Faust & Bezuidenhout spelen Bach & Biber
Isabelle Faust viool
Kristian Bezuidenhout klavecimbel
pauze ca. 21.05 uur
einde ca. 22.10 uur
Johann Sebastian Bach 1685-1750
Vierde sonate in c kl.t., BWV 1017 (vóór 1725)
Siciliano: Largo
Allegro
Adagio
Allegro
Johann Jacob Froberger 1616-1667
Zesde suite in C gr.t., FbWV 612 ‘Lamento sopra la dolorosa’ (1656)
voor klavecimbel solo
Lamento
Gigue
Courante
Sarabande
Johann Sebastian Bach
Vijfde sonate in f kl.t., BWV 1018 (vóór 1725)
Largo
Allegro
Adagio
Vivace
pauze
Heinrich Ignaz Franz von Biber 1644-1704
Vijfde sonate in e kl.t., C. 142 (1681)
[zonder aanduiding] – Adagio – Adagio
Variatio (Allegro) – Adagio – Presto – Adagio – Presto
Aria – Variatio
Passacaglia in g kl.t., C. 105 (1674)
voor viool solo
Johann Sebastian Bach
Zesde sonate in G gr.t., BWV 1019 (vóór 1725)
Allegro
Largo
Allegro
Adagio
Allegro
Toelichting
door Noortje Zanen
Bach: Sonates voor viool en klavecimbel
Hoewel Johann Sebastian Bach nooit een voet buiten Duitsland zette, was hij goed op de hoogte van de muzikale ontwikkelingen in Europa. Hij reisde niet zelf naar Italië om de populaire Italiaanse genres te leren kennen, maar hij bestudeerde thuis de partituren van Italiaanse componisten zoals Vivaldi en Corelli.
Zo maakte hij zich onder andere het Italiaanse genre van de kerksonate (sonata da chiesa) eigen: instrumentale muziek die altijd uit vier delen bestaat met als tempo-indicatie langzaam-snel-langzaam-snel. De zes s voor klavecimbel en viool, BWV 1014-1019 van Bach zijn mooie voorbeelden van dit genre, al klinkt deze muziek anders dan de kerksonates van Bachs Italiaanse collega’s.
Bij Bach is de muziek voorzien van ingewikkelde ’s, de ën zijn meer doorwrocht en de klavecimbelpartij speelt een veel grotere rol. In de woorden van zijn zoon Carl Philipp Emanuel: ‘De zes klaviertrio’s behoren tot de beste werken van mijn geliefde overleden vader. Ze klinken nog steeds uitstekend en schenken me veel plezier, hoewel ze al meer dan vijftig jaar geleden zijn gecomponeerd. Er zitten een paar ’s in die vandaag de dag niet vocaler hadden kunnen worden geschreven.’
Uniek in Bachs verzameling van zes vioolsonates is de stemvoering van de klavecimbelpartij: de partij voor de rechterhand is eigenlijk een tweede solopartij. Daarom worden deze s ook wel aangeduid als sonates en noemde zijn zoon ze klaviertrio’s.
Naast driestemmige fuga’s en tweestemmige s met daaronder een baslijn klinken ook virtuoze dansen en prachtige, melancholieke ’s voor viool, soms in samenspraak met de bovenste stem van het klavecimbel. Alle zes sonates hebben een eigen en een eigen karakter. Isabelle Faust en Kristian Bezuidenhout spelen vanavond de melancholische Vierde sonate in c klein, de duistere Vijfde sonate in f kleinen de opgewekte en experimentele vijfdelige Zesde sonate in G groot.
Froberger: Suite 'Lamento sopra la dolorosa'
Ruim vijftig jaar voordat Bach zijn beroemde Engelse s en Franse suites voor klavecimbel solo schreef had Johann Jacob Froberger al vele tientallen suites voor dit instrument gecomponeerd. De kosmopoliet Froberger was onder andere hoforganist in Wenen bij keizer Ferdinand III, die veel van Italiaanse muziek hield.
Zodoende kreeg hij regelmatig de kans om naar Italië te reizen waar hij onder andere studeerde bij de vermaarde componist en organist Girolamo Frescobaldi. Daarnaast reisde Froberger ook meerdere keren naar Frankrijk en Engeland. Overal waar hij kwam liet hij zich inspireren door de diverse muzikale tradities en al deze verschillende stijlen verenigde hij in zijn eigen composities.
Zo importeerde hij bijvoorbeeld de Franse dansen naar Duitsland, verrijkt met de improvisatorische, virtuoze Italiaanse stijl. Dankzij Froberger werden de Allemande, Gigue, Courante en Sarabande standaard-elementen voor danssuites. Froberger schreef de in C groot, FbWV 612 ‘Lamento sopra la dolorosa’ als troost voor keizer Ferdinand III, nadat diens oudste zoon en troonopvolger Ferdinand IV op eenentwintigjarige leeftijd was overleden.
Biber: Passacaglia en sonate
Heinrich Ignaz Franz von Biber wordt vaak in één adem genoemd met Johann Sebastian Bach als het over virtuoze vioolmuziek gaat. Bachs uiterst complexe en polyfone Chaconne voor solo viool uit de Tweede kent eigenlijk maar één voorloper: de Passacaglia in g klein van Biber.
Bibers muziek is onbetwist uniek, zijn vioolsonates zitten vol onverwachte wendingen en verrassende en. Zo’n veertig jaar voordat Bach zijn Chaconne schreef, componeerde de virtuoze en eigenzinnige Biber zijn Passacaglia. De kern van het stuk is een eenvoudige lijn van vier dalende noten: G-F-Es-D.
Boven dit constant klinkende je creëert Biber een reeks van contrasterende variaties die na een meeslepend en betoverend betoog van ongeveer negen minuten plotseling tot een eind komen in een mild G groot .
Een ander voorbeeld van Bibers vernieuwende vioolmuziek is de Vijfde in e klein, C. 142 uit de bundel 8 Sonatae a Violino Solo voor viool en continuo. Biber schreef deze sonates in Salzburg in 1681, een paar jaar voordat hij werd benoemd tot Kapellmeister aan het hof van keizer Leopold I. Mede dankzij het succes van deze originele sonates behoorde Biber tot een van de meest gewaardeerde violisten van Europa.
Ook na zijn dood behield Biber zijn naam als ‘formidabele ’. Zo merkte de beroemde achttiende-eeuwse muziekhistoricus Charles Burney op: ‘‘Van alle violisten van de laatste eeuw lijkt Biber de beste te zijn geweest. In virtuositeit en vindingrijkheid overtreffen zijn solo’s alle andere muziek uit deze periode.’
De inventieve Vijfde sonate in e klein opent opmerkelijk eenvoudig met een tweemaal herhaalde hoge e in de viool, gevolgd door een reeks van quasi geïmproviseerde snelle figuren boven een baslijn in lange noten. Het tweede deel bestaat uit een onvoorspelbare opeenvolging van sterk contrasterende passages.
Die lopen uiteen van simpele lijnen en omspelingen van steeds dezelfde reeks akkoorden tot snelle toonladderfragmenten en opvallende dubbelnoten. Het laatste deel begint met een zangerige melodie, gevolgd door vier variaties: twee snelle delen, een kort en eenvoudig en een verbluffend slot.
Biografie
Isabelle Faust, viool
Isabelle Faust won op jonge leeftijd het Leopold Mozart Concours in Augsburg en het Italiaanse Paganini Concours en werd al snel uitgenodigd door belangrijke gezelschappen wereldwijd waaronder de Berliner Philharmoniker, het Boston Symphony Orchestra, het NHK Symphony Orchestra, Tokyo, het Chamber Orchestra of Europe en het Freiburger Barockorchester.
Bij het Concertgebouworkest debuteerde ze in 2015, en bij Concertgebouworkest Young 2022 soleerde ze in Beethovens Vioolconcert onder leiding van Gustavo Gimeno.
De Duitse violiste beheerst een repertoire dat reikt van de tot wereldpremières, en is zich daarbij altijd bewust van de tijdeigen context en speelwijze. Onder leiding van wijlen Claudio Abbado maakte Isabelle Faust prijswinnende opnames van de vioolconcerten van Berg en Beethoven, en ze was een aantal jaar vaste partner van het door hem opgerichte Mahler Chamber Orchestra.
In het seizoen 2023/2024 was ze artist in residence bij het SWR Symphonieorchester, in 2024 bij het Beethovenfest Bonn, en in datzelfde jaar won ze twee Gramophone Awards: voor een Schumann-album en voor Brittens Vioolconcert met het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks onder leiding van Jakub Hrůša. Kamermuziek speelt Isabelle Faust met onder anderen haar vaste pianist Alexander Melnikov, cellist Jean-Guihen Queyras, klavecinist/pianist Kristian Bezuidenhout, altviolist Antoine Tamestit en zangeres Anna Prohaska.
In seizoen 2019/2020 had ze een Spotlight-serie in de . Op dat podium was ze voor het laatst te beluisteren op 17 maart 2023, in Brahms en Ligeti met ist Teunis van der Zwart en pianist Alexander Melnikov.
Kristian Bezuidenhout, piano
Kristian Bezuidenhout werd geboren in Zuid-Afrika, studeerde in Australië en New York, en woont nu in Londen. Hij studeerde piano bij Rebecca Penneys, fortepiano bij Malcolm Bilson, klavecimbel bij Arthur Haas en bij Paul O’Dette. Op 21-jarige leeftijd won hij het fortepianoconcours van het Festival Musica Antiqua in Brugge (2001), wat het begin markeerde van een indrukwekkende internationale carrière.
Kristian Bezuidenhout excelleert op een breed scala aan klavierinstrumenten, zowel historische als moderne, en werkt met vooraanstaande ensembles, orkesten, en en solisten wereldwijd. Als solist trad hij op met onder andere het Chamber Orchestra of Europe, Les Arts Florissants, het Orchestre des Champs-Élysées, het Chicago Symphony Orchestra en het Gewandhausorchester Leipzig.
Als dirigent vanaf het klavier leidde hij onder meer het Orkest van de Achttiende Eeuw, Collegium Vocale Gent, het Dunedin Consort en het Concertgebouworkest (januari 2018). Hij is vaste gastdirigent van het Freiburger Barockorchester en The English Concert. Dit seizoen debuteert Kristian Bezuidenhout bij het Noors Radio Orkest, Tampere Filharmonia en het SWR Symphonie-orchester, en speelt hij kamermuziek met violiste Isabelle Faust, tenor Julian Prégardien en het Consone Quartet – dit laatste ook als onderdeel van een residency in Bourgie Hall (Montreal).
Zijn vorige optreden in de was op 20 januari jongstleden een Schubertiade met mezzosopraan Anne Sofie von Otter. In de was Kristian Bezuidenhout voor het laatst te beluisteren in een solorecital in de serie Grote Pianisten op 9 januari 2023.

