Familie Ferschtman speelt Sjostakovitsj

Sjostakovitsj dichtbij 20.15 uur

Liza Ferschtman viool
Maria Milstein viool
Marc Desmons altviool
Dmitri Ferschtman cello
Elisabeth Leonskaja piano
Mila Baslawskaja piano

Dmitri Sjostakovitsj 1906-1975

Tweede sonate in b kl.t., op. 61 (1943)
voor piano solo
Allegretto
Largo
Moderato – Allegretto con moto – Adagio – Moderato

Tweede pianotrio in e kl.t., op. 67 (1944)
Andante – Moderato – Poco più mosso
Allegro con brio

Largo
Allegretto – Adagio

pauze

Pianokwintet in g kl.t., op. 57 (1940)
Prelude: Lento
Fuga: Adagio

Scherzo: Allegretto
Intermezzo: Lento
Finale: Allegretto

begin van de pauze ca. 21.10 uur
einde van het concert ca. 22.05 uur

Toelichting

Dmitri Sjostakovitsj 1906-1975

Tekst: Olga de Kort

Het verlies van kennissen en dierbaren werd in de stalinistische jaren een haast vanzelfsprekende bijkomstigheid in het ­dagelijkse leven van Sovjet-vip’s. Hoe bekender je werd, hoe groter de kans dat je je vrienden of familie achter de tralies en in strafkampen zag verdwijnen.

De ijzeren wurggreep op het eigen doen en laten werd daardoor nog gevoeliger en onafwendbaarder. In de jaren 1930 raakte Dmitri Sjostakovitsj er al aan ‘gewend’ dat zijn vriendenkring steeds kleiner werd, maar de oorlogsjaren 1941-1945 brachten nog meer verliezen met zich mee.

Dmitri Sjostakovitsj 1906-1975

Tweede Sonate

De Tweede in b klein, 61 was Sjostakovitsj’ eerste in memoriam, voor zijn vroegere pianodocent aan het conservatorium van Leningrad. De vierenzestigjarige Leonid Nikolajev (1878-1942) overleed aan tyfus in zijn evacuatiewoning in Tasjkent.

Hij studeerde bij Vassili Safonov, Sergej Tanejev en Michail Ippolitov-Ivanov en stond bekend als een uitstekend pianist met een repertoire van Beethoven en Rachmaninoff tot Medtner en Prokofjev. Hij componeerde kamer- en pianomuziek, symfonieën en eren, maar zijn werk aan het conservatorium nam uiteindelijk zijn gehele tijd in beslag.

Hij liet weliswaar geen Nikolajev-pianoschool na, maar leidde stuk voor stuk uitzonderlijke piano­talenten en persoonlijkheden op zoals Vladimir Sofronitski, Maria Judina, Vladimir Desjevov en Natan Perelman. 

De herinneringen aan Nikolajevs lessen droegen ongetwijfeld bij aan de strakke vorm en ingetogen muzikale taal van deze weinig experimentele . Zij vormt een enorm contrast met haar avant-gardistische voorgangster uit 1926.

In de Tweede sonate is geen spoor te vinden van snijdende ­en, provocatieve atonaliteit en ­hamerende ak­­koor­den. In deze zestien jaar was Sjostakovitsj een andere componist geworden, en zelfs een ander mens. De sonate ontleent zijn roem aan de twee ­contrasterende ’s, die vaak als thema’s van licht en donker, vreugde en verdriet, leven en dood worden geïnterpreteerd.

Een Amerikaanse recensent noemde de Tweede sonate ‘serieuze muziek, compromisloos, kristalhelder, zonder overdrijving, melodisch en harmonisch karakteristiek voor een componist die niet in de stemming is voor de muzikale grappen in de oorlogstijd’. De sonate was klaar in maart 1943 en twee maanden later speelde Sjostakovitsj zelf de première in Moskou.

Dmitri Sjostakovitsj 1906-1975

Tweede pianotrio

In de eerste oorlogsjaren volgden de overlijdensberichten elkaar in rap tempo op. De verliezen waren des te pijnlijker als een tragische en vroegtijdige dood niet aan de frontlinie te wijten was, maar het gevolg was van ontberingen of ziekte tijdens evacuaties.

Op 11 februari 1944 stierf Sjostakovitsj’ ‘beste en meest waardevolle vriend’ Ivan Sollertinski aan een hartaanval. Deze briljante musicoloog, muziekhistoricus en muziek- en literatuurcriticus werd slechts 42 jaar. Achttien jaar lang waren ze bevriend geweest en voor Sjostakovitsj waren deze jaren de beslissende voor zijn vorming als componist.

De erudiete Sollertinski introduceerde Dmitri in de wereld van muziek ‘van Bach tot Offenbach’ en hielp hem van de aanvankelijk sterk aanwezige ‘snobistische kijk op de kunst’ af te komen.

Het Tweede in e klein, 67 werd Sjostakovitsj’ ontroostbare klaaglied met een passacaglia als catharsis en als tragische kern. De opvallende intonaties van de finale werden geïnspireerd door de joodse folklore, die op zijn beurt een verwijzing vormt naar Sollertinski’s favoriete schilder Marc Chagall. Net als Sollertinski werd Chagall in Vitebsk geboren. 

Sjostakovitsj was zo diep geraakt door het overlijden van Sollertinski, dat hij tien dagen na ontvangst van het overlijdensbericht al aan het pianotrio begon. De première op 14 november 1944 werd gespeeld door violist Dmitri Tsyganov en cellist Sergej Sjirinski van het Beethoven Kwartet. Ter nagedachtenis aan zijn vriend speelde Sjostakovitsj zelf de pianopartij.

Dmitri Sjostakovitsj 1906-1975

Pianokwintet

Ook voor de première van zijn Pianokwintet in g klein, 57 nam de componist plaats achter de piano, naast het volledige, hem zo vertrouwde, Beethoven Kwartet. De uitvoering vond plaats op 23 november 1940 en ging niet onopgemerkt voorbij.

Het et werd welwillend ontvangen en de zichtbaar opgeluchte Sjostakovitsj kreeg zijn eerste Stalinprijs eerste klasse. Sindsdien werd het Pianokwintet een van de eerste werken die na een periode waarin de componist werd doodgezwegen en veel kritiek te verduren kreeg weer mochten klinken.

Het is inderdaad een evenwichtig, onmiskenbaar klassiek werk, dat zelfs als voorbeeld van een klassiek kwintet kan dienen. De vijf contrasterende delen lopen over van ideeën en zitten vol met stijl- en klank-associaties, van ’s van Johann Sebastian Bach tot Russische volksliederen en Spaanse dansritmes.

De evenwichtigheid van dit werk viel niet bij iedereen in de smaak en leidde zelfs tot kritische uitvallen van meer avontuurlijk ingestelde collega’s zoals Sergej Prokofjev. Hij vond dat het et te weinig gedurfd was en miste de gebruikelijke vernieuwingsdrang.

Sjostakovitsj besloot niet te reageren. Het antwoord kwam van Heinrich Neuhaus en bevatte de scherpzinnige en de best mogelijke analyse van de muziek van Sjostakovitsj uit die tijd.

‘Ja,’ schreef de pianist, ‘Sjostakovitsj is wat illusies armer en scepsis rijker geworden, heeft minder opwinding maar wel meer kennis, en laat misschien de gevoelens niet de vrije loop, maar zijn hersenen verslappen nooit.’ Hij concludeerde: ‘Onze kunst is ouder en rijper geworden, maar dat betekent niet dat het droog en koud is.’

Biografie

Liza Ferschtman, viool

Liza Ferschtman, dochter van Dmitri Ferschtman en Mila ­Baslawskaja, had vanaf haar vijfde les van ­Philipp Hirshhorn, studeerde in Amsterdam bij Herman Krebbers, in Philadelphia bij Ida ­Kavafian en in Londen bij David Takeno.

In 1997 won ze het Nationaal Vioolconcours ‘Oskar Back’ en in 2006 ontving ze de Nederlandse Muziekprijs. Haar Concertgebouwdebuut was in Het ­Zondagochtend Concert van 6 oktober 1996 met het Radio Kamer­orkest, en in zomer 1998 volgde haar -­debuut.

De violiste werkte met vrijwel alle Nederlandse orkesten, en bijvoorbeeld ook met de BBC Philharmonic, de orkesten van Dallas, San Francisco, Boston, Montréal en Hongkong en het Budapest Festival Orchestra. Afgelopen november stond ze nog met de Brussels Philharmonic in de met het Vioolconcert van Sibelius.

Gezelschappen als Amsterdam Sinfonietta en de Kammerakademie Potsdam leidde Liza Ferschtman als solist. Kamermuziek speelt ze met Enrico Pace, Elisabeth Leonskaja, Jonathan Biss, Christian Poltéra en vele anderen, en van 2007 tot 2022 was ze artistiek leider van het Delft Chamber Music Festival. Solo­s zijn een belangrijk onderdeel van haar agenda en met solo-opnames van Bach, Ysaÿe, Biber, Bartók en Berio ook van haar discografie. Liza Ferschtman bespeelt de Guarnerius del Gesù ‘Benno Rabinof’ uit 1742.

Maria Milstein, viool

Maria Milstein werd geboren in een muziekfamilie in Moskou en groeide op in Frankrijk. In Amsterdam studeerde ze bij Ilya Grubert, in Londen bij David Takeno en aan de Koningin Elisabeth Muziekkapel bij Augustin Dumay. In 2016 ontving ze een Borletti-Buitoni Trust Fellowship en in 2018 de Nederlandse Muziekprijs.

Als lid van het Van Baerle Trio werd ze gelauwerd tijdens het ARD Concours in München (2013), het Vriendenkrans Concours/Het Debuut (2011) en het Lyon Internationaal Kamermuziek Concours (2011); in 2012 kreeg het de Kersjesprijs.

Maria Milstein soleerde bij het Nationaal Orkest van België, Amsterdam Sinfonietta, het Radio Filharmonisch Orkest en – afgelopen zomer – het Jeugdorkest Nederland. Met Phion en Otto Tausk bracht ze begin dit jaar de beide vioolconcerten van Prokofjev uit op cd. Voor opnames met haar Van Baerle Trio en in duo met haar zus Nathalia aan de piano won ze verschillende prijzen. Samen met Mathieu van Bellen richtte de violiste MuziekHaven op, een centrum voor kamermuziek in een historische houten kerk in Zaandam.

Maria Milstein geeft les aan het Conservatorium van Amsterdam en heeft van het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds de ‘ex-­Herman Krebbers’-Bergonzi (Cremona, ca. 1750) te leen met een strijkstok van Léonard en François-Xavier Tourte (Parijs, ca. 1790).

Marc Desmons, altviool

Marc Desmons studeerde aan de conservatoria in eille en Parijs en volgde lessen bij Serge Collot, Jean Sulem, Jean Mouillère, Christian Ivaldi, Hatto Beyerle en Walter Levin. Hij specialiseerde zich in kamermuziek en was in 1995 onder de laureaten van het Internationaal Yuri Bashmet Concours in Moskou.

De altviolist musiceerde met collega’s als pianist Frank Braley, cellist Jean-Guihen Queyras en violiste Hilary Hahn. Ook werkte hij met bijvoorbeeld het Galitzine Kwartet en het Ensemble intercontemporain en maakt hij deel uit van de vooruitstrevende kamermuziekformatie TM+ - die hij tevens geregeld dirigeert.

Marc Desmons speelde lange tijd in het Orchestre de l’Opéra National de Paris. Sinds 2010 is hij eerste altviolist van het Orchestre Philharmonique de Radio France.

Een hoogtepunt in de discografie van Marc Desmons is een opname van Brittens Lachrimae met het Orchestre d’Auvergne onder leiding van Armin Jordan.

Marc Desmons geeft les aan het Conservatoire National Supérieure de Musique in Parijs, geeft regelmatig masterclasses in Japan en componeerde Furibonderies voor en vijf ’s.

Ook in januari 2014 en januari 2017 speelde hij in de van Het Concertgebouw in kamermuziekprogramma’s m Liza Ferschtman.

Dmitri Ferschtman, cello

Dmitri Ferschtman studeerde aan het conservatorium in zijn geboorteplaats Moskou bij Galina Kozulupova en Natalia Gutman (leerlinge van Mstislav Rostropovitsj). In zijn tweede studiejaar, 1966, richtte hij met onder anderen altist Misha Geller het Glinka Kwartet op, waarmee hij honderden concerten gaf in de Sovjet-Unie maar ook daarbuiten.

Bij de vorige keer dat de familie Ferschtman een Sjostakovitsj-serie cureerde, in seizoen 2016/2017, vertelde de cellist Preludium over zijn herinneringen aan die componist, aan wie hij in de periode 1969-1975 geregeld diens nieuwe werken voorspeelde. Daarnaast trad hij op als solist en werd hij docent aan het conservatorium waar hij zelf had gestudeerd.

In 1978 emigreerde Dmitri Ferschtman naar Nederland, waar hij soleerde onder leiding van bekende en als Frans Brüggen, Kenneth Montgomery en Edo de Waart. Met ­pianist Ronald Brautigam nam hij werken van Prokofjev op en met zijn vrouw, ­pianiste Mila Baslawskaja, vormt de cellist een succesvol duo. Dmitri Ferschtman trad veelvuldig op in Het Concertgebouw.

Elisabeth Leonskaja, piano

Elisabeth Leonskaja werd geboren in Tbilisi (Georgië), in een Russische familie. Ze maakte op haar elfde haar solodebuut met orkest, gaf op haar dertiende haar eerste en won in 1964 het George Enescu Internationaal Pianoconcours in Boekarest. Ze won ook prijzen op het Concours Long-Thibaud in Parijs en het Koningin Elisabeth Concours in Brussel.

Van groot belang voor haar muzikale ontwikkeling was haar vriendschap met Sviatoslav Richter: deze legendarische pianist was haar mentor en het tweetal trad regelmatig samen op. In 1978 vestigde Elisabeth Leonskaja zich in Wenen en een jaar later maakte ze een sensationeel debuut tijdens de Salzburger Festspiele.

De ‘grande dame van de Russische pianotraditie’ groeide uit tot een gevierd solist bij gezelschappen als het London Philharmonic Orchestra, de Berliner Philharmoniker, het Gewandhausorchester Leipzig en de orkesten van Los Angeles, Cleveland en New York. Kamermuziek speelde ze met het Belcea, het Borodin en het Alban Berg Quartet.

Haar meest recente cd’s zijn Saudade (2017; Tsjai­kovski, Sjostakovitsj en Rachmaninoff), een complete Schubertcyclus (2016/2019) en sonates en variaties van Schumann (2020).

Het vorige optreden van Elisabeth Leonskaja in de was in februari 2022 in ’s van Schubert met Liza Ferschtman en Jacob Koranyi.

Mila Baslawskaja, piano

Mila Baslawskaja werd geboren in Moskou en studeerde daar aan de Centrale Muziekschool en het Conservatorium van Moskou. Al op jonge leeftijd gaf ze veel solorecitals in Rusland, en deelde ze het podium met musici als Natalia Gutman, Oleg Kagan, Gidon Kremer en Yuri ­Bashmet.

In 1978 verliet ze samen met haar echtgenoot, cellist Dmitri Ferschtman, de toenmalige Sovjet-Unie en vestigde ze zich in Nederland. Het duo trad veelvuldig op en nam werken op van Nikolaj Mjaskovski, Alfred Schnittke, Dmitri Sjostakovitsj, Claude Debussy, César Franck en Robert Schumann.

Mila Baslawskaja was hoofdvak­docent piano en kamermuziek aan het Rotterdams Conservatorium en het Conservatorium van Amsterdam en geeft momenteel nog les aan de Jong Talent-afdeling van het Conservato­rium van Amsterdam.