te beginnen. Hij zou het meeste geld verdienden met zijn pianoleerlingen en zijn virtuoze optredens als pianist.
Het Twaalfde pianoconcert
Het Twaalfde pianoconcert in A groot, KV 414 uit 1782 was een van de eerste drie pianoconcerten die Mozart voor het Weense publiek schreef. In een brief aan zijn vader formuleert Mozart duidelijk dat hij met deze muziek zo veel mogelijk luisteraars wilde plezieren:
‘[Deze drie concerten] houden het midden tussen wat te moeilijk en wat te gemakkelijk is; ze zijn zeer briljant en liggen goed in het gehoor, ze zijn natuurlijk van klank zonder dat ze oppervlakkig zijn. Hier en daar hebben ze passages die alleen kenners satisfactie zullen geven, maar ze zijn zo geschreven dat ook niet-kenners ervan kunnen genieten zonder dat ze weten waarom.’
1826
Beethoven: Veertiende strijkkwartet
Beethoven noemde het Strijkkwartet in cis klein, 131 zijn allerbeste strijkkwartet en zijn collega’s waren het daarmee eens: ‘Een grootsheid die met woorden niet is uit te drukken’, zei Robert Schumann. ‘Wat kun je hierna nog componeren?’ vroeg Franz Schubert zich af.
‘Het verklankt de triestheid van de wereld’, verzuchtte Wagner, en hem gaf het de inspiratie voor zijn meesterwerk Tristan und Isolde. Het Veertiende strijkkwartet behoort tot de vijf strijkkwartetten van Beethoven die hij tijdens zijn laatste levensjaren schreef.
Verwarring alom
Destijds werden deze werken lang niet allemaal enthousiast ontvangen, het publiek was in verwarring en begreep het uiterst moderne idioom van Beethoven niet goed. Eigenlijk is dat tot op de dag van vandaag niet echt veranderd. Zelfs de best geïnformeerde beroepsmusici hebben veel tijd nodig voordat ze deze late strijkkwartetten enigszins kunnen doorgronden.
Dat Beethovens late strijkkwartetten zeer complex zijn zal ieder strijkkwartet en strijk-orkest dat zich aan dit repertoire waagt beamen. Alleen al over de eerste paar maten van het Veertiende strijkkwartet verschillen musici vaak van mening.
De eerste violist speelt de eerste twaalf noten in zijn eentje, op het eerste gezicht een eenvoudige met een eenvoudig . Maar zelfs deze openingszin roept dikwijls lastige discussies op. Hoe dien je bijvoorbeeld het sforzando op de vijfde noot te articuleren en wat is het beste tempo?
Deze dilemma’s worden zeer illustratief beschreven door de primarius van het Takács Kwartet, Edward Dusinberre, in zijn boek Beethoven for a later age, the journey of a string quartet.
Zijn collega’s kwamen met tegenstrijdige adviezen over de openingsmaten voor de eerste viool, variërend van ‘dat klinkt veel te agressief, kun je het iets expressiever proberen te spelen’ en ‘nu klinkt het veel te gemakkelijk, het is niet pijnlijk genoeg’ tot ‘als je het zo langzaam speelt dan zit er geen lijn meer in, dit is immers nog maar het begin van een lang verhaal’ en ‘nu is het tempo juist te vloeiend, probeer het iets rustiger, met innerlijke ernst’.
Beethovens eigen inzicht
Beethoven heeft overigens wel enige moeite gedaan om zijn vernieuwende muzikale ideeën voor te leggen aan musici zoals Karl Holz, tweede violist van het vermaarde Schuppanzigh Kwartet dat alle vijf late strijkkwartetten van Beethoven in première heeft gebracht.
‘Wanneer moeten de mensen dan onderling commentaar geven?'
Naar aanleiding van het Veertiende strijkkwartet ontspon zich een levendige discussie of de zeven delen zonder pauze na elkaar dienden te worden gespeeld. Beethoven was daar uitdrukkelijk vóór. Holz’ tegenargumenten waren: ‘dan kunnen we geen delen herhalen’ of ‘wanneer moeten we dan bijstemmen’ of ‘we moeten dan over betrouwbare snaren beschikken’ en ‘wanneer moeten de mensen dan onderling commentaar geven’.
Beethoven bleef bij zijn eerste idee, maar dat neemt niet weg dat hij de moeite heeft gedaan zijn concept bij Holz te toetsen. De zeven delen van dit strijkkwartet glijden zó geolied in elkaar over dat de luisteraar ze niet meer als afzonderlijke entiteiten ervaart.
In de woorden van Edward Dusinberre: ‘De contrasten en bewegingen tussen de delen zijn nauwelijks nog te onderscheiden van die binnen de delen. Op die manier ontstaat een uitgekiend spel van elkaar overlappende lange en korte golven dat tegelijkertijd doelgericht en doelloos overkomt. Daardoor klinkt dit kwartet als een veertig minuten durende , die echter nergens de indruk wekt willekeurig te zijn.’
Biografie
Amsterdam Sinfonietta, strijkorkest
Amsterdam Sinfonietta, opgericht in 1988, geeft zo’n 65 concerten per jaar in binnen- en buitenland met strijkersrepertoire van de tot opdrachtcomposities en nieuwe arrangementen. De uitvoeringen staan meestal onder leiding van concertmeester en artistiek leider – sinds 2003 – Candida Thompson (hierboven op de foto).
De strijkers trekken op met vooraanstaande solisten, onder wie violiste Simone Lamsma, cellisten Kian Soltani en Sol Gabetta en pianisten Lucas en Arthur Jussen, Fazıl Say en Beatrice Rana.
Een tournee met Janine Jansen met De vier jaargetijden van Vivaldi werd in 2022 bekroond met De Ovatie van de VSCD. Amsterdam Sinfonietta gaat ook graag grensverleggende samenwerkingen aan – recent met Nai Barghouti respectievelijk Maria Mena – en integreert in zijn programma’s film, dans (bijvoorbeeld met ISH Dance Collective) of theater (bijvoorbeeld met Orkater). De discografie omvat titels als The Mahler Album, The Argentinian Album, Lento Religioso en Tides of Life (met Thomas Hampson), maar ook Franse chansons met Thomas Oliemans en producties met De Dijk, Jonathan Jeremiah en Rufus Wainwright.
In samenwerking met Het Concertgebouw zijn er sinds 2005 KleuterSinfonietta-voorstellingen, zoals deze maand Speelgoedfabriek Tokkel & Strijk. Het Concertgebouwdebuut van Amsterdam Sinfonietta dateert van 28 maart 1993, en in seizoen 2023/2024 was het gezelschap Spotlight-artiest van de Eigen Programmering. De vorige keer dat een afvaardiging uit het strijkorkest kamermuziek speelde in de was op 13 april 2024, samen met pianist Alexander Gavrylyuk.
Candida Thompson, viool
Candida Thompson studeerde in 1989 met onderscheiding af bij David Takeno aan de Guildhall School of Music and Drama in Londen en bekwaamde zich verder aan het Banff Centre for the Arts in Canada. Ze leidde strijkorkesten in Scandinavië, Nederland, Spanje en Groot-Brittannië.
De Britse violiste is een gepassioneerd kamermusicus, deelde het podium met musici als Isaac Stern, Janine Jansen, Harriet Krijgh, Simone Lamsma, Isabelle Faust en Bruno Giuranna, en werd uitgenodigd op evenementen als het Kuhmo Festival (Finland), het Gubbio Festival (Italië), het Internationaal Kamermuziek Festival Utrecht en La Musica (Verenigde Staten).
Met celliste Xenia Jancovic en pianist Paolo Giacometti vormt ze het Hamlet Pianotrio. Als soliste trad Candida Thompson op met talloze orkesten in Europa, de Verenigde Staten en het Verre Oosten. Bij Amsterdam Sinfonietta werd ze in 1995 concertmeester en in 2003 tevens artistiek leider. Ze bespeelt een viool van Guarneri del Gesù (Cremona, 1698-1744).
Fazıl Say, piano
Fazıl Say studeerde in Düsseldorf en Berlijn bij David Levine, en volgde masterclasses bij Menahem Pressler. Zijn eerste leraar in Ankara, Mithat Fenmen (zelf een leerling van Alfred Cortot), had hem ook flink laten improviseren – de basis voor zijn latere componeren.
Sinds de pianist in 1994 de Young Concert Artists International Competition in New York won, soleert hij wereldwijd; bij het Concertgebouworkest speelde hij onder meer zijn eigen Derde pianoconcert (2009).
Residencies vervulde hij onder meer bij het Wiener Konzerthaus, het Konzerthaus Dortmund, het Konzerthaus Berlin, de Alte Oper Frankfurt, de Elbphilarmonie Hamburg, de Dresdner Philharmonie, het Théâtre des Champs-Élysées in Parijs, het Bodenseefestival en de festivals van Rheingau, Schleswig-Holstein en Mecklenburg-Vorpommern.
Kamermuziek speelde Fazıl Say met de violisten Maxim Vengerov en Patricia Kopatchinskaja, de zangeressen Marianne Crebassa en Serenad Bağcan en de cellisten Jamal Aliyev en Nicolas Altstaedt. Naast vijf symfonieën en twee oratoria componeerde de Turkse musicus meerdere soloconcerten en velerlei kamermuziek; opdrachten kwamen van de Salzburger Festspiele, de WDR, de Münchner Philharmoniker, het Wiener Konzerthaus, de Fondation Louis Vuitton, de BBC, het Boston Symphony Orchestra en Lucas en Arthur Jussen.
Voor zijn meer dan veertig cd-opnamen won Fazıl Say vier Echo Klassiks, een Edison en een Gramophone Award. In 2016 kreeg hij de Beethoven Prize for Human Rights, Peace, Freedom, Poverty Alleviation and Inclusion.
In seizoen 2023/2024 presenteerde de Eigen Programmering van Het Concertgebouw een zevendelige Spotlightserie rondom Fazıl Say.


